Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:4677
2026-07-31
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ak_26_934
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beroep ongegrond. Het CIZ heeft eiseres terecht niet in aanmerking gebracht voor Wlz-zorg. De rechtbank is van oordeel dat voldoende is gemotiveerd dat een medische noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid niet kan worden vastgesteld.
Citeert (1)
- ECLI:NL:CRVB:2025:1822 Centrale Raad van Beroep 10-12-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (28.244 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 26/934
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. E. Schriemer),
en
de raad van bestuur van de stichting Centrum Indicatiestelling Zorg, verweerder (hierna: het CIZ)
(gemachtigde: mr. L. Bruijs).
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiseres is het niet eens met die afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden komt de rechtbank in deze uitspraak tot het oordeel dat het CIZ aan eiseres terecht geen Wlz-zorg heeft toegekend. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
1.1.
Eiseres heeft op 28 februari 2025 Wlz-zorg aangevraagd. Het CIZ heeft deze aanvraag met het besluit van 19 mei 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van
19 februari 2026 op het bezwaar van eiseres is het CIZ bij die afwijzing gebleven.
1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het CIZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 8 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het CIZ.
1.4.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om de gemachtigde van eiseres in de gelegenheid te stellen de zittingsaantekeningen voor te leggen aan eiseres en haar clientondersteuner en een nadere reactie te geven.
1.5.
Eiseres heeft met berichten van 15 juli 2026 van haarzelf, haar gemachtigde, haar cliëntondersteuner en haar wijkverpleegkundige een nadere toelichting gegeven. Het CIZ heeft daarop gereageerd met een bericht van 20 juli 2026.
1.6.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een extra zitting niet nodig vindt en partijen in de gelegenheid gesteld een nadere zitting te vragen. Partijen hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
Standpunten van partijen
Standpunt CIZ
2. Het CIZ stelt zich op het standpunt dat eiseres geen recht heeft op Wlz-zorg, omdat geen sprake is van een blijvende behoefte aan permanent toezicht en/of 24 uur per dag zorg in de nabijheid. De grondslagen somatische aandoening en lichamelijke handicap zijn bij eiseres vastgesteld. De zorgbehoefte die voortkomt vanuit deze grondslagen leidt medisch gezien niet tot een noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Eiseres ontvangt dagelijks zorg en ondersteuning vanuit de thuiszorg. Ook wordt wekelijks ambulante begeleiding ingezet. De begeleiding gaat met eiseres wandelen of helpt met regeltaken. Eiseres krijgt hulp bij het uitvoeren van huishoudelijke taken en douchen. De door eiseres gestelde frequentie van wegrakingen en het letsel als gevolg daarvan kan medisch onvoldoende geobjectiveerd worden. In de periode van 1 augustus 2025 tot en met 23 januari 2026 zouden 5 valincidenten hebben plaatsgevonden. Deze valincidenten zijn niet door de zorgmedewerkers geobserveerd. Bij een dergelijke laag beschreven frequent voorkomen van valproblematiek vindt het CIZ inzet van 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming hiervan niet proportioneel en noodzakelijk. Het CIZ wijst erop dat binnen de Wlz met het criterium van het ernstig nadeel niet beoogd wordt een voorzorgsbeginsel in het leven te roepen waarbij een nul-risico wordt nagestreefd. Het instellen van 24 uur per dag zorg in de nabijheid gericht op het voorkomen van valaccidenten is derhalve niet passend. Het instellen van planbare zorg op meerdere momenten op de dag en passende persoonsalarmering is hierbij voorliggend ter voorkoming van ernstig nadeel en het binnen korte tijd signaleren van problematiek. Het CIZ heeft dit standpunt gebaseerd op medische adviezen.
Standpunt eiseres
3. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij recht heeft op Wlz-zorg.
3.1.
Eiseres heeft te maken met niet aangeboren hersenletsel (NAH), frequent bewustzijnsverlies met valincidenten, ernstige chronische pijn, psychiatrische comorbiditeit en gedocumenteerde medicatie-overdoseringen.
3.2.
Eiseres is van mening dat het CIZ het criterium ‘op relevante momenten hulp inroepen’ onjuist uitlegt. Het relevante moment in de zin van artikel 3.2.1 van de Wlz is volgens haar het moment waarop het ernstige risico zich voordoet. Het gaat om de momenten waarop ernstig nadeel dreigt of zich verwezenlijkt en waarbij de eigen mogelijkheden van de verzekerde tekortschieten. Volgens eiseres kan zij niet op de relevante momenten hulp inroepen. Op het moment van een wegraking en de val verliest zij het bewustzijn. Bij de wegrakingen is sprake van plotseling bewustzijnsverlies zonder waarschuwing, waardoor anticiperen onmogelijk is. Fysiek is het dan niet uitvoerbaar om een alarmknop te bedienen. Bij acute suïcidaliteit tijdens een pijncrisis is eiseres door hevige pijn en ontregeling van haar psychische toestand niet in staat tot een adequate, rationele afweging en niet in staat om hulp te vragen. Zij kan haar situatie dan niet adequaat beoordelen. In de crisissituaties van eiseres heeft zij geen cognitieve en emotionele ruimte om het gevaar te herkennen, een hulpvraag te formuleren en daar vervolgens naar te handelen.
3.3.
Eiseres stelt verder dat het CIZ het begrip ‘ernstig nadeel’ onderschat en onjuist kwalificeert. Zij is van mening dat sprake is van een structureel reëel risico op ernstig nadeel. Zij wijst op concrete, herhaalde gebeurtenissen met ernstig letsel. Bij eiseres treden gemiddeld 3 wegrakingen per week op, waarbij eiseres valt. De combinatie van NAH, medicatiegebruik, lage bloeddruk en valgevaar maakt het risico op ernstig lichamelijk letsel reëel en structureel. Eerdere voorvallen, waarbij eiseres door zorgverleners bewusteloos op de grond is aangetroffen, bevestigen dat het niet gaat om een louter theoretische mogelijkheid. Daarnaast wijst eiseres erop dat sprake is van een gedocumenteerd suïciderisico, direct samenhangend met de medische en psychiatrische problematiek. In 2019 en 2022 heeft eiseres bij ondraaglijke pijn grote hoeveelheden medicatie ingenomen, wat door de crisisdienst als een typische reactie in zulke crisissituaties is beschreven.
3.4.
Eiseres voert daarnaast aan dat intensivering van thuiszorg op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw), al dan niet in de vorm van zorg op afroep, geen reëel alternatief is voor Wlz-zorg. Zvw-zorg is planbaar, beperkt in tijd en omvang en reactief en Wlz-zorg is structureel, permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid, proactief en gericht op het voorkomen van ernstig nadeel. Eiseres is het grootste deel van de tijd, waaronder alle avonden en nachten en in het weekend, zonder enige vorm van toezicht. In deze lange periodes treden juist de meeste wegrakingen en pijncrises op. In dergelijke omstandigheden is zorg op afroep geen reële waarborg. Niet duidelijk is hoe de huidige, zeer beperkte zorg in uren en aanwezigheid daadwerkelijk kan worden opgeschaald tot een niveau dat qua veiligheid vergelijkbaar is met 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
3.5.
Ook wijst eiseres er via haar wijkverpleegkundige op dat tijdelijke uitbreiding van zorg vanuit de Zvw soms mogelijk is als overbrugging. Structurele uitbreiding van de benodigde zorg is volgens haar echter niet realiseerbaar zonder een Wlz-indicatie. Een structurele intensivering van de zorg en voortdurende beschikbaarheid van zorgverleners kan binnen de kaders van de Zvw niet duurzaam worden georganiseerd. De huidige beeldzorg wordt ingezet, omdat de benodigde fysieke aanwezigheid van zorgverleners binnen de beschikbare indicatie niet volledig kan worden gerealiseerd.
3.6.
Eiseres vindt dat het CIZ haar situatie onvoldoende heeft meegewogen. Een afzonderlijke, gestructureerde analyse van de drie wegrakingen per week, de gedocumenteerde valincidenten, de rol van NAH en medicatie bij het valrisico alsmede de psychiatrische crises met medicatie-overdosering ontbreekt. Evenmin wordt duidelijk gemaakt op welke wijze het CIZ de door eiseres overgelegde aanvullende medische informatie en het dagbestedings- en risicoprofiel heeft betrokken bij de beoordeling. Dit is volgens eiseres in strijd met de beleidsregels van het CIZ en met de motiverings- en zorgvuldigheidseisen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.7.
Het CIZ heeft volgens eiseres ten onrechte niet toegelicht hoe zorg op afroep en persoonlijke alarmering, in haar specifieke situatie, effectief zouden zijn bij acuut bewustzijnsverlies en impulsieve medicatie-overdosering. Ook wordt niet onderbouwd waarom het CIZ de door eiseres overgelegde incidentbeschrijvingen, medische verklaringen en het dagbestedingsschema niet volgt. Volgens eiseres had het CIZ, gelet op de ernst en complexiteit van de situatie, medisch en functioneel onderzoek moeten (laten) verrichten naar de frequentie van wegrakingen, het valpatroon, de avond- en nachtsituatie en de psychiatrische component, en dit onderzoek in de motivering inzichtelijk moeten maken. Door dit na te laten en toch te concluderen dat geen blijvende noodzaak tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid bestaat, handelt het CIZ volgens eiseres in strijd met artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb.
3.8.
Eiseres stelt verder dat haar zorgbehoefte van blijvende aard is.
3.9.
Eiseres heeft bij haar beroepschrift een bijlage Dagbestedingsoverzicht en analyse ernstig nadeel van 4 maart 2026 gevoegd. Verder heeft eiseres haar standpunt onderbouwd met haar berichten van 15 juli 2026 en die van haar cliëntondersteuner en haar wijkverpleegkundige.
Overwegingen van de rechtbank
Toetsingskader
4. De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Het geschil
5.1.
De rechtbank moet beoordelen of het CIZ terecht aan eiseres geen Wlz-zorg heeft toegekend. De te beoordelen periode loopt vanaf 28 februari 2025 (datum aanvraag) tot
19 februari 2026 (datum bestreden besluit). Niet in geschil is dat bij eiseres sprake is van de grondslagen somatische aandoening en lichamelijke handicap.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat het CIZ artikel 3.2.1, eerste en tweede lid, van de Wlz correct heeft toegepast en aan eiseres terecht geen Wlz-zorg heeft toegekend. De rechtbank licht dit als volgt toe.
5.3.
Volgens de Memorie van Toelichting bij de Wlz moet onder ‘ernstig nadeel voor de verzekerde’ worden verstaan een te verwachten risico dat de verzekerde het ernstig nadeel zal overkomen. Dit wil zeggen dat het om een reëel risico moet gaan, dat gebaseerd is op onderbouwde verwachtingen. De enkele mogelijkheid dat een bepaald gevaar bestaat of dat een bepaald gevaar relatief vaak voorkomt bij mensen met een bepaalde aandoening, is op zichzelf niet genoeg. Met het criterium van het ernstig nadeel is dan ook niet beoogd een voorzorgsbeginsel in het leven te roepen, waarbij een ‘nul-risico’ wordt nagestreefd. Dat zou ook een vertekend beeld geven van de risico’s die in het leven bestaan en ook bijvoorbeeld bij verblijf in een instelling kan bestaan, zoals het bestaan van enig valgevaar.
Medische adviezen
5.4.
Het CIZ heeft het bestreden besluit gebaseerd op een advies van 16 mei 2025 van medisch adviseur A. Kats en adviezen van 22 december 2025 en 12 januari 2026 van medisch adviseur T. Vrijmoeth (hierna: Vrijmoeth). De rechtbank is van oordeel dat het CIZ het bestreden besluit op deze adviezen heeft mogen baseren. De adviezen zijn op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. De medisch adviseurs hebben alle (medische) informatie bij hun beoordeling betrokken. Tijdens de primaire fase is, naast de medische informatie die is geraadpleegd, telefonisch contact geweest met eiseres, een medewerker van stichting MEE en met de wijkverpleegkundige. Tijdens de bezwaarprocedure heeft Vrijmoeth informatie opgevraagd bij de huisarts van eiseres, haar anesthesioloog en haar psychotherapeut en een thuiszorgmedewerker van Verian. Van de psychotherapeut heeft het CIZ geen reactie ontvangen. Vrijmoeth heeft haar advies van 22 december 2025, nadat zij nadere (medische) informatie had ontvangen, nog aangevuld met een advies van
12 januari 2026. De adviezen bevatten geen tegenstrijdigheden en de conclusies vloeien er logisch uit voort.
Grondslagen
5.5.
De rechtbank is van oordeel dat voldoende is gemotiveerd dat op basis van de beschikbare informatie de grondslagen psychische stoornis en psychogeriatrische aandoening niet kunnen worden vastgesteld. Vrijmoeth overweegt dat in het verleden sprake was van psychische problematiek (1997) en een tentamen suïcide (TS) (2019). Vrijmoeth wijst erop dat geen medische informatie aanwezig is over een actueel psychiatrisch ziektebeeld of een DSM-5-diagnose. In 2020 is een posttraumatische stressstoornis en een somatische symptoomstoornis vastgesteld. Destijds is een behandelvoorstel gedaan. Vrijmoeth merkt op dat niet bekend is in hoeverre behandeling van deze twee diagnoses heeft plaatsgevonden en of deze diagnoses op dit moment nog actueel zijn. Zij meldt dat de huisarts bij expliciete navraag naar eventuele psychiatrische problematiek schrijft dat sprake is geweest van diverse traumatische gebeurtenissen, dat er een pijnsyndroom is en een TS in het verleden. Echter eventuele actueel aan de orde zijnde psychiatrische diagnoses worden niet weergegeven. Hiermee kan een grondslag psychische stoornis volgens Vrijmoeth niet met zekerheid worden vastgesteld. Verder wijst Vrijmoeth erop dat volgens de huisarts geen cognitieve stoornissen zijn vastgesteld. Ook Dimence heeft dit in 2020 niet geconstateerd. Wel werd destijds een neuropsychologisch onderzoek op termijn als mogelijkheid beschreven. Of dit heeft plaatsgevonden volgt niet uit de aangeleverde informatie. Het bestaan van cognitieve stoornissen kan dan ook niet worden geobjectiveerd. Een grondslag psychogeriatrische aandoening kan hiermee volgens Vrijmoeth niet worden vastgesteld.
Medische noodzaak 24 uur per dag zorg in de nabijheid
5.6.
De rechtbank is verder van oordeel dat voldoende is gemotiveerd dat een medische noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid niet kan worden vastgesteld.
5.7.
Eiseres stelt dat zij gemiddeld 3 keer per week wegrakingen heeft. De huisarts beschrijft in de informatie van 25 juni 2025 onwelwordingen die worden veroorzaakt door de medicatie van eiseres die kan leiden tot lage bloeddruk. De huisarts noemt ook dat de onwelwordingen het gevolg kunnen zijn van het hersenletsel. De huisarts schrijft dat thuiszorgmedewerkers eiseres frequent op de grond hebben aangetroffen. Vrijmoeth heeft bij de huisarts aanvullende medische informatie opgevraagd over de aard en ernst van deze onwelwordingen en het mogelijk letsel dat hier het gevolg van is geweest. De huisarts heeft geantwoord dat tijdens een onwelwording sprake is van bewustzijnsverlies in combinatie met vallen. Vrijmoeth merkt op dat uit de informatie echter niet blijkt met welke frequentie en wanneer zich dit heeft voorgedaan. Vrijmoeth heeft ook bij de betrokken anesthesioloog navraag gedaan naar de mogelijke bijwerkingen van de medicatie. De anesthesioloog heeft geantwoord dat de medicatie sufheid en een verminderd cognitief functioneren kan geven. Vrijmoeth overweegt dat de aard en ernst van de door eiseres ervaren bijwerkingen niet worden vermeld en dat de anesthesioloog geen onwelwordingen, wegrakingen of flauwvallen als gevolg van de medicatie benoemt. Het CIZ heeft ook informatie ingewonnen bij een medewerker van de thuiszorgorganisatie, die al lang betrokken is bij eiseres. Zij laat tijdens een telefonisch onderzoek op 20 november 2025 weten dat eiseres een jaar uit zorg is geweest, maar sinds een half jaar weer zorg ontvangt. In de situatie van eerder hebben de thuiszorgmedewerkers eiseres een aantal keer op de grond gevonden. Ook hebben zij meegemaakt dat eiseres een wegraking had. Deze wegrakingen namen toe in de periodes dat eiseres aan het op- of afbouwen was met de medicatie. De thuiszorgmedewerker meldt dat eiseres in het afgelopen half jaar 1 keer is gevallen. Eiseres zat toen onder de schaafwonden. Om de gezondheidssituatie van eiseres te monitoren zetten de thuiszorgmedewerkers nu beeldbellen in. De thuiszorgmedewerker heeft verteld dat eiseres op dit moment wat stabieler functioneert en meer vertrouwen heeft in de thuiszorg. Hierdoor durft ze inmiddels eerlijk te melden dat ze zich niet goed voelt. Vrijmoeth concludeert op basis hiervan dat in een eerdere periode het vallen vaker leek voor te komen. Dit betrof echter een periode waarin sprake was van op- en afbouw van medicatie. Actueel wordt een stabieler functioneren beschreven. Vrijmoeth is van mening dat bij een dergelijke laag beschreven frequent voorkomen van valproblematiek inzet van 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming hiervan niet proportioneel en noodzakelijk kan worden geacht. Het instellen van 24 uur per dag zorg in nabijheid gericht op het voorkomen van valaccidenten vindt Vrijmoeth niet passend. Het inzetten van planbare zorg op meerdere momenten op de dag en passende persoonsalarmering is hierbij voorliggend ter voorkoming van ernstig nadeel en het binnen korte tijd signaleren van problematiek. Een noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid kan niet worden vastgesteld. Zware regieproblemen, voortkomende vanuit een vastgestelde Wlz-grondslag, waarvoor voortdurend begeleiding of overname van taken nodig is, zijn ook niet aan de orde. Eiseres wordt in staat geacht om op relevante momenten hulp in te roepen en voldoende haar zorgbehoefte te overzien en in te schatten, om ernstig nadeel voor zichzelf te voorkomen. De zorgbehoefte kan ondervangen worden met planbare zorg en zo nodig zorg op afroep. Mocht de zorg die eiseres nu ontvangt onvoldoende zijn, dan is het volgens Vrijmoeth voorliggend om zowel de thuiszorg als de ambulante begeleiding te intensiveren.
5.8.
Uit informatie van Dimence van 10 maart 2020 en 28 maart 2022 blijkt dat eiseres in 2019 en 2022 een aantal keer (veel te) veel medicatie heeft ingenomen bij hoofdpijnklachten en hierbij in 2019 ook is gevallen. In de informatie staat dat eiseres tijdens ernstige episodes van pijn behoefte heeft aan steunend contact. Advies is om op dergelijke momenten met huisarts of de praktijkondersteuner van de huisarts een signaleringsplan toe te passen. Vrijmoeth stelt dat zo’n steunend contact ook geboden kan worden vanuit regelmatige ambulante begeleiding en zo nodig met zorg op afroep, waarbij een signaleringsplan gehanteerd kan worden. Met het instellen van dagelijkse inzet van thuiszorg kan tevens ondersteuning en toezicht worden geboden op adequate inname van medicatie en kan ondersteund worden bij het hanteren van een dergelijk signaleringsplan. Ditzelfde geldt volgens Vrijmoeth voor de periodes van somberheid, waarbij een risico op suïcide wordt benoemd. Het is van belang om bij somberheid en suïcidale ideaties vroegtijdig te signaleren en te behandelen. Deze zorg kan met geplande zorgmomenten worden geboden, waarbij een signaleringsplan en duidelijke afspraken met eiseres helpend kunnen zijn, naast adequate psychiatrische behandeling.
5.9.
De rechtbank kan de overwegingen en conclusies van Vrijmoeth volgen. Het CIZ is onder de omstandigheden die zich in deze zaak voordoen niet gehouden tot het (laten) verrichten van nader onderzoek naar de medische situatie van eiseres. Daarbij wijst de rechtbank erop dat het CIZ tijdens de bezwaarprocedure nog nadere informatie heeft ingewonnen. Uit rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) volgt dat het in de eerste plaats aan eiseres zelf is om haar aanvraag voldoende te onderbouwen met medische gegevens. Uit de (medische) gegevens die eiseres heeft verstrekt blijkt niet dat recent sprake is geweest van wegrakingen met een frequentie van gemiddeld 3 keer per week, waarbij eiseres valt. De rechtbank kan in dit verband niet uitgaan van de enkele stellingen van eiseres, haar cliëntondersteuner en de wijkverpleegkundige, temeer nu uit de informatie die door het CIZ telefonisch bij de thuiszorgmedewerker is opgevraagd nog gemeld is dat eiseres slechts 1 keer was gevallen in een half jaar tijd. Dat door gezondheidsproblemen bij de behandelend psychotherapeut van eiseres geen informatie van deze behandelaar is ontvangen, kan er niet toe leiden dat er daarom van moet worden uitgegaan dat sprake is geweest van meer recente valincidenten. In het dossier bevindt zich hier namelijk geen aanknopingspunt voor. Dat eiseres in het verleden volgens (medische) stukken wel meer wegrakingen heeft gehad, doet hier geen afbreuk aan. Dit geeft niet zonder meer een indicatie voor de periode in geding, temeer nu uit de (medische) informatie, zoals deze door de medisch adviseur is samengevat, ook blijkt dat wegrakingen in het verleden tevens samenhingen met op- en afbouw van medicatie en dat het nu wat beter lijkt te gaan met eiseres. De rechtbank is aldus van oordeel dat voldoende is gemotiveerd dat de wegrakingen in de periode in geding zo weinig frequent voorkomen, dat hierom geen 24 uur per dag zorg nodig is. Uit de (medische) informatie blijkt het structurele en langdurige karakter van de valincidenten onvoldoende.
5.10.
Uit de gegevens blijkt ook niet van recente acute suïcidaliteit tijdens een pijncrisis. De suïcidepogingen zien op een eerdere periode. Niet is gebleken dat eiseres recent neigingen tot suïcide heeft gehad, zodat die evenmin aanleiding kunnen geven voor een noodzaak tot 24 uur per dag zorg in haar nabijheid.
5.11.
Nu het CIZ voldoende heeft gemotiveerd dat 24 uur per dag zorg in de nabijheid (nog) niet kan worden vastgesteld, behoeven de standpunten van partijen ten aanzien van de vraag of de zorgbehoefte ook blijvend is, geen bespreking.
5.12.
Dit alles leidt de rechtbank tot de conclusie dat het CIZ eiseres terecht niet in aanmerking heeft gebracht voor Wlz-zorg.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen Wlz-zorg krijgt. Zij krijgt geen gelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J. Thurlings-Rassa, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.A.H. Beenen-Oskam, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Artikel 3:2
Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.
Artikel 7:12
1. De beslissing op het bezwaar dient te berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. Daarbij wordt, indien ingevolge artikel 7:3 van het horen is afgezien, tevens aangegeven op welke grond dat is geschied.
Wet langdurige zorg (Wlz)
Artikel 3.2.1 eerste en tweede lid van de Wlz bepaalt het volgende.
1. Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of
b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,
1°. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
2°. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
2. In het eerste lid wordt verstaan onder:
a. blijvend: van niet voorbijgaande aard;
b. permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;
c. ernstig nadeel voor de verzekerde: een situatie waarin de verzekerde:
1°. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
2°. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
3°. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
4°. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;
d. zelfzorg: de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;
e. regieproblemen: beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.
Zie: MvT, Kamerstukken II 2013/2014, 33 891, nr. 3, p. 147.
Zie CRvB 10 december 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1822.
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 26/934
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. E. Schriemer),
en
de raad van bestuur van de stichting Centrum Indicatiestelling Zorg, verweerder (hierna: het CIZ)
(gemachtigde: mr. L. Bruijs).
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiseres is het niet eens met die afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden komt de rechtbank in deze uitspraak tot het oordeel dat het CIZ aan eiseres terecht geen Wlz-zorg heeft toegekend. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
1.1.
Eiseres heeft op 28 februari 2025 Wlz-zorg aangevraagd. Het CIZ heeft deze aanvraag met het besluit van 19 mei 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van
19 februari 2026 op het bezwaar van eiseres is het CIZ bij die afwijzing gebleven.
1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het CIZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 8 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het CIZ.
1.4.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om de gemachtigde van eiseres in de gelegenheid te stellen de zittingsaantekeningen voor te leggen aan eiseres en haar clientondersteuner en een nadere reactie te geven.
1.5.
Eiseres heeft met berichten van 15 juli 2026 van haarzelf, haar gemachtigde, haar cliëntondersteuner en haar wijkverpleegkundige een nadere toelichting gegeven. Het CIZ heeft daarop gereageerd met een bericht van 20 juli 2026.
1.6.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een extra zitting niet nodig vindt en partijen in de gelegenheid gesteld een nadere zitting te vragen. Partijen hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
Standpunten van partijen
Standpunt CIZ
2. Het CIZ stelt zich op het standpunt dat eiseres geen recht heeft op Wlz-zorg, omdat geen sprake is van een blijvende behoefte aan permanent toezicht en/of 24 uur per dag zorg in de nabijheid. De grondslagen somatische aandoening en lichamelijke handicap zijn bij eiseres vastgesteld. De zorgbehoefte die voortkomt vanuit deze grondslagen leidt medisch gezien niet tot een noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Eiseres ontvangt dagelijks zorg en ondersteuning vanuit de thuiszorg. Ook wordt wekelijks ambulante begeleiding ingezet. De begeleiding gaat met eiseres wandelen of helpt met regeltaken. Eiseres krijgt hulp bij het uitvoeren van huishoudelijke taken en douchen. De door eiseres gestelde frequentie van wegrakingen en het letsel als gevolg daarvan kan medisch onvoldoende geobjectiveerd worden. In de periode van 1 augustus 2025 tot en met 23 januari 2026 zouden 5 valincidenten hebben plaatsgevonden. Deze valincidenten zijn niet door de zorgmedewerkers geobserveerd. Bij een dergelijke laag beschreven frequent voorkomen van valproblematiek vindt het CIZ inzet van 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming hiervan niet proportioneel en noodzakelijk. Het CIZ wijst erop dat binnen de Wlz met het criterium van het ernstig nadeel niet beoogd wordt een voorzorgsbeginsel in het leven te roepen waarbij een nul-risico wordt nagestreefd. Het instellen van 24 uur per dag zorg in de nabijheid gericht op het voorkomen van valaccidenten is derhalve niet passend. Het instellen van planbare zorg op meerdere momenten op de dag en passende persoonsalarmering is hierbij voorliggend ter voorkoming van ernstig nadeel en het binnen korte tijd signaleren van problematiek. Het CIZ heeft dit standpunt gebaseerd op medische adviezen.
Standpunt eiseres
3. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij recht heeft op Wlz-zorg.
3.1.
Eiseres heeft te maken met niet aangeboren hersenletsel (NAH), frequent bewustzijnsverlies met valincidenten, ernstige chronische pijn, psychiatrische comorbiditeit en gedocumenteerde medicatie-overdoseringen.
3.2.
Eiseres is van mening dat het CIZ het criterium ‘op relevante momenten hulp inroepen’ onjuist uitlegt. Het relevante moment in de zin van artikel 3.2.1 van de Wlz is volgens haar het moment waarop het ernstige risico zich voordoet. Het gaat om de momenten waarop ernstig nadeel dreigt of zich verwezenlijkt en waarbij de eigen mogelijkheden van de verzekerde tekortschieten. Volgens eiseres kan zij niet op de relevante momenten hulp inroepen. Op het moment van een wegraking en de val verliest zij het bewustzijn. Bij de wegrakingen is sprake van plotseling bewustzijnsverlies zonder waarschuwing, waardoor anticiperen onmogelijk is. Fysiek is het dan niet uitvoerbaar om een alarmknop te bedienen. Bij acute suïcidaliteit tijdens een pijncrisis is eiseres door hevige pijn en ontregeling van haar psychische toestand niet in staat tot een adequate, rationele afweging en niet in staat om hulp te vragen. Zij kan haar situatie dan niet adequaat beoordelen. In de crisissituaties van eiseres heeft zij geen cognitieve en emotionele ruimte om het gevaar te herkennen, een hulpvraag te formuleren en daar vervolgens naar te handelen.
3.3.
Eiseres stelt verder dat het CIZ het begrip ‘ernstig nadeel’ onderschat en onjuist kwalificeert. Zij is van mening dat sprake is van een structureel reëel risico op ernstig nadeel. Zij wijst op concrete, herhaalde gebeurtenissen met ernstig letsel. Bij eiseres treden gemiddeld 3 wegrakingen per week op, waarbij eiseres valt. De combinatie van NAH, medicatiegebruik, lage bloeddruk en valgevaar maakt het risico op ernstig lichamelijk letsel reëel en structureel. Eerdere voorvallen, waarbij eiseres door zorgverleners bewusteloos op de grond is aangetroffen, bevestigen dat het niet gaat om een louter theoretische mogelijkheid. Daarnaast wijst eiseres erop dat sprake is van een gedocumenteerd suïciderisico, direct samenhangend met de medische en psychiatrische problematiek. In 2019 en 2022 heeft eiseres bij ondraaglijke pijn grote hoeveelheden medicatie ingenomen, wat door de crisisdienst als een typische reactie in zulke crisissituaties is beschreven.
3.4.
Eiseres voert daarnaast aan dat intensivering van thuiszorg op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw), al dan niet in de vorm van zorg op afroep, geen reëel alternatief is voor Wlz-zorg. Zvw-zorg is planbaar, beperkt in tijd en omvang en reactief en Wlz-zorg is structureel, permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid, proactief en gericht op het voorkomen van ernstig nadeel. Eiseres is het grootste deel van de tijd, waaronder alle avonden en nachten en in het weekend, zonder enige vorm van toezicht. In deze lange periodes treden juist de meeste wegrakingen en pijncrises op. In dergelijke omstandigheden is zorg op afroep geen reële waarborg. Niet duidelijk is hoe de huidige, zeer beperkte zorg in uren en aanwezigheid daadwerkelijk kan worden opgeschaald tot een niveau dat qua veiligheid vergelijkbaar is met 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
3.5.
Ook wijst eiseres er via haar wijkverpleegkundige op dat tijdelijke uitbreiding van zorg vanuit de Zvw soms mogelijk is als overbrugging. Structurele uitbreiding van de benodigde zorg is volgens haar echter niet realiseerbaar zonder een Wlz-indicatie. Een structurele intensivering van de zorg en voortdurende beschikbaarheid van zorgverleners kan binnen de kaders van de Zvw niet duurzaam worden georganiseerd. De huidige beeldzorg wordt ingezet, omdat de benodigde fysieke aanwezigheid van zorgverleners binnen de beschikbare indicatie niet volledig kan worden gerealiseerd.
3.6.
Eiseres vindt dat het CIZ haar situatie onvoldoende heeft meegewogen. Een afzonderlijke, gestructureerde analyse van de drie wegrakingen per week, de gedocumenteerde valincidenten, de rol van NAH en medicatie bij het valrisico alsmede de psychiatrische crises met medicatie-overdosering ontbreekt. Evenmin wordt duidelijk gemaakt op welke wijze het CIZ de door eiseres overgelegde aanvullende medische informatie en het dagbestedings- en risicoprofiel heeft betrokken bij de beoordeling. Dit is volgens eiseres in strijd met de beleidsregels van het CIZ en met de motiverings- en zorgvuldigheidseisen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.7.
Het CIZ heeft volgens eiseres ten onrechte niet toegelicht hoe zorg op afroep en persoonlijke alarmering, in haar specifieke situatie, effectief zouden zijn bij acuut bewustzijnsverlies en impulsieve medicatie-overdosering. Ook wordt niet onderbouwd waarom het CIZ de door eiseres overgelegde incidentbeschrijvingen, medische verklaringen en het dagbestedingsschema niet volgt. Volgens eiseres had het CIZ, gelet op de ernst en complexiteit van de situatie, medisch en functioneel onderzoek moeten (laten) verrichten naar de frequentie van wegrakingen, het valpatroon, de avond- en nachtsituatie en de psychiatrische component, en dit onderzoek in de motivering inzichtelijk moeten maken. Door dit na te laten en toch te concluderen dat geen blijvende noodzaak tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid bestaat, handelt het CIZ volgens eiseres in strijd met artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb.
3.8.
Eiseres stelt verder dat haar zorgbehoefte van blijvende aard is.
3.9.
Eiseres heeft bij haar beroepschrift een bijlage Dagbestedingsoverzicht en analyse ernstig nadeel van 4 maart 2026 gevoegd. Verder heeft eiseres haar standpunt onderbouwd met haar berichten van 15 juli 2026 en die van haar cliëntondersteuner en haar wijkverpleegkundige.
Overwegingen van de rechtbank
Toetsingskader
4. De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Het geschil
5.1.
De rechtbank moet beoordelen of het CIZ terecht aan eiseres geen Wlz-zorg heeft toegekend. De te beoordelen periode loopt vanaf 28 februari 2025 (datum aanvraag) tot
19 februari 2026 (datum bestreden besluit). Niet in geschil is dat bij eiseres sprake is van de grondslagen somatische aandoening en lichamelijke handicap.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat het CIZ artikel 3.2.1, eerste en tweede lid, van de Wlz correct heeft toegepast en aan eiseres terecht geen Wlz-zorg heeft toegekend. De rechtbank licht dit als volgt toe.
5.3.
Volgens de Memorie van Toelichting bij de Wlz moet onder ‘ernstig nadeel voor de verzekerde’ worden verstaan een te verwachten risico dat de verzekerde het ernstig nadeel zal overkomen. Dit wil zeggen dat het om een reëel risico moet gaan, dat gebaseerd is op onderbouwde verwachtingen. De enkele mogelijkheid dat een bepaald gevaar bestaat of dat een bepaald gevaar relatief vaak voorkomt bij mensen met een bepaalde aandoening, is op zichzelf niet genoeg. Met het criterium van het ernstig nadeel is dan ook niet beoogd een voorzorgsbeginsel in het leven te roepen, waarbij een ‘nul-risico’ wordt nagestreefd. Dat zou ook een vertekend beeld geven van de risico’s die in het leven bestaan en ook bijvoorbeeld bij verblijf in een instelling kan bestaan, zoals het bestaan van enig valgevaar.
Medische adviezen
5.4.
Het CIZ heeft het bestreden besluit gebaseerd op een advies van 16 mei 2025 van medisch adviseur A. Kats en adviezen van 22 december 2025 en 12 januari 2026 van medisch adviseur T. Vrijmoeth (hierna: Vrijmoeth). De rechtbank is van oordeel dat het CIZ het bestreden besluit op deze adviezen heeft mogen baseren. De adviezen zijn op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. De medisch adviseurs hebben alle (medische) informatie bij hun beoordeling betrokken. Tijdens de primaire fase is, naast de medische informatie die is geraadpleegd, telefonisch contact geweest met eiseres, een medewerker van stichting MEE en met de wijkverpleegkundige. Tijdens de bezwaarprocedure heeft Vrijmoeth informatie opgevraagd bij de huisarts van eiseres, haar anesthesioloog en haar psychotherapeut en een thuiszorgmedewerker van Verian. Van de psychotherapeut heeft het CIZ geen reactie ontvangen. Vrijmoeth heeft haar advies van 22 december 2025, nadat zij nadere (medische) informatie had ontvangen, nog aangevuld met een advies van
12 januari 2026. De adviezen bevatten geen tegenstrijdigheden en de conclusies vloeien er logisch uit voort.
Grondslagen
5.5.
De rechtbank is van oordeel dat voldoende is gemotiveerd dat op basis van de beschikbare informatie de grondslagen psychische stoornis en psychogeriatrische aandoening niet kunnen worden vastgesteld. Vrijmoeth overweegt dat in het verleden sprake was van psychische problematiek (1997) en een tentamen suïcide (TS) (2019). Vrijmoeth wijst erop dat geen medische informatie aanwezig is over een actueel psychiatrisch ziektebeeld of een DSM-5-diagnose. In 2020 is een posttraumatische stressstoornis en een somatische symptoomstoornis vastgesteld. Destijds is een behandelvoorstel gedaan. Vrijmoeth merkt op dat niet bekend is in hoeverre behandeling van deze twee diagnoses heeft plaatsgevonden en of deze diagnoses op dit moment nog actueel zijn. Zij meldt dat de huisarts bij expliciete navraag naar eventuele psychiatrische problematiek schrijft dat sprake is geweest van diverse traumatische gebeurtenissen, dat er een pijnsyndroom is en een TS in het verleden. Echter eventuele actueel aan de orde zijnde psychiatrische diagnoses worden niet weergegeven. Hiermee kan een grondslag psychische stoornis volgens Vrijmoeth niet met zekerheid worden vastgesteld. Verder wijst Vrijmoeth erop dat volgens de huisarts geen cognitieve stoornissen zijn vastgesteld. Ook Dimence heeft dit in 2020 niet geconstateerd. Wel werd destijds een neuropsychologisch onderzoek op termijn als mogelijkheid beschreven. Of dit heeft plaatsgevonden volgt niet uit de aangeleverde informatie. Het bestaan van cognitieve stoornissen kan dan ook niet worden geobjectiveerd. Een grondslag psychogeriatrische aandoening kan hiermee volgens Vrijmoeth niet worden vastgesteld.
Medische noodzaak 24 uur per dag zorg in de nabijheid
5.6.
De rechtbank is verder van oordeel dat voldoende is gemotiveerd dat een medische noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid niet kan worden vastgesteld.
5.7.
Eiseres stelt dat zij gemiddeld 3 keer per week wegrakingen heeft. De huisarts beschrijft in de informatie van 25 juni 2025 onwelwordingen die worden veroorzaakt door de medicatie van eiseres die kan leiden tot lage bloeddruk. De huisarts noemt ook dat de onwelwordingen het gevolg kunnen zijn van het hersenletsel. De huisarts schrijft dat thuiszorgmedewerkers eiseres frequent op de grond hebben aangetroffen. Vrijmoeth heeft bij de huisarts aanvullende medische informatie opgevraagd over de aard en ernst van deze onwelwordingen en het mogelijk letsel dat hier het gevolg van is geweest. De huisarts heeft geantwoord dat tijdens een onwelwording sprake is van bewustzijnsverlies in combinatie met vallen. Vrijmoeth merkt op dat uit de informatie echter niet blijkt met welke frequentie en wanneer zich dit heeft voorgedaan. Vrijmoeth heeft ook bij de betrokken anesthesioloog navraag gedaan naar de mogelijke bijwerkingen van de medicatie. De anesthesioloog heeft geantwoord dat de medicatie sufheid en een verminderd cognitief functioneren kan geven. Vrijmoeth overweegt dat de aard en ernst van de door eiseres ervaren bijwerkingen niet worden vermeld en dat de anesthesioloog geen onwelwordingen, wegrakingen of flauwvallen als gevolg van de medicatie benoemt. Het CIZ heeft ook informatie ingewonnen bij een medewerker van de thuiszorgorganisatie, die al lang betrokken is bij eiseres. Zij laat tijdens een telefonisch onderzoek op 20 november 2025 weten dat eiseres een jaar uit zorg is geweest, maar sinds een half jaar weer zorg ontvangt. In de situatie van eerder hebben de thuiszorgmedewerkers eiseres een aantal keer op de grond gevonden. Ook hebben zij meegemaakt dat eiseres een wegraking had. Deze wegrakingen namen toe in de periodes dat eiseres aan het op- of afbouwen was met de medicatie. De thuiszorgmedewerker meldt dat eiseres in het afgelopen half jaar 1 keer is gevallen. Eiseres zat toen onder de schaafwonden. Om de gezondheidssituatie van eiseres te monitoren zetten de thuiszorgmedewerkers nu beeldbellen in. De thuiszorgmedewerker heeft verteld dat eiseres op dit moment wat stabieler functioneert en meer vertrouwen heeft in de thuiszorg. Hierdoor durft ze inmiddels eerlijk te melden dat ze zich niet goed voelt. Vrijmoeth concludeert op basis hiervan dat in een eerdere periode het vallen vaker leek voor te komen. Dit betrof echter een periode waarin sprake was van op- en afbouw van medicatie. Actueel wordt een stabieler functioneren beschreven. Vrijmoeth is van mening dat bij een dergelijke laag beschreven frequent voorkomen van valproblematiek inzet van 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming hiervan niet proportioneel en noodzakelijk kan worden geacht. Het instellen van 24 uur per dag zorg in nabijheid gericht op het voorkomen van valaccidenten vindt Vrijmoeth niet passend. Het inzetten van planbare zorg op meerdere momenten op de dag en passende persoonsalarmering is hierbij voorliggend ter voorkoming van ernstig nadeel en het binnen korte tijd signaleren van problematiek. Een noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid kan niet worden vastgesteld. Zware regieproblemen, voortkomende vanuit een vastgestelde Wlz-grondslag, waarvoor voortdurend begeleiding of overname van taken nodig is, zijn ook niet aan de orde. Eiseres wordt in staat geacht om op relevante momenten hulp in te roepen en voldoende haar zorgbehoefte te overzien en in te schatten, om ernstig nadeel voor zichzelf te voorkomen. De zorgbehoefte kan ondervangen worden met planbare zorg en zo nodig zorg op afroep. Mocht de zorg die eiseres nu ontvangt onvoldoende zijn, dan is het volgens Vrijmoeth voorliggend om zowel de thuiszorg als de ambulante begeleiding te intensiveren.
5.8.
Uit informatie van Dimence van 10 maart 2020 en 28 maart 2022 blijkt dat eiseres in 2019 en 2022 een aantal keer (veel te) veel medicatie heeft ingenomen bij hoofdpijnklachten en hierbij in 2019 ook is gevallen. In de informatie staat dat eiseres tijdens ernstige episodes van pijn behoefte heeft aan steunend contact. Advies is om op dergelijke momenten met huisarts of de praktijkondersteuner van de huisarts een signaleringsplan toe te passen. Vrijmoeth stelt dat zo’n steunend contact ook geboden kan worden vanuit regelmatige ambulante begeleiding en zo nodig met zorg op afroep, waarbij een signaleringsplan gehanteerd kan worden. Met het instellen van dagelijkse inzet van thuiszorg kan tevens ondersteuning en toezicht worden geboden op adequate inname van medicatie en kan ondersteund worden bij het hanteren van een dergelijk signaleringsplan. Ditzelfde geldt volgens Vrijmoeth voor de periodes van somberheid, waarbij een risico op suïcide wordt benoemd. Het is van belang om bij somberheid en suïcidale ideaties vroegtijdig te signaleren en te behandelen. Deze zorg kan met geplande zorgmomenten worden geboden, waarbij een signaleringsplan en duidelijke afspraken met eiseres helpend kunnen zijn, naast adequate psychiatrische behandeling.
5.9.
De rechtbank kan de overwegingen en conclusies van Vrijmoeth volgen. Het CIZ is onder de omstandigheden die zich in deze zaak voordoen niet gehouden tot het (laten) verrichten van nader onderzoek naar de medische situatie van eiseres. Daarbij wijst de rechtbank erop dat het CIZ tijdens de bezwaarprocedure nog nadere informatie heeft ingewonnen. Uit rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) volgt dat het in de eerste plaats aan eiseres zelf is om haar aanvraag voldoende te onderbouwen met medische gegevens. Uit de (medische) gegevens die eiseres heeft verstrekt blijkt niet dat recent sprake is geweest van wegrakingen met een frequentie van gemiddeld 3 keer per week, waarbij eiseres valt. De rechtbank kan in dit verband niet uitgaan van de enkele stellingen van eiseres, haar cliëntondersteuner en de wijkverpleegkundige, temeer nu uit de informatie die door het CIZ telefonisch bij de thuiszorgmedewerker is opgevraagd nog gemeld is dat eiseres slechts 1 keer was gevallen in een half jaar tijd. Dat door gezondheidsproblemen bij de behandelend psychotherapeut van eiseres geen informatie van deze behandelaar is ontvangen, kan er niet toe leiden dat er daarom van moet worden uitgegaan dat sprake is geweest van meer recente valincidenten. In het dossier bevindt zich hier namelijk geen aanknopingspunt voor. Dat eiseres in het verleden volgens (medische) stukken wel meer wegrakingen heeft gehad, doet hier geen afbreuk aan. Dit geeft niet zonder meer een indicatie voor de periode in geding, temeer nu uit de (medische) informatie, zoals deze door de medisch adviseur is samengevat, ook blijkt dat wegrakingen in het verleden tevens samenhingen met op- en afbouw van medicatie en dat het nu wat beter lijkt te gaan met eiseres. De rechtbank is aldus van oordeel dat voldoende is gemotiveerd dat de wegrakingen in de periode in geding zo weinig frequent voorkomen, dat hierom geen 24 uur per dag zorg nodig is. Uit de (medische) informatie blijkt het structurele en langdurige karakter van de valincidenten onvoldoende.
5.10.
Uit de gegevens blijkt ook niet van recente acute suïcidaliteit tijdens een pijncrisis. De suïcidepogingen zien op een eerdere periode. Niet is gebleken dat eiseres recent neigingen tot suïcide heeft gehad, zodat die evenmin aanleiding kunnen geven voor een noodzaak tot 24 uur per dag zorg in haar nabijheid.
5.11.
Nu het CIZ voldoende heeft gemotiveerd dat 24 uur per dag zorg in de nabijheid (nog) niet kan worden vastgesteld, behoeven de standpunten van partijen ten aanzien van de vraag of de zorgbehoefte ook blijvend is, geen bespreking.
5.12.
Dit alles leidt de rechtbank tot de conclusie dat het CIZ eiseres terecht niet in aanmerking heeft gebracht voor Wlz-zorg.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen Wlz-zorg krijgt. Zij krijgt geen gelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J. Thurlings-Rassa, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.A.H. Beenen-Oskam, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Artikel 3:2
Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.
Artikel 7:12
1. De beslissing op het bezwaar dient te berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. Daarbij wordt, indien ingevolge artikel 7:3 van het horen is afgezien, tevens aangegeven op welke grond dat is geschied.
Wet langdurige zorg (Wlz)
Artikel 3.2.1 eerste en tweede lid van de Wlz bepaalt het volgende.
1. Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of
b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,
1°. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
2°. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
2. In het eerste lid wordt verstaan onder:
a. blijvend: van niet voorbijgaande aard;
b. permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;
c. ernstig nadeel voor de verzekerde: een situatie waarin de verzekerde:
1°. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
2°. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
3°. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
4°. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;
d. zelfzorg: de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;
e. regieproblemen: beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.
Zie: MvT, Kamerstukken II 2013/2014, 33 891, nr. 3, p. 147.
Zie CRvB 10 december 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1822.