Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:4730
2026-05-20
Civiel recht
C/08/346677 / HA ZA 26-121
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verstek. Vordering tot verwijdering van de schutting, het verlenen van toegang aan eisers en verwijdering van geplaatste elektriciteitsleidingen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.879 tekens)
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/346677 / HA ZA 26-121
Vonnis van 20 mei 2026
in de zaak van
1
[eiser],
te [woonplaats 1],2. [eiseres],
te [woonplaats 2],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers],
advocaat: mr. J.M.E. Hamming,
tegen
1
[gedaagde 1],
te [woonplaats 3],2. [gedaagde 2],
te [woonplaats 4],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden],
niet verschenen.
1De zaak in het kort
1.1
[eisers] vorderen verwijdering van de schutting, het verlenen van toegang aan hen en verwijdering van de op hun perceel geplaatste elektriciteitsleidingen door [gedaagden]. [eisers] stellen dat [gedaagden] onrechtmatig jegens hen handelen, doordat zij niet alleen om hun eigen perceel een hek/schutting hebben geplaatst, maar ook om het mandelige perceel dat tussen de percelen van partijen is gelegen.
Tegen [gedaagden] is verstek verleend, omdat zij, hoewel goed opgeroepen, niet zijn verschenen in de procedure. In dat geval wijst de rechter een tegen de gedaagde ingestelde vordering toe, tenzij de vordering haar onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv). De door [eisers] ingestelde vorderingen en de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden zijn door [gedaagden] niet weersproken. De rechtbank beoordeelt de vorderingen van [eisers] gelet op voornoemd kader toewijsbaar.
2De procedure
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 5 maart 2026 met producties;
- het tegen [gedaagden] verleende verstek.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
3Het geschil
3.1
[eisers] vorderen dat de rechtbank [gedaagden] bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. hoofdelijk veroordeelt om binnen veertien dagen na dit vonnis de schutting en het schot, en de andere objecten die op de foto’s in randnummer 9 van de dagvaarding met een rode ellips zijn aangegeven, te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of per keer dat in strijd met dit vonnis wordt gehandeld met een maximum van € 25.000,00;
II. hoofdelijk verbiedt om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan [eisers] feitelijk de toegang tot het mandelige perceel (nummer [nummer 1]) en een deel van hun eigen perceel (nummer [nummer 2]) te ontzeggen, door te verhinderen, te bemoeilijken of onmogelijk te maken, in het bijzonder door het persoonlijk tegenhouden van [eisers] of door het plaatsen of handhaven van objecten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of per keer dat met dit vonnis in strijd wordt gehandeld met een maximum van € 25.000,00;
III. hoofdelijk gebiedt om binnen veertien dagen na dit vonnis alle door hen op het perceel van [eisers] (perceel [nummer 2]) geplaatste objecten (in het bijzonder de elektriciteitskabels) te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of per keer dat in strijd wordt gehandeld met dit vonnis met een maximum van € 25.000,00;
IV. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de kosten van deze procedure (inclusief de nakosten), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW) als [gedaagden] deze kosten niet binnen veertien dagen na dit vonnis hebben betaald.
3.2
[eisers] leggen het volgende aan hun vordering ten grondslag. Zij stellen dat zij eigenaar zijn van het perceel [nummer 2]. Tussen de percelen van [eisers] en [gedaagden] (perceel [nummer 3]) is een mandelig perceel gelegen (perceel [nummer 1]), waarvan partijen samen met 39 andere kaveleigenaren mede-eigenaar zijn. De intentie van dit mandelige perceel is, volgens de leveringsakte, om een gemeenschappelijke ecologische tuin om de huispercelen heen te vormen, waarvan alle bewoners van het hofje kunnen profiteren. Het beheer van het mandelige perceel is officieel in handen van de vereniging ‘[de vereniging]’ (verder: de vereniging). Zonder toestemming van de vereniging is het partijen niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de mandelige percelen. [gedaagden] hebben zich hier volgens [eisers] echter niet aangehouden. Zij hebben niet alleen om hun eigen perceel een hek/schutting geplaatst, maar ook om het mandelige perceel. Hierdoor kunnen [eisers] feitelijk niet meer bij hun eigen perceelgedeelte net naast de buitenmuur van hun garage. Daarnaast hebben [gedaagden] in de strook net naast de garage van [eisers] diverse elektriciteitsleidingen aangelegd. [eisers] vorderen de verwijdering van met rode ellipsen omgeven schutting/schotten, het niet meer blokkeren van de toegang tot het perceel en de op hun perceel geplaatste elektriciteitsleidingen (en andere zaken die zich daar bevinden) primair op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) en subsidiair dat niet van hen kan worden gevergd dat zij eerst de vereniging her-activeert en de vereniging vervolgens actie tegen [gedaagden] laat ondernemen, nu de vereniging feitelijk nooit gefunctioneerd heeft.
3.3
[gedaagden] hebben geen verweer gevoerd tegen de vorderingen van [eisers].
4De beoordeling
4.1
Tegen [gedaagden] is verstek verleend, omdat zij hoewel goed opgeroepen niet zijn verschenen in de procedure. In dat geval wijst de rechter een tegen de gedaagde ingestelde vordering toe, tenzij de vordering haar onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv). De door [eisers] ingestelde vorderingen en de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden zijn door [gedaagden] niet weersproken. De rechtbank beoordeelt de vorderingen van [eisers] gelet op voornoemd kader toewijsbaar.
[gedaagden] moeten de proceskosten betalen
4.2
[gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
127,35
- griffierecht
€
341,00
- salaris advocaat
€
653,00
(1 punt × € 653,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.310,35
4.3
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.4
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
5De beslissing
De rechtbank
5.1
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de ten processe bedoelde schutting en het schot, alsmede alle andere objecten, telkens met een rode ellips op de foto’s in de dagvaarding sub 9 aangegeven, te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of per keer dat in strijd wordt gehandeld met dit vonnis zulks met een maximum van € 25.000,00;
5.2
verbiedt [gedaagden] hoofdelijk binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis [eisers] feitelijk de toegang tot het litigieuze deel van het mandelige perceel gemeente [gemeente], sectie [sectie] nummer [nummer 1] en een deel van het perceel gemeente [gemeente], sectie [sectie] nummer [nummer 2], te ontzeggen, door dit te verhinderen, te bemoeilijken of onmogelijk te maken, in het bijzonder door het persoonlijk tegenhouden van [eisers] of door het plaatsen of handhaven van objecten (waaronder bomen of struiken en een schutting (voor zover die toegang tot de schutting van [eisers] verhindert), op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of per keer dat met dit vonnis in strijd wordt gehandeld met een maximum van € 25.000,00;
5.3
gebiedt [gedaagden] hoofdelijk binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis alle door hen op het perceel van [eisers] (gemeente [gemeente], sectie [sectie] nummer [nummer 2]) geplaatste objecten (in het bijzonder de elektriciteitskabels) te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of per keer dat in strijd wordt gehandeld met dit vonnis met een maximum van € 25.000,00;
5.4
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.310,35, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
5.5
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.6
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/346677 / HA ZA 26-121
Vonnis van 20 mei 2026
in de zaak van
1
[eiser],
te [woonplaats 1],2. [eiseres],
te [woonplaats 2],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers],
advocaat: mr. J.M.E. Hamming,
tegen
1
[gedaagde 1],
te [woonplaats 3],2. [gedaagde 2],
te [woonplaats 4],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden],
niet verschenen.
1De zaak in het kort
1.1
[eisers] vorderen verwijdering van de schutting, het verlenen van toegang aan hen en verwijdering van de op hun perceel geplaatste elektriciteitsleidingen door [gedaagden]. [eisers] stellen dat [gedaagden] onrechtmatig jegens hen handelen, doordat zij niet alleen om hun eigen perceel een hek/schutting hebben geplaatst, maar ook om het mandelige perceel dat tussen de percelen van partijen is gelegen.
Tegen [gedaagden] is verstek verleend, omdat zij, hoewel goed opgeroepen, niet zijn verschenen in de procedure. In dat geval wijst de rechter een tegen de gedaagde ingestelde vordering toe, tenzij de vordering haar onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv). De door [eisers] ingestelde vorderingen en de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden zijn door [gedaagden] niet weersproken. De rechtbank beoordeelt de vorderingen van [eisers] gelet op voornoemd kader toewijsbaar.
2De procedure
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 5 maart 2026 met producties;
- het tegen [gedaagden] verleende verstek.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
3Het geschil
3.1
[eisers] vorderen dat de rechtbank [gedaagden] bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. hoofdelijk veroordeelt om binnen veertien dagen na dit vonnis de schutting en het schot, en de andere objecten die op de foto’s in randnummer 9 van de dagvaarding met een rode ellips zijn aangegeven, te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of per keer dat in strijd met dit vonnis wordt gehandeld met een maximum van € 25.000,00;
II. hoofdelijk verbiedt om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan [eisers] feitelijk de toegang tot het mandelige perceel (nummer [nummer 1]) en een deel van hun eigen perceel (nummer [nummer 2]) te ontzeggen, door te verhinderen, te bemoeilijken of onmogelijk te maken, in het bijzonder door het persoonlijk tegenhouden van [eisers] of door het plaatsen of handhaven van objecten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of per keer dat met dit vonnis in strijd wordt gehandeld met een maximum van € 25.000,00;
III. hoofdelijk gebiedt om binnen veertien dagen na dit vonnis alle door hen op het perceel van [eisers] (perceel [nummer 2]) geplaatste objecten (in het bijzonder de elektriciteitskabels) te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of per keer dat in strijd wordt gehandeld met dit vonnis met een maximum van € 25.000,00;
IV. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de kosten van deze procedure (inclusief de nakosten), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW) als [gedaagden] deze kosten niet binnen veertien dagen na dit vonnis hebben betaald.
3.2
[eisers] leggen het volgende aan hun vordering ten grondslag. Zij stellen dat zij eigenaar zijn van het perceel [nummer 2]. Tussen de percelen van [eisers] en [gedaagden] (perceel [nummer 3]) is een mandelig perceel gelegen (perceel [nummer 1]), waarvan partijen samen met 39 andere kaveleigenaren mede-eigenaar zijn. De intentie van dit mandelige perceel is, volgens de leveringsakte, om een gemeenschappelijke ecologische tuin om de huispercelen heen te vormen, waarvan alle bewoners van het hofje kunnen profiteren. Het beheer van het mandelige perceel is officieel in handen van de vereniging ‘[de vereniging]’ (verder: de vereniging). Zonder toestemming van de vereniging is het partijen niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de mandelige percelen. [gedaagden] hebben zich hier volgens [eisers] echter niet aangehouden. Zij hebben niet alleen om hun eigen perceel een hek/schutting geplaatst, maar ook om het mandelige perceel. Hierdoor kunnen [eisers] feitelijk niet meer bij hun eigen perceelgedeelte net naast de buitenmuur van hun garage. Daarnaast hebben [gedaagden] in de strook net naast de garage van [eisers] diverse elektriciteitsleidingen aangelegd. [eisers] vorderen de verwijdering van met rode ellipsen omgeven schutting/schotten, het niet meer blokkeren van de toegang tot het perceel en de op hun perceel geplaatste elektriciteitsleidingen (en andere zaken die zich daar bevinden) primair op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) en subsidiair dat niet van hen kan worden gevergd dat zij eerst de vereniging her-activeert en de vereniging vervolgens actie tegen [gedaagden] laat ondernemen, nu de vereniging feitelijk nooit gefunctioneerd heeft.
3.3
[gedaagden] hebben geen verweer gevoerd tegen de vorderingen van [eisers].
4De beoordeling
4.1
Tegen [gedaagden] is verstek verleend, omdat zij hoewel goed opgeroepen niet zijn verschenen in de procedure. In dat geval wijst de rechter een tegen de gedaagde ingestelde vordering toe, tenzij de vordering haar onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv). De door [eisers] ingestelde vorderingen en de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden zijn door [gedaagden] niet weersproken. De rechtbank beoordeelt de vorderingen van [eisers] gelet op voornoemd kader toewijsbaar.
[gedaagden] moeten de proceskosten betalen
4.2
[gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
127,35
- griffierecht
€
341,00
- salaris advocaat
€
653,00
(1 punt × € 653,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.310,35
4.3
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.4
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
5De beslissing
De rechtbank
5.1
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de ten processe bedoelde schutting en het schot, alsmede alle andere objecten, telkens met een rode ellips op de foto’s in de dagvaarding sub 9 aangegeven, te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of per keer dat in strijd wordt gehandeld met dit vonnis zulks met een maximum van € 25.000,00;
5.2
verbiedt [gedaagden] hoofdelijk binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis [eisers] feitelijk de toegang tot het litigieuze deel van het mandelige perceel gemeente [gemeente], sectie [sectie] nummer [nummer 1] en een deel van het perceel gemeente [gemeente], sectie [sectie] nummer [nummer 2], te ontzeggen, door dit te verhinderen, te bemoeilijken of onmogelijk te maken, in het bijzonder door het persoonlijk tegenhouden van [eisers] of door het plaatsen of handhaven van objecten (waaronder bomen of struiken en een schutting (voor zover die toegang tot de schutting van [eisers] verhindert), op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of per keer dat met dit vonnis in strijd wordt gehandeld met een maximum van € 25.000,00;
5.3
gebiedt [gedaagden] hoofdelijk binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis alle door hen op het perceel van [eisers] (gemeente [gemeente], sectie [sectie] nummer [nummer 2]) geplaatste objecten (in het bijzonder de elektriciteitskabels) te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of per keer dat in strijd wordt gehandeld met dit vonnis met een maximum van € 25.000,00;
5.4
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.310,35, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
5.5
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.6
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.