Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:4953
2026-08-03
Civiel recht
12282147 \ EJ VERZ 26-196
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Afwijzing schorsingsverzoek hangende verzoek tot vernietiging van besluit van algemene ledenvergadering van VvE.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.484 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: 12282147 \ EJ VERZ 26-196
Beschikking van
3
augustus 2026 op grond van artikel 5:130 lid 4 BW (schorsingsverzoek)
in de zaak van
[verzoeker]
,
te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. A. Hoekman,
tegen
VVE PARKEERGARAGE POTHOOFD DEVENTER,
te Deventer,
verwerende partij,
hierna te noemen: VvE PP,
gemachtigde: mr. D.N. Reijnders.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift.
1.2
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1
Door de algemene ledenvergadering van VvE PP is op 19 mei 2025 onder andere het volgende besluit (verder: het besluit) genomen:
“Het voorstel te kiezen voor het compartimenteren van de garage en een eenmalige bijdrage van €250 per appartementsrecht te doen wordt met 27 stemmen tegen (11,157%), 17 stemmen blanco (7,025%) en 198 stemmen voor (81,818%) aangenomen”
2.2
[verzoeker], eigenaar van appartementsrecht [adres] is lid van VvE PP. Hij heeft bezwaren tegen dit besluit en de besluitvorming.
3Het verzoek en het verweer
3.1
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter het besluit te vernietigen. Als voorlopige maatregel verzoekt [verzoeker] dat het besluit – zo mogelijk al voor de mondelinge behandeling van het verzoek – wordt geschorst met onmiddellijke ingang na dagtekening van deze beschikking totdat onherroepelijk op het verzoek tot vernietiging van het besluit is beslist (verder: het schorsingsverzoek).
3.2
Aan het schorsingsverzoek heeft [verzoeker] ten grondslag dat het doel daarvan niet is om de uitvoering van brandveiligheidsmaatregelen te beletten, maar te voorkomen dat onomkeerbare uitvoeringshandelingen plaatsvinden voordat over de rechtmatigheid van de besluitvorming onherroepelijk is geoordeeld.
3.3
VvE PP verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. Volgens haar heeft zij een zwaarwegend en spoedeisend belang bij uitvoering van de compartimentering, omdat dit noodzakelijk is om de parkeergarage in overeenstemming te brengen met de voorschriften van de verzekeraar en de brandveiligheidseisen. Zij wijst er daarbij op dat de verzekeraar heeft verlangd dat de maatregelen uiterlijk 1 januari 2026 zouden zijn getroffen, en dat die datum door de verzekeraar al is uitgesteld tot 1 januari 2027. Uit haar toelichting blijkt dat daarna sprake is van een eigen risco van 10% per schadebedrag met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 100.000. Bij toewijzing van het schorsingsverzoek is het volgens VvE PP zeer waarschijnlijk dat de deadline van de verzekeraar niet wordt gehaald. In dat geval wordt geen volledige dekking meer verleend en lopen VvE PP en haar eigenaren een onacceptabel groot risico, aldus nog steeds VvE PP.
4De beoordeling
4.1
De kantonrechter zal het schorsingsverzoek afwijzen. Aangenomen wordt dat de feitelijke uitvoering van het besluit – het aanbrengen van de compartimentering – als zodanig niet feitelijk onomkeerbaar is, maar dat ongedaanmaking van die feitelijke handelingen met kosten gepaard gaat. [verzoeker] heeft echter geen aanknopingspunten geboden die enig inzicht geven in de omvang van dit eventuele (financiële) nadeel. Daartegenover staat het door VvE PP genoemde (spoedeisende) en voldoende geconcretiseerde belang om tijdig te voldoen aan de door de verzekeraar gestelde eisen en het aanmerkelijke financiële risico dat ontstaat bij brand met beperkte dekking. Bij afweging van die belangen weegt het door VvE PP genoemde belang naar het oordeel van de kantonrechter zwaarder. In het licht daarvan bestaat op dit moment geen aanleiding om VvE PP te gebieden geen uitvoering te geven aan het besluit.
4.2
Ambtshalve merkt de kantonrechter op dat de agenda ten behoeve van de vergadering van 19 mei 2026 melding maakt van cijfermatige kostenramingen, terwijl het rapport van [naam] d.d. 24 februari 2026 die kostenraming niet bevat of benoemt. [verzoeker] spreekt in zijn verzoekschrift onder 2. over een rapport van [naam] met een technische en financiële onderbouwing van drie alternatieven en een aan [naam] gegeven opdracht tot nadere uitwerking van de compartimenteringsoptie. Dat suggereert het bestaan van meerdere rapportages of kostenramingen van [naam]. Bij de stukken bevindt zich (alleen) het rapport van [naam] van 24 februari 2026. De stukken en standpunten sluiten dus niet uit dat niet alle rapportages en/of kostenramingen (al) in het geding zijn gebracht.
4.3
In het licht van het voorgaande ziet de kantonrechter op grond van artikel 22 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) aanleiding te bepalen dat VvE PP alle rapportages en/of kostenramingen die in opdracht van VvE PP door [naam] zijn vervaardigd in verband met de door de verzekeraar opgestelde preventierapportage in het geding te brengen, voor zover deze niet al in het geding zijn gebracht.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1
wijst het schorsingsverzoek af;
5.2
bepaalt dat VvE PP – voor zover niet al in het geding gebracht – uiterlijk vier weken na heden alle rapportages en/of kostenramingen in het geding moet brengen die in opdracht van VvE PP door [naam] zijn vervaardigd in verband met de door de verzekeraar opgestelde preventierapportage;
5.3
houdt verder iedere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.W.G. Wijnands en in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2026.
Productie 6 van [verzoeker]
Productie 6 van VvE PP
Productie 7 van VvE PP
Productie 3 van [verzoeker]
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: 12282147 \ EJ VERZ 26-196
Beschikking van
3
augustus 2026 op grond van artikel 5:130 lid 4 BW (schorsingsverzoek)
in de zaak van
[verzoeker]
,
te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. A. Hoekman,
tegen
VVE PARKEERGARAGE POTHOOFD DEVENTER,
te Deventer,
verwerende partij,
hierna te noemen: VvE PP,
gemachtigde: mr. D.N. Reijnders.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift.
1.2
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1
Door de algemene ledenvergadering van VvE PP is op 19 mei 2025 onder andere het volgende besluit (verder: het besluit) genomen:
“Het voorstel te kiezen voor het compartimenteren van de garage en een eenmalige bijdrage van €250 per appartementsrecht te doen wordt met 27 stemmen tegen (11,157%), 17 stemmen blanco (7,025%) en 198 stemmen voor (81,818%) aangenomen”
2.2
[verzoeker], eigenaar van appartementsrecht [adres] is lid van VvE PP. Hij heeft bezwaren tegen dit besluit en de besluitvorming.
3Het verzoek en het verweer
3.1
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter het besluit te vernietigen. Als voorlopige maatregel verzoekt [verzoeker] dat het besluit – zo mogelijk al voor de mondelinge behandeling van het verzoek – wordt geschorst met onmiddellijke ingang na dagtekening van deze beschikking totdat onherroepelijk op het verzoek tot vernietiging van het besluit is beslist (verder: het schorsingsverzoek).
3.2
Aan het schorsingsverzoek heeft [verzoeker] ten grondslag dat het doel daarvan niet is om de uitvoering van brandveiligheidsmaatregelen te beletten, maar te voorkomen dat onomkeerbare uitvoeringshandelingen plaatsvinden voordat over de rechtmatigheid van de besluitvorming onherroepelijk is geoordeeld.
3.3
VvE PP verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. Volgens haar heeft zij een zwaarwegend en spoedeisend belang bij uitvoering van de compartimentering, omdat dit noodzakelijk is om de parkeergarage in overeenstemming te brengen met de voorschriften van de verzekeraar en de brandveiligheidseisen. Zij wijst er daarbij op dat de verzekeraar heeft verlangd dat de maatregelen uiterlijk 1 januari 2026 zouden zijn getroffen, en dat die datum door de verzekeraar al is uitgesteld tot 1 januari 2027. Uit haar toelichting blijkt dat daarna sprake is van een eigen risco van 10% per schadebedrag met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 100.000. Bij toewijzing van het schorsingsverzoek is het volgens VvE PP zeer waarschijnlijk dat de deadline van de verzekeraar niet wordt gehaald. In dat geval wordt geen volledige dekking meer verleend en lopen VvE PP en haar eigenaren een onacceptabel groot risico, aldus nog steeds VvE PP.
4De beoordeling
4.1
De kantonrechter zal het schorsingsverzoek afwijzen. Aangenomen wordt dat de feitelijke uitvoering van het besluit – het aanbrengen van de compartimentering – als zodanig niet feitelijk onomkeerbaar is, maar dat ongedaanmaking van die feitelijke handelingen met kosten gepaard gaat. [verzoeker] heeft echter geen aanknopingspunten geboden die enig inzicht geven in de omvang van dit eventuele (financiële) nadeel. Daartegenover staat het door VvE PP genoemde (spoedeisende) en voldoende geconcretiseerde belang om tijdig te voldoen aan de door de verzekeraar gestelde eisen en het aanmerkelijke financiële risico dat ontstaat bij brand met beperkte dekking. Bij afweging van die belangen weegt het door VvE PP genoemde belang naar het oordeel van de kantonrechter zwaarder. In het licht daarvan bestaat op dit moment geen aanleiding om VvE PP te gebieden geen uitvoering te geven aan het besluit.
4.2
Ambtshalve merkt de kantonrechter op dat de agenda ten behoeve van de vergadering van 19 mei 2026 melding maakt van cijfermatige kostenramingen, terwijl het rapport van [naam] d.d. 24 februari 2026 die kostenraming niet bevat of benoemt. [verzoeker] spreekt in zijn verzoekschrift onder 2. over een rapport van [naam] met een technische en financiële onderbouwing van drie alternatieven en een aan [naam] gegeven opdracht tot nadere uitwerking van de compartimenteringsoptie. Dat suggereert het bestaan van meerdere rapportages of kostenramingen van [naam]. Bij de stukken bevindt zich (alleen) het rapport van [naam] van 24 februari 2026. De stukken en standpunten sluiten dus niet uit dat niet alle rapportages en/of kostenramingen (al) in het geding zijn gebracht.
4.3
In het licht van het voorgaande ziet de kantonrechter op grond van artikel 22 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) aanleiding te bepalen dat VvE PP alle rapportages en/of kostenramingen die in opdracht van VvE PP door [naam] zijn vervaardigd in verband met de door de verzekeraar opgestelde preventierapportage in het geding te brengen, voor zover deze niet al in het geding zijn gebracht.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1
wijst het schorsingsverzoek af;
5.2
bepaalt dat VvE PP – voor zover niet al in het geding gebracht – uiterlijk vier weken na heden alle rapportages en/of kostenramingen in het geding moet brengen die in opdracht van VvE PP door [naam] zijn vervaardigd in verband met de door de verzekeraar opgestelde preventierapportage;
5.3
houdt verder iedere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.W.G. Wijnands en in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2026.
Productie 6 van [verzoeker]
Productie 6 van VvE PP
Productie 7 van VvE PP
Productie 3 van [verzoeker]