Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:4582

2026-07-16 Civiel recht 11360365 \ EJ VERZ 24-362
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-07-16
Publicatiedatum
2026-07-27
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11360365 \ EJ VERZ 24-362
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Einduitspraak. Overijsselse overlegrechter, artikel 96 Rv. Vordering tot verwijdering van hoekankers tussen twee dakopbouwen geen misbrruik van recht.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.446 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Zwolle



Zaaknummer: 11360365 \ EJ VERZ 24-362




Vonnis van 17 juli 2026 in de artikel 96 Rv procedure van de kantonrechter als Overijsselse Overlegrechter




in de zaak van





1
[eiser], 2. [eiseres],

beiden wonende te [woonplaats 1],
hierna samen te noemen: [eisers],
gemachtigde: mr. J.W. Kempenaar-van Ittersum,



en




3
3. [gedaagde],

te [woonplaats 2],
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.





1De zaak in het kort


Na een eerder tussenvonnis, waarin al is geoordeeld over andere vorderingen van [eisers] staat in dit eindvonnis de vordering tot verwijdering van hoekankers centraal. De dakopbouw op de woning van [gedaagde] is (onder andere) met hoekankers bevestigd aan de dakopbouw op de woning van [eisers].
Volgens [eisers] is dat onrechtmatig, omdat daarmee inbreuk wordt gemaakt op hun eigendom en de hoekankers vaste koppelingen vormen die zorgen voor geluidsoverdracht waarvan zij hinder ondervinden.
Volgens [gedaagde] zijn de hoekankers in de gegeven omstandigheden wel toelaatbaar.



De vordering tot verwijdering zal worden toegewezen. Uitgangspunt is dat [eisers] niet hoeven te dulden dat in hun eigendommen hoekankers worden bevestigd, tenzij dat misbruik van recht zou opleveren. Aangenomen kan worden dat de hoekankers in ieder geval voor enige geluidsoverdracht zorgen, en [eisers] – gelet op hun stelling dat zij daarvan (in ieder geval enige) geluidshinder ondervinden – een rechtens te respecteren belang hebben bij verwijdering daarvan. Daarentegen is niet komen vast te staan dat de hoekankers noodzakelijk zijn voor de constructieve veiligheid van de dakopbouw. Evenmin is enig inzicht gegeven in de kosten van verwijdering. Als al noodzakelijk zou zijn dat verwijdering van hoekankers gepaard moet gaan met aanpassingen in de constructie, is geen onderbouwing of inzicht gegeven in de kosten daarvan. De vordering tot verwijdering van de hoekankers wordt dan ook toegewezen.



De vordering tot betaling van de kosten van de deskundige worden deels toegewezen.





2Procesverloop


2.1
Al eerder is in deze procedure een vonnis gewezen dat op 24 april 2026 is uitgesproken. Daarna heeft [gedaagde] een akte genomen met verschillende producties. [eisers] hebben op die akte gereageerd. Vervolgens is bepaald dat vonnis zal worden gewezen.



2.2
Bij vonnis van 24 april 2026 is – samengevat – geoordeeld dat aangenomen moet worden dat de hoekankers zonder toestemming en dus in beginsel onrechtmatig aan en in de muur van de woning van [eisers] zijn bevestigd en [eisers] dus in beginsel verwijdering daarvan kan verlangen. Dat is slechts anders indien het vorderen van het verwijderen van de hoekankers misbruik van recht oplevert, gelet op de onevenredigheid tussen het belang van [gedaagde] bij handhaving van hoekankers en het belang van [eisers] bij verwijdering. [gedaagde] is vervolgens in de gelegenheid gesteld zich hierover nog uit te laten en [eisers] heeft daarop kunnen reageren.





3Standpunten van partijen


3.1

[gedaagde] heeft zich – samengevat – op het standpunt gesteld dat


i) de huidige verankering onderdeel uitmaakt van de constructieve stabiliteit;


ii) voor wijziging, vervanging of verwijdering een nieuwe constructieberekening zal moeten worden gemaakt;


iii) alternatieve bevestigingsmethoden ook door een constructeur zullen moeten worden doorgerekend en inclusief aanvullende bouwkundige werkzaamheden tot substantiële kosten zullen leiden;


iv) niet zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld in hoeverre de bestaande hoekankers bijdragen aan de (resterende) geluidsoverdracht;


v) aan de geluidsnormen reeds wordt voldaan en [gedaagde] al aanvullende maatregelen heeft getroffen;


vi) volgens de notitie-[deskundige] het hoekanker ter plaatse van de zoldervloer van zeer beperkte invloed is op de geluidsisolatie;


vii) in de notitie-[deskundige] ook aanbevelingen zijn opgenomen die door [eisers] kunnen worden uitgevoerd en niet bekend is of [eisers] deze aanbevelingen heeft uitgevoerd;


viii) het ontbreken van concrete schade, het langdurig stabiel functioneren van de constructie en de ingrijpende gevolgen van verwijdering rechtvaardigen geen verplichting tot herstel in de oorspronkelijke staat.





3.2

[eisers] stellen zich op het standpunt dat [gedaagde] niet is ingegaan op de door de overlegrechter genoemde punten en dat wat [gedaagde] naar voren brengt niet is onderbouwd. [gedaagde] heeft verder nagelaten onderzoek te laten doen naar eventuele alternatieven. Ook ontbreekt een onderbouwing voor kosten van verwijdering of vervanging. [eisers] betwisten dat de vordering tot verwijdering van de hoekankers disproportioneel is. Het aanbrengen van hoekankers is onrechtmatig, [eisers] ondervindt daarvan bij voortduring hinder. Voorts wordt de dakconstructie belast als gevolg van de plaatsing van de hoekankers.[eisers] hebben een aannemer gevraagd wat de kosten zijn van het loskoppelen van de hoekankers. Volgens de door [eisers] ingeschakelde aannemer komen de kosten daarvan, inclusief bouwkundige aanpassingen van de (draagconstructie van de) dakopbouw op ongeveer € 15.000,-. Door (op onrechtmatige wijze) van hoekankers gebruik te maken heeft [gedaagde] kosten kunnen vermijden. Dat verwijdering van de hoekankers met deze kosten gepaard zou kunnen gaan is dan ook niet ongerechtvaardigd.





4De beoordeling



Verdere beoordeling van vordering I.




4.1
Aan de orde is de vraag of, gelet op de onevenredigheid tussen het belang van [gedaagde] bij handhaving van hoekankers en het belang van [eisers] bij verwijdering moet worden aangenomen dat de vordering van [eisers] tot verwijdering van de hoekankers als misbruik van recht moet worden aangemerkt.



4.2
Als zou zijn gebleken dat


i) de hoekankers noodzakelijk zijn voor de constructieve veiligheid van de dakopbouw;


ii) de kosten van verwijdering en (indien noodzakelijk) het aanbrengen een alternatieve constructie (zeer) aanzienlijk zijn;


iii) niet valt in te zien dat de hoekankers niet bijdragen aan de door [eisers] ervaren geluidshinder,


zou kunnen worden aangenomen dat de vordering tot verwijdering van de hoekankers misbruik van recht zou opleveren en [eisers] dus (enige) inbreuk op hun eigendomsrechter moeten dulden.



4.3

Naar het oordeel van de overlegrechter kan dit echter niet worden aangenomen. [gedaagde] heeft weliswaar gesteld dat de hoekankers onderdeel uitmaken van de constructieve stabiliteit, maar heeft niet gesteld dat de hoekankers noodzakelijk zijn voor de constructieve veiligheid van de dakopbouw, nog daargelaten dat hij zijn stelling niet van enige onderbouwing heeft voorzien. In het licht van de betwisting daarvan door [eisers] is dus niet komen vast te staan dat de hoekankers noodzakelijk zijn.
Als al zou moeten worden aangenomen dat de hoekankers wel noodzakelijk zijn, heeft te gelden dat [gedaagde] geen begin van inzicht heeft gegeven in de kosten die gepaard gaan met een alternatieve constructie. Ten overvloede merkt de overlegrechter op dat geen aanleiding bestaat voor een schatting van deze kosten aansluiting te zoeken bij de begroting van de kosten door [eisers], aangezien uit de toelichting op die begroting niet kan worden afgeleid welke bouwkundige aanpassingen (niet slechts wenselijk, maar) noodzakelijk zijn.
Daar staat tegenover dat [eisers] in beginsel geen inbreuk – in dit geval door de bevestiging van de hoekankers in hun eigendommen - behoeven te dulden. Verder kan aangenomen worden dat door de vaste verbindingen tussen de dakopbouwen van [eisers] en [gedaagde] in ieder geval enige geluidsoverdracht zal kunnen plaatsvinden, en als [eisers] stellen dat zij (mede) als gevolg daarvan geluidshinder ondervinden, in beginsel daarmee een rechtens te respecteren belang is gegeven. Dat de afscheiding (inmiddels) voldoet aan de wettelijke geluidsnormen, maakt dat niet anders. Aan de verwijzing door [gedaagde] naar de notitie-[deskundige] gaat de overlegrechter voorbij. In die notitie wordt immers slechts gesproken over één hoekijzer die slechts in zeer beperkte zin zou kunnen bijdragen aan de geluidsoverlast, terwijl uit de foto’s die door [eisers] in het geding zijn gebracht kan worden afgeleid dat het gaat om meerdere hoekankers.




4.4
Het voorgaande brengt mee dat de vordering onder I. op de wijze als in de beslissing is gemeld, zal worden toegewezen.



De overige vorderingen





4.5
Bij het vonnis van 24 april 2026 is onder 3.1. al geoordeeld dat niet kan worden aangenomen dat sprake is van onrechtmatige geluidshinder. De vorderingen onder II. en III. zullen dan ook worden afgewezen.



4.6

Onder IV. hebben [eisers] als voorschot op schadevergoeding een bedrag van € 3.795,- gevorderd. Het bedrag van € 3.795,00 betreft de kosten die [eisers] heeft gemaakt in verband inschakeling van de deskundige [deskundige].
Uit artikel 6:96, lid 2 Burgerlijk Wetboek volgt dat redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als vermogensschade kunnen worden aangemerkt. Uit het onderzoek van [deskundige] volgde dat de dakopbouw van [gedaagde] niet voldeed aan de wettelijke geluidsnormen (rapport [deskundige]-I), en [gedaagde] de aanbevelingen van [deskundige] (notitie-[deskundige]) heeft opgevolgd en vervolgens [deskundige] heeft vastgesteld dat werd voldaan aan de geluidsnormen (rapport [deskundige]-II). Bij die stand van zaken ziet de overlegrechter aanleiding de kosten van rapport [deskundige]-I (waarop de conclusie kan worden gebaseerd dat in strijd met de wettelijke normen is gebouwd) voor rekening van [gedaagde] te laten komen. De kosten van de [deskundige]-notitie en de kosten van de controlemeting zullen door beide partijen moeten worden gedragen. Dat betekent dat [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling aan [eisers] van een bedrag van € 1.149,50 + (€ 1.028,50 + € 726)/2 = € 2.026,75. De overlegrechter ziet geen aanleiding om dit bij wijze van voorschot toe te wijzen, aangezien andere schade die voor vergoeding in aanmerking kan komen niet is vastgesteld.




Proceskosten





4.7
Gelet op de aard van de (artikel 96 Rv-) procedure ziet de overlegrechter aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij met zijn eigen kosten belast blijft.



Mogelijkheid van hoger beroep





4.8
Partijen hebben ter zitting van 27 november 2026 uitdrukkelijk hoger beroep voorbehouden.





5De beslissing


De overlegrechter



5.1
veroordeelt [gedaagde] om de constructie van de dakopbouw [adres] zodanig aan te (laten) passen dat geen hoekankers of andere koppelingen zijn bevestigd door middel van schroeven of andere bevestigingsmiddelen in eigendommen van [eisers] (behoudens een dampdoorlatende folie, panlatten en dakpannen);



5.2
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eisers] van een bedrag van € 2.026,75;



5.3
bepaalt dat iedere partij zijn eigen kosten draagt;



5.4
wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.G. Wijnands en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026.