Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:5504

2026-09-01 Civiel recht 12298699 \ CV EXPL 26-2160
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-09-01
Publicatiedatum
2026-09-12
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12298699 \ CV EXPL 26-2160
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Huurachterstand, gevorderde ontbinding en ontruiming wordt toegewezen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.474 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Zwolle



Zaaknummer: 12298699 \ CV EXPL 26-2160




Vonnis van 1 september 2026




in de zaak van




STICHTING DELTAWONEN,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: DeltaWonen,
gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,



tegen





[gedaagde] ,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.




De zaak in het kort




DeltaWonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De huurachterstand is inmiddels opgelopen tot tien maanden. Hoewel [gedaagde] heeft aangevoerd dat de achterstand is ontstaan door werkloosheid en dat hij inmiddels hulp ontvangt, rechtvaardigt de omvang van de achterstand de ontbinding en ontruiming. De huurachterstand wordt toegewezen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat het betreffende beding in de algemene voorwaarden oneerlijk is.





1De procedure


1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald.




1.2
De mondelinge behandeling is gehouden op 18 augustus 2026. De huurder is niet ter zitting verschenen. Van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen heeft de griffier aantekeningen gemaakt.



1.3
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1
DeltaWonen verhuurt met ingang van 3 juli 2013 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 670,49 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.



2.2

[gedaagde] heeft (een deel van) de huur niet betaald. DeltaWonen heeft [gedaagde] aangemaand onder andere op 10 maart 2026 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.



2.3
DeltaWonen heeft [gedaagde] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [gedaagde] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. DeltaWonen heeft [gedaagde] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.






3Het geschil


3.1
DeltaWonen vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 6.867,20 aan huurachterstand met nevenvorderingen.



3.2
DeltaWonen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens DeltaWonen de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.



3.3

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert aan dat de achterstand is ontstaan door het verlies van zijn baan. Inmiddels heeft hij schuldhulp en is er een WW-uitkering aangevraagd bij de gemeente. [gedaagde] wil graag een betalingsregeling treffen met deltaWonen.



3.4
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.






4De beoordeling


4.1
De kantonrechter heeft vastgesteld dat DeltaWonen heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.



4.2

[gedaagde] heeft niet weersproken dat er een huurachterstand is die tot en met augustus 2026 berekend is op een bedrag van € 6.867,20. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen.



4.3

[gedaagde] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen.



4.4
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.



4.5
Op het moment van de dagvaarding bedroeg de huurachterstand acht maanden. Inmiddels is de huurachterstand verder opgelopen en bedraagt deze tien maanden. Daarmee is sprake van een zeer aanzienlijke tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst, die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.



4.6

[gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord nog omstandigheden aangevoerd die volgens hem aan ontbinding in de weg staan. Hij is echter niet op de mondelinge behandeling verschenen en heeft zijn standpunt daar niet nader kunnen toelichten. Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de griffie nog een e-mail van [gedaagde] ontvangen, waarin hij heeft meegedeeld dat hij wegens ziekte niet op de mondelinge behandeling kon verschijnen. Ook heeft hij daarin aangegeven dat hij zijn woning niet wil kwijtraken en dat inmiddels de gemeente bij zijn situatie is betrokken. Daargelaten dat deze e-mail niet kan worden betrokken bij de beoordeling omdat deze pas na de zitting is binnengekomen, geven de hierin genoemde omstandigheden, mede gelet op de hoogte van de huurachterstand, geen aanleiding om anders te oordelen.



4.7
De kantonrechter heeft er daarbij oog voor dat DeltaWonen heeft toegelicht dat het niet haar primaire doel is om [gedaagde] uit de woning te zetten. DeltaWonen heeft aangegeven dat zij met het gevraagde vonnis met name een mogelijkheid wil creëren om concrete en werkbare afspraken met [gedaagde] te kunnen maken over de ontstane situatie. Dit neemt echter niet weg dat, gelet op de omvang van de huurachterstand, sprake is van een tekortkoming die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.



4.8
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal daarom worden toegewezen. [gedaagde] zal worden veroordeeld het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen. De kantonrechter acht deze termijn redelijk en toereikend om aan de veroordeling te voldoen.



4.9
DeltaWonen wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 670,49, te rekenen vanaf de maand september 2026 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.



Buitengerechtelijke incassokosten





4.10
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).



4.11
De voor de vordering relevante bedingen in artikelen 13.1 t/m 13.2 van de algemene voorwaarden zijn getoetst en niet eerlijk bevonden.



4.12
DeltaWonen vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De overeenkomst bevat een incassokostenbeding. Het is een beding dat is bedoeld om in meerdere overeenkomsten te worden gebruikt en waarover niet afzonderlijk is onderhandeld. Het beding wijkt ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling, die zonder dit beding (dwingend) zou gelden. Het beding is daarom onredelijk bezwarend in de zin van artikel 6:233, aanhef en onder a, BW en oneerlijk in de zin van de Richtlijn. DeltaWonen kan in dat geval geen aanspraak meer maken op de wettelijke regeling die van toepassing zou zijn geweest zonder het oneerlijke beding. Dat volgt uit vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen.



De proceskosten





4.13

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van DeltaWonen worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


153,77







- griffierecht


€


559,00







- salaris gemachtigde


€


720,00


(2 punten × € 360,00)




- nakosten


€


144,00







Totaal


€


1.576,77














5De beslissing


De kantonrechter



5.1
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres],



5.2
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van DeltaWonen zijn, en de sleutels af te geven aan DeltaWonen,



5.3
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan DeltaWonen:
- € 6.867,20 aan achterstallige huur tot en met augustus 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening,
- € 670,49 per maand vanaf september 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,



5.4
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.576,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.5
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



5.6
wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026. (jb)





Artikel 6:265 BW.


HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810.