Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:5546
2026-09-16
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ZWO 25/1756
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Het UWV heeft terecht geweigerd aan eiser een Wajong-uitkering toe te kennen. Eiser beschikt over arbeidsvermogen. Beroep ongegrond.
Citeert (1)
- ECLI:NL:CRVB:2021:1583 Centrale Raad van Beroep 01-07-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (15.113 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1756
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser (hierna te noemen: [eiser]),
gemachtigde: mr. V.C.D. Klaassen,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV,
gemachtigde: mr. Y.A. van Veelen.
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van [eiser] om een Wajong-uitkering. [eiser] is het niet eens met deze afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV [eiser] terecht niet in aanmerking heeft gebracht voor een Wajong-uitkering. [eiser] krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 6. Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
Procesverloop
2. In het besluit van 4 juli 2024 heeft het UWV geweigerd om aan [eiser] een Wajong-uitkering toe te kennen. Hij heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
2.1.
In het bestreden besluit van 27 mei 2025 op het bezwaar van [eiser] is het UWV bij de weigering van de Wajong-uitkering gebleven.
2.2.
[eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
[eiser] heeft op 26 januari 2026 een rapport van arbeidsdeskundige [naam], gedateerd 25 september 2025, overgelegd.
2.4.
Op 3 maart 2026 heeft het UWV een aanvullend verweerschrift ingediend, vergezeld van een rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 18 februari 2026.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser], zijn gemachtigde en de gemachtigde van het UWV.
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. [eiser], geboren op [geboortedatum] 1998, heeft op 1 april 2024 een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend. Hij heeft daarbij gevraagd om aan hem een Wajong-uitkering toe te kennen. [eiser] heeft bij zijn Wajong-aanvraag gewezen op zijn mentale problematiek.
3.1.
Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft de besluitvorming plaatsgevonden zoals vermeld onder ‘Procesverloop’.
Standpunt van het UWV
4. Volgens het UWV komt [eiser] niet in aanmerking voor een Wajong-uitkering, omdat hij arbeidsvermogen heeft.
Standpunt van [eiser]
5. [eiser] stelt – samengevat weergegeven – dat het UWV ten onrechte heeft aangenomen dat hij over arbeidsvermogen beschikt. [eiser] stelt dat zijn medisch beeld een verslechtering laat zien. Volgens [eiser] meent het UWV ten onrechte dat hij in staat is een taak uit te voeren in een arbeidsorganisatie. [eiser] wijst erop dat de vereiste zelfstandigheid en continuïteit ontbreken. Verder is de conclusie van het UWV dat er sprake is van stabiliteit bij [eiser] en dat het aannemelijk is dat hij nog arbeidsvermogen zal ontwikkelen geheel speculatief. [eiser] ervaart in zijn dagelijkse functioneren forse beperkingen en is sterk afhankelijk van zijn omgeving. [eiser] voert verder aan dat het UWV ten onrechte wijst op zijn opleidings- en arbeidsverleden, omdat de omstandigheden waaronder hij heeft geprobeerd te studeren en te werken verkeerd zijn geïnterpreteerd. Zo heeft hij zijn HBO-opleiding moeten staken vanwege zijn beperkingen. Ook miskent het UWV dat [eiser] het merendeel van de verrichte functies slechts kortdurend kon uitoefenen. Hij is simpelweg niet in staat om te functioneren in een arbeidsorganisatie. De setting van de enige baan waarin [eiser] een langere periode werkzaam is geweest, was zeer uitzonderlijk. [eiser] was vaak afwezig en er werd zeer coulant omgegaan met het onvermogen in de functioneren. Ter onderbouwing van zijn betoog verwijst [eiser] naar een brief van klinisch psycholoog Van der Vegt (Van der Vegt) van 17 juli 2024, het rapport van [naam] van 25 september 2025 en een brief van 18 maart 2026 waarin [eiser] zijn situatie uiteenzet.
Beoordeling door de rechtbank
6. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht heeft geweigerd aan [eiser] een Wajong-uitkering toe te kennen. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die [eiser] heeft aangevoerd, de beroepsgronden. Gelet op het verhandelde ter zitting komt het betoog van [eiser] er in de kern op neer dat vanwege zijn sterk wisselende belastbaarheid niet kan worden gezegd dat hij arbeidsvermogen heeft.
6.1.
Kort gezegd bestaat aanspraak op een Wajong-uitkering als iemand op de dag dat hij 18 jaar wordt of op een latere dag (binnen de perioden vervat in artikel 1a:1 van de Wajong) duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Iemand heeft geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (ook wel aangeduid als: geen arbeidsvermogen) indien hij:
a. geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
b. niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
c. niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
d. niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
6.2.
Het UWV moet dus beoordelen of een betrokkene voldoet aan (ten minste) een van deze vier genoemde voorwaarden. Is dat het geval, dan heeft de betrokkene geen arbeidsvermogen. De beoordeling van het arbeidsvermogen is gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek.
6.3.
De rechtbank stelt vast dat [eiser] zijn aanvraag voor een Wajong-uitkering geruime tijd na zijn 18e verjaardag heeft ingediend, namelijk op 1 april 2024. Daarom is sprake van een zogeheten laattijdige aanvraag. In het geval van [eiser] loopt de te beoordelen periode van 8 november 2016, de datum waarop hij achttien jaar is geworden tot en met 8 november 2021, vijf jaar na zijn achttienjarige leeftijd.
6.4.
Volgens vaste rechtspraak draagt de aanvrager in geval van een laattijdige aanvraag de bewijslast om met objectieve medische gegevens aannemelijk te maken dat hij op 18-jarige leeftijd en vijf jaar daarna voldeed aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering, omdat het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen.
6.5.
Het UWV heeft zijn standpunt dat [eiser] beschikt over arbeidsvermogen gebaseerd op een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 13 april 2025 en een rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 15 mei 2025.
6.6.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft aangenomen dat [eiser] op zijn 18e verjaardag bekend was met een stemmingsstoornis en dat tot dan toe sprake was van recidiverende depressieve episodes. In 2019 of 2020 was sprake van een manische episode waarna de diagnose bipolaire stoornis type I is gesteld. [eiser] is voor de bipolaire stoornis in behandeling geweest. Omdat ook sprake bleek van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis, is [eiser] voor behandeling doorverwezen naar Van der Vegt. De verzekeringsarts bezwaar en beroep acht het aannemelijk dat de persoonlijkheidsproblematiek van [eiser] ook al speelde op zijn 18e verjaardag. Ook is aannemelijk dat [eiser] daardoor beperkingen had. Hij is wel in staat gebleken zijn havodiploma te halen en hij heeft ook geruime tijd gewerkt. [eiser] is beperkt in het omgaan met stress en andere mentale eisen. Ook is hij beperkt in het uiten van eigen gevoelens, het omgaan met kritiek, het omgaan met meerderen en het hanteren van conflicten. In situaties waarin veel prikkels zijn, is zijn stresstolerantie verminderd. De beperkingen zijn wisselend qua aard en ernst, afhankelijk of [eiser] in een depressieve of juist manische episode zit, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Veel prikkels en druk (tijdsdruk en prestatiedruk) kunnen de stemmingswisselingen versterken. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep is [eiser] in staat ten minste één uur aangesloten te werken. Hij heeft dit in de praktijk laten zien en uit het dagverhaal volgt dat [eiser] enkele uren achtereen kan schrijven aan een filmscript. Ook tijdens het onderzoek is gebleken dat hij een gesprek van ruim een uur goed kan volhouden en dat hij adequaat zijn verhaal doet. Daaruit volgt ook dat [eiser] ten minste vier uur per dag belastbaar is, hetgeen ook past bij de aard en ernstig van de gestelde diagnoses. Er is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep voorts medisch gezien geen grond om aan te nemen dat [eiser] niet over basale werknemersvaardigheden beschikt. Er is geen sprake van dusdanig ernstige psychische of cognitieve stoornissen dat [eiser] afspraken niet zou begrijpen of ergens niet op tijd zou kunnen verschijnen. Hij heeft dit, gelet op zijn school- en arbeidsverleden, in de praktijk laten zien. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert dat [eiser] op zijn 18e verjaardag beperkingen had en dat deze daarna niet wezenlijk zijn veranderd. Er is steeds sprake geweest van voldoende belastbaarheid om ten minste één uur aaneengesloten te werken en [eiser] was ook steeds ten minste vier uur per dag belastbaar. Medisch gezien zijn er geen redenen om aan te nemen dat [eiser] niet beschikte over basale werknemersvaardigheden.
6.7.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft aangenomen dat [eiser] over basale werknemersvaardigheden beschikt. Hij heeft een diploma (HAVO) behaald en heeft in reguliere arbeid kunnen functioneren. Hij heeft daarmee aangetoond over werknemersvaardigheden te beschikken. [eiser] is in staat gebleken instructies te begrijpen, onthouden en uit te voeren. Ook is hij in staat gebleken afspraken na te komen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep meent verder dat [eiser] in staat wordt geacht een taak uit te kunnen voeren in een arbeidsorganisatie. Zo kan hij de taak ‘Invoeren van gegevens’ uitvoeren. Het gaat daarbij om een relatief rustige kantooromgeving en om een afgebakende, overzichtelijke taak. De te verrichten handelen zijn gestructureerd. Met de opleidingsachtergrond van [eiser] kan hij aan de taakeisen voldoen. Bij het uitvoeren van de taak hoeft vrijwel niet gecommuniceerd te worden.
6.8.
In reactie op het rapport van [naam] van 25 september 2025 heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep op 18 februari 2026 aanvullende gerapporteerd en het standpunt gehandhaafd dat [eiser] in staat wordt geacht taak ‘Invoeren van gegevens’ uit te voeren in een arbeidsorganisatie. [eiser] voldoet gezien zijn opleidingsachtergrond ruimschoots aan de taakeisen, zoals lezen, gegevens vergelijken en gegevens in de computer invoeren. Hij werkt in de nabijheid van collega’s. Bij het uitvoeren van de taak hoeft vrijwel niet met anderen gecommuniceerd te worden.
6.9.
De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Zij hebben acht geslagen op de psychische problematiek van [eiser]. Uit de medische informatie die in het dossier zit, waaronder die van Van der Vegt, blijkt de rechtbank niet van aanwijzingen dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep een onjuist beeld hadden van de psychische gesteldheid van [eiser]. Ook heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep, net als [naam] in haar rapport, aangenomen dat de beperkingen als gevolg van de psychische aandoeningen wisselen in aard en ernst. Niet met medische gegevens is onderbouwd dat de wisselingen in belastbaarheid van dien aard en duur zijn dat [eiser] in het geheel niet in staat is om een taak uit te voeren in een arbeidsorganisatie ofwel dat arbeidsvermogen geheel ontbreekt. Ook overigens is de rechtbank niet gebleken van aanknopingspunten om aan te nemen dat [eiser] zodanig wisselend belastbaar moet worden geacht dat hij niet beschikte over arbeidsvermogen.
6.10.
Het UWV heeft daarom op goede gronden aangenomen dat [eiser] arbeidsvermogen heeft en de Wajong-aanvraag terecht afgewezen.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de weigering van de Wajong-uitkering in stand blijft. [eiser] krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van
A. van den Ham, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Zie de uitspraak van de CRvB van 1 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1583
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1756
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser (hierna te noemen: [eiser]),
gemachtigde: mr. V.C.D. Klaassen,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV,
gemachtigde: mr. Y.A. van Veelen.
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van [eiser] om een Wajong-uitkering. [eiser] is het niet eens met deze afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV [eiser] terecht niet in aanmerking heeft gebracht voor een Wajong-uitkering. [eiser] krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 6. Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
Procesverloop
2. In het besluit van 4 juli 2024 heeft het UWV geweigerd om aan [eiser] een Wajong-uitkering toe te kennen. Hij heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
2.1.
In het bestreden besluit van 27 mei 2025 op het bezwaar van [eiser] is het UWV bij de weigering van de Wajong-uitkering gebleven.
2.2.
[eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
[eiser] heeft op 26 januari 2026 een rapport van arbeidsdeskundige [naam], gedateerd 25 september 2025, overgelegd.
2.4.
Op 3 maart 2026 heeft het UWV een aanvullend verweerschrift ingediend, vergezeld van een rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 18 februari 2026.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser], zijn gemachtigde en de gemachtigde van het UWV.
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. [eiser], geboren op [geboortedatum] 1998, heeft op 1 april 2024 een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend. Hij heeft daarbij gevraagd om aan hem een Wajong-uitkering toe te kennen. [eiser] heeft bij zijn Wajong-aanvraag gewezen op zijn mentale problematiek.
3.1.
Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft de besluitvorming plaatsgevonden zoals vermeld onder ‘Procesverloop’.
Standpunt van het UWV
4. Volgens het UWV komt [eiser] niet in aanmerking voor een Wajong-uitkering, omdat hij arbeidsvermogen heeft.
Standpunt van [eiser]
5. [eiser] stelt – samengevat weergegeven – dat het UWV ten onrechte heeft aangenomen dat hij over arbeidsvermogen beschikt. [eiser] stelt dat zijn medisch beeld een verslechtering laat zien. Volgens [eiser] meent het UWV ten onrechte dat hij in staat is een taak uit te voeren in een arbeidsorganisatie. [eiser] wijst erop dat de vereiste zelfstandigheid en continuïteit ontbreken. Verder is de conclusie van het UWV dat er sprake is van stabiliteit bij [eiser] en dat het aannemelijk is dat hij nog arbeidsvermogen zal ontwikkelen geheel speculatief. [eiser] ervaart in zijn dagelijkse functioneren forse beperkingen en is sterk afhankelijk van zijn omgeving. [eiser] voert verder aan dat het UWV ten onrechte wijst op zijn opleidings- en arbeidsverleden, omdat de omstandigheden waaronder hij heeft geprobeerd te studeren en te werken verkeerd zijn geïnterpreteerd. Zo heeft hij zijn HBO-opleiding moeten staken vanwege zijn beperkingen. Ook miskent het UWV dat [eiser] het merendeel van de verrichte functies slechts kortdurend kon uitoefenen. Hij is simpelweg niet in staat om te functioneren in een arbeidsorganisatie. De setting van de enige baan waarin [eiser] een langere periode werkzaam is geweest, was zeer uitzonderlijk. [eiser] was vaak afwezig en er werd zeer coulant omgegaan met het onvermogen in de functioneren. Ter onderbouwing van zijn betoog verwijst [eiser] naar een brief van klinisch psycholoog Van der Vegt (Van der Vegt) van 17 juli 2024, het rapport van [naam] van 25 september 2025 en een brief van 18 maart 2026 waarin [eiser] zijn situatie uiteenzet.
Beoordeling door de rechtbank
6. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht heeft geweigerd aan [eiser] een Wajong-uitkering toe te kennen. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die [eiser] heeft aangevoerd, de beroepsgronden. Gelet op het verhandelde ter zitting komt het betoog van [eiser] er in de kern op neer dat vanwege zijn sterk wisselende belastbaarheid niet kan worden gezegd dat hij arbeidsvermogen heeft.
6.1.
Kort gezegd bestaat aanspraak op een Wajong-uitkering als iemand op de dag dat hij 18 jaar wordt of op een latere dag (binnen de perioden vervat in artikel 1a:1 van de Wajong) duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Iemand heeft geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (ook wel aangeduid als: geen arbeidsvermogen) indien hij:
a. geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
b. niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
c. niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
d. niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
6.2.
Het UWV moet dus beoordelen of een betrokkene voldoet aan (ten minste) een van deze vier genoemde voorwaarden. Is dat het geval, dan heeft de betrokkene geen arbeidsvermogen. De beoordeling van het arbeidsvermogen is gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek.
6.3.
De rechtbank stelt vast dat [eiser] zijn aanvraag voor een Wajong-uitkering geruime tijd na zijn 18e verjaardag heeft ingediend, namelijk op 1 april 2024. Daarom is sprake van een zogeheten laattijdige aanvraag. In het geval van [eiser] loopt de te beoordelen periode van 8 november 2016, de datum waarop hij achttien jaar is geworden tot en met 8 november 2021, vijf jaar na zijn achttienjarige leeftijd.
6.4.
Volgens vaste rechtspraak draagt de aanvrager in geval van een laattijdige aanvraag de bewijslast om met objectieve medische gegevens aannemelijk te maken dat hij op 18-jarige leeftijd en vijf jaar daarna voldeed aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering, omdat het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen.
6.5.
Het UWV heeft zijn standpunt dat [eiser] beschikt over arbeidsvermogen gebaseerd op een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 13 april 2025 en een rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 15 mei 2025.
6.6.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft aangenomen dat [eiser] op zijn 18e verjaardag bekend was met een stemmingsstoornis en dat tot dan toe sprake was van recidiverende depressieve episodes. In 2019 of 2020 was sprake van een manische episode waarna de diagnose bipolaire stoornis type I is gesteld. [eiser] is voor de bipolaire stoornis in behandeling geweest. Omdat ook sprake bleek van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis, is [eiser] voor behandeling doorverwezen naar Van der Vegt. De verzekeringsarts bezwaar en beroep acht het aannemelijk dat de persoonlijkheidsproblematiek van [eiser] ook al speelde op zijn 18e verjaardag. Ook is aannemelijk dat [eiser] daardoor beperkingen had. Hij is wel in staat gebleken zijn havodiploma te halen en hij heeft ook geruime tijd gewerkt. [eiser] is beperkt in het omgaan met stress en andere mentale eisen. Ook is hij beperkt in het uiten van eigen gevoelens, het omgaan met kritiek, het omgaan met meerderen en het hanteren van conflicten. In situaties waarin veel prikkels zijn, is zijn stresstolerantie verminderd. De beperkingen zijn wisselend qua aard en ernst, afhankelijk of [eiser] in een depressieve of juist manische episode zit, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Veel prikkels en druk (tijdsdruk en prestatiedruk) kunnen de stemmingswisselingen versterken. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep is [eiser] in staat ten minste één uur aangesloten te werken. Hij heeft dit in de praktijk laten zien en uit het dagverhaal volgt dat [eiser] enkele uren achtereen kan schrijven aan een filmscript. Ook tijdens het onderzoek is gebleken dat hij een gesprek van ruim een uur goed kan volhouden en dat hij adequaat zijn verhaal doet. Daaruit volgt ook dat [eiser] ten minste vier uur per dag belastbaar is, hetgeen ook past bij de aard en ernstig van de gestelde diagnoses. Er is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep voorts medisch gezien geen grond om aan te nemen dat [eiser] niet over basale werknemersvaardigheden beschikt. Er is geen sprake van dusdanig ernstige psychische of cognitieve stoornissen dat [eiser] afspraken niet zou begrijpen of ergens niet op tijd zou kunnen verschijnen. Hij heeft dit, gelet op zijn school- en arbeidsverleden, in de praktijk laten zien. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert dat [eiser] op zijn 18e verjaardag beperkingen had en dat deze daarna niet wezenlijk zijn veranderd. Er is steeds sprake geweest van voldoende belastbaarheid om ten minste één uur aaneengesloten te werken en [eiser] was ook steeds ten minste vier uur per dag belastbaar. Medisch gezien zijn er geen redenen om aan te nemen dat [eiser] niet beschikte over basale werknemersvaardigheden.
6.7.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft aangenomen dat [eiser] over basale werknemersvaardigheden beschikt. Hij heeft een diploma (HAVO) behaald en heeft in reguliere arbeid kunnen functioneren. Hij heeft daarmee aangetoond over werknemersvaardigheden te beschikken. [eiser] is in staat gebleken instructies te begrijpen, onthouden en uit te voeren. Ook is hij in staat gebleken afspraken na te komen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep meent verder dat [eiser] in staat wordt geacht een taak uit te kunnen voeren in een arbeidsorganisatie. Zo kan hij de taak ‘Invoeren van gegevens’ uitvoeren. Het gaat daarbij om een relatief rustige kantooromgeving en om een afgebakende, overzichtelijke taak. De te verrichten handelen zijn gestructureerd. Met de opleidingsachtergrond van [eiser] kan hij aan de taakeisen voldoen. Bij het uitvoeren van de taak hoeft vrijwel niet gecommuniceerd te worden.
6.8.
In reactie op het rapport van [naam] van 25 september 2025 heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep op 18 februari 2026 aanvullende gerapporteerd en het standpunt gehandhaafd dat [eiser] in staat wordt geacht taak ‘Invoeren van gegevens’ uit te voeren in een arbeidsorganisatie. [eiser] voldoet gezien zijn opleidingsachtergrond ruimschoots aan de taakeisen, zoals lezen, gegevens vergelijken en gegevens in de computer invoeren. Hij werkt in de nabijheid van collega’s. Bij het uitvoeren van de taak hoeft vrijwel niet met anderen gecommuniceerd te worden.
6.9.
De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Zij hebben acht geslagen op de psychische problematiek van [eiser]. Uit de medische informatie die in het dossier zit, waaronder die van Van der Vegt, blijkt de rechtbank niet van aanwijzingen dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep een onjuist beeld hadden van de psychische gesteldheid van [eiser]. Ook heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep, net als [naam] in haar rapport, aangenomen dat de beperkingen als gevolg van de psychische aandoeningen wisselen in aard en ernst. Niet met medische gegevens is onderbouwd dat de wisselingen in belastbaarheid van dien aard en duur zijn dat [eiser] in het geheel niet in staat is om een taak uit te voeren in een arbeidsorganisatie ofwel dat arbeidsvermogen geheel ontbreekt. Ook overigens is de rechtbank niet gebleken van aanknopingspunten om aan te nemen dat [eiser] zodanig wisselend belastbaar moet worden geacht dat hij niet beschikte over arbeidsvermogen.
6.10.
Het UWV heeft daarom op goede gronden aangenomen dat [eiser] arbeidsvermogen heeft en de Wajong-aanvraag terecht afgewezen.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de weigering van de Wajong-uitkering in stand blijft. [eiser] krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van
A. van den Ham, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Zie de uitspraak van de CRvB van 1 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1583