Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:5263

2026-08-28 Civiel recht C/08/349303 / KG ZA 26-155
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-08-28
Publicatiedatum
2026-08-31
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/08/349303 / KG ZA 26-155
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

afgifte kentekenkaart en tenaamstellingscode

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.227 tekens)
RECHTBANK Overijssel


Civiel recht



Zittingsplaats Zwolle



Zaaknummer: C/08/349303 / KG ZA 26-155




Vonnis in kort geding van 28 augustus 2026




in de zaak van




DE LAGE LANDEN VENDORLEASE B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende in Eindhoven,
eisende partij,
hierna te noemen: De Lage Landen,
advocaten: mrs. P. Jansen en S. Corten,



tegen





1 [gedaagde 1] ,

wonende in [woonplaats 1] ,2. [gedaagde 2],
wonende in [woonplaats 2] ,3. [gedaagde 3],
wonende in [woonplaats 3] ,4. de maatschap [gedaagde 4],
gevestigd en kantoorhoudende in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna te noemen: [gedaagde 1] , de ouders van [gedaagde 1] , de maatschap [vestigingsplaats] en gezamenlijk [gedaagden] ,
niet verschenen.






1De procedure

1.1.
Op 24 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling in deze zaak plaatsgevonden, waar de griffier aantekeningen heeft gemaakt van wat er is besproken. [gedaagden] zijn niet verschenen. Nu de voorgeschreven formaliteiten en termijnen voor de oproeping van deze gedaagden in acht zijn genomen, heeft de voorzieningenrechter tegen hen verstek verleend.



1.2.
De Lage Landen heeft voorafgaand aan de zitting een akte houdende eiswijziging en overlegging productie ingediend. Deze akte met eiswijziging en productie is niet overeenkomstig artikel 130, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bij exploot kenbaar gemaakt aan [gedaagden] Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft De Lage Landen medegedeeld haar eiswijziging in te trekken.



1.3.
Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.






2De beoordeling

2.1.

[gedaagde 1] heeft De Lage Landen verzocht om een balenpers in lease te verstrekken aan de maatschap [gedaagde 4] . Dit leasecontract is door De Lage Landen ontbonden. De in 2023 aan [gedaagden] afgeleverde balenpers is begin 2024 door De Lage Landen opgehaald. De Lage Landen heeft echter de kentekencard en de tenaamstellingscode van de balenpers niet ontvangen. Haar pogingen om alsnog van [gedaagden] de kentekencard en de tenaamstellingscode te verkrijgen zijn vruchteloos gebleven.



2.2.
De Lage Landen vordert daarom dat de voorzieningenrechter:
1. [gedaagden] hoofdelijk zal veroordelen om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis:


de kentekencard en de volledige tenaamstellingscode behorende bij de balenpers aan De Lage Landen af te geven, en voor zover afgifte daarvan niet mogelijk is:


alle noodzakelijke medewerking te verlenen aan het verkrijgen van een vervangende kentekencard en/of vervangende tenaamstellingscode van de balenpers, waaronder begrepen het verstrekken van alle daarvoor benodigde verklaringen, gegevens en handelingen;


op straffe van een dwangsom wanneer zij in gebreke blijven aan deze veroordeling te voldoen;
2. zal bepalen dat, voor zover niet tijdig uitvoering wordt gegeven aan het onder 1. (a. of b.) bepaalde, dit vonnis op grond van artikel 3:300 BW in de plaats treedt van de benodigde medewerking aan het verkrijgen van een vervangende kentekencard en/of een vervangende tenaamstellingscode van de balenpers, dan wel dat De Lage Landen op grond van artikel 3:299 BW gemachtigd wordt om de benodigde handelingen uit te voeren ten koste van [gedaagden] ;
3. met hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten, de nakosten en de wettelijke rente daarover.



2.3.
Ter zitting heeft De Lage Landen ook de vorderingen jegens de ouders van [gedaagde 1] en de maatschap [gedaagde 4] ingetrokken. Zij heeft enkel de vorderingen jegens [gedaagde 1] gehandhaafd. De voorzieningenrechter zal de vorderingen ten aanzien van de ouders van [gedaagde 1] en de maatschap [gedaagde 4] dan ook verder buiten beschouwing laten.



2.4.
De vorderingen jegens [gedaagde 1] komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden afgewezen, omdat De Lage Landen bij gebreke van medewerking van [gedaagde 1] dit vonnis in de plaats kan stellen van de medewerking van [gedaagde 1] en zij eveneens gemachtigd wordt om de benodigde handelingen ten koste van [gedaagde 1] uit te voeren.



2.5.


[gedaagde 1] wordt in deze procedure in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van De Lage Landen betalen. Deze worden begroot op:
kosten dagvaarding € 155,17
griffierecht € 735,00
salaris gemachtigde € 760,00
nakosten € 189,00 (plus de kosten van betekening van dit vonnis)
totaal € 1.839,17




2.6.
De wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling.






3De beslissing
De voorzieningenrechter


3.1.
veroordeelt [gedaagde 1] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis:


de kentekencard en de volledige tenaamstellingscode behorende bij de balenpers aan De Lage Landen af te geven, en voor zover afgifte daarvan niet mogelijk is:


alle noodzakelijke medewerking te verlenen aan het verkrijgen van een vervangende kentekencard en/of vervangende tenaamstellingscode van de balenpers, waaronder begrepen het verstrekken van alle daarvoor benodigde verklaringen, gegevens en handelingen;





3.2.
voor zover niet tijdig uitvoering wordt gegeven aan het onder 1. (a. of b.) bepaalde, bepaalt de voorzieningenrechter dat dit vonnis op grond van artikel 3:300 BW in de plaats treedt van de benodigde medewerking aan het verkrijgen van een vervangende kentekencard en/of een vervangende tenaamstellingscode van de balenpers, dan wel dat De Lage Landen op grond van artikel 3:299 BW gemachtigd wordt om de benodigde handelingen uit te voeren ten koste van [gedaagde 1] ;



3.3.
veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten van De Lage Landen, begroot op € 1.839,17, in geval van betekening van dit vonnis te vermeerderen met € 98,00 en de kosten van betekening van dit vonnis, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;



3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. de Beaufort en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026.(SB)