Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:5007
2026-08-14
Bestuursrecht
26/874
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wlz. Gegrond beroep. Besluit onzorgvuldig tot stand gekomen en onvoldoende gemotiveerd. Het CIZ heeft zonder goede motivering afgezien van de adviezen van het Zorginstituut Nederland.
Citeert (3)
- ECLI:NL:CRVB:2021:1481 Centrale Raad van Beroep 16-06-2021
- ECLI:NL:CRVB:2025:1822 Centrale Raad van Beroep 10-12-2025
- ECLI:NL:CRVB:2023:2251 Centrale Raad van Beroep 29-11-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (20.721 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 26/874
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], (hierna: eiseres),
gemachtigde: mr. R. Kaya,
en
Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ),
gemachtigde: mr. L. Bruins.
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de afgewezen aanvraag van eiseres om in aanmerking te komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiseres is het daar niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd. Het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Inleiding
1. Eiseres, geboren op [geboortedatum] 1987, is onder meer bekend met darmklachten, depressie, posttraumatische stressstoornis en een borderline persoonlijkheidsstoornis.
1.1
In 2022 is voor het eerst een aanvraag voor Wlz-zorg ingediend. Deze aanvraag werd afgewezen, omdat volgens het CIZ niet vastgesteld kon worden dat sprake is van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorgen in de nabijheid. Met de beslissing op bezwaar van 30 november 2022 werd het bezwaar ongegrond verklaard.
1.2.
Op 3 december 2024 is namens eiseres opnieuw een aanvraag ingediend. Met het besluit van 31 december 2024 heeft het CIZ de aanvraag afgewezen. Hiertegen is bezwaar gemaakt.
1.3.
Tijdens de bezwaarprocedure heeft een medisch adviseur van het CIZ opnieuw onderzoek gedaan en is ook het Zorginstituut Nederland (hierna: Zorginstituut) gevraagd om daarover advies uit te brengen. Op 1 december 2025 heeft het Zorginstituut een advies uitgebracht.
1.4.
Met het bestreden besluit van 26 januari 2026 is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
1.5.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het CIZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.6.
De rechtbank heeft het beroep op 25 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het CIZ.
Standpunt van het CIZ
2. Volgens het CIZ heeft eiseres een aanzienlijke zorgbehoefte, maar komt zij niet in aanmerking voor zorg op grond van de Wlz. Er is niet gebleken dat bij eiseres op basis van de Wlz-grondslag somatische aandoening en psychische stoornis sprake is van een blijvende noodzaak voor 24 uur zorg per dag in de nabijheid. De zorgbehoefte kan effectief worden ondervangen met gestructureerde, intensieve maar planbare professionele ambulante begeleiding. Ook staat de blijvendheid van de zorgbehoefte nog niet vast. De behandeling bij een instelling zoals bij ‘s Heeren Loo of Aveleijn, die expertise heeft op het gebied van een licht verstandelijke beperking in combinatie met psychiatrische problematiek, is immers nog niet opgestart. Hiervoor baseert het CIZ zich op het advies van 3 juli 2025 en het aanvullende advies van 24 december 2025 van de medische adviseur van het CIZ. Daarbij is ook het advies van 1 december 2025 van het Zorginstituut betrokken. De grondslag VG kan niet worden vastgesteld.
Standpunten van eiseres
3. Eiseres stelt dat de aanvraag ten onrechte is afgewezen, omdat zij 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig heeft en haar zorgbehoefte blijvend is. Het besluit is onzorgvuldig tot stand gekomen en niet deugdelijk gemotiveerd, omdat het CIZ zonder goede motivering heeft afgezien van de adviezen van het Zorginstituut. Daarin is geadviseerd om de eerder aangenomen Wlz-grondslag licht verstandelijke beperking (VG) en de noodzaak voor
24 uurs zorg in de nabijheid te heroverwegen en is geadviseerd om eventueel
– alvorens een nieuw besluit te nemen – een CIZ-arts met een achtergrond als arts VG te betrekken. Ook is geadviseerd dat het te overwegen valt om een hernieuwd besluit hierover pas te nemen na nader onderzoek door een LVG-instelling, die deskundig is op het gebied van de combinatie LVG en psychiatrische problematiek. Doordat deze adviezen niet zijn opgevolgd is de combinatie van de LVG en de psychische problematiek niet goed beoordeeld, terwijl juist die combinatie van belang is.
3.1.
Verder voert eiseres aan dat zij wel behandelingen heeft gevolgd, maar dat die niet tot een blijvend resultaat hebben geleid. Het ontbreekt haar aan ziekte-inzicht, waardoor zij niet leerbaar is en thuis niet zelfstandig medicatie kan innemen. Zij stopt de behandelingen voortijdig vanwege gebrek aan vertrouwen. Hierdoor loopt zij op meerdere gebieden van haar leven tegen problemen aan. Zij vertrouwt op dit moment de huidige zorgverlener, maar de hoeveelheid tijd die zij nodig heeft overstijgt de 4 uur die zij per week aan begeleiding krijgt op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Bovendien heeft zij zich wel aangemeld bij s’ Heeren Loo. Haar aanmelding is echter afgewezen vanwege de lange wachttijd, het tekort aan behandelmogelijkheden en een tekort aan behandelaars. Tijdens de zitting is toegelicht dat eiseres bij Aveleijn een intake heeft gehad, omdat de zorgverlener toen wel met haar mee kon, maar dat het daarbij is gebleven.
Beoordeling door de rechtbank
4. De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek onzorgvuldig is geweest en dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd. De rechtbank licht dit als volgt toe.
Beoordelingskader
4.1.
Artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz bepaalt dat een verzekerde recht heeft op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of
b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,
1˚. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
2˚. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
4.2.
Artikel 3.2.1, tweede lid, van de Wlz bepaalt dat in het eerste lid wordt verstaan onder:
a. blijvend: van niet voorbijgaande aard;
b. permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;
c. ernstig nadeel voor de verzekerde: een situatie waarin de verzekerde:
1˚. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
2˚. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
3˚. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
4˚. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;
d. zelfzorg: de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;
e. regieproblemen: beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.
4.3.
Het CIZ mag zijn besluiten baseren op rapporten van medisch adviseurs. Deze rapporten moeten dan wel deugdelijk, inzichtelijk en concludent gemotiveerd zijn.
Geschil
5. Niet in geschil is dat bij eiseres sprake is van de grondslagen somatische aandoening en een psychische stoornis. In geschil is of het onderzoek zorgvuldig is geweest, of sprake is van de grondslag (licht) verstandelijke handicap (VG) en of sprake is van een blijvende noodzaak tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
Oordeel van de rechtbank
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat het CIZ in strijd heeft gehandeld met het
motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel door in bezwaar zonder hierop gericht onderzoek niet langer uit te gaan van de grondslag VG. De rechtbank betrekt hierbij dat in eerdere besluitvorming het CIZ de door de behandelaars van eiseres vastgestelde grondslag VG nog had overgenomen en hier geen twijfels over had geuit. Ook ten aanzien van de onderhavige aanvraag nam de medisch adviseur van het CIZ aanvankelijk nog de grondslag VG aan, maar kwam hiervan terug nadat het Zorginstituut zich kritisch over de vaststelling van de VG uitliet. De enkele kritische opmerkingen van het Zorginstituut zijn evenwel onvoldoende om van de eerder door het CIZ overgenomen vaststelling van VG terug te komen, temeer nu ook het Zorginstituut niet zonder meer aangeeft dat geen sprake is van een VG, maar enkel vraagtekens zet bij de wijze waarop die VG door behandelaars van eiseres is vastgesteld. Het CIZ had, indien zij de VG als gevolg van de inbreng van het Zorginstituut niet langer zonder meer zou willen aannemen, eiseres gericht onderzoek hiernaar moeten aanbieden.
6.2.
Voor zover het CIZ onder verwijzing naar rechtspraak van de CRvB erop wijst dat het aan eiseres is om met medische gegevens te onderbouwen dat zij een grondslag VG heeft, doet dit aan het voorgaande geen afbreuk. Eiseres heeft haar gestelde grondslag VG immers ook met medische gegevens onderbouwd (de TIQ gegevens en de ADAPT resultaten) en het CIZ heeft de diagnose aanvankelijk ook als grondslag voor de Wlz aangenomen. Als vervolgens een door het CIZ ingeschakelde deskundige, in casu het Zorginstituut, twijfelt aan de onderzoeksmethoden op basis waarvan die diagnose is gesteld, dan ligt het wel op de weg van het CIZ om nader onderzoek aan te bieden of, wanneer het CIZ hier niet toe bereid is, alsnog uit te gaan van de onderzoekgegevens zoals die door eiseres zijn aangeleverd. Een andere benadering zou een te grote last leggen op de aanvrager van Wlz-zorg, en de aanvrager ‘tussen wal en schip’ kunnen laten belanden als de behandelaars vervolgens persisteren bij hun onderzoeksmethoden.
6.3.
Concreet betekent dit dat het CIZ aan eiseres onderzoek door een LVG-instelling die deskundig is op het gebied van de combinatie VG en psychiatrische problematiek zal moeten aanbieden, zoals ook het Zorginstituut heeft geadviseerd of, indien het CIZ niet tot een dergelijk onderzoek over wil gaan, van een VG zal dienen uit te blijven gaan conform de diagnoses van eiseres’ behandelaars.
6.4.
De rechtbank volgt het CIZ verder niet in de stelling dat de vraag of sprake is van VG irrelevant is, omdat eiseres ook op andere gronden een grondslag voor de Wlz heeft. Immers, indien VG aanwezig is, dan is niet uitgesloten dat die VG ook invloed kan hebben op de beoordeling van de omvang en de blijvendheid van de zorgbehoefte van eiseres, omdat de zorgbehoefte van eiseres als gevolg van de reeds vastgestelde andere grondslagen dan zal moeten worden beoordeeld tegen de achtergrond van de tevens bij eiseres aanwezige grondslag VG. Anders gezegd, indien de grondslag VG kan worden vastgesteld, dan is niet uitgesloten dat daardoor de zorgbehoefte van eiseres toeneemt, ten opzichte van de situatie dat niet langer van een VG wordt uitgegaan. Dit volgt overigens ook uit de bestreden beslissing zelf, waaruit kan worden afgeleid dat de medisch adviseur van het CIZ aanvankelijk behoefte aan 24 uurs zorg in de nabijheid aanwezig achtte, maar hiervan terugkwam toen VG niet langer werd aangenomen.
6.5.
De rechtbank is verder van oordeel dat onvoldoende concreet gemotiveerd is waarom de door de medisch adviseur thans aangenomen zorgbehoefte van eiseres effectief kan worden ondervangen met gestructureerde, intensieve maar planbare professionele ambulante begeleiding. De medisch adviseur van het CIZ onderkent immers dat eiseres beperkt functioneert en gevoelig is voor manipulatie. Vanwege haar drang naar aandacht, zou ze met mannen afspreken, waarna ze vaak lichamelijk misbruikt zou worden. Ze heeft al meerdere keren een abortus ondergaan. De medisch adviseur concludeert vervolgens dat dit met planbare zorg is te ondervangen, maar legt niet uit waarom. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres nog toegelicht dat eiseres willekeurig uit huis wegloopt, en niemand dan weet waarheen. Gelet op het problematische verleden van eiseres, kunnen dergelijke wegloopmomenten naar het de rechtbank voorkomt grote risico’s met zich brengen. Hoe eerder een dergelijk wegloopmoment wordt gesignaleerd, hoe eerder en waarschijnlijker ernstig nadeel voor eiseres kan worden voorkomen. Waarom, tegen die achtergrond bezien, eiseres niet op 24 uurs zorg in de nabijheid zou zijn aangewezen, is dan ook onvoldoende gemotiveerd.
6.6.
Hetzelfde geldt ten aanzien van de automutilatie c.q. suïcidaal gedrag van eiseres. Hoewel de medisch adviseur van het CIZ stelt dat dit gedrag niet zou blijken uit medisch objectieve informatie, wordt die stelling niet afdoende onderbouwd. De medisch adviseur verwijst immers zelf naar een afsluitbrief van de psycholoog, waaruit naar voren komt dat eiseres (nog steeds) lange periode bekend is met impulsief, risicovol en suïcidaal gedrag. Een dergelijke brief van een behandelaar dient in beginsel als medische objectieve informatie te worden beschouwd.
Dat de medisch adviseur vermoed dat die informatie afkomstig is uit de intake en verder
niet kan worden teruggevonden in andere medische informatie, maakt niet dat van impulsief, risicovol en suïcidaal gedrag geen sprake zou zijn of dat dit gedrag niet meer actueel zou zijn. Het is immers goed voorstelbaar dat eiseres juist vanwege de expertise van de psycholoog, c.q. een opgebouwde vertrouwensrelatie met de psycholoog, informatie hierover wel met de psycholoog maar niet met andere medisch professionals heeft gedeeld. Het ligt verder juist binnen de expertise van een psycholoog om op basis van de informatie die hij via verklaringen van de betrokkene verkrijgt een eigen oordeel te vormen over de bij betrokkene aanwezige ziektebeelden en risico’s, zodat de informatie die de psycholoog daarover optekent objectief moet worden geacht. Voor zover de medisch adviseur als gevolg van overige medische informatie twijfels heeft over de actualiteit of het bestaan van het gedrag zoals beschreven in de afsluitbrief, had het op de weg van de medisch adviseur gelegen hierover navraag te doen bij de psycholoog. Het wegschrijven als zijnde niet actueel c.q. niet bestaand is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, onzorgvuldig.
6.7.
Indien ervan moet worden uitgegaan dat bij eiseres sprake is van impulsief gedrag, automutilatie en/of suïcidaal gedrag, geldt verder ook hier dat hoe sneller dergelijk gedrag wordt gesignaleerd, hoe eerder en waarschijnlijker ernstig nadeel voor eiseres kan worden voorkomen. Waarom, tegen die achtergrond bezien, eiseres niet op 24 uurs zorg in de nabijheid zou zijn aangewezen, is dan ook in zoverre onvoldoende gemotiveerd.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en niet goed is gemotiveerd. Dit is in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit van
26 januari 2026.
7.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat het CIZ een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft het CIZ hiervoor zes weken. Deze termijn gaat op grond van artikel 8:106 van de Awb pas lopen als de termijn om hoger beroep in te stellen is verstreken of, als hoger beroep wordt ingesteld, als daarop is beslist.
7.2.
De rechtbank overweegt verder dat als het CIZ in de nieuw te nemen beslissing op bezwaar alsnog tot de conclusie komt dat eiseres wel is aangewezen op 24 uurs zorg in de nabijheid, of permanent toezicht, dit in beginsel moet leiden tot toegang tot Wlz zorg. Eiseres heeft immers al vele behandelingen en trajecten doorlopen, zodat niet zonder meer kan worden gesteld dat er voor eiseres nog behandelopties bestaan waarvan te verwachten is dat die tot een verbetering zullen leiden. Voor zover het CIZ meent dat die behandelopties er zijn, ligt het op de weg van het CIZ om te onderbouwen welke behandelopties er zijn en waarom die kunnen leiden tot een situatie waarin eiseres geen behoefte meer heeft aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid, bij gebreke waarvan moet worden aangenomen dat de zorgbehoefte van eiseres blijvend is.
7.3.
Omdat het beroep gegrond is moet het CIZ het betaalde griffierecht van € 54,- aan eiseres vergoeden en krijgt zij ook een vergoeding van haar proceskosten. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het CIZ op binnen zes weken na de dag nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken, of als hoger beroep wordt ingesteld, na de dag nadat daarop is beslist, een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt het CIZ in de proceskosten tot een bedrag van € 1.868,-;
- bepaalt dat het CIZ het betaalde griffierecht van € 54,- aan eiseres vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J. Thurlings - Rassa, rechter, in aanwezigheid van
J.T. Boddeüs, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Als bedoeld in artikel 10.3.1. van de Wlz.
Bijvoorbeeld: CRvB 16 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1481.
CRvB 10 december 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1822, r.o. 4.5.
Zie pagina’s 6 en 7 van het bestreden besluit.
Vgl. CRvB 29 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2251, r.o. 4.2.1.
Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 26/874
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], (hierna: eiseres),
gemachtigde: mr. R. Kaya,
en
Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ),
gemachtigde: mr. L. Bruins.
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de afgewezen aanvraag van eiseres om in aanmerking te komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiseres is het daar niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd. Het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Inleiding
1. Eiseres, geboren op [geboortedatum] 1987, is onder meer bekend met darmklachten, depressie, posttraumatische stressstoornis en een borderline persoonlijkheidsstoornis.
1.1
In 2022 is voor het eerst een aanvraag voor Wlz-zorg ingediend. Deze aanvraag werd afgewezen, omdat volgens het CIZ niet vastgesteld kon worden dat sprake is van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorgen in de nabijheid. Met de beslissing op bezwaar van 30 november 2022 werd het bezwaar ongegrond verklaard.
1.2.
Op 3 december 2024 is namens eiseres opnieuw een aanvraag ingediend. Met het besluit van 31 december 2024 heeft het CIZ de aanvraag afgewezen. Hiertegen is bezwaar gemaakt.
1.3.
Tijdens de bezwaarprocedure heeft een medisch adviseur van het CIZ opnieuw onderzoek gedaan en is ook het Zorginstituut Nederland (hierna: Zorginstituut) gevraagd om daarover advies uit te brengen. Op 1 december 2025 heeft het Zorginstituut een advies uitgebracht.
1.4.
Met het bestreden besluit van 26 januari 2026 is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
1.5.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het CIZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.6.
De rechtbank heeft het beroep op 25 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het CIZ.
Standpunt van het CIZ
2. Volgens het CIZ heeft eiseres een aanzienlijke zorgbehoefte, maar komt zij niet in aanmerking voor zorg op grond van de Wlz. Er is niet gebleken dat bij eiseres op basis van de Wlz-grondslag somatische aandoening en psychische stoornis sprake is van een blijvende noodzaak voor 24 uur zorg per dag in de nabijheid. De zorgbehoefte kan effectief worden ondervangen met gestructureerde, intensieve maar planbare professionele ambulante begeleiding. Ook staat de blijvendheid van de zorgbehoefte nog niet vast. De behandeling bij een instelling zoals bij ‘s Heeren Loo of Aveleijn, die expertise heeft op het gebied van een licht verstandelijke beperking in combinatie met psychiatrische problematiek, is immers nog niet opgestart. Hiervoor baseert het CIZ zich op het advies van 3 juli 2025 en het aanvullende advies van 24 december 2025 van de medische adviseur van het CIZ. Daarbij is ook het advies van 1 december 2025 van het Zorginstituut betrokken. De grondslag VG kan niet worden vastgesteld.
Standpunten van eiseres
3. Eiseres stelt dat de aanvraag ten onrechte is afgewezen, omdat zij 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig heeft en haar zorgbehoefte blijvend is. Het besluit is onzorgvuldig tot stand gekomen en niet deugdelijk gemotiveerd, omdat het CIZ zonder goede motivering heeft afgezien van de adviezen van het Zorginstituut. Daarin is geadviseerd om de eerder aangenomen Wlz-grondslag licht verstandelijke beperking (VG) en de noodzaak voor
24 uurs zorg in de nabijheid te heroverwegen en is geadviseerd om eventueel
– alvorens een nieuw besluit te nemen – een CIZ-arts met een achtergrond als arts VG te betrekken. Ook is geadviseerd dat het te overwegen valt om een hernieuwd besluit hierover pas te nemen na nader onderzoek door een LVG-instelling, die deskundig is op het gebied van de combinatie LVG en psychiatrische problematiek. Doordat deze adviezen niet zijn opgevolgd is de combinatie van de LVG en de psychische problematiek niet goed beoordeeld, terwijl juist die combinatie van belang is.
3.1.
Verder voert eiseres aan dat zij wel behandelingen heeft gevolgd, maar dat die niet tot een blijvend resultaat hebben geleid. Het ontbreekt haar aan ziekte-inzicht, waardoor zij niet leerbaar is en thuis niet zelfstandig medicatie kan innemen. Zij stopt de behandelingen voortijdig vanwege gebrek aan vertrouwen. Hierdoor loopt zij op meerdere gebieden van haar leven tegen problemen aan. Zij vertrouwt op dit moment de huidige zorgverlener, maar de hoeveelheid tijd die zij nodig heeft overstijgt de 4 uur die zij per week aan begeleiding krijgt op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Bovendien heeft zij zich wel aangemeld bij s’ Heeren Loo. Haar aanmelding is echter afgewezen vanwege de lange wachttijd, het tekort aan behandelmogelijkheden en een tekort aan behandelaars. Tijdens de zitting is toegelicht dat eiseres bij Aveleijn een intake heeft gehad, omdat de zorgverlener toen wel met haar mee kon, maar dat het daarbij is gebleven.
Beoordeling door de rechtbank
4. De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek onzorgvuldig is geweest en dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd. De rechtbank licht dit als volgt toe.
Beoordelingskader
4.1.
Artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz bepaalt dat een verzekerde recht heeft op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of
b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,
1˚. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
2˚. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
4.2.
Artikel 3.2.1, tweede lid, van de Wlz bepaalt dat in het eerste lid wordt verstaan onder:
a. blijvend: van niet voorbijgaande aard;
b. permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;
c. ernstig nadeel voor de verzekerde: een situatie waarin de verzekerde:
1˚. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
2˚. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
3˚. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
4˚. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;
d. zelfzorg: de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;
e. regieproblemen: beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.
4.3.
Het CIZ mag zijn besluiten baseren op rapporten van medisch adviseurs. Deze rapporten moeten dan wel deugdelijk, inzichtelijk en concludent gemotiveerd zijn.
Geschil
5. Niet in geschil is dat bij eiseres sprake is van de grondslagen somatische aandoening en een psychische stoornis. In geschil is of het onderzoek zorgvuldig is geweest, of sprake is van de grondslag (licht) verstandelijke handicap (VG) en of sprake is van een blijvende noodzaak tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
Oordeel van de rechtbank
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat het CIZ in strijd heeft gehandeld met het
motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel door in bezwaar zonder hierop gericht onderzoek niet langer uit te gaan van de grondslag VG. De rechtbank betrekt hierbij dat in eerdere besluitvorming het CIZ de door de behandelaars van eiseres vastgestelde grondslag VG nog had overgenomen en hier geen twijfels over had geuit. Ook ten aanzien van de onderhavige aanvraag nam de medisch adviseur van het CIZ aanvankelijk nog de grondslag VG aan, maar kwam hiervan terug nadat het Zorginstituut zich kritisch over de vaststelling van de VG uitliet. De enkele kritische opmerkingen van het Zorginstituut zijn evenwel onvoldoende om van de eerder door het CIZ overgenomen vaststelling van VG terug te komen, temeer nu ook het Zorginstituut niet zonder meer aangeeft dat geen sprake is van een VG, maar enkel vraagtekens zet bij de wijze waarop die VG door behandelaars van eiseres is vastgesteld. Het CIZ had, indien zij de VG als gevolg van de inbreng van het Zorginstituut niet langer zonder meer zou willen aannemen, eiseres gericht onderzoek hiernaar moeten aanbieden.
6.2.
Voor zover het CIZ onder verwijzing naar rechtspraak van de CRvB erop wijst dat het aan eiseres is om met medische gegevens te onderbouwen dat zij een grondslag VG heeft, doet dit aan het voorgaande geen afbreuk. Eiseres heeft haar gestelde grondslag VG immers ook met medische gegevens onderbouwd (de TIQ gegevens en de ADAPT resultaten) en het CIZ heeft de diagnose aanvankelijk ook als grondslag voor de Wlz aangenomen. Als vervolgens een door het CIZ ingeschakelde deskundige, in casu het Zorginstituut, twijfelt aan de onderzoeksmethoden op basis waarvan die diagnose is gesteld, dan ligt het wel op de weg van het CIZ om nader onderzoek aan te bieden of, wanneer het CIZ hier niet toe bereid is, alsnog uit te gaan van de onderzoekgegevens zoals die door eiseres zijn aangeleverd. Een andere benadering zou een te grote last leggen op de aanvrager van Wlz-zorg, en de aanvrager ‘tussen wal en schip’ kunnen laten belanden als de behandelaars vervolgens persisteren bij hun onderzoeksmethoden.
6.3.
Concreet betekent dit dat het CIZ aan eiseres onderzoek door een LVG-instelling die deskundig is op het gebied van de combinatie VG en psychiatrische problematiek zal moeten aanbieden, zoals ook het Zorginstituut heeft geadviseerd of, indien het CIZ niet tot een dergelijk onderzoek over wil gaan, van een VG zal dienen uit te blijven gaan conform de diagnoses van eiseres’ behandelaars.
6.4.
De rechtbank volgt het CIZ verder niet in de stelling dat de vraag of sprake is van VG irrelevant is, omdat eiseres ook op andere gronden een grondslag voor de Wlz heeft. Immers, indien VG aanwezig is, dan is niet uitgesloten dat die VG ook invloed kan hebben op de beoordeling van de omvang en de blijvendheid van de zorgbehoefte van eiseres, omdat de zorgbehoefte van eiseres als gevolg van de reeds vastgestelde andere grondslagen dan zal moeten worden beoordeeld tegen de achtergrond van de tevens bij eiseres aanwezige grondslag VG. Anders gezegd, indien de grondslag VG kan worden vastgesteld, dan is niet uitgesloten dat daardoor de zorgbehoefte van eiseres toeneemt, ten opzichte van de situatie dat niet langer van een VG wordt uitgegaan. Dit volgt overigens ook uit de bestreden beslissing zelf, waaruit kan worden afgeleid dat de medisch adviseur van het CIZ aanvankelijk behoefte aan 24 uurs zorg in de nabijheid aanwezig achtte, maar hiervan terugkwam toen VG niet langer werd aangenomen.
6.5.
De rechtbank is verder van oordeel dat onvoldoende concreet gemotiveerd is waarom de door de medisch adviseur thans aangenomen zorgbehoefte van eiseres effectief kan worden ondervangen met gestructureerde, intensieve maar planbare professionele ambulante begeleiding. De medisch adviseur van het CIZ onderkent immers dat eiseres beperkt functioneert en gevoelig is voor manipulatie. Vanwege haar drang naar aandacht, zou ze met mannen afspreken, waarna ze vaak lichamelijk misbruikt zou worden. Ze heeft al meerdere keren een abortus ondergaan. De medisch adviseur concludeert vervolgens dat dit met planbare zorg is te ondervangen, maar legt niet uit waarom. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres nog toegelicht dat eiseres willekeurig uit huis wegloopt, en niemand dan weet waarheen. Gelet op het problematische verleden van eiseres, kunnen dergelijke wegloopmomenten naar het de rechtbank voorkomt grote risico’s met zich brengen. Hoe eerder een dergelijk wegloopmoment wordt gesignaleerd, hoe eerder en waarschijnlijker ernstig nadeel voor eiseres kan worden voorkomen. Waarom, tegen die achtergrond bezien, eiseres niet op 24 uurs zorg in de nabijheid zou zijn aangewezen, is dan ook onvoldoende gemotiveerd.
6.6.
Hetzelfde geldt ten aanzien van de automutilatie c.q. suïcidaal gedrag van eiseres. Hoewel de medisch adviseur van het CIZ stelt dat dit gedrag niet zou blijken uit medisch objectieve informatie, wordt die stelling niet afdoende onderbouwd. De medisch adviseur verwijst immers zelf naar een afsluitbrief van de psycholoog, waaruit naar voren komt dat eiseres (nog steeds) lange periode bekend is met impulsief, risicovol en suïcidaal gedrag. Een dergelijke brief van een behandelaar dient in beginsel als medische objectieve informatie te worden beschouwd.
Dat de medisch adviseur vermoed dat die informatie afkomstig is uit de intake en verder
niet kan worden teruggevonden in andere medische informatie, maakt niet dat van impulsief, risicovol en suïcidaal gedrag geen sprake zou zijn of dat dit gedrag niet meer actueel zou zijn. Het is immers goed voorstelbaar dat eiseres juist vanwege de expertise van de psycholoog, c.q. een opgebouwde vertrouwensrelatie met de psycholoog, informatie hierover wel met de psycholoog maar niet met andere medisch professionals heeft gedeeld. Het ligt verder juist binnen de expertise van een psycholoog om op basis van de informatie die hij via verklaringen van de betrokkene verkrijgt een eigen oordeel te vormen over de bij betrokkene aanwezige ziektebeelden en risico’s, zodat de informatie die de psycholoog daarover optekent objectief moet worden geacht. Voor zover de medisch adviseur als gevolg van overige medische informatie twijfels heeft over de actualiteit of het bestaan van het gedrag zoals beschreven in de afsluitbrief, had het op de weg van de medisch adviseur gelegen hierover navraag te doen bij de psycholoog. Het wegschrijven als zijnde niet actueel c.q. niet bestaand is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, onzorgvuldig.
6.7.
Indien ervan moet worden uitgegaan dat bij eiseres sprake is van impulsief gedrag, automutilatie en/of suïcidaal gedrag, geldt verder ook hier dat hoe sneller dergelijk gedrag wordt gesignaleerd, hoe eerder en waarschijnlijker ernstig nadeel voor eiseres kan worden voorkomen. Waarom, tegen die achtergrond bezien, eiseres niet op 24 uurs zorg in de nabijheid zou zijn aangewezen, is dan ook in zoverre onvoldoende gemotiveerd.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en niet goed is gemotiveerd. Dit is in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit van
26 januari 2026.
7.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat het CIZ een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft het CIZ hiervoor zes weken. Deze termijn gaat op grond van artikel 8:106 van de Awb pas lopen als de termijn om hoger beroep in te stellen is verstreken of, als hoger beroep wordt ingesteld, als daarop is beslist.
7.2.
De rechtbank overweegt verder dat als het CIZ in de nieuw te nemen beslissing op bezwaar alsnog tot de conclusie komt dat eiseres wel is aangewezen op 24 uurs zorg in de nabijheid, of permanent toezicht, dit in beginsel moet leiden tot toegang tot Wlz zorg. Eiseres heeft immers al vele behandelingen en trajecten doorlopen, zodat niet zonder meer kan worden gesteld dat er voor eiseres nog behandelopties bestaan waarvan te verwachten is dat die tot een verbetering zullen leiden. Voor zover het CIZ meent dat die behandelopties er zijn, ligt het op de weg van het CIZ om te onderbouwen welke behandelopties er zijn en waarom die kunnen leiden tot een situatie waarin eiseres geen behoefte meer heeft aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid, bij gebreke waarvan moet worden aangenomen dat de zorgbehoefte van eiseres blijvend is.
7.3.
Omdat het beroep gegrond is moet het CIZ het betaalde griffierecht van € 54,- aan eiseres vergoeden en krijgt zij ook een vergoeding van haar proceskosten. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het CIZ op binnen zes weken na de dag nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken, of als hoger beroep wordt ingesteld, na de dag nadat daarop is beslist, een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt het CIZ in de proceskosten tot een bedrag van € 1.868,-;
- bepaalt dat het CIZ het betaalde griffierecht van € 54,- aan eiseres vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J. Thurlings - Rassa, rechter, in aanwezigheid van
J.T. Boddeüs, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Als bedoeld in artikel 10.3.1. van de Wlz.
Bijvoorbeeld: CRvB 16 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1481.
CRvB 10 december 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1822, r.o. 4.5.
Zie pagina’s 6 en 7 van het bestreden besluit.
Vgl. CRvB 29 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2251, r.o. 4.2.1.