Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:5428

2026-09-07 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht ZWO 25/883
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-09-07
Publicatiedatum
2026-09-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ZWO 25/883
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Uitspraak 8:75a Awb. Toekenning proceskostenvergoeding voor kosten rechtsbijstand en kosten expertise.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.929 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL


Bestuursrecht


zaaknummer: ZWO 25/883


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen



[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster,
gemachtigde: mr. D. van der Wal,


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV),
gemachtigde: [gemachtigde].





Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten.

2. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft hiervan gebruik gemaakt met toezending van brieven van 13 maart 2026 en 24 april 2026.

3. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.



Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

5. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.



Tegemoetkoming



6. De rechtbank stelt vast dat het UWV tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoekster. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

7. Bij besluit van 1 februari 2024 heeft het UWV verzoekster meegedeeld dat haar WIA-uitkering met ingang van 12 januari 2025 stopt, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 28 januari 2025 heeft het UWV het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Verzoekster heeft beroep ingesteld. Het beroep is behandeld op de zitting van 3 december 2025. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst. Het UWV heeft op 30 januari 2026 een nieuw besluit genomen op het bezwaar van verzoekster. Het UWV heeft het bezwaar gegrond verklaard en besloten dat verzoekster vanaf 12 januari 2025 recht heeft op een WGA-loonaanvullingsuitkering op grond van de WIA. Haar mate van arbeidsongeschiktheid is daarbij vastgesteld op 57,54%.



Het verzoek om proceskostenvergoeding en de reactie van het UWV daarop



8. Verzoekster heeft het beroep bij brief van 26 februari 2026 ingetrokken met het verzoek het UWV te veroordelen tot vergoeding van het griffierecht, de kosten voor rechtsbijstand in beroep en de kosten van het expertiserapport van 12 mei 2025 door WPEX. Zij heeft een factuur van WPEX overgelegd.

9. In zijn brief van 13 maart 2026 heeft het UWV meegedeeld dat de factuur van WPEX niet is gespecificeerd en dat het UWV daardoor op basis van de voorhanden gegevens niet kan worden veroordeeld in de kosten van WPEX. De overige kosten van het beroep (twee maal € 934,--) komen wel voor vergoeding in aanmerking.

10. Op verzoek van de rechtbank heeft verzoekster alsnog een urenspecificatie van WPEX overgelegd. Hierin wordt het volgende vermeld:
- voorbereiding onderzoeken 5 uur x € 162,63 = € 813,15
- onderzoeken (directe tijd) en interpretatie testen 4,5 uur x € 162,63 = € 731,84
- opstellen concept rapportage 14 uur x € 162,63 = € 2.276,82
- inzage- en correctierecht 1 uur x € 163,63 = € 162,63
- administratiekosten € 64,20.

11. Het UWV heeft hierop gereageerd met de brief van 24 april 2026. Het UWV heeft gesteld dat de administratiekosten van € 64,20 niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de voorbereidende werkzaamheden heeft het UWV gesteld dat de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in rechtspraak eerder heeft overwogen dat uit de specificatie van WPEX niet kon worden afgeleid in hoeverre de werkzaamheden die de psychiater had verricht ten aanzien van 'voorbereiding onderzoek' (4,5 uur) verband hielden met de rapportage zelf. De CRvB achtte een vergoeding van de kosten voor twee uur voorbereidende werkzaamheden redelijk.



De proceskostenvergoeding



12. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend.

13. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand bedraagt in totaal € 1.868,-.

14. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verzoekster in redelijkheid de medisch adviseurs van WPEX ingeschakeld. Verzoekster heeft een urenspecificatie van WPEX overgelegd. Op deze urenspecificatie is een bedrag vermeld voor administratiekosten. Gelet op de vaste rechtspraak komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking. Ook het uur voor inzage- en correctierecht komt niet voor vergoeding in aanmerking, nu verzoekster geen gebruik heeft gemaakt van het inzage- en correctierecht. Voor de vijf uren die worden genoemd voor 'voorbereiding onderzoek' acht de rechtbank het redelijk om rekening te houden met twee uur aan voorbereidende werkzaamheden. De rechtbank merkt hierbij op dat uit het expertiserapport van WPEX blijkt dat het rapport is uitgebracht door een klinisch neuropsycholoog en een verzekeringsarts. De rechtbank acht het daarom redelijk om voor elk van hen rekening te houden met twee uur aan voorbereidende werkzaamheden, zodat in totaal rekening wordt gehouden met vier uur aan voorbereidende werkzaamheden. In totaal komen daarmee voor vergoeding in aanmerking 22,5 uur x € 162,63 = € 3.659,18 (excl. BTW). Vermeerderd met BTW bedraagt de vergoeding voor het expertiserapport van WPEX € 4.427,61.

15. Gelet op het vorenstaande, bedraagt de totale proceskostenvergoeding € 6.295,61.



Griffierecht



16. Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan verzoekster zich rechtstreeks tot het UWV wenden. Het UWV heeft in het nieuwe besluit reeds toegezegd het griffierecht te zullen vergoeden.



Beslissing


De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 6.295,61 aan proceskosten aan verzoekster.



Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. F. Koster, rechter, in aanwezigheid van W. Veldman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op












griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.


Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).



Zie de uitspraak van de CRvB van 1 december 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:3010.




Zie de eerder genoemde uitspraak van de CRvB.