Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:5042

2026-07-22 Civiel recht C/08/327409 / HA RK 25-8
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-07-22
Publicatiedatum
2026-08-18
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
C/08/327409 / HA RK 25-8
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De gemeente Deventer heeft de rechtbank verzocht om een oordeel te geven over de prijs van bepaalde percelen grond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (28.141 tekens)
RECHTBANK Overijssel


Civiel recht



Zittingsplaats Zwolle



Zaaknummer: C /08/327409 / HA RK 25-8




Beschikking van 22 juli 2026




in de zaak van





1DE GEMEENTE DEVENTER,

te Deventer,2. HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE DEVENTER,
te Deventer,
verzoekers,
hierna samen te noemen: de gemeente (Deventer),
advocaten: mr. B.F.J. Bollen en mr. E. Beele,



tegen





[verweerder] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
verweerder,
hierna te noemen: [verweerder] ,
advocaten: mrs. J. Hagelaars en P.J. Berndes,
na het faillissement is als curator van [verweerder] aangesteld mr. H.M. Eijking.






1De zaak in het kort


1.1
De gemeente Deventer heeft een voorkeursrecht gevestigd op percelen grond in Deventer. Vier van deze percelen zijn in eigendom bij [verweerder] . Eén perceel is eigendom van de gemeente en belast met een recht van erfpacht ten gunste van [verweerder] . De gemeente Deventer heeft de rechtbank verzocht om een oordeel te geven over de prijs van de percelen. De rechtbank stelt die prijs in deze eindbeschikking vast op € 1.190.090,-. De kosten van de procedure worden vastgesteld op € 68.125,61 aan kosten van de deskundigen. De gemeente Deventer wordt veroordeeld tot betaling van deze kosten.





2De procedure


2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de tussenbeschikking van 20 juni 2025, waarin een descente is bepaald en deskundigen zijn benoemd om advies uit te brengen over de prijs, met de daarin genoemde processtukken;
- de aanvulling op de eerder overgelegde productie 14 van mr. Bollen van 28 augustus 2025;
- het mailbericht van mr. Hagelaars van 5 september 2025 met bijlage;
- de descente en mondelinge toelichting van 8 september 2025, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. De spreekaantekeningen van mr. Beele en mr. Van Hoogmoed en de nota voor deskundigen inclusief bijlagen van mrs. Hagelaars en Berndes zijn aan het proces-verbaal gehecht;
- de brief van mr. Hagelaars van 1 oktober 2025 met 4 bijlagen;
- de akte na mondelinge behandeling met 3 producties van mr. Beele van 1 oktober 2025;
- de oproep van 9 oktober 2026 van de rechtbank aan partijen en de deskundigen voor een mondelinge behandeling op 20 april 2026;
- het concept-deskundigen bericht met 9 bijlagen van 12 november 2025;
- de e-mail van mr. Hagelaars van 16 december 2025 waarin wordt aangegeven dat die dag het faillissement van [verweerder] is uitgesproken;
- de akte naar aanleiding van het concept-deskundigenbericht van mr. Beele van 17 december 2025;
- de mailwisseling tussen partijen, de deskundigen en de rechtbank over het faillissement van [verweerder] en de gevolgen daarvan voor deze procedure;
- het rapport van deskundigen van 3 april 2026;
- de mailwisseling tussen de gemeente Deventer, de curator, deskundigen en de rechtbank over de op 20 april jl. geplande mondelinge behandeling;
- de kostenopgave van de deskundigen en de reactie van de gemeente Deventer hierop.



2.2
Ten slotte is een datum voor deze eindbeschikking bepaald.





3De verdere beoordeling



Inleiding




3.1
De gemeente Deventer heeft een voorkeursrecht gevestigd op vijf percelen grond in Deventer, samen groot 3.966 m². De percelen zijn kadastraal bekend als Gemeente Deventer, sectie [sectie] , nummers [perceel 1] , [perceel 2] , [perceel 3] , [perceel 4] en [perceel 5] (hierna ook: de percelen). Vier van deze percelen zijn in eigendom bij [verweerder] . Eén perceel ( [perceel 5] ) is eigendom van de gemeente Deventer en belast met een recht van erfpacht ten gunste van [verweerder] . De percelen zijn gelegen binnen het plangebied [locatie 1] in Deventer, dat deel uitmaakt van het [locatie 2] .



3.2
De gemeente Deventer is door [verweerder] uitgenodigd om in onderhandeling te treden over vervreemding van de percelen. Omdat partijen geen overeenstemming hebben bereikt, heeft de gemeente Deventer de rechtbank verzocht een oordeel over de prijs te geven. De rechtbank heeft in haar tussenbeschikking van 20 juni 2025 drie deskundigen benoemd om advies uit te brengen over de prijs van de percelen. Dat advies is nu gereed. Met instemming van betrokkenen is van de geplande mondelinge behandeling afgezien. De deskundigen zijn in de gelegenheid gesteld om hun kosten op te geven. Vervolgens is eindbeschikking bepaald.



3.3
De rechtbank zal in deze eindbeschikking de prijs van de percelen en de kosten van de procedure vaststellen. Voordat zij dat doet, zal kort worden ingegaan op het faillissement van [verweerder] .



Faillissement [verweerder]





3.4
Op 16 december 2025 heeft mr. Hagelaars laten weten dat die dag het faillissement van [verweerder] is uitgesproken. De deskundigen hebben hun werkzaamheden hierna tijdelijk stilgelegd.



3.5
Als curator van [verweerder] is mr. H.M. Eijking (hierna: de curator) aangesteld. De curator en de gemeente Deventer zijn in de gelegenheid gesteld om een standpunt in te nemen over het vervolg van de procedure.



3.6
De gemeente Deventer heeft de rechtbank verzocht om de procedure voort te zetten. Volgens de gemeente kan het verzoek tot prijsvaststelling niet worden aangemerkt als een vordering in de zin van de artikelen 26 e.v. Faillissementswet (Fw), zodat deze bepalingen niet aan voortzetting van de procedure in de weg staan.



3.7
De curator heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 28 Fw van toepassing is. Hij heeft aangegeven dat hij, als de gemeente Deventer de rechtbank zou hebben verzocht om schorsing van de procedure en de curator in het geding heeft opgeroepen, de procedure niet over zal nemen. Als er nog geen verzoek tot schorsing is gedaan, wil de curator graag een aanhouding van maximaal zes maanden.



3.8
Partijen hebben vervolgens over en weer op elkaars standpunten gereageerd.



3.9
De rechtbank is van oordeel dat het op de voet van artikel 9.16 Omgevingswet (Ow) ingediende verzoek tot prijsvaststelling niet strekt tot het instellen van vorderingen die “voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel hebben”, zodat de artikelen 28 en/of 29 Fw niet van toepassing zijn. Reeds daarom is schorsing van de procedure niet aan de orde. De rechtbank ziet dan ook geen beletsel om over te gaan tot de door de gemeente Deventer verzochte prijsvaststelling. De gemeente heeft daarbij ook belang, nu zij door vaststelling van de prijs haar voorkeursrecht effectief kan uitoefenen. De rechtbank heeft de deskundigen daarom verzocht om hun werkzaamheden voort te zetten.



Gerechtelijke vaststelling van de prijs





3.10
De rechtbank zal de prijs van de percelen vaststellen op € 1.190.090,-. Dat is in lijn met het deskundigenrapport. De rechtbank heeft hiertoe het volgende overwogen, waarbij de te behandelen onderwerpen volgens de volgende inhoudsopgave zullen worden besproken:


I. De standpunten van partijen;
II. De conclusies uit het (concept)deskundigenrapport;
III. De reacties van partijen op het conceptdeskundigenrapport en het antwoord van de deskundigen daarop;
IV. De motivering van de rechtbank;
V. De kosten van de procedure.




I. De standpunten van partijen





3.11
De gemeente Deventer heeft [verweerder] € 1.000.000,00 aangeboden voor de percelen. De gemeente Deventer heeft een taxatierapport van mr. S.G. van Hoogmoed (hierna: Van Hoogmoed) van Hoogstate Taxateurs o/z en Rentmeesters B.V. ingebracht. Van Hoogmoed taxeert de percelen op € 942.000,00. Dit bedrag is gevonden door uit te gaan van een herontwikkeling van het [locatie 1] conform de uitgangspunten die de gemeente in een mail van 20 december 2024 heeft beschreven. De herontwikkelwaarde is volgens Van Hoogmoed hoger dan de waarde op basis van huidig gebruik, welke laatste waarde wordt getaxeerd op € 683.000,00. In verband met de erfpacht heeft Van Hoogmoed op de ontwikkelwaarde van de percelen gezamenlijk een correctie toegepast. Van Hoogmoed heeft gerekend op basis van het uitgangspunt dat het gehele [locatie 1] als één complex beschouwd moet worden. Hij heeft rekening gehouden met € 5.000.000,00 saneringskosten. Geen rekening is gehouden met de sloop van de bedrijfsopstallen met zadeldak op perceel Deventer [sectie] [perceel 4] . In het taxatierapport wordt verder geen melding gemaakt van het kettingbeding en de erfpachtvoorwaarde inhoudende dat ander gebruik dan het gebruik als industrieterrein niet is toegestaan.



3.12


[verweerder] vindt het door de gemeente Deventer aangeboden bedrag te laag. Zij beroept zich op een rapport van [naam] (hierna: [naam] ) van Van Ameyde Taxateurs & Rentmeesters. [naam] taxeert de percelen op € 2.900.000,00. Volgens [naam] ontlenen de percelen hun hoogste waarde aan herontwikkeling, meer concreet woningbouw. De percelen waren volgens [verweerder] ten behoeve van deze ontwikkeling al verkocht voor € 2.600.000,00 exclusief nabetalingsclausule, maar de levering kon niet doorgaan omdat de gemeente vlak voor inschrijving van de koopovereenkomst een voorkeursrecht vestigde. [naam] rekent op basis van het uitgangspunt dat de percelen als zelfstandig complex ontwikkeld worden. [naam] is uitgegaan van het door de gemeente Deventer opgestelde ontwikkelingsplan “ [locatie 2] 2010”. [naam] houdt geen rekening met saneringskosten. [naam] heeft de ontwikkelwaarde van het in erfpacht gehouden perceel in mindering gebracht op de totale ontwikkelwaarde van de percelen zonder erfpacht. De ontwikkelwaarde is naar rato aan de verschillende percelen toegekend. De resterende ontwikkelwaarde is vervolgens vermeerderd met de waarde van het recht van erfpacht, welke door [naam] op € 450.000,00 wordt gesteld.

[verweerder] wijst ten aanzien van het kettingbeding op een akte van 1 maart 2024 waarbij een perceel werd overgedragen. Daarvoor gold eenzelfde kettingbeding als in onderhavig geval. De gemeente Deventer heeft desondanks meegewerkt aan realisatie van woningbouw. Volgens [verweerder] zal een redelijk handelend koper ervan uitgaan dat de gemeente hem niet anders zal behandelen.

[naam] taxeert de gebruikswaarde globaal op € 1.700.000,00.




3.13


[verweerder] geeft in haar nota voor deskundigen aan dat het grote verschil in de taxaties van [naam] en Van Hoogmoed is gelegen in een drietal omstandigheden. De eerste is dat Van Hoogmoed uitgaat van handhaving van bestaande hallen op de percelen. Volgens [verweerder] is dit onterecht. De economisch meest voor de hand liggende aanwending is sloop. Twee loodsen die op perceel [perceel 2] stonden zijn inmiddels ook gesloopt en Van Hoogmoed heeft daar geen rekening mee gehouden.
De tweede omstandigheid is dat Van Hoogmoed uitgaat van herontwikkeling van het gehele [locatie 1] , in plaats van een zelfstandige ontwikkeling van de percelen. Volgens [verweerder] is de door haar voorgestane zelfstandige ontwikkeling heel realistisch. Zij wijst er daarbij op dat de ontwikkeling van het [locatie 2] tot nu toe organisch plaatsvindt. Het staat niet vast dat de gemeente bij de herontwikkeling van de percelen een sturende rol zal spelen, aldus [verweerder] .
De derde omstandigheid is dat Van Hoogmoed hoge saneringskosten en dure uitkoop van andere bedrijven mee heeft genomen. De percelen zijn zelf niet verontreinigd. Een redelijk handelend koper zal er bovendien niet van uitgaan dat de percelen uitsluitend als één complex ontwikkeld kunnen worden. Hier hoeft dan ook geen rekening mee gehouden te worden, aldus nog steeds [verweerder] .




3.14

De gemeente Deventer benadrukt – zowel tijdens de mondelinge toelichting als in haar akte daarna – dat zij wenst te komen tot een integrale ontwikkeling met een functionele samenhang van het gehele [locatie 1] . Het voorkeursrecht is op het gehele gebied gevestigd om dit te kunnen waarborgen. Zelfstandige ontwikkeling van de percelen tot appartementencomplex, zoals [verweerder] voorstaat, acht de gemeente niet wenselijk. Aan een daartoe strekkende procedure zal zij naar eigen zeggen geen medewerking verlenen. De gemeente geeft aan dat de uitgangspunten die Van Hoogmoed in zijn taxatie hanteert, de huidige gedachtenvorming binnen de gemeente weerspiegelen, zoals deze met het college zijn afgestemd.
Daarnaast voert de gemeente Deventer aan dat er op verspreide plaatsen in het gebied sprake is van ernstige verontreiniging met effecten op niet alleen de te ontwikkelen locaties zelf, maar ook op de openbare ruimte. De kosten van sanering worden op circa vijf miljoen euro geschat. Het [locatie 1] wordt of in zijn geheel ontwikkeld, of niet. De kosten voor sanering dienen daarom over het gebied te worden uitgesmeerd, aldus de gemeente.
Verder betwist de gemeente Deventer dat een aantal referenties die [naam] voor de onderbouwing van zijn taxatie heeft genoemd als valide kunnen worden beschouwd.
Ten aanzien van het kettingbeding en de erfpachtbepaling geeft de gemeente aan dat hier een waardedrukkend effect van uitgaat.




II. De conclusies uit het concept-deskundigenrapport





3.15
De deskundigen hebben de schadeloosstelling in hun conceptrapport begroot op € 1.220.000,00. Zij hebben dit als volgt gemotiveerd.



3.16
Op perceel Deventer [sectie] [perceel 2] is een bedrijfsopstal [adres] aanwezig. Deze opstal bestond tot voor kort uit twee delen met een breed zadeldak en daarnaast een gedeelte met een plat dak. De beide gedeelten met het zadeldak zijn in 2025 gesloopt.



3.17
Aan de eliminatieregel uit artikel 15.23 Ow dient geen betekenis te worden toegekend. In dit geval is namelijk geen sprake van een overheidswerk.



3.18
Voor de ontwikkelwaarde is de voorgenomen ontwikkeling in hoge mate bepalend. Daarover is in dit geval nog weinig bekend. Er is nog geen omgevingsvisie of omgevingsplan vastgelegd. De ontwikkelwaarde dient daardoor gebaseerd te worden op voornemens en uitlatingen van de gemeente Deventer. De gemeente heeft grote invloed op de omvang van de ontwikkelwaarde door ten aanzien van de ontwikkeling bepaalde verwachtingen te scheppen of juist weg te nemen.



3.19

[verweerder] is als erfpachter niet bevoegd het door haar in erfpacht gehouden perceel te herontwikkelen. Daartoe heeft zij toestemming van de gemeente nodig en die toestemming hoeft de gemeente niet te geven. De deskundigen menen daarom dat [verweerder] wat betreft het in erfpacht gehouden perceel geen aanspraak kan maken op de ontwikkelwaarde.



3.20
Voor de percelen Deventer [sectie] [perceel 2] en [perceel 3] geldt een kettingbeding dat inhoudt dat de percelen zijn bestemd en bestemd moeten blijven als industrieterrein. Deze percelen kan [verweerder] dus niet zonder toestemming van de gemeente ontwikkelen voor woningbouw. De veronderstelling van [verweerder] dat een redelijk handelend koper zal aannemen dat de gemeente Deventer die toestemming zal verlenen ligt voor de hand, nu de gemeente de ontwikkeling zelf voorstaat. Onduidelijk is of en welke voorwaarden de gemeente Deventer aan haar toestemming zal verbinden. De ervaring is dat dit niet als ernstige belemmering wordt ervaren bij gebiedsontwikkelingen. De gemeente Deventer lijkt ook in dit geval niet zwaar aan het verbod te tillen. De deskundigen menen daarom dat een redelijk handelend koper aan het kettingbeding geen significante betekenis zal toekennen.



3.21

Volgens de deskundigen dient bij het bepalen van de prijs van de complexwaarde uit te worden gegaan. De deskundigen wijzen erop dat het voorkeursrecht is gevestigd op het hele [locatie 1] . Het [locatie 1] kent een duidelijke begrenzing. Er is daardoor sprake van geografische samenhang.
Volgens de deskundigen is er ook functionele samenhang. De gemeente Deventer heeft namelijk steeds de wens uitgesproken dat het hele [locatie 2] wordt getransformeerd in een levendige stadswijk voor wonen, werken en cultuur. In het besluit tot vestiging van het voorkeursrecht is opgenomen dat aan de gronden op het [locatie 1] de functies “Wonen, werken en maatschappelijke doeleinden met de bijbehorende voorzieningen” wordt toegedacht.
De deskundigen geven verder aan dat ook financiële samenhang kan worden aangenomen. Eerst stond de gemeente Deventer een vraaggestuurde verandering voor. In 2024 wordt een kentering in het denken van de gemeente Deventer zichtbaar. De gemeente wil meer regie pakken. De deskundigen zijn het met [verweerder] eens dat dat niet hoeft te betekenen dat de gemeente Deventer op het [locatie 1] actieve grondpolitiek gaat bedrijven, maar volgens de deskundigen is dat ook niet nodig om te kunnen spreken van een complex dat als één geheel in exploitatie wordt gebracht. Delen van een complex kunnen ook door verschillende grondeigenaren en/of ontwikkelaars in exploitatie worden gebracht. De gemeente heeft ook belang bij het tot exploitatie brengen van het totale gebied, omdat daarmee wordt voorkomen dat alleen de meer lucratieve gedeelten van het plan worden gerealiseerd en de gemeente achterblijft met de meer kostbare onderdelen, aldus de deskundigen.




3.22
De deskundigen geven aan dat zij niet in staat zijn om de juistheid van de door de gemeente Deventer begrote saneringskosten ad € 5.000,000,00 te controleren. Een redelijk handelend koper zou daartoe ook niet in staat zijn geweest. Verontreiniging is een bijzondere negatieve eigenschap die aan de verontreinigde percelen dient te worden toegerekend. Het egalisatiebeginsel strekt er niet toe om waardeverschillen die zich tussen verschillende percelen voordoen om andere redenen dan de daaraan gegeven bestemmingen, geheel te elimineren. Aan een onteigend stuk grond dat deel uitmaakt van een complex kan dan ook een andere waarde worden toegekend dan de complexwaarde, indien de verontreiniging van die grond de waarde daarvan zodanig beïnvloedt dat bij een veronderstelde verkoop ervan in het vrije commerciële verkeer een lagere prijs tot stand zou komen dan de complexwaarde. De deskundigen wijzen hierbij op een uitspraak van de Hoge Raad van 24 juni 2015, ECLI:NL:HR:2016:1273. De saneringskosten zullen volgens de deskundigen gedeeltelijk worden goedgemaakt doordat aan de verontreinigde grond een lagere waarde dan de complexwaarde wordt toegekend. Een redelijk handelend koper zal daarom rekenen op basis van de aanname dat een gedeelte van de door de gemeente genoemde saneringskosten in de omslag van alle lasten over alle tot het complex behorende percelen zal worden betrokken. De deskundigen stellen dit gedeelte daarom op € 2.500.000,00.



3.23
De deskundigen stellen de ontwikkelwaarde van de percelen gelet op het hiervoor besprokene in hun conceptrapport op € 1.220.000,00. Zij hebben daarbij de residuele benadering gevolgd.



3.24
De gebruikswaarde van de percelen wordt door de deskundigen gesteld op € 800.000,00. Die waarde is getaxeerd op basis van zowel vergelijking met andere transacties, als huurwaardekapitalisatie.



III. De reacties van partijen op het conceptdeskundigenrapport en het antwoord van de deskundigen daarop





3.25
Hoewel [verweerder] daartoe door de deskundigen in de gelegenheid is gesteld, heeft zij geen reactie gegeven op het conceptdeskundigenrapport. Niet via haar voormalige gemachtigde en ook niet via de curator.



3.26

In reactie op het concept-deskundigenrapport heeft de gemeente Deventer het volgende naar voren gebracht.
De gemeente is het er niet mee eens dat de deskundigen de saneringskosten van in het projectgebied aanwezige verontreiniging slechts voor de helft ten laste hebben gebracht van de complexwaarde. Volgens de gemeente is een groot deel van de verontreiniging gelegen in openbaar gebied. Het beperkt zich niet tot een of meer afgebakende kadastrale percelen. In zoverre wijkt de feitelijke situatie dan ook af van de situatie als genoemd in het door de deskundigen aangehaalde arrest. Als verontreiniging te zeer op de ontwikkelwaarde van een of meer specifieke percelen drukt, ligt verwerving op basis van het bestaande gebruik voor de hand, aldus de gemeente.




3.27
Verder heeft de gemeente Deventer aangevoerd dat de btw in de opbrengsten van de sociale koopwoningen met een aftoppingsgrens van € 250.000,00 ten onrechte niet is verrekend.



3.28
In reactie op de opmerkingen van de gemeente Deventer hebben de deskundigen met betrekking tot de verontreiniging het volgende aangegeven. De gemeente merkt terecht op dat, voor zover het gaat om percelen met thans een openbare functie, de saneringskosten niet ten laste van de eigenaren van die percelen gebracht kunnen worden. Hetzelfde geldt voor de percelen waarvan de hoogste waarde de gebruikswaarde is en aangenomen zou moeten worden dat de verontreiniging voor die gebruikswaarde geen of weinig betekenis heeft, omdat een redelijk handelend koper en verkoper met die verontreiniging geen rekening zouden houden. De deskundigen menen dat zij met deze beperkingen in voldoende mate rekening hebben gehouden door te veronderstellen dat “slechts” 50% van de saneringskosten ten laste van de eigenaren van de verontreinigde percelen kan worden gebracht. Het gaat, bij gebrek aan nadere gegevens, om een globale inschatting.



3.29
Ten aanzien van de btw hebben de deskundigen aangegeven dat zij het eens zijn met de gemeente Deventer. De berekening is aangepast. De totale ontwikkelwaarde komt daarmee in het definitieve rapport op € 1.190.090,00.



IV. De motivering van de rechtbank





3.30
De rechtbank oordeelt over de prijs met overeenkomstige toepassing van de artikelen 15.21 tot en met 15.25 Ow (artikel 16.122 tweede lid Ow). Het gaat dus om de werkelijke waarde van het eigendom/de erfpacht van de percelen, zoals bedoeld in artikel 15.22 lid 1 Ow. Bijkomende schade speelt geen rol.



3.31
Bij het bepalen van de werkelijke waarde wordt in beginsel uitgegaan van de prijs die tot stand zou zijn gekomen bij een veronderstelde vrije koop in het economische verkeer tussen de eigenaar ( [verweerder] ) als redelijk handelende verkoper en de koper (de gemeente Deventer) als redelijk handelende koper (artikel 15.22 lid 2 Ow).



3.32
De deskundigen hebben hun rapport opgesteld met inachtneming van de hiervoor beschreven uitgangspunten. Naar het oordeel van de rechtbank is het rapport van de deskundigen zorgvuldig tot stand gekomen en is het deugdelijk, concludent en overtuigend gemotiveerd. De rechtbank stelt vast dat de deskundigen de door partijen gemaakte opmerkingen in hun beoordeling hebben betrokken. De deskundigen hebben hun conclusies toereikend toegelicht. De rechtbank ziet dan ook geen reden om hiervan af te wijken. De prijs van de percelen zal daarom worden vastgesteld op € 1.190.090,00.



V. De kosten van de procedure





3.33
Over de kosten van de procedure oordeelt de rechtbank als volgt. Op grond van het bepaalde in artikel 16.123 lid 4 Ow komen de kosten van de gerechtelijke procedure, het deskundigenadvies en de redelijkerwijs door de vervreemder voor rechtsbijstand en andere deskundige bijstand gemaakte kosten in beginsel ten laste van de verzoeker (de gemeente Deventer).



3.34
De deskundigen hebben de volgende kosten opgegeven:











Deskundige




Bedrag




Factuurkenmerk




Rekeningnummer





Bas ten Kate
(Nysingh)


€ 26.345,89



[factuurnummer 1]




[rekeningnummer 1]





Arjan Jalving (Aequalitas)


€ 9.898,65



[factuurnummer 2]




[rekeningnummer 2]





Arjan Jalving (Aequalitas)


€ 2.130,27



[factuurnummer 3]




[rekeningnummer 2]





Harmen Bijsterbosch (De Lorijn)


€ 29.750,80


Gemeente Deventer – [verweerder]



[rekeningnummer 3]









Totaal € 68.125,61














3.35.
De gemeente Deventer heeft laten weten geen bezwaar te hebben tegen de door de deskundigen bij de rechtbank ingediende kostenbegroting. De rechtbank zal de deskundigenkosten daarom op dit bedrag vaststellen. De gemeente Deventer zal worden veroordeeld tot betaling hiervan.



3.36.

[verweerder] heeft geen kosten opgegeven, zodat toewijzing daarvan niet aan de orde is.





4De beslissing


De rechtbank:



4.1
bepaalt de prijs van de percelen kadastraal bekend Gemeente Deventer, sectie [sectie] , nummers [perceel 1] , [perceel 2] , [perceel 3] , [perceel 4] en [perceel 5] op € 1.190.090,00;



4.2
veroordeelt de gemeente Deventer tot betaling van de kosten van de door de rechtbank benoemde deskundigen, bedragende in totaal € 68.125,61 inclusief btw;




4.3
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door mrs. R.F. van Aalst, J.N. Bartels en H. Bottenberg-van Ommeren en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.