Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:4729

2026-07-07 Civiel recht C/08/347703 / KG RK 26-232
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-07-07
Publicatiedatum
2026-08-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/08/347703 / KG RK 26-232
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek tot inroepen huurbeding, beheersbeding en ontruimingsbeding

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.549 tekens)
RECHTBANK Overijssel


Civiel recht



Zittingsplaats Almelo



Zaaknummer / rekestnummer: C/08/347703 / KG RK 26-232




Beschikking van de voorzieningenrechter van 7 juli 2026




in de zaak van




ABN AMRO BANK N.V.,
te Amsterdam,
verzoekende partij,
hierna te noemen: ABN Amro,
advocaat: mr. E.E.W. Danen,



tegen





1
[gedaagde] ,

te [woonplaats 1],
hierna te noemen: [gedaagde], 2. ÉÉN OF MEER - AL DAN NIET ZAKELIJKE - (ONDER)HUURDERS, van wie de namen niet kunnen worden achterhaald, wonende te [adres 1],
te [woonplaats 2],
hierna te noemen: de onbekende (onder)huurders, 3. EENIEDER, VOOR ZOVER GEEN HUURDER ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3:264 LID 4 EN 8 BW, die zich bevindt in het pand te [adres 1],
te [woonplaats 2],
hierna te noemen: de bewoners,
belanghebbenden,
niet verschenen.






1De procedure


1.1
ABN Amro heeft een verzoekschrift ingediend ex artikel 3:264 en artikel 3:267 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW). ABN Amro heeft daarnaast op 28 mei 2026 aan de rechtbank een e-mail gestuurd.



1.2
Bij brieven van de griffier van 21 mei 2026 zijn de belanghebbenden in de onderhavige zaak tot en met 8 juni 2026 in de gelegenheid gesteld een mondelinge behandeling te verzoeken, indien van hun zijde bezwaar zou bestaan tegen het ingediende verzoek.



1.3
De beschikking is bepaald op vandaag.





2Het verzoek


2.1
ABN Amro heeft een verzoekschrift ingediend tot het verkrijgen van verlof voor het inroepen van het huurbeding als bedoeld in artikel 3:264 leden 5 en 6 BW, tot het verlenen van een machtiging om de woning aan de [adres 1] in beheer te nemen, zo nodig met behulp van een deurwaarder en de sterke arm, en het onder zich te mogen nemen en te ontruimen binnen drie dagen na betekening van deze beschikking (artikel 3:267 BW).



2.2
De belanghebbenden hebben niet gereageerd op de genoemde brieven van de griffier, zodat de voorzieningenrechter ervanuit gaat dat zij geen bezwaar maken tegen toewijzing van dit verzoek.





3De beoordeling



Het huurbeding




3.1
De voorzieningenrechter moet beoordelen of met instandhouding van de huurovereenkomst kennelijk een voldoende opbrengst zal worden verkregen om ABN Amro (die dit huurbeding heeft gemaakt en dit tegen de (onder)huurders kan inroepen) te voldoen.



3.2
In de hypotheekakte van 5 augustus 2005 waarbij [gedaagde], eigenaar van de woning, ten gunste van ABN Amro een recht van eerste hypotheek heeft gevestigd op de woning, is een huurbeding als bedoeld in artikel 3:264 lid 1 BW opgenomen.



3.3
ABN Amro heeft onweersproken gesteld dat [gedaagde] in verzuim is met de nakoming van zijn verplichtingen jegens ABN Amro. ABN Amro heeft bij deurwaardersexploot van 1 mei 2026 aan [gedaagde] aangezegd dat zij op 10 september 2026 over zal gaan tot openbare verkoop van de woning. Diezelfde dag heeft ABN Amro bij deurwaardersexploot aan de onbekende (onder)huurders aangezegd dat zij als hypotheekhouder over zal gaan tot executie van de woning als bedoeld in artikel 544 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) en dat het huurbeding zal worden ingeroepen.



3.4
Aan de wettelijke vereisten voor toewijzing van het verzoek tot het inroepen van het huurbeding is voldaan. De voorzieningenrechter heeft geen reden eraan te twijfelen dat met instandhouding van de huurovereenkomst geen voldoende opbrengst zal worden verkregen. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.



3.5
Nu het verlof zal worden verleend, zal de voorzieningenrechter de (onder)huurders veroordelen tot ontruiming. De gevorderde ontruimingstermijn van drie dagen zal worden afgewezen. Uit artikel 555 Rv volgt niet dat een ontruimingstermijn drie dagen moet bedragen. Gelet op de datum waarop de executoriale verkoop zal gaan plaatsvinden (10 september 2026) en de datum voor het verstrijken van de termijn voor onderhandse biedingen (27 augustus 2026), zal aan de (onder)huurders een ontruimingstermijn van veertien dagen na betekening van deze beschikking worden gegund.



3.6
Voor zover het verzoek ziet op anderen dan (onder)huurders (door ABN Amro aangemerkt als ‘de bewoners’) zal dit worden afgewezen, nu het vereiste van voorafgaand verlof alleen is voorgeschreven voor hen die krachtens een (onder)huurovereenkomst in de woning verblijven en niet voor ‘bewoners’.



Het beheersbeding en het ontruimingsbeding





3.7
In de overgelegde hypotheekakte is ook een beheers- en ontruimingsbeding opgenomen, op basis waarvan ABN Amro – indien zulks met het oog op de executie is vereist – bevoegd is de woning onder zich te nemen en te verlangen dat vervolgens ontruiming plaatsvindt. ABN Amro heeft onweersproken gesteld dat er een forse betalingsachterstand is ontstaan. Verder heeft [gedaagde] niet weersproken dat hij tot op heden niet heeft meegewerkt aan een onderhands verkooptraject. De voorzieningenrechter zal de verzochte machtiging om de woning onder zich te nemen daarom toewijzen. In verband daarmee zal de voorzieningenrechter [gedaagde] veroordelen tot ontruiming van de woning. Dat geldt ook voor degenen die met of namens hem daar aanwezig zijn. De termijn van ontruiming wordt vastgesteld op veertien dagen na betekening van deze beschikking.



3.8
Anders dan ABN Amro heeft verzocht, zal de voorzieningenrechter bij de machtiging tot het in beheer nemen van de woning niet bepalen dat dit ‘zo nodig met behulp van een deurwaarder en de sterke arm’ kan geschieden. Het verzoek zal in zoverre worden afgewezen. ABN Amro heeft bij de door haar gevraagde toevoeging geen belang, omdat zij op grond van het tevens in de hypotheekakte en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden opgenomen ontruimingsbeding bevoegd is de woning onder zich te nemen indien de uitoefening van dat beding met het oog op de executie is vereist. In geval van ontruiming behoeft de deurwaarder geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm in te roepen. Die bevoegdheid ontleent hij immers rechtstreeks aan de wet.



3.9
De voorzieningenrechter ziet gelet op het karakter van deze procedure geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.






4De beslissing


De voorzieningenrechter



4.1
verleent verlof aan ABN Amro om het huurbeding in te roepen tegen eventuele (onder)huurders;



4.2
veroordeelt de hiervoor onder 4.1 bedoelde (onder)huurders om de woning met terras op de eerste verdieping aan de [adres 1], kadastraal bekend gemeente [kadastrale aanduidingen 1] en het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de berging op de begane grond plaatselijk bekend [adres 2], kadastraal bekend gemeente [kadastrale aanduidingen 2], te ontruimen met al de hunnen en al het hunne, en om de woning met afgifte van de sleutels aan ABN Amro ter vrije beschikking te stellen;



4.3
bepaalt dat deze (onder)huurders gedurende een termijn van veertien dagen na betekening van deze beschikking niet mogen worden ontruimd;



4.4
machtigt ABN Amro om de onder 4.2 omschreven onroerende zaak in beheer en onder zich te nemen;



4.5
veroordeelt [gedaagde] en al wie en wat aldaar namens hem aanwezig is, alsmede de belanghebbenden sub 3, de onder 4.2 omschreven onroerende zaak te ontruimen, waarbij een termijn geldt van veertien dagen na betekening van deze beschikking;



4.6
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



4.7
wijst het meer of anders verzochte af.










Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.