Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:5439
2026-08-18
Civiel recht
11842741 \ CV EXPL 25-1460
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Ambtshalve toetsing kostenbeding advocatendeclaratie. Het kostenbeding is voldoende transparant.
Citeert (5)
- ECLI:EU:C:2015:14
- ECLI:EU:C:2020:536
- ECLI:EU:C:2024:443
- ECLI:NL:HR:2021:1725 Hoge Raad 19-11-2021
- ECLI:EU:C:2023:14
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.693 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11842741 \ CV EXPL 25-1460
Vonnis van 18 augustus 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [vestigingsplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
gemachtigde: mr. A.G. Baan,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
1De zaak in het kort
1.1
De kantonrechter heeft [eiseres] in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de vraag op welke wijze de overeenkomst met [gedaagde] tot stand is gekomen, of zij heeft voldaan aan de op haar rustende essentiële (pre)contractuele informatieplichten. De kantonrechter heeft [eiseres] daarnaast in de gelegenheid gesteld om zich met stukken onderbouwd uit te laten over de vraag of zij aan [gedaagde] voor het sluiten van de overeenkomst die informatie heeft gegeven zodat [gedaagde] in staat is gesteld om de totale kosten in te schatten die voor hem uit deze overeenkomst voortvloeien.
1.2
[eiseres] heeft zich om haar moverende redenen niet uitgelaten over wat de kantonrechter bij tussenvonnis heeft overwogen.
1.3
De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een overeenkomst die binnen de verkoopruimte tot stand is gekomen en dat [eiseres] heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. De kantonrechter oordeelt verder dat [eiseres] voldoende gemotiveerd heeft gesteld en onderbouwd dat zij aan [gedaagde] voor het sluiten van de overeenkomst die informatie heeft gegeven zodat [gedaagde] in staat is gesteld om de totale kosten in te schatten die voor hem uit deze overeenkomst voortvloeien. De kantonrechter wijst de gevorderde hoofdsom vermeerderd met de wettelijke rente toe. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten wijst de kantonrechter af, vanwege een oneerlijk incassokostenbeding.
2De procedure
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 17 maart 2026 van de kantonrechter van deze rechtbank.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De verdere beoordeling
3.1
De kantonrechter heeft [eiseres] bij tussenvonnis van 17 maart 2026 in de gelegenheid gesteld om zich met stukken onderbouwd uit te laten over (i) de wijze waarop de overeenkomst met [gedaagde] tot stand is gekomen, (ii) dat [eiseres] heeft voldaan aan de op haar rustende essentiële (pre)contractuele informatieplichten, (iii) of partijen contact hebben gehad over de kosten en [eiseres] waar mogelijk een inschatting van de kosten heeft gegeven voor de werkzaamheden die noodzakelijk dan wel te verwachten zijn en, tot slot, (iv) om stukken te overleggen waaruit volgt dat dit is besproken en [gedaagde] dus in staat is gesteld om de totale kosten in te schatten die voor hem uit deze overeenkomst voortvloeien.
3.2
[eiseres] heeft zich om haar moverende redenen niet uitgelaten over wat de kantonrechter bij tussenvonnis heeft overwogen. Dit betekent dat [eiseres] niet heeft voldaan aan deze opdracht. De kantonrechter zal daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Rv de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
Ad. i en ii: de informatieplichten
3.3
De kantonrechter stelt op basis van de door [eiseres] overgelegde stukken – die [gedaagde] niet heeft weersproken – vast dat partijen de overeenkomst op afstand hebben gesloten. Uit de e-mail van [gedaagde] aan [eiseres] van 1 mei 2023 blijkt dat [gedaagde] de door [eiseres] per e-mail verstuurde opdrachtbevestiging (impliciet) op afstand heeft geaccordeerd. Dit betekent dat de kantonrechter ambtshalve moet onderzoeken of [eiseres] aan de informatieplichten uit onder meer artikel 6:230m BW heeft voldaan. De kantonrechter zal dat hierna in overweging 3.7 beoordelen.
Ad. iii en iv: het kostenbeding
3.4
[eiseres] heeft zich, hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet uitgelaten of [eiseres] regelmatig contact heeft gehad met [gedaagde] over de kosten en [eiseres] waar mogelijk een inschatting van de kosten heeft gegeven voor de werkzaamheden die nodig dan wel te verwachten zijn. [eiseres] heeft daarnaast geen stukken overgelegd waaruit volgt dat dit is besproken. [eiseres] heeft in de dagvaarding niet gesteld over de tarifering van de door haar te verrichten werkzaamheden. De kantonrechter leidt uit de opdrachtbevestiging af dat [eiseres] [gedaagde] heeft bijgestaan ter zake van zijn echtscheiding met zijn (ex-)partner en dat [eiseres] in dat kader al hetgeen doet dat zij in het belang van [gedaagde] nodig acht. Verder blijkt uit de opdrachtbevestiging dat het uurtarief € 205,00 (inclusief 21% btw, € 248,05 exclusief) voor de advocaat bedraagt en dat het uurtarief € 60,50 inclusief btw voor het secretariaat bedraagt. Niet gesteld of gebleken is dat deze kosten concreet waren toegesneden op de te verrichten dienstverlening, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat partijen niet afzonderlijk hebben onderhandeld over het kostenbeding. In de opdrachtbevestiging is verder bepaald dat [eiseres] haar werkzaamheden maandelijks bij [gedaagde] in rekening brengt. Uit de door [eiseres] overgelegde stukken blijkt dat zij aan [gedaagde] ook tussentijds heeft gefactureerd. Tot slot is bij de opdrachtbevestiging een kostenspecificaties voor griffierechten bijgevoegd.
3.5
De kantonrechter oordeelt – in tegenstelling tot wat eerder bij tussenvonnis is overwogen – dat het kostenbeding van de overeenkomst onder deze omstandigheden voldoende transparant is. Hoewel [eiseres] voor het sluiten van de overeenkomst geen kostenraming heeft gegeven maar partijen wel zijn overeengekomen om maandelijks te factureren en [eiseres] [gedaagde] heeft geïnformeerd over (de hoogte van) bijkomende kosten zoals griffierecht, is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] in staat is gesteld om de financiële gevolgen bij het aangaan van de overeenkomst in te schatten. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat in de e-mail van [gedaagde] aan [eiseres] van 1 mei 2023 staat dat hij meermaals akkoord heeft gegeven voor de opdrachtbevestiging en nadien ook een betaling heeft verricht.
3.6
De kantonrechter oordeelt dat het kostenbeding daarmee voldoende transparant is en zij zal het kostenbeding daarom niet ambtshalve toetsen op (on)eerlijkheid in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen.
De essentiële (pre)contractuele informatieplichten
3.7
Gelet op dat wat hiervoor is beslist, is de kantonrechter van oordeel dat uit de door [eiseres] overgelegde stukken – die [gedaagde] niet heeft weersproken – is gebleken dat zij aan de essentiële (pre)contractuele informatieplichten heeft voldaan.
De conclusie
3.8
Het voorgaande betekent dat de hoofdsom van € 3.068,45, die voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal worden toegewezen. De kantonrechter zal de gevorderde wettelijke rente eveneens toewijzen vanaf de vervaldata van de in de dagvaarding genoemde facturen tot aan de dag van betaling. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten wijst de kantonrechter af (overweging 4.10. van het tussenvonnis van 17 maart 2026).
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.9
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
122,21
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
253,00
(1 punt × € 253,00)
- nakosten
€
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.015,71
4De beslissing
De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 3.068,45, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf de vervaldata van de onderliggende facturen tot aan de dag van betaling;
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.015,71, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026.
!
!
!
Vgl. HvJ EU 15 januari 2015, ECLI:EU:C:2015:14, punt 31; HvJ EU 9 juli 2020, ECLI:EU:C:2020:536, punten 35 – 38; HvJ EU 30 mei 2024, ECLI:EU:C:2024:443, punt 45; HR 19 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1725, rov. 3.4.2.
HvJ EU 12 januari 2023, ECLI:EU:C:2023:14, punt 44.
Artikel 4 lid 2 Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11842741 \ CV EXPL 25-1460
Vonnis van 18 augustus 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [vestigingsplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
gemachtigde: mr. A.G. Baan,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
1De zaak in het kort
1.1
De kantonrechter heeft [eiseres] in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de vraag op welke wijze de overeenkomst met [gedaagde] tot stand is gekomen, of zij heeft voldaan aan de op haar rustende essentiële (pre)contractuele informatieplichten. De kantonrechter heeft [eiseres] daarnaast in de gelegenheid gesteld om zich met stukken onderbouwd uit te laten over de vraag of zij aan [gedaagde] voor het sluiten van de overeenkomst die informatie heeft gegeven zodat [gedaagde] in staat is gesteld om de totale kosten in te schatten die voor hem uit deze overeenkomst voortvloeien.
1.2
[eiseres] heeft zich om haar moverende redenen niet uitgelaten over wat de kantonrechter bij tussenvonnis heeft overwogen.
1.3
De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een overeenkomst die binnen de verkoopruimte tot stand is gekomen en dat [eiseres] heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. De kantonrechter oordeelt verder dat [eiseres] voldoende gemotiveerd heeft gesteld en onderbouwd dat zij aan [gedaagde] voor het sluiten van de overeenkomst die informatie heeft gegeven zodat [gedaagde] in staat is gesteld om de totale kosten in te schatten die voor hem uit deze overeenkomst voortvloeien. De kantonrechter wijst de gevorderde hoofdsom vermeerderd met de wettelijke rente toe. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten wijst de kantonrechter af, vanwege een oneerlijk incassokostenbeding.
2De procedure
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 17 maart 2026 van de kantonrechter van deze rechtbank.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De verdere beoordeling
3.1
De kantonrechter heeft [eiseres] bij tussenvonnis van 17 maart 2026 in de gelegenheid gesteld om zich met stukken onderbouwd uit te laten over (i) de wijze waarop de overeenkomst met [gedaagde] tot stand is gekomen, (ii) dat [eiseres] heeft voldaan aan de op haar rustende essentiële (pre)contractuele informatieplichten, (iii) of partijen contact hebben gehad over de kosten en [eiseres] waar mogelijk een inschatting van de kosten heeft gegeven voor de werkzaamheden die noodzakelijk dan wel te verwachten zijn en, tot slot, (iv) om stukken te overleggen waaruit volgt dat dit is besproken en [gedaagde] dus in staat is gesteld om de totale kosten in te schatten die voor hem uit deze overeenkomst voortvloeien.
3.2
[eiseres] heeft zich om haar moverende redenen niet uitgelaten over wat de kantonrechter bij tussenvonnis heeft overwogen. Dit betekent dat [eiseres] niet heeft voldaan aan deze opdracht. De kantonrechter zal daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Rv de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
Ad. i en ii: de informatieplichten
3.3
De kantonrechter stelt op basis van de door [eiseres] overgelegde stukken – die [gedaagde] niet heeft weersproken – vast dat partijen de overeenkomst op afstand hebben gesloten. Uit de e-mail van [gedaagde] aan [eiseres] van 1 mei 2023 blijkt dat [gedaagde] de door [eiseres] per e-mail verstuurde opdrachtbevestiging (impliciet) op afstand heeft geaccordeerd. Dit betekent dat de kantonrechter ambtshalve moet onderzoeken of [eiseres] aan de informatieplichten uit onder meer artikel 6:230m BW heeft voldaan. De kantonrechter zal dat hierna in overweging 3.7 beoordelen.
Ad. iii en iv: het kostenbeding
3.4
[eiseres] heeft zich, hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet uitgelaten of [eiseres] regelmatig contact heeft gehad met [gedaagde] over de kosten en [eiseres] waar mogelijk een inschatting van de kosten heeft gegeven voor de werkzaamheden die nodig dan wel te verwachten zijn. [eiseres] heeft daarnaast geen stukken overgelegd waaruit volgt dat dit is besproken. [eiseres] heeft in de dagvaarding niet gesteld over de tarifering van de door haar te verrichten werkzaamheden. De kantonrechter leidt uit de opdrachtbevestiging af dat [eiseres] [gedaagde] heeft bijgestaan ter zake van zijn echtscheiding met zijn (ex-)partner en dat [eiseres] in dat kader al hetgeen doet dat zij in het belang van [gedaagde] nodig acht. Verder blijkt uit de opdrachtbevestiging dat het uurtarief € 205,00 (inclusief 21% btw, € 248,05 exclusief) voor de advocaat bedraagt en dat het uurtarief € 60,50 inclusief btw voor het secretariaat bedraagt. Niet gesteld of gebleken is dat deze kosten concreet waren toegesneden op de te verrichten dienstverlening, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat partijen niet afzonderlijk hebben onderhandeld over het kostenbeding. In de opdrachtbevestiging is verder bepaald dat [eiseres] haar werkzaamheden maandelijks bij [gedaagde] in rekening brengt. Uit de door [eiseres] overgelegde stukken blijkt dat zij aan [gedaagde] ook tussentijds heeft gefactureerd. Tot slot is bij de opdrachtbevestiging een kostenspecificaties voor griffierechten bijgevoegd.
3.5
De kantonrechter oordeelt – in tegenstelling tot wat eerder bij tussenvonnis is overwogen – dat het kostenbeding van de overeenkomst onder deze omstandigheden voldoende transparant is. Hoewel [eiseres] voor het sluiten van de overeenkomst geen kostenraming heeft gegeven maar partijen wel zijn overeengekomen om maandelijks te factureren en [eiseres] [gedaagde] heeft geïnformeerd over (de hoogte van) bijkomende kosten zoals griffierecht, is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] in staat is gesteld om de financiële gevolgen bij het aangaan van de overeenkomst in te schatten. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat in de e-mail van [gedaagde] aan [eiseres] van 1 mei 2023 staat dat hij meermaals akkoord heeft gegeven voor de opdrachtbevestiging en nadien ook een betaling heeft verricht.
3.6
De kantonrechter oordeelt dat het kostenbeding daarmee voldoende transparant is en zij zal het kostenbeding daarom niet ambtshalve toetsen op (on)eerlijkheid in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen.
De essentiële (pre)contractuele informatieplichten
3.7
Gelet op dat wat hiervoor is beslist, is de kantonrechter van oordeel dat uit de door [eiseres] overgelegde stukken – die [gedaagde] niet heeft weersproken – is gebleken dat zij aan de essentiële (pre)contractuele informatieplichten heeft voldaan.
De conclusie
3.8
Het voorgaande betekent dat de hoofdsom van € 3.068,45, die voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal worden toegewezen. De kantonrechter zal de gevorderde wettelijke rente eveneens toewijzen vanaf de vervaldata van de in de dagvaarding genoemde facturen tot aan de dag van betaling. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten wijst de kantonrechter af (overweging 4.10. van het tussenvonnis van 17 maart 2026).
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.9
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
122,21
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
253,00
(1 punt × € 253,00)
- nakosten
€
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.015,71
4De beslissing
De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 3.068,45, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf de vervaldata van de onderliggende facturen tot aan de dag van betaling;
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.015,71, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026.
!
!
!
Vgl. HvJ EU 15 januari 2015, ECLI:EU:C:2015:14, punt 31; HvJ EU 9 juli 2020, ECLI:EU:C:2020:536, punten 35 – 38; HvJ EU 30 mei 2024, ECLI:EU:C:2024:443, punt 45; HR 19 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1725, rov. 3.4.2.
HvJ EU 12 januari 2023, ECLI:EU:C:2023:14, punt 44.
Artikel 4 lid 2 Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.