Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:5465

2026-09-08 Civiel recht C/08/348942 / KG ZA 26-145
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-09-08
Publicatiedatum
2026-09-09
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/08/348942 / KG ZA 26-145
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering medewerking afgeven volmacht. Verkoop en levering woning. Reële executiemiddelen. Lijfsdwang. Dwangvertegenwoordiging. Dwangsom.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (23.947 tekens)
RECHTBANK Overijssel


Civiel recht



Zittingsplaats Zwolle



Zaaknummer: C/08/348942 / KG ZA 26-145




Vonnis in kort geding van 8 september 2026





in de zaak van





[eiser] B.V.,
te [vestigingsplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. B.A. Boer,



tegen





1
[gedaagde 1],

te [woonplaats 1],2. [gedaagde 2],
te [woonplaats 2],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: ‘[gedaagde 1]’, ‘[gedaagde 2]’ en gezamenlijk ‘[gedaagden]’,
advocaat: mr. N.E. Koelemaij.






1De zaak en het oordeel in het kort


1.1.

[eiser] vordert in deze procedure medewerking van [gedaagden] om de verkoop en levering van de woning aan de [adres] te bewerkstelligen. De voorzieningenrechter zal de vorderingen van [eiser] grotendeels toewijzen en zal hierna uitleggen waarom.






2De procedure


2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 5,- de aanvullende producties 6 tot en met 10 van [eiser],- de mondelinge behandeling van 18 augustus 2026, waarbij door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Op de mondelinge behandeling is H.A. [eiser], namens [eiser], verschenen met zijn advocaat mr. B.A. Boer. [gedaagde 1] is zonder advocaat verschenen en heeft ter zitting een volmacht overgelegd om rechtshandelingen te verrichten namens [gedaagde 2].







3De feiten


3.1.
Op 29 maart 2010 heeft [eiser] een (tweede) hypotheek genomen op onder meer het woonhuis van [gedaagden] aan de [adres] (hierna: de woning).



3.2.
Op 22 oktober 2025 wenste de eerste hypotheekhouder de woning te veilen omdat [gedaagden] hun verplichtingen tegenover haar niet na kwamen. [eiser] heeft toen onder voorwaarden als tweede hypotheekhouder de schuld van [gedaagden] ingelost, zodat zij in rang opschoof en eerste hypotheekhouder werd. De voorwaarden zijn voorgesteld door de advocaat van [gedaagden] en akkoord bevonden door [eiser], en luidden als volgt:



‘Zowel de heer [gedaagde 1] en mevrouw [gedaagde 1] [gedaagde 2] zijn dan onvoorwaardelijk bereid om:





Een onherroepelijke volmacht af te geven dat zij de woning te [adres] op verzoek van uw cliënte zullen verlaten, welke volmacht tevens strekt tot de bevoegdheid aan uw cliënte om tot levering van het object aan een koper over te gaan;




Partijen wel van te voren in overleg treden omtrent het moment van het verlaten van de woning;




Uw cliënte – bij uitsluiting – een makelaar inschakelt die tot verkoop van het huis zal overgaan (client overlegt dan wel graag met uw cliënte);




De rentevergoeding wordt betaald door cliënten over de periode dat cliënten in het pand zitten (ik begrijp dan dat dit de rentevergoeding is over het lossingsbedrag en bijkomende kosten);




Geen beroep te zullen doen op huur, dan wel onderhuur c.a..”






3.3.
Op 24 oktober 2025 heeft de advocaat van [eiser] de advocaat van [gedaagden] aangeschreven om de volmachten door een notaris op te laten stellen. Uiteindelijk heeft [gedaagden] de verplichting op zich genomen om de volmacht op te (laten) stellen.



3.4.
De volmacht is niet opgemaakt.



3.5.

[gedaagden] hebben sinds oktober 2025 de betalingen van de hypotheek achterwege gelaten.






4Het geschil


4.1.

[eiser] vordert – na wijziging van eis ter zitting – bij voorziening uitvoerbaar bij voorraad:
1. [gedaagden] te veroordelen om binnen drie dagen na het betekenen van het vonnis aan [eiser] een onherroepelijke volmacht af te geven waarmee zij de woning gelegen aan de [adres] (gemeente Hardenberg) kan verkopen en leveren en de koopprijs voor deze woning door de notaris aan haar kan laten uitkeren, bij gebreke waarvan primair ex artikel 585 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) lijfsdwang wordt toegestaan jegens [gedaagden] gedurende de periode dat zij de verzochte volmacht niet wensen te geven tot maximaal een jaar nadat zij in gijzeling zijn genomen of subsidiair bij gebreke waarvan een dwangsom in goede justitie wordt vastgesteld;


Subsidiair, bij uitspraak de heer [eiser], bestuurder van [eiser], als dwangvertegenwoordiger aan te wijzen om de woning aan de [adres] (gemeente Hardenberg) namens [gedaagden] in de verkoop te zetten, een koopovereenkomst te sluiten en, minus eventuele kosten makelaar en notaris, te mogen leveren en de notaris te instrueren dat de voor deze levering te ontvangen koopprijs dient te worden betaald aan [eiser];

Meer subsidiair, te bepalen dat dit vonnis in de plaats kan treden voor de benodigde toestemming van partijen ten aanzien van het in de verkoop zetten van de woning, het sluiten van een koopovereenkomst en de levering van de woning gelegen aan de [adres] (gemeente Hardenberg) ingeval van een verkoop door [eiser] aan een derde, waarbij dit vonnis ook de instructie aan de notaris zal bevatten om de voor deze levering te ontvangen koopprijs te betalen aan [eiser];


2. Primair [gedaagden] te veroordelen om alle medewerking aan [eiser] of een door haar aangewezen makelaar en notaris te geven, waaronder nadrukkelijk begrepen het opvolgen van redelijke instructies, een en ander zoals opgesomd onder randnummer 12 van de dagvaarding, waarmee zij de woning gelegen aan de [adres] (gemeente Hardenberg) kan verkopen en vervolgens ook kan leveren, bij gebreke waarvan primair ex artikel 585 Rv lijfsdwang wordt toegestaan jegens [gedaagden] gedurende de periode dat zij de verzochte medewerking niet wensen te geven tot maximaal een jaar nadat zij in gijzeling zijn genomen of subsidiair bij gebreke waarvan [gedaagden] per onwillige gedaagde een dwangsom verbeuren van € 2.500,00 per dag, een ingegane dag te rekenen als een gehele dag, met een maximum van € 250.000,00, dan wel meer subsidiair een dwangsom door de voorzieningenrechter te bepalen;
3. [gedaagden] te veroordelen om voormelde woning aan de [adres] (gemeente Hardenberg) binnen twee weken na betekening van het vonnis met de hunnen en met het hunne te verlaten en te ontruimen en met afgifte der sleutels ter vrije beschikking van [eiser] te stellen;
4. [eiser] te machtigen om indien [gedaagden] met die ontruiming in gebreke mocht blijven, deze zelf op kosten van [gedaagden] te doen bewerkstelligen door een deurwaarder, zo nodig met behulp van de politie of de sterke arm;
5. [gedaagden] hoofdelijk, des de een betalend de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen in de proceskosten, waaronder begrepen de nakosten, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en voor – het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na) kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.



4.2.

[gedaagde 1] heeft ter zitting geen verweer gevoerd tegen de door [eiser] aangevoerde feiten en evenmin tegen de voorgenomen verkoop van de woning en de vorderingen van [eiser]. Hij wil aan de verkoop meewerken, maar hij wenst door de makelaar op de hoogte te worden gehouden welke personen de woning komen bezichtigen. Daarnaast voert [gedaagde 1] wel verweer tegen de gevorderde ontruimingstermijn van twee weken.



4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.





5De beoordeling



Spoedeisend belang




5.1.

[eiser] heeft naar oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat zijn vordering spoedeisend is, zodat de voorzieningenrechter toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van het geschil.



Vordering 1: afgeven volmacht





5.2.

[eiser] vordert om [gedaagden] te veroordelen tot het afgeven van een onherroepelijke volmacht om de woning te verkopen en leveren en de koopprijs voor deze woning door de notaris aan haar kan laten uitkeren.



5.3.

[gedaagde 1] heeft ter zitting erkend dat [eiser] op 29 maart 2010 een hypotheek heeft genomen op onder meer de woning van [gedaagden], dat [eiser] op 22 oktober 2025 de schuld van [gedaagden] heeft ingelost, dat [eiser] eerste hypotheekhouder is geworden en dat partijen de door [eiser] gestelde afspraken hebben gemaakt over de verkoop van de woning. Hieruit volgt dat [eiser] recht heeft om over te gaan tot verkoop van de woning en recht heeft om zich te verhalen op de opbrengst van de woning. De voorzieningenrechter zal [gedaagden] daarom veroordelen om binnen drie werkdagen na het betekenen van dit vonnis aan [eiser] een onherroepelijk volmacht af te geven waarmee zij de woning kan verkopen en leveren en de koopprijs voor deze woning door de notaris aan haar kan laten uitkeren.



Dwangmiddelen





5.4.

[eiser] vreest dat [gedaagden] niet zal meewerken aan het afgeven van de volmacht. Partijen hebben namelijk al een jaar geleden afspraken gemaakt over de verkoop van de woning, maar tot op heden zijn deze niet door [gedaagden] nagekomen. Om die reden heeft [eiser] diverse vorderingen ingesteld die haar reële executiemogelijkheden op grond van artikel 3:300 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moeten geven. Ter zitting heeft [eiser] de volgorde van haar vorderingen gewijzigd. De voorzieningenrechter zal de vorderingen naar die wijziging beoordelen.



5.5.

[eiser] vordert primair ex artikel 585 Rv dat lijfsdwang wordt toegestaan.



5.6.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat lijfsdwang een ultimum remedium is om de schuldenaar te dwingen zijn verplichtingen na te komen, dat kan worden toegewezen als aannemelijk is dat toepassing van alle andere dwangmiddelen onvoldoende uitkomst bieden (subsidiariteit) en dat het belang van de schuldeiser toepassing daarvan rechtvaardigt (proportionaliteit).



5.7.
De voorzieningenrechter ziet op dit moment onvoldoende aanknopingspunten om de gevorderde lijfsdwang toe te wijzen. Niet aannemelijk is geworden dat de gevorderde andere dwangmiddelen onvoldoende uitkomst bieden om de verkoop en levering van de woning te bewerkstelligen. De gevorderde lijfsdwang komt daarom niet voor toewijzing in aanmerking.



5.8.

[eiser] vordert subsidiair dat de heer [eiser] als dwangvertegenwoordiger wordt aangewezen om de woning namens [gedaagden] in de verkoop te zetten, een koopovereenkomst te sluiten en, minus eventuele kosten makelaar en notaris, te mogen leveren en de notaris te instrueren dat de voor deze levering te ontvangen koopprijs dient te worden betaald aan [eiser].



5.9.
De voorzieningenrechter zal de gevorderde dwangvertegenwoordiging toewijzen, nu [gedaagde 1] hiertegen geen bezwaren heeft aangevoerd. Het doel van de gevraagde veroordeling is om de woning te verkopen, te leveren en dat de koopprijs aan [eiser] wordt overgemaakt. De voorzieningenrechter acht dwangvertegenwoordiging onder de gegeven omstandigheden een geschikt middel om dit te bewerkstelligen. Dit geldt temeer nu [eiser] eenzelfde belang heeft als [gedaagden] bij een zo hoog mogelijke verkoopopbrengst van de woning.



5.10.
Aan de meer subsidiaire vordering komt de voorzieningenrechter niet toe, omdat het subsidiair gevorderde zal worden toegewezen.



Vordering 2: [gedaagden] moeten meewerken





5.11.

[eiser] vordert [gedaagden] te veroordelen om alle medewerking aan [eiser] of een door haar aangewezen makelaar en notaris te geven, waaronder nadrukkelijk begrepen het opvolgen van redelijk instructies, een en anders zoals opgesomd onder randnummer 12 van de dagvaarding, waarmee zij de woning kan verkopen en leveren, bij gebreke waarvan primair ex artikel 585 Rv lijfsdwang wordt toegestaan of subsidiair bij gebreke waarvan [gedaagden] per onwillige gedaagde een dwangsom verbeuren. Randnummer 12 van de dagvaarding luidt als volgt:



“Hierbij wordt nog opgemerkt dat onder medewerking (dan wel m.b.t. een vervangende machtiging, dan wel in het geval van een dwangvertegenwoordiger) aan het in de verkoop zetten van de woning, het sluiten van een koopovereenkomst en aan de levering volgend op een onderhandse verkoop in ieder geval het volgende wordt verstaan:





De woning wordt binnen een termijn van een week na betekening van het vonnis in de verkoop gezet bij een door [eiser] aan te wijzen NVM-makelaar en derhalve dient hiertoe binnen een termijn een overeenkomst van opdracht met de betreffende makelaar te worden gesloten;




De woning dient schoon en opgeruimd te zijn voor het maken van foto’s t.b.v. de verkoop en t.b.v. bezichtigingen;




Bezichtigingen dienen binnen 24 uur na aankondiging per e-mail plaats te kunnen vinden;




Bezichtigingen dienen ongestoord door een makelaar te kunnen worden uitgevoerd;




Alle redelijke instructies van de makelaar zullen door [gedaagden] worden opgevolgd;




Een koopovereenkomst te sluiten indien de geboden prijs van de woning tenminste € 630.000,- bedraagt;




In een koopovereenkomst geen voor [eiser] nadelige bepalingen op te nemen. In de koopovereenkomst dient in ieder geval te staan dat de koopprijs bij levering direct en ineens wordt voldaan. M.b.t. de koopprijs mogen er derhalve geen uitgestelde betalingen en/of andere financieringsconstructies worden overeengekomen;




Ten behoeve van de levering van de woning een notaris aan te zoeken en te instrueren die op korte termijn beschikbaar is voor de benodigde werkzaamheden.






5.12.
Nu [gedaagden] hiertegen geen verweer hebben gevoerd zal deze vordering worden toegewezen, behoudens de veroordeling om in een koopovereenkomst geen voor [eiser] nadelige bepalingen op te nemen. Deze formulering is te onvoldoende bepaald. Ook de veroordeling van [gedaagden] om ten behoeve van de levering van de woning een notaris aan te zoeken en te instrueren die op korte termijn beschikbaar is voor de benodigde werkzaamheden is niet toewijsbaar. [eiser] heeft immers ook verzocht om [gedaagden] te veroordelen om alle medewerking aan haar of een door haar aangewezen makelaar en notaris te geven. Deze vordering zal onder r.o. 6.2 worden toegewezen.



Dwangmiddelen





5.13.
De gevorderde lijfsdwang zal door de voorzieningenrechter ook hier worden afgewezen, omdat niet is gebleken dat een dwangsom voor [gedaagden] onvoldoende prikkel is om hun medewerking te verlenen zoals verzocht. Het belang van [eiser] rechtvaardigt daarom geen toepassing van lijfsdwang. Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter daarom de subsidiair gevorderde dwangsom toewijzen. Dat betekent dat [gedaagden] per onwillige gedaagde een dwangsom verbeuren van € 2.500,00 per dag of gedeelte daarvan als zij niet aan deze veroordeling voldoen, tot een maximum van € 100.000,00.



Ten overvloede





5.14.
Ter zitting heeft [gedaagde 1] nog aangegeven dat hij wenst door de makelaar op de hoogte te worden gehouden van de personen die komen bezichtigen en dat hij een aantal personen liever wenst uit te sluiten van bezichtiging. De voorzieningenrechter ziet echter onvoldoende aanleiding om de makelaar dergelijke restricties op te leggen, dat neemt niet weg dat [gedaagde 1] dit verzoek zelf kan doen aan de makelaar.



Vordering 3: ontruiming





5.15.

[eiser] vordert [gedaagden] te veroordelen tot ontruiming van de woning binnen twee weken na betekening van dit vonnis.



5.16.
Ter zitting heeft [gedaagde 1] verweer gevoerd tegen de ontruimingstermijn van twee weken. Verder heeft hij aangevoerd dat hij met ingang van 3 oktober 2026 beschikt over nieuwe woonruimte en in ieder geval tot deze datum de tijd wil om de woning te ontruimen. De voorzieningenrechter zal ontruiming daarom toewijzen binnen twee weken na betekening van dit vonnis, maar niet eerder dan 3 oktober 2026, omdat de belangen van [gedaagden] zwaarder wegen dan de belangen van [eiser] bij een eerdere overdracht van de woning.



Vordering 4: machtiging ontruiming





5.17.
De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf op kosten van gedaagde te doen uitvoeren door de deurwaarder, kan worden toegewezen. De vordering om dit met behulp van de sterke arm van justitie te doen, zal worden afgewezen, omdat dit ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is.



Vordering 5: de proceskosten





5.18.

[gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


127,35







- griffierecht


€


735,00







- salaris advocaat


€


760,00







- nakosten


€


189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.811,35











5.19.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.



5.20.
De veroordeling van de proceskosten wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.



Uitvoerbaarheid bij voorraad





5.21.

[eiser] heeft ook gevorderd dat dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Gelet op het belang van [eiser] dat de verkoop van de woning zo spoedig mogelijk zal plaatsvinden, zal de voorzieningenrechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren.





6De beslissing


De voorzieningenrechter



6.1.
veroordeelt [gedaagden] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] een onherroepelijke volmacht af te geven waarmee zij de woning gelegen aan de [adres] (gemeente Hardenberg) kan verkopen en leveren en de koopprijs voor deze woning door de notaris aan haar kan laten uitkeren, bij gebreke waarvan de heer [eiser], bestuurder van [eiser], als dwangvertegenwoordiger zal worden aangewezen om de woning gelegen aan de [adres] (gemeente Hardenberg) namens [eiser] in de verkoop te zetten, een koopovereenkomst te sluiten en, minus eventuele kosten makelaar en notaris, te mogen leveren en de notaris te instrueren dat de voor deze levering te ontvangen koopprijs dient te worden betaald aan [eiser],



6.2.
veroordeelt [gedaagden] om alle medewerking aan [eiser] of een door haar aangewezen makelaar en notaris te geven, waaronder nadrukkelijk begrepen het opvolgen van redelijk instructie – een en ander zoals opgesomd onder randnummer 12 van de dagvaarding met uitzondering van de bepalingen om i) in een koopovereenkomst geen voor [eiser] nadelige bepalingen op te nemen en ii) ten behoeve van de levering van de woning een notaris aan te zoeken en te instrueren, zoals is geoordeeld in r.o. 5.12 – waarmee zij de woning gelegen aan de [adres] (gemeente Hardenberg) kan verkopen en vervolgens ook kan leveren, bij gebreke waarvan [gedaagden] per onwillige gedaagde een dwangsom verbeuren van € 2.500,00 per dag, een ingegane dag te rekenen als een gehele dag, met een maximum van € 100.000,00,



6.3.
veroordeelt [gedaagden] om voormelde woning gelegen aan de [adres] (gemeente Hardenberg) met de hunnen en met het hunne te verlaten en te ontruimen binnen twee weken na betekening van dit vonnis, maar niet eerder dan 3 oktober 2026, met afgifte van de sleutels en die ter vrije beschikking van [eiser] te stellen,



6.4.
indien [gedaagden] in gebreke blijven om de woning te ontruimen: machtigt [eiser] om op kosten van [gedaagden] door inschakeling van de deurwaarder de tenuitvoerlegging van deze beslissing onder 6.3 te bewerkstelligen,



6.5.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, des de een betalend de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten van € 1.811,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,



6.6.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, des de een betalend de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



6.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



6.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026. (jjm)






Zie: artikel 585 jo. 587 Rv.