Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:4929

2026-08-05 Civiel recht 12302646 \ CV EXPL 26-1246
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-08-05
Publicatiedatum
2026-08-11
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12302646 \ CV EXPL 26-1246
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Huur bedrijfsruimte, ontruiming.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.636 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Almelo



Zaaknummer: 12302646 \ CV EXPL 26-1246




Vonnis in kort geding van 5 augustus 2026




in de zaak van





[eiser] ,
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. M.B. Bollen,



tegen





[gedaagde] ,
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van [eiser].



1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 juli 2026. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.





2De beoordeling


2.1.

[eiser] vordert, samengevat, dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening [gedaagde] veroordeelt tot ontruiming van de door hem gehuurde bedrijfsruimte aan het [adres] (unit [nummer]) en tot betaling van de huurachterstand tot en met juli 2026 van € 1.350,00 exclusief btw en de huur van € 450,00 exclusief btw vanaf 1 augustus 2026 tot aan de datum van dit vonnis, te vermeerderen met boetes en (buitengerechtelijke incasso)kosten.



2.2.

[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] de huur over de maanden mei, juni en juli 2026 onbetaald heeft gelaten. De huurachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure en daaruit vooruitlopend ontruiming van het gehuurde. Verder is [gedaagde] op grond van de toepasselijke Algemene bepalingen huurovereenkomst kantoorruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW boetes verschuldigd en moet hij in verband met de verrichte buitengerechtelijke incassowerkzaamheden kosten betalen, aldus [eiser].



2.3.
Het gevorderde zal grotendeels – voor zover het de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt – worden toegewezen, nu [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft.



2.4.

[gedaagde] zal worden veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. Ook zal hij worden veroordeeld tot betaling van achterstallige huur tot, zoals gevorderd, de datum van dit vonnis, alsmede tot betaling van de verschuldigde boetes en de buitengerechtelijke incassokosten. De over de achterstallige huur gevorderde wettelijke rente is niet toewijsbaar. Met het in artikel 25.2 van de algemene bepalingen opgenomen boetebeding zijn partijen een van de wet afwijkende regeling overeengekomen voor de schade door vertraging in de betaling van de huurprijs. Artikel 6:92 lid 2 BW bepaalt dat hetgeen ingevolge een boetebeding verschuldigd is, in de plaats treedt van de schadevergoeding op grond van de wet. Dit is slechts anders als partijen zijn overeengekomen dat zowel de wettelijke schadevergoeding als de boete verschuldigd is. Dit is gesteld noch gebleken.



2.5.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


156,74







- griffierecht


€


265,00







- salaris gemachtigde


€


577,00







- nakosten


€


108,50


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.107,24











2.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.





3De beslissing


De kantonrechter



3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het pand aan het [adres] (unit [nummer]) te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiser] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiser],



3.2.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiser]:
a. a) € 1.350,00 exclusief btw aan achterstallige huur tot en met 31 juli 2026,
b) € 450,00 exclusief btw per maand aan huur vanaf 1 augustus 2026 tot aan de datum van dit vonnis,
c) € 900,00 aan contractuele boetes, vermeerderd met een bedrag van € 300,00 aan contractuele boete indien de huur over de maand augustus 2026 niet (tijdig) is voldaan,



3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 202,50 aan buitengerechtelijke kosten,



3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.107,24, te betalen binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening, beide bedragen te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na de betekening,



3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.









Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.