Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:4658
2026-07-16
Civiel recht
C/08/347885 / FA RK 26-1165
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
De rechtbank ontslaat de GI van de voogdij over het kind en benoemt tot voogd(en) de pleegouders. Het kind woont al een geruime tijd in het pleeggezin en ontwikkelt zich positief. Er is geen contact met de ouder(s).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.063 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/347885 / FA RK 26-1165
Datum uitspraak: 16 juli 2026
Beschikking betreffende voorziening voogdij
in de zaak van
Jeugdbescherming Overijssel,
de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Zwolle,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de pleegvader]
hierna te noemen: de pleegvader,
[de pleegmoeder]
hierna te noemen: de pleegmoeder,
gezamenlijk te noemen: de pleegouders,
beide wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
de pleegouders;
[naam] namens de GI;
1.3.
De rechtbank heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn mening te geven.
2De feiten
2.1.
Bij beschikking van 16 november 2018 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de Stichting Jeugdbescherming Overijssel.
2.2.
[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
De pleegouders hebben een bereidverklaring ondertekend om de voogdij te aanvaarden.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt haar op grond van 1:322, eerste lid sub c van het Burgerlijk Wetboek (BW) te ontslaan uit de voogdij over [minderjarige], ten gunste van de pleegouders.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Voor de onderbouwing van het verzoek verwijst de GI naar de overlegde stukken.
3.2.
De GI heeft tijdens de zitting het volgende toegelicht. De GI vindt het belangrijk dat de pleegouders het gezag over [minderjarige] kunnen uitoefenen. [minderjarige] woont al een lange tijd bij de pleegouders. Hij ontwikkelt zich goed bij de pleegouders en de pleegouders sluiten goed aan bij [minderjarige]. De pleegouders nemen feitelijk al veel beslissingen over [minderjarige]. De GI heeft op dit moment geen contact met de moeder. De moeder is voornamelijk instabiel en zij zit op dit moment in het buitenland. In het geval de moeder contact zoekt met de GI, zal de GI de pleegouders hiervan op de hoogte stellen. De vader van [minderjarige] staat achter het verzoek.
4De standpunten
4.1.
De pleegouders staan achter het verzoek van de GI. De pleegouders vinden het fijn als zij zelf de verantwoordelijkheid over [minderjarige] kunnen nemen. Het gaat goed met [minderjarige]. De biologische ouders van [minderjarige] blijven een onderwerp van gesprek. Sinds kort stuurt de vader van [minderjarige] kaartjes naar [minderjarige]. [minderjarige] vindt dit fijn en stuurt zelf ook kaartjes naar zijn vader met de hulp van pleegouders. Daarnaast vinden de pleegouders het belangrijk dat [minderjarige] alle hulp krijgt die hij nodig heeft.
5De beoordeling
5.1.
Op grond van artikel 1:322 BW kan iedere voogd zich van zijn bediening doen ontslaan, indien een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk heeft bereid verklaard de voogdij over te nemen en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarige acht.
5.2.
De rechtbank zal de GI ontslaan van de voogdij over [minderjarige] en de pleegouders tot voogden benoemen over [minderjarige]. De rechtbank legt hieronder uit waarom.
5.3.
[minderjarige] woont al een geruime tijd bij de pleegouders. De pleegouders nemen feitelijk al veel beslissingen over [minderjarige]. De pleegouders bieden [minderjarige] de rust, stabiliteit en veiligheid die hij nodig heeft om zich positief te ontwikkelen. De pleegouders sluiten aan bij [minderjarige] zijn ontwikkelingsbehoeftes. De betrokkenheid van de biologische ouders van [minderjarige] is beperkt. De moeder van [minderjarige] is op dit moment al enige tijd niet in Nederland en er is al een hele tijd geen contact tussen de moeder en [minderjarige]. [minderjarige] heeft wel contact met zijn vader door middel van het schrijven van kaartjes. De pleegouders hebben tijdens de zitting uitdrukkelijk verklaard dat de moeder en de vader van [minderjarige] altijd een onderwerp van gesprek zullen blijven. De pleegouders vinden het belangrijk dat [minderjarige] contact met zijn moeder en vader kan hebben, mits dit in zijn belang is en binnen veilige kaders.
5.4.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] om de voogdij over te dragen aan de pleegouders. De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat de pleegouders, als feitelijke verzorgers en opvoeders van [minderjarige], ook de belangrijke (gezags)beslissingen over [minderjarige] kan nemen. De betrokkenheid van de GI als voogd is niet langer nodig.
5.5.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De rechtbank:
6.1.
ontslaat de GI van de voogdij over [minderjarige];
6.2.
en benoemt tot voogd(en) over [minderjarige] de pleegouders, [de pleegvader] en [de pleegmoeder];
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026 door
mr. D.E. Schaap, rechter, in aanwezigheid van mr. H.W.C. van Schaik als griffier, en op schrift gesteld op 30 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/347885 / FA RK 26-1165
Datum uitspraak: 16 juli 2026
Beschikking betreffende voorziening voogdij
in de zaak van
Jeugdbescherming Overijssel,
de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Zwolle,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de pleegvader]
hierna te noemen: de pleegvader,
[de pleegmoeder]
hierna te noemen: de pleegmoeder,
gezamenlijk te noemen: de pleegouders,
beide wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
de pleegouders;
[naam] namens de GI;
1.3.
De rechtbank heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn mening te geven.
2De feiten
2.1.
Bij beschikking van 16 november 2018 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de Stichting Jeugdbescherming Overijssel.
2.2.
[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
De pleegouders hebben een bereidverklaring ondertekend om de voogdij te aanvaarden.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt haar op grond van 1:322, eerste lid sub c van het Burgerlijk Wetboek (BW) te ontslaan uit de voogdij over [minderjarige], ten gunste van de pleegouders.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Voor de onderbouwing van het verzoek verwijst de GI naar de overlegde stukken.
3.2.
De GI heeft tijdens de zitting het volgende toegelicht. De GI vindt het belangrijk dat de pleegouders het gezag over [minderjarige] kunnen uitoefenen. [minderjarige] woont al een lange tijd bij de pleegouders. Hij ontwikkelt zich goed bij de pleegouders en de pleegouders sluiten goed aan bij [minderjarige]. De pleegouders nemen feitelijk al veel beslissingen over [minderjarige]. De GI heeft op dit moment geen contact met de moeder. De moeder is voornamelijk instabiel en zij zit op dit moment in het buitenland. In het geval de moeder contact zoekt met de GI, zal de GI de pleegouders hiervan op de hoogte stellen. De vader van [minderjarige] staat achter het verzoek.
4De standpunten
4.1.
De pleegouders staan achter het verzoek van de GI. De pleegouders vinden het fijn als zij zelf de verantwoordelijkheid over [minderjarige] kunnen nemen. Het gaat goed met [minderjarige]. De biologische ouders van [minderjarige] blijven een onderwerp van gesprek. Sinds kort stuurt de vader van [minderjarige] kaartjes naar [minderjarige]. [minderjarige] vindt dit fijn en stuurt zelf ook kaartjes naar zijn vader met de hulp van pleegouders. Daarnaast vinden de pleegouders het belangrijk dat [minderjarige] alle hulp krijgt die hij nodig heeft.
5De beoordeling
5.1.
Op grond van artikel 1:322 BW kan iedere voogd zich van zijn bediening doen ontslaan, indien een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk heeft bereid verklaard de voogdij over te nemen en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarige acht.
5.2.
De rechtbank zal de GI ontslaan van de voogdij over [minderjarige] en de pleegouders tot voogden benoemen over [minderjarige]. De rechtbank legt hieronder uit waarom.
5.3.
[minderjarige] woont al een geruime tijd bij de pleegouders. De pleegouders nemen feitelijk al veel beslissingen over [minderjarige]. De pleegouders bieden [minderjarige] de rust, stabiliteit en veiligheid die hij nodig heeft om zich positief te ontwikkelen. De pleegouders sluiten aan bij [minderjarige] zijn ontwikkelingsbehoeftes. De betrokkenheid van de biologische ouders van [minderjarige] is beperkt. De moeder van [minderjarige] is op dit moment al enige tijd niet in Nederland en er is al een hele tijd geen contact tussen de moeder en [minderjarige]. [minderjarige] heeft wel contact met zijn vader door middel van het schrijven van kaartjes. De pleegouders hebben tijdens de zitting uitdrukkelijk verklaard dat de moeder en de vader van [minderjarige] altijd een onderwerp van gesprek zullen blijven. De pleegouders vinden het belangrijk dat [minderjarige] contact met zijn moeder en vader kan hebben, mits dit in zijn belang is en binnen veilige kaders.
5.4.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] om de voogdij over te dragen aan de pleegouders. De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat de pleegouders, als feitelijke verzorgers en opvoeders van [minderjarige], ook de belangrijke (gezags)beslissingen over [minderjarige] kan nemen. De betrokkenheid van de GI als voogd is niet langer nodig.
5.5.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De rechtbank:
6.1.
ontslaat de GI van de voogdij over [minderjarige];
6.2.
en benoemt tot voogd(en) over [minderjarige] de pleegouders, [de pleegvader] en [de pleegmoeder];
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026 door
mr. D.E. Schaap, rechter, in aanwezigheid van mr. H.W.C. van Schaik als griffier, en op schrift gesteld op 30 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.