Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:5101

2026-08-07 Civiel recht 12231316 \ EJ VERZ 26-150
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-08-07
Publicatiedatum
2026-08-20
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12231316 \ EJ VERZ 26-150
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek voorlopig getuigenverhoor

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.500 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Enschede



Zaaknummer / rekestnummer: 12231316 \ EJ VERZ 26-150




Beschikking van 7 augustus 2026




in de zaak van





1
[verzoeker 1],

te [woonplaats 1],2. [verzoeker 2],
te [woonplaats 2],
verzoekende partijen,
hierna samen te noemen: [verzoeker 1] en [verzoeker 2],
gemachtigde: [gemachtigde],



tegen





[verweerder]
,
te [woonplaats 3],
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder],
gemachtigde: mr. R.W. Hoevers.






1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties,
- het verweerschrift met producties,
- de akte overlegging productie en nadere toelichting verzoek van [verzoeker 1] en [verzoeker 2],
- de mondelinge behandeling van 30 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnotitie van [verzoeker 1] en [verzoeker 2].



1.2
De beschikking is bepaald op vandaag.





2De feiten


2.1

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] hadden een relatie. Zij hebben samen twee kinderen. [verzoeker 2] heeft een hond, genaamd [naam 2]. In 2021 is het huishouden uitgebreid met kater [naam 1].



2.2
In 2022 zijn [verzoeker 1] en [verzoeker 2] uit elkaar gegaan. De kater is bij [verzoeker 1] gebleven.



2.3

[verzoeker 1] en [verweerder] waren vriendinnen.



2.4
Op 30 september 2023 heeft [verweerder] de kater bij [verzoeker 1] opgehaald. Sindsdien verblijft de kater bij haar.



2.5

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] hebben in een kortgedingprocedure afgifte van de kater gevorderd. Bij vonnis van 12 februari 2026 heeft de kantonrechter van de rechtbank Overijssel de vordering afgewezen.





3Het verzoek en het verweer


3.1

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] verzoeken de kantonrechter om een getuigenverhoor te bevelen.



3.2
Aan het verzoek hebben [verzoeker 1] en [verzoeker 2] het volgende ten grondslag gelegd. Volgens [verzoeker 1] en [verzoeker 2] is de kater hun gezamenlijk eigendom en is de kater slechts tijdelijk bij [verweerder] ondergebracht. Zij willen de kater terug. Zij willen een voorlopig getuigenverhoor om hun bewijspositie nader in kaart te brengen en hun kansen in een bodemprocedure te kunnen inschatten. [verzoeker 1] en [verzoeker 2] willen zichzelf en [verweerder] laten horen als getuigen. Daarmee willen zij bewijzen dat:


partijen op 30 september 2023 een tijdelijke opvangregeling zijn overeengekomen,



[verzoeker 2] mede-eigenaar van de kater is en dat dit bekend was bij [verweerder],


er geen verklaringen en/of gedragingen zijn geweest waaruit blijkt dat [verzoeker 1] en [verzoeker 2] samen afstand hebben gedaan van het eigendomsrecht op de kater.




[verzoeker 1] en [verzoeker 2] willen [verweerder] onder andere horen over:


het tijdelijke karakter van de Marktplaatsadvertentie over de kater die [verzoeker 1] in juli 2022 heeft geplaatst,


de aanleiding en het verloop van de vermeende “radiostilte” van 2,5 jaar, waarin [verzoeker 1] en [verzoeker 2] volgens [verweerder] geen pogingen zouden hebben gedaan om in contact te komen over de kater,


welke titel volgens [verweerder] aan de vermeende eigendomsoverdracht ten grondslag ligt,


waarom [verweerder] naar [verzoeker 1] heeft gestuurd: “Maar we zijn nu een jaar verder dus is het toch niet zo gek dat ik dan ook wel enige insteek heb in keuzes?”


de gang van zaken en achtergrond van de vergoeding van € 200,00 die [verzoeker 1] en [verzoeker 2] aan (de vriend van) [verweerder] schonken,


waarom [verweerder] noodzaak zag om overleg te voeren met [verzoeker 1] (en [verzoeker 2]) over het castreren van de kater en om af te stemmen bij welke dierenarts de kater werd ondergebracht,


dat de kater speciaal voer zou krijgen en of de kater met gezondheidsproblemen kampt.





3.3

[verweerder] verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. Volgens haar is onvoldoende concreet gemaakt welke feiten [verzoeker 1] en [verzoeker 2] willen bewijzen. Ook voert zij aan dat [verzoeker 1] en [verzoeker 2] geen rechtens relevant belang hebben bij het verzochte getuigenverhoor. De feiten waarop het verzoek ziet, zijn namelijk al voldoende gedocumenteerd en/of juridisch niet relevant voor de vordering. Daarnaast is niet toegelicht waarom de getuigen uit eigen wetenschap over de gestelde feiten kunnen verklaren. Volgens [verweerder] is het verzoek in strijd met de goede procesorde, omdat het tot onnodige belasting van partijen en van de rechtspraak leidt en omdat het disproportionele kosten veroorzaakt. Bovendien hebben [verzoeker 1] en [verzoeker 2] de proceskosten van het kort geding ook nog niet aan haar vergoed. Ten slotte voert [verweerder] aan dat [verzoeker 1] en [verzoeker 2] misbruik maken van hun bevoegdheid. Hun verzoek is namelijk niet gericht op waarheidsvinding, maar is bedoeld om druk op haar uit te oefenen, haar op kosten te jagen, vertrouwelijke informatie te verkrijgen en naar informatie te vissen (oftewel een fishing expedition). Voor zover het verzoek niet wordt afgewezen, verzoekt [verweerder] om het aantal getuigen te beperken en de te bewijzen feiten af te bakenen.





4De beoordeling



Het verzoek voldoet aan de formele eisen




4.1
Een voorlopig getuigenverhoor heeft als doel de verzoeker in staat te stellen duidelijkheid te verkrijgen over bepaalde feiten waarvan hij in een eventuele procedure de bewijslast zal hebben. Daarnaast biedt het de verzoeker de mogelijkheid zijn proceskansen beter te kunnen inschatten.



4.2
Het verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor moet op grond van artikel 197 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) inhouden:
a. een kernachtige omschrijving van het geschil of de gebeurtenis waarop het verzoek betrekking heeft en de gronden van het verzoek,
b. de aard en het beloop van de vordering,
c. de naam en woonplaats van de wederpartij of de redenen waarom de wederpartij onbekend is.
Verder moet het verzoekschrift vermelden de namen en woonplaatsen van de personen die de verzoekende partij als getuigen wil horen.



4.3

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] hebben aan de formele eisen van het verzoekschrift voldaan. Het verzoek moet daarom worden toegewezen tenzij de kantonrechter van oordeel is dat:
- de informatie die wordt verlangd, niet voldoende is bepaald,
- er onvoldoende belang bij het voorlopig getuigenverhoor bestaat,
- het verzoek in strijd is met de goede procesorde,
- er sprake is van misbruik van bevoegdheid of,
- er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen het voorlopig getuigenverhoor.



De informatie is voldoende bepaald





4.4
De verzoeker hoeft in het verzoekschrift nog niet nauwkeurig aan te geven over welke feiten hij getuigen wil laten horen. Wel moet voldoende duidelijk zijn op welk feitelijk gebeuren het verhoor betrekking zal hebben (zie ECLI:NL:HR:1993:ZC0878).



4.5

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] hebben voldoende duidelijk gemaakt wat zij met het getuigenverhoor willen bewijzen en over welke gebeurtenissen en gesprekken zij zichzelf en [verweerder] willen laten horen. De verlangde informatie is dus voldoende bepaald.




[verzoeker 1] en [verzoeker 2] hebben voldoende belang bij hun verzoek





4.6

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] hebben voldoende belang bij hun verzoek. De door hen verlangde informatie is namelijk relevant voor het geschil tussen partijen over wie nu de eigenaar van de kater is. Het gaat om feiten waarvan [verzoeker 1] en [verzoeker 2] in een eventuele procedure de bewijslast zullen hebben. Aangezien het om gebeurtenissen en gesprekken gaat waar partijen betrokken bij waren, kunnen zij hier uit eigen waarneming over verklaren. De gemachtigde van [verweerder] heeft aangevoerd dat de vragen die [verzoeker 1] en [verzoeker 2] willen stellen al in de kortgedingprocedure aan bod zijn gekomen. Niet alle vragen zijn echter op de mondelinge behandeling in het kort geding aan bod gekomen. Zo is [verweerder] nog niet gevraagd een verklaring te geven over de gebeurtenissen en gesprekken op 30 september 2023. De gemachtigde van [verweerder] heeft op de mondelinge behandeling aangevoerd dat [verzoeker 1] en [verzoeker 2] schriftelijk vragen aan [verweerder] hadden kunnen stellen, maar hij heeft ook verklaard dat [verweerder] geen vragen wil beantwoorden. [verzoeker 1] en [verzoeker 2] hebben daarom voldoende belang bij hun verzoek om haar als getuige te laten horen.



Geen andere afwijzingsgronden aanwezig





4.7
De kantonrechter ziet geen aanleiding om te oordelen dat het verzoek van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] in strijd is met de goede procesorde, dat sprake is van misbruik van bevoegdheid of dat andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen het voorlopig getuigenverhoor. Daarvan is geen sprake door het enkele feit dat de proceskosten van de kortgedingprocedure nog niet door [verzoeker 1] en [verzoeker 2] aan [verweerder] zijn betaald. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.



Voorwaarden voor het voorlopig getuigenverhoor





4.8
De kantonrechter ziet geen aanleiding om het aantal getuigen te beperken of de te bewijzen feiten af te bakenen. [verweerder] heeft ook niet toegelicht welke getuigen dan niet gehoord zouden moeten worden. De kantonrechter benadrukt daarbij wel dat het getuigenverhoor is bedoeld om duidelijkheid te verkrijgen over feiten (en dus niet de juridische duiding daarvan) waarvan [verzoeker 1] en [verzoeker 2] in een eventuele bodemprocedure de bewijslast zullen hebben.



Oproepen getuigen en afgifte beschikking





4.9
Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld ten minste 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen moeten ten minste tien dagen voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank worden opgegeven.



4.10
De kantonrechter wijst [verzoeker 1] en [verzoeker 2] erop dat de kantonrechter voor het verhoor in beginsel maximaal 60 minuten in totaal per getuige zal reserveren. Als [verzoeker 1] en [verzoeker 2] van mening zijn dat meer tijd noodzakelijk is, moeten zij dit – binnen 14 dagen na dagtekening van deze beschikking – gemotiveerd aan de kantonrechter verzoeken.



4.11
Omdat de wederpartij bekend is, zal de kantonrechter onder de beslissing de dag bepalen waarop [verzoeker 1] en [verzoeker 2] uiterlijk een afschrift van deze beschikking per aangetekende brief of exploot aan [verweerder] moeten laten toekomen.





5De beslissing


De kantonrechter



5.1
beveelt een voorlopig getuigenverhoor,



5.2
het getuigenverhoor zal worden gehouden voor mr. drs. A.M. van Diggele als rechter-commissaris,



5.3
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden in het gerechtsgebouw te Enschede, Molenstraat 23,



5.4
bepaalt dat [verzoeker 1] en [verzoeker 2] binnen twee weken na de datum van deze beschikking schriftelijk aan de kantonrechter - ter attentie van de griffie van het team Kanton en Handel - de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden september tot en met december 2026 moeten opgeven waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,



5.5
bepaalt dat [verzoeker 1] en [verzoeker 2] uiterlijk op 21 augustus 2026 een afschrift van deze beschikking bij aangetekende brief of exploot moeten laten toekomen aan [verweerder],



5.6
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



5.7
wijst het meer of anders verzochte af.









Deze beschikking is gegeven door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026.