Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:4728
2026-07-07
Civiel recht
C/08/348677 / HA RK 26-70
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek tot wijziging van een aantal artikelen van de statuten van de Stichting als bedoeld in art. 2:294 BW en inschrijving in het in art. 2:289 BW bedoelde register, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.872 tekens)
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer / rekestnummer: C/08/348677 / HA RK 26-70
Beschikking van 7 juli 2026
in de zaak van
DE STICHTING STODT, PRAKTIJKCENTRUM VOOR GEAVANCEERDE TECHNOLOGIE,
gevestigd te Hengelo (O),
verzoekende partij,
hierna te noemen: de Stichting,
advocaat: mr. W.T.M. Krieger.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 11 juni 2026 met bijlagen 1 tot en met 4;
- de aanvullende stukken (bijlagen 5 en 6) van de Stichting van 22 juni 2026.
1.2
De rechtbank heeft afgezien van een mondelinge behandeling, omdat de rechtbank zich voldoende geïnformeerd acht.
1.3
De beschikking is bepaald op vandaag.
2Het verzoek
2.1
De Stichting vraagt wijziging van de artikelen 6, 7, 8 en 10 van de statuten van de Stichting als bedoeld in artikel 2:294 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW) en inschrijving in het in artikel 2:289 BW bedoelde register, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.
2.2
Aan het verzoek heeft de Stichting het volgende ten grondslag gelegd. De Stichting voert aan dat de huidige statuten niet voorzien in het aantal leden en de samenstelling van de Raad van Toezicht (verder: RvT) alsmede de mogelijkheid om het betreffende lid van de RvT tweemaal te herbenoemen voor een aansluitende zittingsperiode. Daarnaast voorzien de huidige statuten volgens de Stichting niet in een belet- en ontstentenisregeling voor zowel het bestuur als de RvT. De Stichting voert aan dat ongewijzigde instandhouding van de statuten tot ongewenste gevolgen leidt die het bestuur van de Stichting bij oprichting niet heeft gewild. Artikel 14 van de huidige statuten bepaalt dat een besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan voorafgaande goedkeuring van de RvT. Nu er geen rechtsgeldige RvT bestaat die deze goedkeuring kan verlenen en de huidige statuten evenmin voorzien in een alternatieve mogelijkheid tot wijziging voor het geval de RvT ontbreekt dan wel niet rechtsgeldig is samengesteld, verzoekt de Stichting tot wijziging van de artikelen 6, 7, 8 en 10 van de statuten.
3De beoordeling
3.1
Het verzoekschrift strekt tot wijziging van de artikelen 6, 7, 8 en 10 van de statuten (overeenkomstig de overgelegde concepttekst, zoals de statuten na wijziging zouden komen te luiden) van de Stichting op de grond dat ongewijzigde handhaving van de statuten zou leiden tot gevolgen die bij de oprichting redelijkerwijze niet kunnen zijn gewild. De rechtbank begrijpt uit het verzoekschrift dat de Stichting wordt geconfronteerd met een bestuurlijke impasse, doordat de huidige leden van de RvT niet rechtsgeldig zouden zijn benoemd en de RvT niet aan de statutaire samenstellingsvereisten zou voldoen. Hierdoor zou de RvT conform artikel 14 van de statuten geen voorafgaande goedkeuring kunnen verlenen aan het voorgenomen besluit tot statutenwijziging.
3.2
De Stichting heeft een uittreksel uit het Handelsregister overgelegd waar de Stichting staat ingeschreven, een door het bestuur ondertekend exemplaar van het besluit om de artikelen 6, 7, 8 en 10 van de statuten te wijzigen en een integrale concepttekst van de statuten zoals deze na wijziging zouden komen te luiden van 22 juni 2026.
3.3
Gezien de stukken en gelet op wat in het verzoekschrift is aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat het verzoek toewijsbaar is. Nadat deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, zal zij in de plaats komen van de wijziging als bedoeld in de tweede zin van artikel 2:293 BW. Het bestuur van de Stichting is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen bij het Handelsregister.
4De beslissing
De rechtbank
4.1
wijzigt de huidige statuten van de Stichting, zodat de statuten komen te luiden conform de integrale concepttekst na statutenwijziging, zoals de rechtbank op 22 juni 2026 van de Stichting heeft ontvangen en als bijlage aan deze beschikking is gehecht;
4.2
bepaalt dat de griffier zorgdraagt dat deze uitspraak, nadat zij in kracht van gewijsde is gegaan, in het Handelsregister wordt ingeschreven;
4.3
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer / rekestnummer: C/08/348677 / HA RK 26-70
Beschikking van 7 juli 2026
in de zaak van
DE STICHTING STODT, PRAKTIJKCENTRUM VOOR GEAVANCEERDE TECHNOLOGIE,
gevestigd te Hengelo (O),
verzoekende partij,
hierna te noemen: de Stichting,
advocaat: mr. W.T.M. Krieger.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 11 juni 2026 met bijlagen 1 tot en met 4;
- de aanvullende stukken (bijlagen 5 en 6) van de Stichting van 22 juni 2026.
1.2
De rechtbank heeft afgezien van een mondelinge behandeling, omdat de rechtbank zich voldoende geïnformeerd acht.
1.3
De beschikking is bepaald op vandaag.
2Het verzoek
2.1
De Stichting vraagt wijziging van de artikelen 6, 7, 8 en 10 van de statuten van de Stichting als bedoeld in artikel 2:294 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW) en inschrijving in het in artikel 2:289 BW bedoelde register, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.
2.2
Aan het verzoek heeft de Stichting het volgende ten grondslag gelegd. De Stichting voert aan dat de huidige statuten niet voorzien in het aantal leden en de samenstelling van de Raad van Toezicht (verder: RvT) alsmede de mogelijkheid om het betreffende lid van de RvT tweemaal te herbenoemen voor een aansluitende zittingsperiode. Daarnaast voorzien de huidige statuten volgens de Stichting niet in een belet- en ontstentenisregeling voor zowel het bestuur als de RvT. De Stichting voert aan dat ongewijzigde instandhouding van de statuten tot ongewenste gevolgen leidt die het bestuur van de Stichting bij oprichting niet heeft gewild. Artikel 14 van de huidige statuten bepaalt dat een besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan voorafgaande goedkeuring van de RvT. Nu er geen rechtsgeldige RvT bestaat die deze goedkeuring kan verlenen en de huidige statuten evenmin voorzien in een alternatieve mogelijkheid tot wijziging voor het geval de RvT ontbreekt dan wel niet rechtsgeldig is samengesteld, verzoekt de Stichting tot wijziging van de artikelen 6, 7, 8 en 10 van de statuten.
3De beoordeling
3.1
Het verzoekschrift strekt tot wijziging van de artikelen 6, 7, 8 en 10 van de statuten (overeenkomstig de overgelegde concepttekst, zoals de statuten na wijziging zouden komen te luiden) van de Stichting op de grond dat ongewijzigde handhaving van de statuten zou leiden tot gevolgen die bij de oprichting redelijkerwijze niet kunnen zijn gewild. De rechtbank begrijpt uit het verzoekschrift dat de Stichting wordt geconfronteerd met een bestuurlijke impasse, doordat de huidige leden van de RvT niet rechtsgeldig zouden zijn benoemd en de RvT niet aan de statutaire samenstellingsvereisten zou voldoen. Hierdoor zou de RvT conform artikel 14 van de statuten geen voorafgaande goedkeuring kunnen verlenen aan het voorgenomen besluit tot statutenwijziging.
3.2
De Stichting heeft een uittreksel uit het Handelsregister overgelegd waar de Stichting staat ingeschreven, een door het bestuur ondertekend exemplaar van het besluit om de artikelen 6, 7, 8 en 10 van de statuten te wijzigen en een integrale concepttekst van de statuten zoals deze na wijziging zouden komen te luiden van 22 juni 2026.
3.3
Gezien de stukken en gelet op wat in het verzoekschrift is aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat het verzoek toewijsbaar is. Nadat deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, zal zij in de plaats komen van de wijziging als bedoeld in de tweede zin van artikel 2:293 BW. Het bestuur van de Stichting is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen bij het Handelsregister.
4De beslissing
De rechtbank
4.1
wijzigt de huidige statuten van de Stichting, zodat de statuten komen te luiden conform de integrale concepttekst na statutenwijziging, zoals de rechtbank op 22 juni 2026 van de Stichting heeft ontvangen en als bijlage aan deze beschikking is gehecht;
4.2
bepaalt dat de griffier zorgdraagt dat deze uitspraak, nadat zij in kracht van gewijsde is gegaan, in het Handelsregister wordt ingeschreven;
4.3
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.