Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:5272
2026-08-31
Bestuursrecht; Belastingrecht
ak_25_2222
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Naheffingsaanslag parkeerbelasting; betalingsproces parkeerautomaat niet voltooid; beroep ongegrond
Citeert (1)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9635 Rechtbank Den Haag 20-06-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.548 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2222
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de Reg. Belastingsamenwerking Deventer, Olst-Wijhe en Raalte.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 13 augustus 2025.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft op 19 juli 2025 aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 30 juli 2026 ter zitting behandeld. Belanghebbende heeft via een beeldverbinding aan de zitting deelgenomen. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] en [naam 2]. De rechtbank heeft aan het einde van de behandeling het onderzoek ter zitting gesloten.
1.5.
Belanghebbende heeft de rechtbank op 30 juli 2026 kort na de zitting via Mijn Rechtspraak een bericht gestuurd. De rechtbank heeft in de inhoud van dit bericht geen aanleiding gezien om het onderzoek ter zitting te heropenen.
Feiten
2. Op 19 juli 2025 om 13.03 uur stond de auto met kenteken [kenteken] geparkeerd aan de Twelloseweg te Deventer. Tijdens een controle op voornoemde datum en tijdstip is geconstateerd dat voor de auto geen geldig parkeerrecht bestond. Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag van € 79,80 opgelegd, bestaande uit € 1,- aan tariefkosten en € 78,80 aan kosten van de naheffing.
Beoordeling door de rechtbank
3. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan belanghebbende heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
5. Belanghebbende stelt dat de naheffingsaanslag onterecht is. Hij heeft te goeder trouw voor het parkeren betaald en heeft ter onderbouwing daarvan een bankafschrijving overgelegd, waaruit volgt dat op 19 juli 2025 om 11.54 uur door middel van contactloos betalen met Apple Pay een bedrag van € 1,- is afgeschreven. De dag erop is een bedrag van € 1,- op zijn bankrekening teruggestort.
Belanghebbende kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor niet-werkende (betalings)systemen bij de gemeente. Belanghebbende heeft niet om een transactiebewijs uit de automaat gevraagd, omdat hij zag dat andere auto’s dat ook niet achter de voorruit hadden liggen. Hij meende dat kennelijk met louter digitaal betalen onder het invoeren van kentekengegevens en betaalgegevens kon worden volstaan zonder een transactiebewijs te vragen. Hij heeft niet gewacht op het scherm met de mededeling dat de betaling was voltooid en dat hij een transactiebewijs kon krijgen. Inmiddels is het belanghebbende duidelijk geworden dat parkeerautomaten (bijvoorbeeld op zijn vakantieadres elders in het land) de waarschuwing bevatten om het betaalmiddel minimaal 8 seconden bij de automaat te houden. De onderhavige parkeerautomaat had die waarschuwing niet.
6. De heffingsambtenaar stelt de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd. Onderzoek heeft geleerd dat de door belanghebbende gestarte transactie onvolledig is geweest. Op pagina 2 van het verweerschrift is een overzicht opgenomen waaruit volgt dat op 19 juli 2025 om 11.54 uur de status “onvolledig” was en de bankstatus “ingetrokken”. Dit kan onder meer komen doordat de pinpas of het digitale betaalmiddel te vroeg wordt weggenomen bij de lezer voor contactloos betalen. Op het moment dat iemand bezig is met het verrichten van een betaling bij de parkeerautomaat wordt een opdracht gestuurd naar de bank. De bank maakt dan een reservering op de betaalrekening. Wanneer de bank constateert dat de betaling niet kan plaatsvinden om welke reden dan ook, wordt de transactie afgebroken bij de parkeerautomaat en vervalt de reservering op de rekening van de parkeerder. Er vindt op dat moment dus geen betaling plaats. Op het moment dat de transactie wordt afgebroken wordt dit weergegeven op het scherm van de parkeerautomaat. De heffingsambtenaar heeft voorbeelden van deze melding (“Betaling mislukt” en “Transactie geannuleerd”) in het verweerschrift opgenomen. Het feit dat belanghebbende deze melding heeft gemist, komt voor zijn risico. Verder heeft belanghebbende ook geen transactiebewijs van de parkeerautomaat overgelegd waaruit de betaling blijkt. De heffingsambtenaar heeft gewezen op een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 juni 2024. In die uitspraak is geoordeeld dat een mislukte transactie, waarbij er ook geen ander betaalbewijs zoals een transactiebewijs is, voor rekening en risico van de parkeerder blijft.
Namens de heffingsambtenaar is aan het vorenstaande ter zitting toegevoegd dat pas een transactiebewijs kan worden geprint op het moment dat de transactie is gelukt. Verder hebben banken en betaaldiensten geen eenduidige werkwijze voor wat betreft het vermelden van “reservering” of “afschrijving” in de bankapp. Als iemand een bankpas te snel weghaalt, zal er wel sprake zijn van een reservering, maar is het proces in de parkeerautomaat nog niet afgerond. Pas op het moment dat de parkeerautomaat de mogelijkheid van het printen van een papieren bewijs geeft, is de transactie definitief. Belanghebbende heeft de betalingsactiviteit niet voltooid, mogelijk door het te snel verwijderen van zijn pinpas of digitale betaalmiddel met Apple Pay.
7. De rechtbank overweegt als volgt.
8. In artikel 20, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is bepaald dat, als belasting die op aangifte moet worden betaald geheel of gedeeltelijk niet is betaald, de te weinig betaalde belasting kan worden nageheven.
Op grond van artikel 231, eerste lid, van de Gemeentewet geldt dit ook voor gemeentelijke belastingen, zoals in dit geval parkeerbelasting.
9. Ook indien ervan moet worden uitgegaan dat belanghebbende de intentie had om de parkeerbelasting te voldoen en dat niet sprake is geweest van opzettelijk niet betalen daarvan, is parkeerbelasting een objectieve belasting. Dit betekent dat bij de beoordeling of een naheffingsaanslag terecht is opgelegd geen rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van een belastingplichtige. Opzet of schuld zijn daarom bij de niet-voldoening van parkeerbelasting geen vereiste voor de bevoegdheid om een naheffingsaanslag op te leggen. Het enkele feit dat geen of te weinig parkeerbelasting is betaald is voldoende om tot oplegging van een naheffingsaanslag parkeerbelasting over te gaan.
10. Belanghebbende heeft een print van een bankafschrijving overgelegd, met de volgende informatie:
TMC*P-DEVENTER-81 -€ 1,00 AF
Omschrijving: DEVENTER, 7400GC, NLD, 11:54. Pas:
[pasgegevens] Terminal:
[omschrijving]. Appr Cd: […] Apple Pay
Via: Betalen contactloos
Rentedatum: 19 juli 2025
Verwerkingsdatum: 19 juli 2025, 11:55
Transactiereferentie: [nummer]
De naheffingsaanslag parkeerbelasting is op 19 juli 2025 om 13.03 uur opgelegd.
Belanghebbende heeft verklaard dat op 20 juli 2025 een bedrag van € 1,- weer op zijn bankrekening is bijgeschreven, maar heeft daarvan geen print overgelegd.
11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar met het door hem aangevoerde voldoende aannemelijk gemaakt dat belanghebbende uiteindelijk de verschuldigde parkeerbelasting niet heeft voldaan. In het verweerschrift is een overzicht opgenomen, waaruit volgt dat bij parkeerautomaat 81 om 19 juli 2025 om 11.54 uur – zijnde het tijdstip dat ook op de door belanghebbende overgelegde bankafschrijving is vermeld - een banktransactie is mislukt. Bij de status van de transactie staat “Onvolledig” en bij de bankstatus staat “Ingetrokken”. Dat de transactie uiteindelijk niet is voltooid, volgt ook uit het standpunt van belanghebbende dat de dag erop een bedrag van € 1,- weer op zijn bankrekening is bijgeschreven.
Het had op de weg van belanghebbende gelegen om de gehele transactie op het scherm van de parkeerautomaat te volgen en aan het einde van het proces bij het voltooien van de transactie een transactiebewijs te printen. Indien aan het einde van het proces op het scherm van de parkeerautomaat de melding “Betaling mislukt” of “Transactie geannuleerd” te zien zou zijn, dan had belanghebbende het proces opnieuw moeten doorlopen.
De omstandigheid dat belanghebbende geen transactiebewijs heeft laten printen omdat hij naar zijn zeggen bij andere auto’s ook geen transactiebewijs achter de voorruit zag liggen, dient voor zijn rekening en risico te blijven.
12. Nu belanghebbende de verschuldigde parkeerbelasting niet heeft voldaan, heeft de heffingsambtenaar deze kunnen naheffen. De naheffingsaanslag parkeerbelasting is dan ook terecht aan belanghebbende opgelegd.
Conclusie en gevolgen
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom zijn griffierecht niet terug en krijgt ook geen vergoeding van de proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van
H. Blekkenhorst, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.
ECLI:NL:RBDHA:2024:9635.
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2222
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de Reg. Belastingsamenwerking Deventer, Olst-Wijhe en Raalte.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 13 augustus 2025.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft op 19 juli 2025 aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 30 juli 2026 ter zitting behandeld. Belanghebbende heeft via een beeldverbinding aan de zitting deelgenomen. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] en [naam 2]. De rechtbank heeft aan het einde van de behandeling het onderzoek ter zitting gesloten.
1.5.
Belanghebbende heeft de rechtbank op 30 juli 2026 kort na de zitting via Mijn Rechtspraak een bericht gestuurd. De rechtbank heeft in de inhoud van dit bericht geen aanleiding gezien om het onderzoek ter zitting te heropenen.
Feiten
2. Op 19 juli 2025 om 13.03 uur stond de auto met kenteken [kenteken] geparkeerd aan de Twelloseweg te Deventer. Tijdens een controle op voornoemde datum en tijdstip is geconstateerd dat voor de auto geen geldig parkeerrecht bestond. Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag van € 79,80 opgelegd, bestaande uit € 1,- aan tariefkosten en € 78,80 aan kosten van de naheffing.
Beoordeling door de rechtbank
3. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan belanghebbende heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
5. Belanghebbende stelt dat de naheffingsaanslag onterecht is. Hij heeft te goeder trouw voor het parkeren betaald en heeft ter onderbouwing daarvan een bankafschrijving overgelegd, waaruit volgt dat op 19 juli 2025 om 11.54 uur door middel van contactloos betalen met Apple Pay een bedrag van € 1,- is afgeschreven. De dag erop is een bedrag van € 1,- op zijn bankrekening teruggestort.
Belanghebbende kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor niet-werkende (betalings)systemen bij de gemeente. Belanghebbende heeft niet om een transactiebewijs uit de automaat gevraagd, omdat hij zag dat andere auto’s dat ook niet achter de voorruit hadden liggen. Hij meende dat kennelijk met louter digitaal betalen onder het invoeren van kentekengegevens en betaalgegevens kon worden volstaan zonder een transactiebewijs te vragen. Hij heeft niet gewacht op het scherm met de mededeling dat de betaling was voltooid en dat hij een transactiebewijs kon krijgen. Inmiddels is het belanghebbende duidelijk geworden dat parkeerautomaten (bijvoorbeeld op zijn vakantieadres elders in het land) de waarschuwing bevatten om het betaalmiddel minimaal 8 seconden bij de automaat te houden. De onderhavige parkeerautomaat had die waarschuwing niet.
6. De heffingsambtenaar stelt de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd. Onderzoek heeft geleerd dat de door belanghebbende gestarte transactie onvolledig is geweest. Op pagina 2 van het verweerschrift is een overzicht opgenomen waaruit volgt dat op 19 juli 2025 om 11.54 uur de status “onvolledig” was en de bankstatus “ingetrokken”. Dit kan onder meer komen doordat de pinpas of het digitale betaalmiddel te vroeg wordt weggenomen bij de lezer voor contactloos betalen. Op het moment dat iemand bezig is met het verrichten van een betaling bij de parkeerautomaat wordt een opdracht gestuurd naar de bank. De bank maakt dan een reservering op de betaalrekening. Wanneer de bank constateert dat de betaling niet kan plaatsvinden om welke reden dan ook, wordt de transactie afgebroken bij de parkeerautomaat en vervalt de reservering op de rekening van de parkeerder. Er vindt op dat moment dus geen betaling plaats. Op het moment dat de transactie wordt afgebroken wordt dit weergegeven op het scherm van de parkeerautomaat. De heffingsambtenaar heeft voorbeelden van deze melding (“Betaling mislukt” en “Transactie geannuleerd”) in het verweerschrift opgenomen. Het feit dat belanghebbende deze melding heeft gemist, komt voor zijn risico. Verder heeft belanghebbende ook geen transactiebewijs van de parkeerautomaat overgelegd waaruit de betaling blijkt. De heffingsambtenaar heeft gewezen op een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 juni 2024. In die uitspraak is geoordeeld dat een mislukte transactie, waarbij er ook geen ander betaalbewijs zoals een transactiebewijs is, voor rekening en risico van de parkeerder blijft.
Namens de heffingsambtenaar is aan het vorenstaande ter zitting toegevoegd dat pas een transactiebewijs kan worden geprint op het moment dat de transactie is gelukt. Verder hebben banken en betaaldiensten geen eenduidige werkwijze voor wat betreft het vermelden van “reservering” of “afschrijving” in de bankapp. Als iemand een bankpas te snel weghaalt, zal er wel sprake zijn van een reservering, maar is het proces in de parkeerautomaat nog niet afgerond. Pas op het moment dat de parkeerautomaat de mogelijkheid van het printen van een papieren bewijs geeft, is de transactie definitief. Belanghebbende heeft de betalingsactiviteit niet voltooid, mogelijk door het te snel verwijderen van zijn pinpas of digitale betaalmiddel met Apple Pay.
7. De rechtbank overweegt als volgt.
8. In artikel 20, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is bepaald dat, als belasting die op aangifte moet worden betaald geheel of gedeeltelijk niet is betaald, de te weinig betaalde belasting kan worden nageheven.
Op grond van artikel 231, eerste lid, van de Gemeentewet geldt dit ook voor gemeentelijke belastingen, zoals in dit geval parkeerbelasting.
9. Ook indien ervan moet worden uitgegaan dat belanghebbende de intentie had om de parkeerbelasting te voldoen en dat niet sprake is geweest van opzettelijk niet betalen daarvan, is parkeerbelasting een objectieve belasting. Dit betekent dat bij de beoordeling of een naheffingsaanslag terecht is opgelegd geen rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van een belastingplichtige. Opzet of schuld zijn daarom bij de niet-voldoening van parkeerbelasting geen vereiste voor de bevoegdheid om een naheffingsaanslag op te leggen. Het enkele feit dat geen of te weinig parkeerbelasting is betaald is voldoende om tot oplegging van een naheffingsaanslag parkeerbelasting over te gaan.
10. Belanghebbende heeft een print van een bankafschrijving overgelegd, met de volgende informatie:
TMC*P-DEVENTER-81 -€ 1,00 AF
Omschrijving: DEVENTER, 7400GC, NLD, 11:54. Pas:
[pasgegevens] Terminal:
[omschrijving]. Appr Cd: […] Apple Pay
Via: Betalen contactloos
Rentedatum: 19 juli 2025
Verwerkingsdatum: 19 juli 2025, 11:55
Transactiereferentie: [nummer]
De naheffingsaanslag parkeerbelasting is op 19 juli 2025 om 13.03 uur opgelegd.
Belanghebbende heeft verklaard dat op 20 juli 2025 een bedrag van € 1,- weer op zijn bankrekening is bijgeschreven, maar heeft daarvan geen print overgelegd.
11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar met het door hem aangevoerde voldoende aannemelijk gemaakt dat belanghebbende uiteindelijk de verschuldigde parkeerbelasting niet heeft voldaan. In het verweerschrift is een overzicht opgenomen, waaruit volgt dat bij parkeerautomaat 81 om 19 juli 2025 om 11.54 uur – zijnde het tijdstip dat ook op de door belanghebbende overgelegde bankafschrijving is vermeld - een banktransactie is mislukt. Bij de status van de transactie staat “Onvolledig” en bij de bankstatus staat “Ingetrokken”. Dat de transactie uiteindelijk niet is voltooid, volgt ook uit het standpunt van belanghebbende dat de dag erop een bedrag van € 1,- weer op zijn bankrekening is bijgeschreven.
Het had op de weg van belanghebbende gelegen om de gehele transactie op het scherm van de parkeerautomaat te volgen en aan het einde van het proces bij het voltooien van de transactie een transactiebewijs te printen. Indien aan het einde van het proces op het scherm van de parkeerautomaat de melding “Betaling mislukt” of “Transactie geannuleerd” te zien zou zijn, dan had belanghebbende het proces opnieuw moeten doorlopen.
De omstandigheid dat belanghebbende geen transactiebewijs heeft laten printen omdat hij naar zijn zeggen bij andere auto’s ook geen transactiebewijs achter de voorruit zag liggen, dient voor zijn rekening en risico te blijven.
12. Nu belanghebbende de verschuldigde parkeerbelasting niet heeft voldaan, heeft de heffingsambtenaar deze kunnen naheffen. De naheffingsaanslag parkeerbelasting is dan ook terecht aan belanghebbende opgelegd.
Conclusie en gevolgen
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom zijn griffierecht niet terug en krijgt ook geen vergoeding van de proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van
H. Blekkenhorst, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.
ECLI:NL:RBDHA:2024:9635.