Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:4746
2026-08-04
Civiel recht
C/08/349275 / KG ZA 26-154
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Deze zaak gaan in de kern over de vraag wie de eigenaar is van een Porsche. De voorzieningenrechter is van oordeel dat partijen na het sluiten van een koopovereenkomst hebben voldaan aan alle vereisten voor eigendomsoverdracht, zodat de Porsche eigendom van betrokkene is geworden. Omdat betrokkene failliet is verklaard, valt de Porsche in de faillissementsboedel. Daarom worden de vordering van partij A tot afgifte van de Porsche afgewezen en worden de vorderingen van de curator tot afgifte van de autopapieren en tot veroordeling van partij A om zijn medewerking te verlenen aan het wijzigen van de tenaamstelling van de Porsche, toegewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (24.804 tekens)
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/349275 / KG ZA 26-154
Vonnis in kort geding van 4 augustus 2026
in de zaak van
[partij A]
,
te [woonplaats],
eiser in conventie,
gedaagde in reconventie,
hierna te noemen: [partij A],
advocaat: mr. J.H.M. Spanjaard,
tegen
LUC ANTONIUS MARIA STORTELDER QQ,
in hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene],
handelend onder de naam Natures Best Dogfood,
te Almelo,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. L.A.M. Stortelder.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 15 producties,- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met 14 producties,- de mondelinge behandeling van 21 juli 2026, waarbij door beide partijen het woord is gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt,
- het tijdens de mondelinge behandeling namens [partij A] in het geding gebrachte bankafschrift van 31 augustus 2023.
2Waar gaat deze zaak over?
2.1.
Deze zaak gaan in de kern over de vraag wie de eigenaar is van een Porsche. De voorzieningenrechter is van oordeel dat partijen na het sluiten van een koopovereenkomst hebben voldaan aan alle vereisten voor eigendomsoverdracht, zodat de Porsche eigendom van [betrokkene] is geworden. Omdat [betrokkene] failliet is verklaard, valt de Porsche in de faillissementsboedel. Daarom worden de vordering van [partij A] tot afgifte van de Porsche afgewezen en worden de vorderingen van de curator tot afgifte van de autopapieren en tot veroordeling van [partij A] om zijn medewerking te verlenen aan het wijzigen van de tenaamstelling van de Porsche, toegewezen.
3De feiten
3.1.
[betrokkene] (hierna: [betrokkene]) heeft van [partij A] een Porsche Carrera met het kenteken [kenteken] (hierna: de Porsche) gekocht. De koopovereenkomst is niet op schrift gesteld. [betrokkene] is de Porsche onder zich gaan houden.
3.2.
Bij vonnis van 9 juli 2024 is [betrokkene] failliet verklaard. Bij beschikking van
18 oktober 2024 is de oorspronkelijk aangestelde curator ontslagen en is mr. Stortelder benoemd tot curator in het faillissement van [betrokkene].
3.3.
Om te voorkomen dat de Porsche aan de boedel van [betrokkene] zou worden onttrokken, heeft de curator op 24 maart 2026 met toestemming van de rechter-commissaris in het faillissement van [betrokkene], de Porsche in bewaring laten stellen. De Porsche stond op dat moment geparkeerd bij het pand aan de [adres].
4Het geschil
in conventie
4.1.
[partij A] vordert - samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de curator op straffe van verbeurte van een dwangsom beveelt de Porsche binnen 3 dagen na het vonnis af te geven. Daarnaast vordert [partij A] veroordeling van de curator in de proceskosten, waaronder de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
De voorzieningenrechter begrijpt dat [partij A] uiteindelijk erkent dat hij met betrekking tot de Porsche een koopovereenkomst heeft gesloten met [betrokkene].
4.2.1.
Primair stelt [partij A] dat de curator niet heeft bewezen dat de eigendom van de Porsche door hem aan [betrokkene] is overgedragen. [partij A] heeft slechts de reservesleutel en niet de hoofdsleutel aan [betrokkene] gegeven. Ook de eigendomspapieren, het kentekenbewijs en de tenaamstelling zijn nog steeds in het bezit van [partij A]. [betrokkene] reed dus slechts als houder en niet als eigenaar in de Porsche en [partij A] kon tot aan de inbewaringstelling ervan, vrij over de Porsche beschikken.
4.2.2.
Subsidiair stelt [partij A] dat hij bij de verkoop van de Porsche een eigendomsvoorbehoud heeft gemaakt, in die zin dat de Porsche pas na volledige betaling van de koopsom aan [betrokkene] zou worden geleverd en in eigendom aan hem zou worden overgedragen. [betrokkene] heeft ter voldoening van de koopsom bedragen aan hem betaald, maar nooit de volledige koopsom voldaan, ook omdat er bedragen zijn terugbetaald. Gelet op het door [partij A] gemaakte eigendomsvoorbehoud is hij eigenaar gebleven van de Porsche en valt de Porsche niet in de boedel van het faillissement van [betrokkene]. In een Whatsapp-bericht van 4 april 2025 heeft [partij A] het eigendomsvoorbehoud aan de belastingdienst bevestigd en heeft hij te kennen gegeven dat de koopprijs nog niet volledig is voldaan. [partij A] betwist dat hij op 31 maart 2025 bij de belastingdienst heeft verklaard dat de koopsom volledig is betaald. De door de belastingdienst opgetekende verklaring van die datum is niet verifieerbaar en is door hem niet ondertekend.
4.3.
Stortelder qq voert verweer. Hij concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [partij A], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [partij A] in de werkelijke kosten van deze procedure.
in reconventie
4.4.
De curator vordert - samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [partij A] op straffe van verbeurte van een dwangsom veroordeelt om binnen zeven dagen na betekening van het te wijzen vonnis:
- aan de curator te verstrekken:
de kentekencard behorende bij de Porsche 911 Carrera met kenteken
[kenteken];
de bij die Porsche behorende volledige tenaamstellingscode;
alle overige kentekenbescheiden en documenten die noodzakelijk zijn om de Porsche rechtsgeldig te registreren, over te schrijven en te vervreemden;
- om alle medewerking te verlenen die noodzakelijk is om de tenaamstelling van de Porsche te wijzigen, waaronder begrepen het afleggen van de vereiste verklaringen, het ondertekenen van de benodigde formulieren en het verrichten van alle overige feitelijke en rechtshandelingen die daarvoor noodzakelijk zijn;
Daarnaast vordert de curator om [partij A] te veroordelen in de werkelijke proceskosten van het geding in reconventie, waaronder de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.5.
De curator legt – kort gezegd – aan zijn vordering ten grondslag dat de eigendom van de Porsche bij [betrokkene] ligt en dat de Porsche daarom in de faillissementsboedel valt. Niet alleen is aan de juridische vereisten voor eigendomsovergang van de Porsche voldaan, nu sprake is van beschikkingsbevoegdheid, een geldige titel en levering. Ook de feiten en omstandigheden leiden tot dezelfde conclusie.
4.6.
[partij A] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de curator, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de curator in de kosten van deze procedure.
5De beoordeling
in conventie en in reconventie
5.1.
De vorderingen in conventie en reconventie zullen hierna gezamenlijk worden besproken, omdat zij nauw met elkaar samenhangen en in de kern dezelfde vraag aan de orde stellen, namelijk of [betrokkene] eigenaar is geworden van de Porsche.
5.2.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het spoedeisend belang bij de vorderingen voldoende voortvloeit uit de aard van de vorderingen, namelijk dat een einde willen maken aan de situatie waarbij er inbreuk wordt gemaakt op een eigendomsrecht.
5.3.
Kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of [partij A] kan worden gevolgd in zijn stelling dat hij eigenaar is gebleven van de Porsche en of de curator deze Porsche ten onrechte in bewaring heeft laten nemen omdat deze zou behoren tot de boedel van de failliet verklaarde [betrokkene].
De vereisten voor eigendomsoverdracht
5.4.
Om eigenaar te worden van een goed zoals een auto, gelden volgens artikel 3:84 van het Burgerlijk Wetboek (BW) drie vereisten. Het eerste vereiste is dat er een levering van het goed plaatsvindt. Het tweede vereiste is dat die levering gebaseerd is op een geldige titel, bijvoorbeeld een koopovereenkomst. Tot slot moet de levering van het goed uitgevoerd worden door iemand die bevoegd was om over dat goed te beschikken.
Geldige titel en beschikkingsbevoegdheid
5.5.
De voorzieningenrechter stelt vast dat [partij A] tijdens de mondelinge behandeling heeft erkend dat hij met [betrokkene] mondeling een koopovereenkomst met betrekking tot de Porsche heeft gesloten. Tussen partijen is evenmin in geschil dat [partij A] als eigenaar bevoegd was om over de Porsche te beschikken en deze in het kader van een verkoop aan de koper te leveren. Als er levering van de Porsche aan [betrokkene] heeft plaatsgevonden, is dat gebeurd op basis van een geldige titel en door een beschikkingsbevoegde.
Levering
5.6.
De levering van een goed zoals een auto vindt plaats door aan de verkrijger het bezit van het goed te verschaffen (artikel 3:90 lid 1 BW). Daarvan is volgens artikel 3:114 BW sprake als de verkrijger in staat wordt gesteld om de macht uit te oefenen die de bezitter zelf over het goed kon uitoefenen. Bezit is het houden van een goed voor zichzelf (artikel 3:107 BW). Of iemand een goed houdt en of hij dit voor zichzelf of voor een ander doet, wordt volgens artikel 3:108 BW naar verkeersopvatting beoordeeld, met inachtneming van de in de volgende artikelen opgenomen regels en overigens op grond van uiterlijke feiten. Op grond van artikel 3:109 BW wordt degene die een goedt houdt, vermoed dit voor zichzelf te houden en op die manier bezitter te zijn. De bezitter van een goed wordt vermoed rechthebbende te zijn (3:119 lid 1 BW).
5.7.
Partijen zijn het er niet over eens of de Porsche door [partij A] aan [betrokkene] is geleverd.
5.8.
De curator stelt dat [partij A] de Porsche aan [betrokkene] heeft geleverd door bezitsverschaffing. Daarbij acht de curator van belang dat de Porsche al geruime tijd op het perceel aan de [adres] stond. Op dat adres is [betrokkene] door de gemeente Olst-Wijhe ambtshalve ingeschreven, omdat hij daar volgens waarnemingen van de gemeente woont. Daarnaast is [betrokkene] huurkoper van het perceel. Ook beschikte [betrokkene] over de sleutel van de Porsche en heeft de politie meerdere keren waargenomen dat hij erin reed. Uit deze omstandigheden volgt volgens de curator dat [betrokkene] door [partij A] in staat is gesteld zodanige macht over de auto uit te oefenen dat hij naar verkeersopvatting als bezitter is aan te merken. Op grond van het wettelijk vermoeden uit artikel 3:109 BW wordt vermoed dat [betrokkene] de Porsche voor zichzelf hield en dus wordt hij vermoed bezitter te zijn. In het verlengde daarvan wordt [betrokkene] volgens de curator op grond van artikel 3:119 BW als bezitter van de Porsche vermoed rechthebbend te zijn.
5.9.
Volgens [partij A] kon [betrokkene] enkel als houder over de Porsche beschikken. [partij A] wijst er in dat kader op dat hij een eigendomsvoorbehoud heeft gemaakt, in die zin dat pas na volledige betaling van de koopsom de Porsche in eigendom aan [betrokkene] zal worden overgedragen. Omdat de koopsom niet volledig is betaald heeft hij de Porsche ook nog niet geleverd. [partij A] stelt dat hij [betrokkene] enkel de reservesleutel heeft gegeven en zelf de hoofdsleutel te hebben gehouden. Tot aan de inbewaringstelling kon hij zelf ook over de Porsche beschikken en deed hij dat naar zijn zeggen ook.
5.10.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de curator aannemelijk gemaakt dat [partij A] aan [betrokkene] het bezit van de auto heeft verschaft door hem de sleutel te overhandigen zodat hij feitelijk over de auto kon beschikken. Als bezitter wordt [betrokkene] vermoed rechthebbende te zijn. De curator heeft er terecht op gewezen dat ook [betrokkene] ervan uitging rechthebbende te zijn, nu de heer Vijn – die ook als gemachtigde van [partij A] is opgetreden en in die hoedanigheid ter zitting aanwezig was– in zijn hoedanigheid van gemachtigde van [betrokkene] heeft verzocht om de Porsche aan [betrokkene] terug te geven. Dat [betrokkene] ook daadwerkelijk over de auto beschikte heeft de curator afgeleid uit informatie van de belastingdienst, die signalen van de politie had ontvangen met de strekking dat [betrokkene] regelmatig als bestuurder van de Porsche is gezien. Dat [partij A] de hoofdsleutel van de auto heeft achtergehouden en daardoor zelf nog over de auto kon beschikken is door hem wel gesteld, maar niet onderbouwd. De voorzieningenrechter gaat dan ook aan deze stelling voorbij en is van oordeel dat de auto wel degelijk in de macht van [betrokkene] is gebracht. Dat de Porsche een tijd niet APK-goedgekeurd is geweest, waardoor er niet in mocht worden gereden, vormt geen bewijs van het feit dat dat ook daadwerkelijk niet is gebeurd en leidt dan ook niet tot een ander oordeel. De Porsche is dus door bezitsverschaffing aan [betrokkene] geleverd.
Tussenconclusie
5.11.
Nu ook een rechtsgeldige levering heeft plaatsgevonden, is aan alle vereisten voor eigendomsoverdracht van de Porsche voldaan.
Eigendomsvoorbehoud
5.12.
[partij A] heeft weliswaar gesteld dat hij met [betrokkene] een eigendomsvoorbehoud is overeengekomen, maar heeft dat niet onderbouwd. Anders dan [partij A] meent kan zijn WhatsApp-bericht van 4 april 2025 aan de belastingdienst daartoe niet als bewijs dienen. In dat bericht staat:
‘(…) heb hem dacht ik september 22 te koop aangeboden voor 125k deze werd maandelijks betaald, nog niet geheel voldaan. Daarom heb ik hem nog op mij naam staan ook als onderpand’
Uit dit bericht blijkt enkel dat [partij A] heeft gehandeld alsof een eigendomsvoorbehoud is gemaakt, niet dat een dergelijk voorbehoud ook met [betrokkene] is overeengekomen. Dat [betrokkene] ervan uitging dat hij eigenaar van de Porsche is geworden blijkt al uit wat in rechtsoverweging 5.10 is overwogen.
5.13.
De voorzieningenrechter passeert dan ook de stelling dat een eigendomsvoorbehoud zou bestaan.
5.14.
De voorzieningenrechter wil niet onvermeld laten dat ook als een dergelijk voorbehoud wel zou zijn gemaakt, dit niet in de weg zou hebben gestaan aan de eigendomsoverdracht van de Porsche aan [betrokkene]. De voorzieningenrechter is het met de curator eens dat het eigendomsvoorbehoud verloren zou zijn gegaan door voldoening van de tegenprestatie: de betaling van de volledige koopsom. [partij A] heeft in een gesprek van
31 maart 2025 met twee medewerkers van de belastingdienst verklaard dat [betrokkene] de Porsche van hem heeft gekocht, in delen heeft betaald en dat de Porsche inmiddels volledig is betaald. De auto moet volgens hem nog op naam van [betrokkene] worden gezet.
5.15.
De voorzieningenrechter hecht meer waarde aan de verklaring die [partij A] tegenover medewerkers van de belastingdienst heeft afgelegd dan aan zijn latere, daarmee strijdige verklaring. Daarbij laat de voorzieningenrechter wegen dat de verklaring is opgetekend door medewerkers die gelet op hun functie wettelijk verplicht zijn om hun bevindingen naar waarheid te registreren. Bovendien strookt de door [partij A] op 31 maart 2025 afgelegde verklaring met de feiten die blijken uit het dossier.
5.16.
Voor zover [partij A] zijn stelling dat de koopsom niet volledig is betaald omdat een deel van de koopsom is terugbetaald heeft willen onderbouwen door te verwijzen naar bankafschriften, is hij daarin niet geslaagd. Daarbij hecht de voorzieningenrechter belang aan het feit dat de overschrijving van € 27.000,- naar de rekening van [partij A] die op 11 augustus 2025 heeft plaatsgevonden was niet van [betrokkene], maar van zijn partner [naam], en had gelet op de omschrijving ‘leening terugbetalen zoals afgesproken’ niet te maken met de koop van de Porsche. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat uit het bankafschrift met de overschrijving van € 35.000,- van 25 augustus 2023 dat is overgelegd ter onderbouwing van de stelling dat [partij A] dat bedrag op de koopsom van de Porsche heeft teruggestort, juist blijkt dat het een overschrijving betreft náár de bankrekening van [partij A]. Het bedrag is bovendien niet afkomstig van [betrokkene] privé, maar van [bedrijf] B.V. De omschrijving ‘zoals afgesproken’ bevat geen link naar de Porsche. Ook is tijdens de mondelinge behandeling van de zijde van [partij A] erkend dat geen enkel bewijs is overgelegd van de door [partij A] (in randnummer 11 van de dagvaarding gestelde terugbetaling van € 32.000.
Tot slot
5.17.
De overige door [partij A] aangedragen argumenten snijden ook geen hout. Zo levert de enkele tenaamstelling op het kentekenbewijs geen sluitend bewijs van eigendom van op. Bovendien heeft [partij A] tegenover de belastingdienst erkend dat het kentekenbewijs en ander relevante autopapieren aan [betrokkene] overgedragen dienen te worden.
De vorderingen in reconventie
5.18.
Het oordeel in conventie betekent dat de in reconventie gevorderde afgifte van de autopapieren en de medewerking van [partij A] zullen worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen, maar het maximumbedrag zal worden gematigd tot
€ 50.000,-.
Uitvoerbaar bij voorraad verklaring
5.19.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [partij A] verzocht een in zijn nadeel te wijzen vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, omdat dit ertoe zou leiden dat hij ten opzichte van de boedel enkel een concurrente vordering heeft.
5.20.
De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee en zal dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Hij neemt daarbij in aanmerking dat het financiële belang van [partij A] moet worden afgewogen tegen de belangen van de overige schuldeisers van de boedel bij een voortvarende afwikkeling daarvan. Het belang van [partij A] dient daarbij niet zwaarder te wegen dan dat van de andere schuldeisers.
Slotsom en proceskosten
5.21.
De slotsom is dat de vorderingen in conventie worden afgewezen en dat het gevorderde in reconventie voor een groot deel wordt toegewezen. Dit betekent dat [partij A] in conventie en in reconventie (grotendeels) in het ongelijk is gesteld. Hij moet daarom de proceskosten (inclusief de nakosten) betalen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat niet de werkelijke proceskosten zullen worden vergoed, maar dat deze worden berekend aan de hand van het de liquidatietarief.
5.22.
De proceskosten van Stortelder qq worden in conventie begroot op:
- griffierecht
€
341,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.707,00
5.23.
De proceskosten van Stortelder qq in reconventie worden begroot op:
- salaris advocaat
€
588,50
(factor 0,5 x 1.177,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
777,50
5.24.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie en in reconventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie
6.1.
wijst de vorderingen van [partij A] af,
in reconventie
6.2.
veroordeelt [partij A] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan de curator te verstrekken:
de kentekencard behorende bij de Porsche met het kenteken [kenteken];
de bij die Porsche behorende volledige tenaamstellingscode;
alle overige kentekenbescheiden en documenten die noodzakelijk zijn om de Porsche rechtsgeldig te registreren, over te schrijven en te vervreemden,
6.3.
veroordeelt [partij A] om alle medewerking te verlenen die noodzakelijk is om de tenaamstelling van de Porsche te wijzigen, waaronder begrepen het afleggen van de vereiste verklaringen, het ondertekenen van de benodigde formulieren en het verrichten van alle overige feitelijke handelingen en rechtshandelingen die daarvoor noodzakelijk zijn,
6.4.
veroordeelt [partij A] om aan Stortelder qq een dwangsom te betalen van € 1.000,- per dag, voor iedere dag of een gedeelte daarvan hij in gebreke blijft aan het bepaalde onder 6.2. en 6.3. te voldoen, tot een maximum van € 50.000,- is bereikt,
in conventie en in reconventie
6.5.
veroordeelt [partij A] in de proceskosten (in conventie en in reconventie) van (in totaal) € 2.484,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [partij A] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.6.
veroordeelt [partij A] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.7.
verklaart de onderdelen 6.2 tot en met 6.6 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.8.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/349275 / KG ZA 26-154
Vonnis in kort geding van 4 augustus 2026
in de zaak van
[partij A]
,
te [woonplaats],
eiser in conventie,
gedaagde in reconventie,
hierna te noemen: [partij A],
advocaat: mr. J.H.M. Spanjaard,
tegen
LUC ANTONIUS MARIA STORTELDER QQ,
in hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene],
handelend onder de naam Natures Best Dogfood,
te Almelo,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. L.A.M. Stortelder.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 15 producties,- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met 14 producties,- de mondelinge behandeling van 21 juli 2026, waarbij door beide partijen het woord is gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt,
- het tijdens de mondelinge behandeling namens [partij A] in het geding gebrachte bankafschrift van 31 augustus 2023.
2Waar gaat deze zaak over?
2.1.
Deze zaak gaan in de kern over de vraag wie de eigenaar is van een Porsche. De voorzieningenrechter is van oordeel dat partijen na het sluiten van een koopovereenkomst hebben voldaan aan alle vereisten voor eigendomsoverdracht, zodat de Porsche eigendom van [betrokkene] is geworden. Omdat [betrokkene] failliet is verklaard, valt de Porsche in de faillissementsboedel. Daarom worden de vordering van [partij A] tot afgifte van de Porsche afgewezen en worden de vorderingen van de curator tot afgifte van de autopapieren en tot veroordeling van [partij A] om zijn medewerking te verlenen aan het wijzigen van de tenaamstelling van de Porsche, toegewezen.
3De feiten
3.1.
[betrokkene] (hierna: [betrokkene]) heeft van [partij A] een Porsche Carrera met het kenteken [kenteken] (hierna: de Porsche) gekocht. De koopovereenkomst is niet op schrift gesteld. [betrokkene] is de Porsche onder zich gaan houden.
3.2.
Bij vonnis van 9 juli 2024 is [betrokkene] failliet verklaard. Bij beschikking van
18 oktober 2024 is de oorspronkelijk aangestelde curator ontslagen en is mr. Stortelder benoemd tot curator in het faillissement van [betrokkene].
3.3.
Om te voorkomen dat de Porsche aan de boedel van [betrokkene] zou worden onttrokken, heeft de curator op 24 maart 2026 met toestemming van de rechter-commissaris in het faillissement van [betrokkene], de Porsche in bewaring laten stellen. De Porsche stond op dat moment geparkeerd bij het pand aan de [adres].
4Het geschil
in conventie
4.1.
[partij A] vordert - samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de curator op straffe van verbeurte van een dwangsom beveelt de Porsche binnen 3 dagen na het vonnis af te geven. Daarnaast vordert [partij A] veroordeling van de curator in de proceskosten, waaronder de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
De voorzieningenrechter begrijpt dat [partij A] uiteindelijk erkent dat hij met betrekking tot de Porsche een koopovereenkomst heeft gesloten met [betrokkene].
4.2.1.
Primair stelt [partij A] dat de curator niet heeft bewezen dat de eigendom van de Porsche door hem aan [betrokkene] is overgedragen. [partij A] heeft slechts de reservesleutel en niet de hoofdsleutel aan [betrokkene] gegeven. Ook de eigendomspapieren, het kentekenbewijs en de tenaamstelling zijn nog steeds in het bezit van [partij A]. [betrokkene] reed dus slechts als houder en niet als eigenaar in de Porsche en [partij A] kon tot aan de inbewaringstelling ervan, vrij over de Porsche beschikken.
4.2.2.
Subsidiair stelt [partij A] dat hij bij de verkoop van de Porsche een eigendomsvoorbehoud heeft gemaakt, in die zin dat de Porsche pas na volledige betaling van de koopsom aan [betrokkene] zou worden geleverd en in eigendom aan hem zou worden overgedragen. [betrokkene] heeft ter voldoening van de koopsom bedragen aan hem betaald, maar nooit de volledige koopsom voldaan, ook omdat er bedragen zijn terugbetaald. Gelet op het door [partij A] gemaakte eigendomsvoorbehoud is hij eigenaar gebleven van de Porsche en valt de Porsche niet in de boedel van het faillissement van [betrokkene]. In een Whatsapp-bericht van 4 april 2025 heeft [partij A] het eigendomsvoorbehoud aan de belastingdienst bevestigd en heeft hij te kennen gegeven dat de koopprijs nog niet volledig is voldaan. [partij A] betwist dat hij op 31 maart 2025 bij de belastingdienst heeft verklaard dat de koopsom volledig is betaald. De door de belastingdienst opgetekende verklaring van die datum is niet verifieerbaar en is door hem niet ondertekend.
4.3.
Stortelder qq voert verweer. Hij concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [partij A], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [partij A] in de werkelijke kosten van deze procedure.
in reconventie
4.4.
De curator vordert - samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [partij A] op straffe van verbeurte van een dwangsom veroordeelt om binnen zeven dagen na betekening van het te wijzen vonnis:
- aan de curator te verstrekken:
de kentekencard behorende bij de Porsche 911 Carrera met kenteken
[kenteken];
de bij die Porsche behorende volledige tenaamstellingscode;
alle overige kentekenbescheiden en documenten die noodzakelijk zijn om de Porsche rechtsgeldig te registreren, over te schrijven en te vervreemden;
- om alle medewerking te verlenen die noodzakelijk is om de tenaamstelling van de Porsche te wijzigen, waaronder begrepen het afleggen van de vereiste verklaringen, het ondertekenen van de benodigde formulieren en het verrichten van alle overige feitelijke en rechtshandelingen die daarvoor noodzakelijk zijn;
Daarnaast vordert de curator om [partij A] te veroordelen in de werkelijke proceskosten van het geding in reconventie, waaronder de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.5.
De curator legt – kort gezegd – aan zijn vordering ten grondslag dat de eigendom van de Porsche bij [betrokkene] ligt en dat de Porsche daarom in de faillissementsboedel valt. Niet alleen is aan de juridische vereisten voor eigendomsovergang van de Porsche voldaan, nu sprake is van beschikkingsbevoegdheid, een geldige titel en levering. Ook de feiten en omstandigheden leiden tot dezelfde conclusie.
4.6.
[partij A] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de curator, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de curator in de kosten van deze procedure.
5De beoordeling
in conventie en in reconventie
5.1.
De vorderingen in conventie en reconventie zullen hierna gezamenlijk worden besproken, omdat zij nauw met elkaar samenhangen en in de kern dezelfde vraag aan de orde stellen, namelijk of [betrokkene] eigenaar is geworden van de Porsche.
5.2.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het spoedeisend belang bij de vorderingen voldoende voortvloeit uit de aard van de vorderingen, namelijk dat een einde willen maken aan de situatie waarbij er inbreuk wordt gemaakt op een eigendomsrecht.
5.3.
Kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of [partij A] kan worden gevolgd in zijn stelling dat hij eigenaar is gebleven van de Porsche en of de curator deze Porsche ten onrechte in bewaring heeft laten nemen omdat deze zou behoren tot de boedel van de failliet verklaarde [betrokkene].
De vereisten voor eigendomsoverdracht
5.4.
Om eigenaar te worden van een goed zoals een auto, gelden volgens artikel 3:84 van het Burgerlijk Wetboek (BW) drie vereisten. Het eerste vereiste is dat er een levering van het goed plaatsvindt. Het tweede vereiste is dat die levering gebaseerd is op een geldige titel, bijvoorbeeld een koopovereenkomst. Tot slot moet de levering van het goed uitgevoerd worden door iemand die bevoegd was om over dat goed te beschikken.
Geldige titel en beschikkingsbevoegdheid
5.5.
De voorzieningenrechter stelt vast dat [partij A] tijdens de mondelinge behandeling heeft erkend dat hij met [betrokkene] mondeling een koopovereenkomst met betrekking tot de Porsche heeft gesloten. Tussen partijen is evenmin in geschil dat [partij A] als eigenaar bevoegd was om over de Porsche te beschikken en deze in het kader van een verkoop aan de koper te leveren. Als er levering van de Porsche aan [betrokkene] heeft plaatsgevonden, is dat gebeurd op basis van een geldige titel en door een beschikkingsbevoegde.
Levering
5.6.
De levering van een goed zoals een auto vindt plaats door aan de verkrijger het bezit van het goed te verschaffen (artikel 3:90 lid 1 BW). Daarvan is volgens artikel 3:114 BW sprake als de verkrijger in staat wordt gesteld om de macht uit te oefenen die de bezitter zelf over het goed kon uitoefenen. Bezit is het houden van een goed voor zichzelf (artikel 3:107 BW). Of iemand een goed houdt en of hij dit voor zichzelf of voor een ander doet, wordt volgens artikel 3:108 BW naar verkeersopvatting beoordeeld, met inachtneming van de in de volgende artikelen opgenomen regels en overigens op grond van uiterlijke feiten. Op grond van artikel 3:109 BW wordt degene die een goedt houdt, vermoed dit voor zichzelf te houden en op die manier bezitter te zijn. De bezitter van een goed wordt vermoed rechthebbende te zijn (3:119 lid 1 BW).
5.7.
Partijen zijn het er niet over eens of de Porsche door [partij A] aan [betrokkene] is geleverd.
5.8.
De curator stelt dat [partij A] de Porsche aan [betrokkene] heeft geleverd door bezitsverschaffing. Daarbij acht de curator van belang dat de Porsche al geruime tijd op het perceel aan de [adres] stond. Op dat adres is [betrokkene] door de gemeente Olst-Wijhe ambtshalve ingeschreven, omdat hij daar volgens waarnemingen van de gemeente woont. Daarnaast is [betrokkene] huurkoper van het perceel. Ook beschikte [betrokkene] over de sleutel van de Porsche en heeft de politie meerdere keren waargenomen dat hij erin reed. Uit deze omstandigheden volgt volgens de curator dat [betrokkene] door [partij A] in staat is gesteld zodanige macht over de auto uit te oefenen dat hij naar verkeersopvatting als bezitter is aan te merken. Op grond van het wettelijk vermoeden uit artikel 3:109 BW wordt vermoed dat [betrokkene] de Porsche voor zichzelf hield en dus wordt hij vermoed bezitter te zijn. In het verlengde daarvan wordt [betrokkene] volgens de curator op grond van artikel 3:119 BW als bezitter van de Porsche vermoed rechthebbend te zijn.
5.9.
Volgens [partij A] kon [betrokkene] enkel als houder over de Porsche beschikken. [partij A] wijst er in dat kader op dat hij een eigendomsvoorbehoud heeft gemaakt, in die zin dat pas na volledige betaling van de koopsom de Porsche in eigendom aan [betrokkene] zal worden overgedragen. Omdat de koopsom niet volledig is betaald heeft hij de Porsche ook nog niet geleverd. [partij A] stelt dat hij [betrokkene] enkel de reservesleutel heeft gegeven en zelf de hoofdsleutel te hebben gehouden. Tot aan de inbewaringstelling kon hij zelf ook over de Porsche beschikken en deed hij dat naar zijn zeggen ook.
5.10.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de curator aannemelijk gemaakt dat [partij A] aan [betrokkene] het bezit van de auto heeft verschaft door hem de sleutel te overhandigen zodat hij feitelijk over de auto kon beschikken. Als bezitter wordt [betrokkene] vermoed rechthebbende te zijn. De curator heeft er terecht op gewezen dat ook [betrokkene] ervan uitging rechthebbende te zijn, nu de heer Vijn – die ook als gemachtigde van [partij A] is opgetreden en in die hoedanigheid ter zitting aanwezig was– in zijn hoedanigheid van gemachtigde van [betrokkene] heeft verzocht om de Porsche aan [betrokkene] terug te geven. Dat [betrokkene] ook daadwerkelijk over de auto beschikte heeft de curator afgeleid uit informatie van de belastingdienst, die signalen van de politie had ontvangen met de strekking dat [betrokkene] regelmatig als bestuurder van de Porsche is gezien. Dat [partij A] de hoofdsleutel van de auto heeft achtergehouden en daardoor zelf nog over de auto kon beschikken is door hem wel gesteld, maar niet onderbouwd. De voorzieningenrechter gaat dan ook aan deze stelling voorbij en is van oordeel dat de auto wel degelijk in de macht van [betrokkene] is gebracht. Dat de Porsche een tijd niet APK-goedgekeurd is geweest, waardoor er niet in mocht worden gereden, vormt geen bewijs van het feit dat dat ook daadwerkelijk niet is gebeurd en leidt dan ook niet tot een ander oordeel. De Porsche is dus door bezitsverschaffing aan [betrokkene] geleverd.
Tussenconclusie
5.11.
Nu ook een rechtsgeldige levering heeft plaatsgevonden, is aan alle vereisten voor eigendomsoverdracht van de Porsche voldaan.
Eigendomsvoorbehoud
5.12.
[partij A] heeft weliswaar gesteld dat hij met [betrokkene] een eigendomsvoorbehoud is overeengekomen, maar heeft dat niet onderbouwd. Anders dan [partij A] meent kan zijn WhatsApp-bericht van 4 april 2025 aan de belastingdienst daartoe niet als bewijs dienen. In dat bericht staat:
‘(…) heb hem dacht ik september 22 te koop aangeboden voor 125k deze werd maandelijks betaald, nog niet geheel voldaan. Daarom heb ik hem nog op mij naam staan ook als onderpand’
Uit dit bericht blijkt enkel dat [partij A] heeft gehandeld alsof een eigendomsvoorbehoud is gemaakt, niet dat een dergelijk voorbehoud ook met [betrokkene] is overeengekomen. Dat [betrokkene] ervan uitging dat hij eigenaar van de Porsche is geworden blijkt al uit wat in rechtsoverweging 5.10 is overwogen.
5.13.
De voorzieningenrechter passeert dan ook de stelling dat een eigendomsvoorbehoud zou bestaan.
5.14.
De voorzieningenrechter wil niet onvermeld laten dat ook als een dergelijk voorbehoud wel zou zijn gemaakt, dit niet in de weg zou hebben gestaan aan de eigendomsoverdracht van de Porsche aan [betrokkene]. De voorzieningenrechter is het met de curator eens dat het eigendomsvoorbehoud verloren zou zijn gegaan door voldoening van de tegenprestatie: de betaling van de volledige koopsom. [partij A] heeft in een gesprek van
31 maart 2025 met twee medewerkers van de belastingdienst verklaard dat [betrokkene] de Porsche van hem heeft gekocht, in delen heeft betaald en dat de Porsche inmiddels volledig is betaald. De auto moet volgens hem nog op naam van [betrokkene] worden gezet.
5.15.
De voorzieningenrechter hecht meer waarde aan de verklaring die [partij A] tegenover medewerkers van de belastingdienst heeft afgelegd dan aan zijn latere, daarmee strijdige verklaring. Daarbij laat de voorzieningenrechter wegen dat de verklaring is opgetekend door medewerkers die gelet op hun functie wettelijk verplicht zijn om hun bevindingen naar waarheid te registreren. Bovendien strookt de door [partij A] op 31 maart 2025 afgelegde verklaring met de feiten die blijken uit het dossier.
5.16.
Voor zover [partij A] zijn stelling dat de koopsom niet volledig is betaald omdat een deel van de koopsom is terugbetaald heeft willen onderbouwen door te verwijzen naar bankafschriften, is hij daarin niet geslaagd. Daarbij hecht de voorzieningenrechter belang aan het feit dat de overschrijving van € 27.000,- naar de rekening van [partij A] die op 11 augustus 2025 heeft plaatsgevonden was niet van [betrokkene], maar van zijn partner [naam], en had gelet op de omschrijving ‘leening terugbetalen zoals afgesproken’ niet te maken met de koop van de Porsche. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat uit het bankafschrift met de overschrijving van € 35.000,- van 25 augustus 2023 dat is overgelegd ter onderbouwing van de stelling dat [partij A] dat bedrag op de koopsom van de Porsche heeft teruggestort, juist blijkt dat het een overschrijving betreft náár de bankrekening van [partij A]. Het bedrag is bovendien niet afkomstig van [betrokkene] privé, maar van [bedrijf] B.V. De omschrijving ‘zoals afgesproken’ bevat geen link naar de Porsche. Ook is tijdens de mondelinge behandeling van de zijde van [partij A] erkend dat geen enkel bewijs is overgelegd van de door [partij A] (in randnummer 11 van de dagvaarding gestelde terugbetaling van € 32.000.
Tot slot
5.17.
De overige door [partij A] aangedragen argumenten snijden ook geen hout. Zo levert de enkele tenaamstelling op het kentekenbewijs geen sluitend bewijs van eigendom van op. Bovendien heeft [partij A] tegenover de belastingdienst erkend dat het kentekenbewijs en ander relevante autopapieren aan [betrokkene] overgedragen dienen te worden.
De vorderingen in reconventie
5.18.
Het oordeel in conventie betekent dat de in reconventie gevorderde afgifte van de autopapieren en de medewerking van [partij A] zullen worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen, maar het maximumbedrag zal worden gematigd tot
€ 50.000,-.
Uitvoerbaar bij voorraad verklaring
5.19.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [partij A] verzocht een in zijn nadeel te wijzen vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, omdat dit ertoe zou leiden dat hij ten opzichte van de boedel enkel een concurrente vordering heeft.
5.20.
De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee en zal dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Hij neemt daarbij in aanmerking dat het financiële belang van [partij A] moet worden afgewogen tegen de belangen van de overige schuldeisers van de boedel bij een voortvarende afwikkeling daarvan. Het belang van [partij A] dient daarbij niet zwaarder te wegen dan dat van de andere schuldeisers.
Slotsom en proceskosten
5.21.
De slotsom is dat de vorderingen in conventie worden afgewezen en dat het gevorderde in reconventie voor een groot deel wordt toegewezen. Dit betekent dat [partij A] in conventie en in reconventie (grotendeels) in het ongelijk is gesteld. Hij moet daarom de proceskosten (inclusief de nakosten) betalen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat niet de werkelijke proceskosten zullen worden vergoed, maar dat deze worden berekend aan de hand van het de liquidatietarief.
5.22.
De proceskosten van Stortelder qq worden in conventie begroot op:
- griffierecht
€
341,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.707,00
5.23.
De proceskosten van Stortelder qq in reconventie worden begroot op:
- salaris advocaat
€
588,50
(factor 0,5 x 1.177,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
777,50
5.24.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie en in reconventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie
6.1.
wijst de vorderingen van [partij A] af,
in reconventie
6.2.
veroordeelt [partij A] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan de curator te verstrekken:
de kentekencard behorende bij de Porsche met het kenteken [kenteken];
de bij die Porsche behorende volledige tenaamstellingscode;
alle overige kentekenbescheiden en documenten die noodzakelijk zijn om de Porsche rechtsgeldig te registreren, over te schrijven en te vervreemden,
6.3.
veroordeelt [partij A] om alle medewerking te verlenen die noodzakelijk is om de tenaamstelling van de Porsche te wijzigen, waaronder begrepen het afleggen van de vereiste verklaringen, het ondertekenen van de benodigde formulieren en het verrichten van alle overige feitelijke handelingen en rechtshandelingen die daarvoor noodzakelijk zijn,
6.4.
veroordeelt [partij A] om aan Stortelder qq een dwangsom te betalen van € 1.000,- per dag, voor iedere dag of een gedeelte daarvan hij in gebreke blijft aan het bepaalde onder 6.2. en 6.3. te voldoen, tot een maximum van € 50.000,- is bereikt,
in conventie en in reconventie
6.5.
veroordeelt [partij A] in de proceskosten (in conventie en in reconventie) van (in totaal) € 2.484,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [partij A] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.6.
veroordeelt [partij A] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.7.
verklaart de onderdelen 6.2 tot en met 6.6 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.8.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.