Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:4805

2026-07-27 Civiel recht 12100162 \ CV EXPL 26-547
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-07-27
Publicatiedatum
2026-08-07
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12100162 \ CV EXPL 26-547
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Betaling geldsom op grond van overeenkomst toegewezen. Ondertekenmethode elektronische handtekening is voldoende betrouwbaar. Akte heeft dwingende bewijskracht tussen partijen.

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (18.121 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Zwolle



Zaaknummer: 12100162 \ CV EXPL 26-547




Vonnis van 28 juli 2026




in de zaak van




FITREX B.V.,
gevestigd te Maarssen,
eisende partij,
hierna te noemen: Fitrex,
gemachtigde: mr. Bakker & mr. Van Den Bos



tegen





[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.





De zaak in het kort

In deze zaak staat centraal of tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan [gedaagde] verplicht is Fitrex te betalen voor de taxatie van zijn woning. De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is en wijst de vorderingen van Fitrex daarom grotendeels toe. Zij licht haar oordeel hierna toe.





1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 22 januari 2026 met producties 1 tot en met 13- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte met 4 aanvullende producties van de zijde van Fitrex- de mondelinge behandeling van 2 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.








2De feiten


2.1

[gedaagde] is eigenaar van een woning in [plaats] (hierna: de woning). [gedaagde] wenste zijn hypotheek te verhogen en heeft [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf]) opdracht gegeven om hem daarbij te adviseren en te bemiddelen.



2.2
Op 13 november 2024 heeft Fitrex de woning geïnspecteerd en op 17 november 2024 heeft zij een taxatierapport uitgebracht.



2.3

[gedaagde] heeft de factuur van [bedrijf] ter hoogte van € 2.850,00 op 18 december 2024 betaald.



2.4
Op 31 december 2024 heeft Fitrex [gedaagde] een factuur voor de door haar verrichte taxatie gestuurd ter hoogte van € 645,00. [gedaagde] heeft deze factuur niet betaald.





3Het geschil


3.1
Fitrex vordert betaling van € 813,40 (bestaande uit € 645,00 aan hoofdsom, € 71,65 aan wettelijke rente berekend tot 22 januari 2026 en € 96,75 aan buitengerechtelijke incassokosten) te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 22 januari 2026 en met veroordeling [gedaagde] in de proceskosten.



3.2
Fitrex legt aan haar vordering – samengevat – het volgende ten grondslag. Er bestaat een overeenkomst tussen partijen. De overeenkomst is digitaal, door het zetten van een elektronische handtekening, tot stand gekomen. Fitrex heeft aan haar verplichtingen ten opzichte van [gedaagde] voldaan door het inspecteren van de woning en het uitbrengen van het taxatierapport. [gedaagde] heeft de factuur ondanks herhaalde aanmaning onbetaald gelaten.



3.3

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Fitrex.



3.4

[gedaagde] voert – samengevat – het volgende aan. [gedaagde] betwist een overeenkomst met Fitrex te hebben gesloten. [gedaagde] betwist digitaal voor akkoord te hebben getekend. Op de in het geding gebrachte overeenkomst ontbreekt de handtekening van [gedaagde]. [gedaagde] heeft alleen een overeenkomst met [bedrijf] gesloten. Voor de werkzaamheden van [bedrijf] heeft [gedaagde] van [bedrijf] een factuur van € 2.850,00 gekregen en betaald. In dit bedrag waren de taxatiekosten inbegrepen.



3.5
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling


4.1
Tussen partijen bestaat discussie over de vraag of er tussen Fitrex en [gedaagde] een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan [gedaagde] gehouden is Fitrex te betalen voor de taxatie van zijn woning. Omdat Fitrex zich op de rechtsgevolgen van het bestaan van deze overeenkomst beroep, is het aan haar om deze stelling te onderbouwen en zo nodig te bewijzen.



4.2
Fitrex heeft ter onderbouwing van het bestaan van de overeenkomst als productie 1 bij dagvaarding een document overgelegd. Een onderhandse akte – dat is een ondertekend geschrift dat bestemd is om tot bewijs te dienen (artikel 156 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv)), levert op grond van artikel 157 lid 2 Rv tussen partijen in principe dwingend bewijs op van de waarheid van de verklaringen die daarin staan. Het door Fitrex overgelegde document is bestemd om tot bewijs te dienen. Ook is het voorzien van een zogenaamde elektronische handtekening (een handtekening die niet rechtstreeks met de hand, maar met behulp van een (elektronisch) apparaat is gezet).



4.3
Uit artikel 3:15a BW volgt dat elektronische handtekeningen dezelfde rechtsgevolgen kunnen hebben als handgeschreven handtekeningen. De wetgever maakt onderscheid tussen drie varianten: enerzijds de gewone elektronische handtekening en de geavanceerde elektronische handtekening en anderzijds de gekwalificeerde elektronische handtekening. Die laatste variant heeft automatisch dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening. Het toekennen van deze status vereist echter onder meer dat er gebruik wordt gemaakt van een unieke, aan de ondertekenaar gekoppelde code en dat elke wijziging van de ondertekende gegevens achteraf kan worden opgespoord. Dat dit het geval is, is door Fitrex gesteld, noch gebleken.



4.4
De geavanceerde en de gewone elektronische handtekening hebben alleen dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening als daarvoor een methode voor ondertekening is gebruikt die voldoende betrouwbaar is, gelet op het doel waarvoor de elektronische handtekening is gebruikt en gelet op alle overige omstandigheden van het geval. De kantonrechter moet dus beoordelen of de gebruikte ondertekenmethode in dit specifieke geval voldoende betrouwbaar was. Als dat het geval is, is er sprake van een onderhandse akte met dwingende bewijskracht, waartegen slechts tegenbewijs kan worden geleverd.



4.5
Fitrex heeft in dit verband, met verwijzing naar de door haar aanvullend ingediende productie 4, aangevoerd dat zij de volgende werkwijze heeft gevolgd. [naam] ([naam]), werkzaam voor [bedrijf], heeft via zijn Fitrex-account een aanvraag ingediend voor zijn klant, [gedaagde]. [naam] heeft de contactgegevens van [gedaagde], waaronder ook zijn naam en email-adres, bij Fitrex aangeleverd. Fitrex heeft [gedaagde] vervolgens per e-mail de (concept)overeenkomst toegestuurd en hem verzocht deze te ondertekenen. Fitrex heeft de datum en het tijdstip waarop – in haar visie – de overeenkomst is ondertekend, geregistreerd, als ook welk e-mail- en IP-adres daarbij gebruikt is. Hoewel [gedaagde] volhardt in zijn standpunt dat hij geen overeenkomst getekend heeft, heeft hij de door Fitrex beschreven werkwijze als zodanig onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat ervan uit zal worden gegaan dat Fitrex deze heeft gevolgd.



4.6

De kantonrechter is van oordeel dat deze methode in dit specifieke geval voldoende betrouwbaar is. Uit de door Fitrex als aanvullende productie 4 beschreven werkwijze volgt dat tussenpersonen pas na een kennismakingsgesprek bij Fitrex een account kunnen aanmaken. Fitrex is dus in principe bekend met alle bij haar geregistreerde tussenpersonen. Fitrex ontvangt de contactgegevens van haar klanten rechtsreeks van deze bekende tussenpersonen. Hiermee beoogt Fitrex de identiteit van haar klanten te waarborgen en misbruik te voorkomen. Nadat een klant voor akkoord ondertekent, registreert Fitrex specifieke gegevens van de klant, zoals het e-mailadres waarmee het akkoord is gegeven en het IP-adres dat daarbij gebruikt is. Daarnaast houdt Fitrex ook de datum en het tijdstip waarop getekend is bij. Ook dit is kennelijk bedoeld om (achteraf) de identiteit van de ondertekenaar te kunnen vaststellen. In het licht van de hierboven genoemde omstandigheden en gelet op het doel waarvoor de elektronische handtekening in dit geval is gebruikt, namelijk een eenmalige taxatie tegen een vooraf bepaalde, vaste prijs, is de door Fitrex gevolgde methode voldoende betrouwbaar.
De overeenkomst heeft tussen partijen dus dwingende bewijskracht van wat daarin is vastgelegd, behoudens tegenbewijs. Tegenbewijs heeft [gedaagde] geleverd, noch aangeboden. Hij heeft ter zitting bevestigd dat het e-mailadres [e-mailadres] bij hem in gebruik is en niet toegelicht hoe het kan dat dit e-mailadres, vergezeld van een IP-adres en een datum en tijdstip van ondertekening, op de overeenkomst is verschenen. Dit alles maakt dat de kantonrechter van oordeel is dat er een overeenkomst tot stand is gekomen tussen Fitrex en [gedaagde] op grond waarvan [gedaagde] Fitrex moet betalen voor de door haar verrichte taxatie.




4.7

De verklaring van [gedaagde] dat hij [bedrijf] al betaald zou hebben voor de taxatie, maakt dit niet anders. Zelfs indien zou komen vast te staan dat tussen [gedaagde] en [bedrijf] de afspraak bestond dat de taxatiekosten deel uitmaakten van het bedrag dat [gedaagde] aan [bedrijf] verschuldigd was, staat Fitrex in juridisch opzicht geheel buiten deze afspraak. [bedrijf] heeft Fitrex en [gedaagde] weliswaar bij elkaar gebracht, maar doordat [gedaagde] het voorstel van Fitrex digitaal heeft ondertekend, is er vervolgens een eigen overeenkomst tot stand gekomen tussen hem en Fitrex. Die overeenkomst geeft aan Fitrex het recht om de kosten van de taxatie rechtstreeks bij [gedaagde] te verhalen. [gedaagde] zal daarom worden veroordeeld om € 645,00 aan Fitrex te betalen.
Voor zover [gedaagde] van mening is dat [bedrijf] zich niet aan gemaakte afspraken heeft gehouden of anderszins fouten heeft gemaakt, staat het hem vrij staat om voornoemd bedrag te proberen te verhalen op [bedrijf].




Ambtshalve toetsing





4.8
Vast staat dat hier sprake is van een overeenkomst tussen een handelaar (Fitrex) en een consument ([gedaagde]). Daarom moet de kantonrechter ambtshalve, dus ook zonder dat partijen dit aan de orde stellen, toetsen of aan de essentiële informatieverplichtingen zijn voldaan. Ook moet zij in het kader van de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten onderzoeken of de algemene voorwaarden oneerlijke bedingen bevatten in de zin van Richtlijn 93/13 EG.



Informatieverplichtingen





4.9
De kantonrechter is van oordeel dat Fitrex in haar dagvaarding voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten van boek 6 BW.



Wettelijke rente





4.10
Fitrex vordert de wettelijke rente over de taxatiekosten ter hoogte van € 645,00. Fitrex heeft in artikel 8.2 van de algemene voorwaarden een beding opgenomen over rente:



“Betaalt opdrachtgever niet op tijd? Dan stuurt Fitrex betalingsherinneringen. Betaalt opdrachtgever na de laatste herinnering nog steeds niet? Dan is opdrachtgever in verzuim en betaalt opdrachtgever een direct opeisbare rente van 1% per maand, tenzij Fitrex en opdrachtgever een regeling voor de betaling van de factuur treffen.”





4.11
De kantonrechter overweegt dat uit de bijlage bij Richtlijn 93/13, artikel 1, aanhef en onder e, volgt dat een beding dat een consument een onevenredig hoge schadevergoeding oplegt wegens het niet nakomen van verbintenissen oneerlijk is. In dit geval ligt de in artikel 8.2 overeengekomen rente van 1% per maand niet alleen ruim boven de wettelijke rente van artikel 6:119 BW, maar ook ruim boven de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW. De consument wordt op grond van het beding dan ook een onevenredig hoge schadevergoeding opgelegd. Fitrex heeft geen omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat het beding niet oneerlijk is, zodat het beding als oneerlijk wordt aangemerkt.



4.12
Het gevolg is dat Fitrex ook geen aanspraak kan maken op wettelijke rente van artikel 6:119 BW. Uit vaste jurisprudentie volgt dat de inhoud van oneerlijke bedingen niet kan worden herzien. Evenmin kan door afstand van de rechten die uit die bedingen zouden voortvloeien c.q. aanpassing van de vordering aan het aanvullend recht dat zonder de bedingen van toepassing zou zijn geweest, worden bewerkstelligd dat de vordering ten dele toewijsbaar is. Dit zou anders kunnen zijn als de nietigheid van de bedingen de kantonrechter verplicht om de overeenkomst in haar geheel te vernietigen, maar deze situatie doet zich hier niet voor. De kantonrechter zal de gevorderde wettelijke rente dus afwijzen.



De buitengerechtelijke incassokosten





4.13
Ook ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten bevatten de algemene voorwaarden van Fitrex een bepaling, die zodanig afwijkt van de wettelijke regelingen dat de consument ([gedaagde]) daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en die dus oneerlijk is.



4.14
Fitrex heeft in artikel 8.4 van de algemene voorwaarden een beding opgenomen over incassokosten:



“Moet Fitrex kosten maken om ervoor te zorgen dat de opdrachtgever het verschuldigde bedrag betaalt? Dan komen deze kosten voor rekening van de opdrachtgever. Deze buitengerechtelijke incassokosten worden gesteld op 15% van de te incasseren hoofdsom en minimaal € 40,-.”





4.15
Het incassobeding suggereert dat vanaf het moment van verzuim direct incassokosten verschuldigd zijn. Op grond van de wet is een consument pas incassokosten verschuldigd als hij een veertiendagenbrief heeft ontvangen die aan alle eisen van artikel 6:96 lid 6 BW voldoet. Daarnaast moet de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten worden berekend en geldt, bij hoge bedragen, dat de kosten lager zijn dan 15% van de hoofdsom. Dit alles is echter niet opgenomen in artikel 8.4. van de algemene voorwaarden. Daardoor wijkt dit beding ten nadele van consumenten aanzienlijk af van de wettelijke regeling over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en is dit beding oneerlijk.



4.16
Het gevolg is dat Fitrex – zelfs als zij zich niet op dit beding, maar op de wettelijke regeling beroept, geen aanspraak kan maken op buitengerechtelijke incassokosten (zie 4.12). De kanonrechter wijst de vordering van Fitrex op dit punt dus af.



De proceskosten





4.17

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Fitrex worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


127,08







- griffierecht


€


350,00







- salaris gemachtigde


€


288,00


(2 punten × € 144,00)




- nakosten


€


72,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


837,08














5De beslissing


De kantonrechter



5.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Fitrex te betalen een bedrag van € 645,00,



5.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 837,08, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



5.4
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. M.O. Frentrop en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026.




De Hoge Raad 12 november 2021 (ECLI:HR:NL:2021:1677)


bijvoorbeeld HvJEU 26 januari 2017, C421/14, ECLI:EU: C:2017:60 (Banco Primus); HvJEU 27 januari 2021, C-229/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia)


HvJEU 21 januari 2015, C-482/13, C-484/13, C-485/13, C-487/13, ECLI:EU:C:2015:21 (Unicaja Banco)


Zie ook: HvJ EU 8 december 2022, ECLI:EU:C:2022:971