Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:4567
2026-07-14
Civiel recht
12226480 \ EJ VERZ 26-83
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
De werkgever verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werknemer heeft daartegen geen bezwaar. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.688 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer / rekestnummer: 12226480 \ EJ VERZ 26-83
Beschikking van 14 juli 2026
in de zaak van
ASITO PERSONEELSDIENSTEN B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Almelo,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Asito,
gemachtigde: mr. M.E. Kikkert,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats],
verwerende partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift,
- de mondelinge behandeling van 7 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1
[gedaagde] is sinds 8 juli 2016 in dienst bij Asito als schoonmaakster.
2.2
[gedaagde] is bij vonnis van 26 november 2019 van de Rechtbank Noord-Holland veroordeeld tot een gevangenisstraf. Als gevolg van deze gevangenisstraf is Asito gestopt met het betalen van het loon, omdat [gedaagde] geen arbeid heeft verricht.
2.3
[gedaagde] verblijft inmiddels niet meer in detentie en is fulltime werkzaam voor een andere werkgever.
2.4
De arbeidsovereenkomst met Asito bestaat nog steeds.
3Het verzoek
3.1
Asito verzoekt de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] te ontbinden. Asito heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – kort weergegeven – dat [gedaagde] na het plegen van een levensdelict is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 jaar en daarom niet beschikbaar is om haar arbeid te verrichten. Daarnaast is het vertrouwen beschadigd en willen collega’s, gezien de ernst van het delict, niet met [gedaagde] samenwerken. Volgens Asito heeft [gedaagde] ook geen recht op betaling van de transitievergoeding, omdat zij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.
3.2
[gedaagde] heeft zich niet verweerd tegen het ontbindingsverzoek en is het eens met de verzoeken van Asito.
4De beoordeling
4.1
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst
4.2
[gedaagde] heeft de gestelde feiten en omstandigheden, die volgens Asito moeten leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, niet weersproken. De kantonrechter zal daarom uitgaan van de juistheid van de gestelde feiten en omstandigheden. Gezien deze feiten en omstandigheden wordt geoordeeld dat sprake is van omstandigheden die zodanig zijn dat van Asito niet kan worden gevergd te arbeidsovereenkomst met [gedaagde] te laten voortduren. Daar komt bij dat [gedaagde] inmiddels nieuw werk heeft gevonden. Niet gebleken is dat er sprake is van een opzegverbod. Tot slot is niet betwist dat [gedaagde] niet kan worden herplaatst. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen wordt ontbonden op de onder meer verzochte h-grond.
De ontbindingsdatum is 1 augustus 2026
4.3
Asito heeft verzocht, overeenkomstig artikel 7:671b lid 9, onderdeel b BW, het einde van de arbeidsovereenkomst te bepalen op een eerder tijdstip dan het moment waarop deze bij opzegging zou zijn geëindigd, aangezien sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door [gedaagde]. Ook de feiten en omstandigheden die Asito ten grondslag heeft gelegd aan het ernstig verwijtbare handelen door [gedaagde], zijn door [gedaagde] niet weersproken. De arbeidsovereenkomst wordt daarom met toepassing van artikel 7:671b lid 9 sub b BW ontbonden met ingang van 1 augustus 2026.
Geen transitievergoeding
4.4
Hiervoor is al geoordeeld dat [gedaagde] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Zij heeft daarom geen recht op betaling van een transitievergoeding. De verzochte verklaring voor recht wordt dus toegewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd
4.5
De kantonrechter bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 augustus 2026,
5.2
verklaart voor recht dat Asito geen transitievergoeding verschuldigd is aan [gedaagde],
5.3
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.
Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Artikel 7:669 lid 1 BW.
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer / rekestnummer: 12226480 \ EJ VERZ 26-83
Beschikking van 14 juli 2026
in de zaak van
ASITO PERSONEELSDIENSTEN B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Almelo,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Asito,
gemachtigde: mr. M.E. Kikkert,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats],
verwerende partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift,
- de mondelinge behandeling van 7 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1
[gedaagde] is sinds 8 juli 2016 in dienst bij Asito als schoonmaakster.
2.2
[gedaagde] is bij vonnis van 26 november 2019 van de Rechtbank Noord-Holland veroordeeld tot een gevangenisstraf. Als gevolg van deze gevangenisstraf is Asito gestopt met het betalen van het loon, omdat [gedaagde] geen arbeid heeft verricht.
2.3
[gedaagde] verblijft inmiddels niet meer in detentie en is fulltime werkzaam voor een andere werkgever.
2.4
De arbeidsovereenkomst met Asito bestaat nog steeds.
3Het verzoek
3.1
Asito verzoekt de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] te ontbinden. Asito heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – kort weergegeven – dat [gedaagde] na het plegen van een levensdelict is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 jaar en daarom niet beschikbaar is om haar arbeid te verrichten. Daarnaast is het vertrouwen beschadigd en willen collega’s, gezien de ernst van het delict, niet met [gedaagde] samenwerken. Volgens Asito heeft [gedaagde] ook geen recht op betaling van de transitievergoeding, omdat zij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.
3.2
[gedaagde] heeft zich niet verweerd tegen het ontbindingsverzoek en is het eens met de verzoeken van Asito.
4De beoordeling
4.1
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst
4.2
[gedaagde] heeft de gestelde feiten en omstandigheden, die volgens Asito moeten leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, niet weersproken. De kantonrechter zal daarom uitgaan van de juistheid van de gestelde feiten en omstandigheden. Gezien deze feiten en omstandigheden wordt geoordeeld dat sprake is van omstandigheden die zodanig zijn dat van Asito niet kan worden gevergd te arbeidsovereenkomst met [gedaagde] te laten voortduren. Daar komt bij dat [gedaagde] inmiddels nieuw werk heeft gevonden. Niet gebleken is dat er sprake is van een opzegverbod. Tot slot is niet betwist dat [gedaagde] niet kan worden herplaatst. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen wordt ontbonden op de onder meer verzochte h-grond.
De ontbindingsdatum is 1 augustus 2026
4.3
Asito heeft verzocht, overeenkomstig artikel 7:671b lid 9, onderdeel b BW, het einde van de arbeidsovereenkomst te bepalen op een eerder tijdstip dan het moment waarop deze bij opzegging zou zijn geëindigd, aangezien sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door [gedaagde]. Ook de feiten en omstandigheden die Asito ten grondslag heeft gelegd aan het ernstig verwijtbare handelen door [gedaagde], zijn door [gedaagde] niet weersproken. De arbeidsovereenkomst wordt daarom met toepassing van artikel 7:671b lid 9 sub b BW ontbonden met ingang van 1 augustus 2026.
Geen transitievergoeding
4.4
Hiervoor is al geoordeeld dat [gedaagde] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Zij heeft daarom geen recht op betaling van een transitievergoeding. De verzochte verklaring voor recht wordt dus toegewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd
4.5
De kantonrechter bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 augustus 2026,
5.2
verklaart voor recht dat Asito geen transitievergoeding verschuldigd is aan [gedaagde],
5.3
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.
Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Artikel 7:669 lid 1 BW.