Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:4987
2026-07-31
Civiel recht
C/08/349438 / ES RK 26-2325
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Gebruik echtelijke woning gedurende echtscheidingsprocedure. Medische situatie echtgenoot.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.438 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
locatie Zwolle
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/349438 / ES RK 26-2325
beschikking van 31 juli 2026
in de zaak van
[de man]
,
verder te noemen: de man,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. H.M. Bakker,
en
[de vrouw]
,
verder te noemen: de vrouw,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. W.J.A. van Es.
1De procedure
1.1
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift namens de man (met bijlagen), binnengekomen op 03 juli 2026;
het verweerschrift van de vrouw (met bijlagen) met een zelfstandig verzoek, binnengekomen op 27 juli 2026;
nadere stukken namens de man, binnengekomen op 27 en 28 juli 2026.
1.2
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling met gesloten
deuren op 31 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
de man, bijgestaan door zijn advocaat;
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
2De feiten
2.1
De man en de vrouw zijn op [datum 1] 2013 met elkaar getrouwd.
2.2.
De vrouw heeft op [datum 2] 2026 het echtscheidingsverzoek bij de rechtbank ingediend. Deze procedure loopt onder zaaknummer C/08/344222 ES RK 26/382. De mondelinge behandeling van de bodemprocedure staat gepland op 5 november 2026.
3Het verzoek
3.1
De man verzoekt de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, voorlopige voorzieningen te treffen. Dat zijn tijdelijke maatregelen die gelden voor de duur van de echtscheidingsprocedure. De man verzoekt de rechtbank om voor de duur van het geding te bepalen dat de man met ingang van 29 juli 2026 (althans uiterlijk 1 augustus 2026) bij uitsluiting van de vrouw gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedel en dat de vrouw wordt bevolen die woning te verlaten en deze verder niet meer te betreden, behoudens voorafgaande instemming van de man.
4Het verweer, tevens zelfstandig verzoek
4.1
De vrouw verzoekt de rechtbank om het verzoek onder 3.1. af te wijzen. Zij verzoekt de rechtbank ook om te bepalen dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het
gebruik van de echtelijke woning aan [adres] en de zich daarin
bevindende inboedel en dat de man wordt bevolen die woning te verlaten en deze niet
verder meer te betreden behoudens voorafgaande toestemming van de vrouw.
5De beoordeling
5.1
De rechtbank beslist dat de man alleen de woning mag gebruiken. Dat betekent dat de vrouw de woning moet verlaten en zonder toestemming van de man niet meer mag binnenkomen. De rechtbank weegt de verschillende belangen van partijen bij het uitsluitend gebruik van de woning tegen elkaar af. In dit geval vindt de rechtbank dat het belang van de man om in de woning te blijven wonen, zwaarder weegt dan het belang van de vrouw. De rechtbank licht dat als volgt toe.
5.2.
Het is de rechtbank voldoende duidelijk dat de situatie rondom het gebruik van de woning onhoudbaar is geworden door de aanhoudende spanningen tussen partijen. Als er niets gebeurt, liggen nog verder oplopende escalaties voortdurend op de loer. De man heeft geen vertrouwen in het laten voortduren van het gezamenlijke gebruik van de woning. De vrouw stelt dat gezamenlijke bewoning wel mogelijk is, maar dat zij geen maaltijden voor de man wil verzorgen en de zoons en schoondochters van de man alleen op afgesproken tijdstippen in het huis wil dulden. Gelet op het ontbreken van vertrouwen bij de man en de opstelling van de vrouw, vindt de rechtbank (verder) gezamenlijk gebruik geen optie. De kans dat de situatie dan escaleert is te groot.
5.3.
Na een langdurig verblijf in het ziekenhuis en revalidatiecentrum, is de man pas net ontslagen en moet hij nu herstellen. Hij is weliswaar niet bedlegerig en is ook niet afhankelijk van medische hulp aan zijn bed of aan huis, maar hij heeft wel (intensieve) mantelzorg nodig. De zoons en schoondochters van de man kunnen deze mantelzorg bieden. De woning van partijen is verder voorzien van een slaapkamer en badkamer op de begane grond, waardoor de man enigszins uit de voeten kan. Voor de rechtbank weegt voor de rechtbank het zwaarst dat de man in zijn vertrouwde omgeving zijn energie kan steken in het beter worden.
5.4.
In de belangenafweging neemt de rechtbank verder mee dat op alle over en weer aangedragen alternatieve woonruimtes wel iets aan te merken valt. De rechtbank kan bovendien derden (zoals de kinderen die partijen hebben) niet verplichten woonruimte te verschaffen. Feit is in ieder geval dat de vrouw over alternatieven beschikt. Gezien haar inkomen, dat volgens de vrouw circa € 3.000,00 netto bedraagt, mag van de vrouw worden verwacht dat zij een deel van dat inkomen aan woonlasten gaat besteden.
5.5.
De rechtbank ziet een zorgelijke houding van partijen ten aanzien van de afwikkeling van hun echtscheiding. De standpunten en verhoudingen zijn inmiddels meer en meer verhard, waardoor partijen steeds verder afgedreven zijn van een gezamenlijk gedragen oplossing. In plaats van een constructieve opstelling met oog voor ieders gezondheid en de wat langere termijn, lijkt het alsof principiële of financiële motieven de boventoon voeren. De rechtbank geeft partijen, hun kinderen en hun advocaten dringend in overweging om de komende maanden te benutten voor het onderlinge overleg.
5.6.
De man en de vrouw hebben de rechtbank ook verzocht om het gebruik van de inboedel aan ieder van hen toe te wijzen. Dat verzoek wijst de rechtbank af, omdat zo’n verzoek op grond van art. 822 Rv niet mogelijk is in de voorlopige voorzieningenprocedure. De man en de vrouw kunnen wel afspraken maken over het gebruik van de inboedel. Als dat niet lukt, kunnen zij de rechtbank in de echtscheidingsprocedure om een beslissing vragen.
5.7.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.
6De beslissing voor de duur van de echtscheidingsprocedure
De rechtbank:
6.1
bepaalt dat de man is gerechtigd tot het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres] , met bevel dat de vrouw binnen uiterlijk 7 dagen na dagtekening van deze beschikking die woning moet verlaten en deze verder niet mag betreden;
6.2
wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.L. Souman, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. M.C. Dorresteijn, griffier.
locatie Zwolle
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/349438 / ES RK 26-2325
beschikking van 31 juli 2026
in de zaak van
[de man]
,
verder te noemen: de man,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. H.M. Bakker,
en
[de vrouw]
,
verder te noemen: de vrouw,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. W.J.A. van Es.
1De procedure
1.1
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift namens de man (met bijlagen), binnengekomen op 03 juli 2026;
het verweerschrift van de vrouw (met bijlagen) met een zelfstandig verzoek, binnengekomen op 27 juli 2026;
nadere stukken namens de man, binnengekomen op 27 en 28 juli 2026.
1.2
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling met gesloten
deuren op 31 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
de man, bijgestaan door zijn advocaat;
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
2De feiten
2.1
De man en de vrouw zijn op [datum 1] 2013 met elkaar getrouwd.
2.2.
De vrouw heeft op [datum 2] 2026 het echtscheidingsverzoek bij de rechtbank ingediend. Deze procedure loopt onder zaaknummer C/08/344222 ES RK 26/382. De mondelinge behandeling van de bodemprocedure staat gepland op 5 november 2026.
3Het verzoek
3.1
De man verzoekt de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, voorlopige voorzieningen te treffen. Dat zijn tijdelijke maatregelen die gelden voor de duur van de echtscheidingsprocedure. De man verzoekt de rechtbank om voor de duur van het geding te bepalen dat de man met ingang van 29 juli 2026 (althans uiterlijk 1 augustus 2026) bij uitsluiting van de vrouw gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedel en dat de vrouw wordt bevolen die woning te verlaten en deze verder niet meer te betreden, behoudens voorafgaande instemming van de man.
4Het verweer, tevens zelfstandig verzoek
4.1
De vrouw verzoekt de rechtbank om het verzoek onder 3.1. af te wijzen. Zij verzoekt de rechtbank ook om te bepalen dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het
gebruik van de echtelijke woning aan [adres] en de zich daarin
bevindende inboedel en dat de man wordt bevolen die woning te verlaten en deze niet
verder meer te betreden behoudens voorafgaande toestemming van de vrouw.
5De beoordeling
5.1
De rechtbank beslist dat de man alleen de woning mag gebruiken. Dat betekent dat de vrouw de woning moet verlaten en zonder toestemming van de man niet meer mag binnenkomen. De rechtbank weegt de verschillende belangen van partijen bij het uitsluitend gebruik van de woning tegen elkaar af. In dit geval vindt de rechtbank dat het belang van de man om in de woning te blijven wonen, zwaarder weegt dan het belang van de vrouw. De rechtbank licht dat als volgt toe.
5.2.
Het is de rechtbank voldoende duidelijk dat de situatie rondom het gebruik van de woning onhoudbaar is geworden door de aanhoudende spanningen tussen partijen. Als er niets gebeurt, liggen nog verder oplopende escalaties voortdurend op de loer. De man heeft geen vertrouwen in het laten voortduren van het gezamenlijke gebruik van de woning. De vrouw stelt dat gezamenlijke bewoning wel mogelijk is, maar dat zij geen maaltijden voor de man wil verzorgen en de zoons en schoondochters van de man alleen op afgesproken tijdstippen in het huis wil dulden. Gelet op het ontbreken van vertrouwen bij de man en de opstelling van de vrouw, vindt de rechtbank (verder) gezamenlijk gebruik geen optie. De kans dat de situatie dan escaleert is te groot.
5.3.
Na een langdurig verblijf in het ziekenhuis en revalidatiecentrum, is de man pas net ontslagen en moet hij nu herstellen. Hij is weliswaar niet bedlegerig en is ook niet afhankelijk van medische hulp aan zijn bed of aan huis, maar hij heeft wel (intensieve) mantelzorg nodig. De zoons en schoondochters van de man kunnen deze mantelzorg bieden. De woning van partijen is verder voorzien van een slaapkamer en badkamer op de begane grond, waardoor de man enigszins uit de voeten kan. Voor de rechtbank weegt voor de rechtbank het zwaarst dat de man in zijn vertrouwde omgeving zijn energie kan steken in het beter worden.
5.4.
In de belangenafweging neemt de rechtbank verder mee dat op alle over en weer aangedragen alternatieve woonruimtes wel iets aan te merken valt. De rechtbank kan bovendien derden (zoals de kinderen die partijen hebben) niet verplichten woonruimte te verschaffen. Feit is in ieder geval dat de vrouw over alternatieven beschikt. Gezien haar inkomen, dat volgens de vrouw circa € 3.000,00 netto bedraagt, mag van de vrouw worden verwacht dat zij een deel van dat inkomen aan woonlasten gaat besteden.
5.5.
De rechtbank ziet een zorgelijke houding van partijen ten aanzien van de afwikkeling van hun echtscheiding. De standpunten en verhoudingen zijn inmiddels meer en meer verhard, waardoor partijen steeds verder afgedreven zijn van een gezamenlijk gedragen oplossing. In plaats van een constructieve opstelling met oog voor ieders gezondheid en de wat langere termijn, lijkt het alsof principiële of financiële motieven de boventoon voeren. De rechtbank geeft partijen, hun kinderen en hun advocaten dringend in overweging om de komende maanden te benutten voor het onderlinge overleg.
5.6.
De man en de vrouw hebben de rechtbank ook verzocht om het gebruik van de inboedel aan ieder van hen toe te wijzen. Dat verzoek wijst de rechtbank af, omdat zo’n verzoek op grond van art. 822 Rv niet mogelijk is in de voorlopige voorzieningenprocedure. De man en de vrouw kunnen wel afspraken maken over het gebruik van de inboedel. Als dat niet lukt, kunnen zij de rechtbank in de echtscheidingsprocedure om een beslissing vragen.
5.7.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.
6De beslissing voor de duur van de echtscheidingsprocedure
De rechtbank:
6.1
bepaalt dat de man is gerechtigd tot het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres] , met bevel dat de vrouw binnen uiterlijk 7 dagen na dagtekening van deze beschikking die woning moet verlaten en deze verder niet mag betreden;
6.2
wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.L. Souman, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. M.C. Dorresteijn, griffier.