Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:4415
2026-03-31
Civiel recht
11860465 \ CV EXPL 25-1532
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Non-conformiteit auto. Vordering tot ontbinding toegewezen. Sprake van overmatig olieverbruik. Onjuiste mededeling verkoper. Auto niet geschikt voor normaal gebruik.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (20.483 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11860465 \ CV EXPL 25-1532
Vonnis van 31 maart 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. M. Eshtehardi van Ejuristen,
tegen
[gedaagde] B.V., handelend onder de naam [bedrijf] ,
handelend in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: [gemachtigde] van nl.legal LLP.
1De procedure
1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken gelezen:
de dagvaarding (met producties 1 t/m 8);
de conclusie van antwoord (met producties 1 en 2).
1.2
Op 24 februari 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig [eiser] , bijgestaan door mr. M. Eshtehardi, en [naam] namens [gedaagde] , bijgestaan door [gemachtigde] . Door [eiser] zijn spreekaantekeningen overgelegd. De kantonrechter heeft de mondelinge behandeling gesloten en bepaald dat hij vonnis zal wijzen.
2Kern van het geschil
2.1
Op 27 september 2024 heeft [eiser] van [gedaagde] voor € 5.500,00 een tweedehands auto gekocht, een Peugeot 208 1.2. uit 2014 met een kilometerstand van 204.032. De auto verbruikt overmatig veel olie, 1,6 liter per 550 km. [eiser] mocht verwachten dat sprake was van “een prima auto voor nog vele kilometers.” Nu de auto overmatig veel olie verbruikt en daarmee de auto niet aan de gerechtvaardigde verwachting van [eiser] voldoet en dit gebrek niet eenvoudig kan worden hersteld, is de auto non-conform.
3De beoordeling
De auto is non-conform; hij voldeed niet aan de gerechtvaardigde verwachting
3.1
[gedaagde] moet het aankoopbedrag voor de auto (€ 5.500,00) verminderd met een gebruiksvergoeding (€ 800,00) aan [eiser] terugbetalen. De auto is non-conform en [eiser] mocht daarom de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbinden. Ook moet [gedaagde] meewerken aan overschrijving van het kenteken van de auto. De kantonrechter zal deze beslissingen hierna toelichten.
Sprake is van consumentenkoop
3.2
[eiser] heeft op 27 september 2024, als consument, van [gedaagde] , die handelde in het kader van haar bedrijfsactiviteit (in- en verkoop van personenauto’s), een auto gekocht. Daarom is sprake van een consumentenkoop. Omdat het gaat om consumentenkoop mag [eiser] de koopovereenkomst ontbinden als de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt en daarmee sprake is van een gebrek. De mogelijkheid om te ontbinden ontstaat pas als herstel en vervanging van dat gebrek onmogelijk is of van [gedaagde] niet kan worden verlangd om dat gebrek op te lossen, of wanneer [gedaagde] tekort is geschoten in haar verplichting om binnen een redelijke termijn op een goede manier na te komen.
3.3
Omdat hier sprake is van een consumentenkoop wordt vermoed dat de auto bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt wanneer het gebrek zich binnen één jaar na aflevering openbaart. Tijdens dit eerste jaar is het aan [gedaagde] om uit te leggen en zo nodig te bewijzen dat de auto bij aflevering wel voldeed aan de overeenkomst.
[eiser] mocht verwachten dat de auto prima was en geschikt voor nog vele kilometers
3.4
Het uitgangspunt is dat de auto aan de koopovereenkomst moet beantwoorden, dat wil zeggen aan de gerechtvaardigde verwachting van [eiser] moet voldoen. [eiser] mocht gerechtvaardigd verwachten dat auto de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik nodig zijn en dat hij niet hoefde te twijfelen of de auto die eigenschappen bezit. Wat [eiser] mocht verwachten wordt verder ingekleurd door de aard van het goed, in dit geval de auto, en de mededelingen die [gedaagde] daarover heeft gedaan.
3.5
Omdat het hier om een tweedehandsauto uit 2014 gaat met 204.032 kilometer op de teller, waarvan het niet de discussie is dat de auto is gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen, beantwoordt de auto in principe niet aan de overeenkomst als door een gebrek aan de auto (dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld) het gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren. Daarnaast mocht [eiser] van de auto verwachten dat het een prima auto was voor nog vele kilometers. Dit is de mededeling die door [gedaagde] is gedaan over de auto in een advertentie op Marktplaats.
De auto verbruikt overmatig olie
3.6
Uit onderzoek door een door [eiser] ingeschakelde garagist naar het olieverbruik van de auto is duidelijk geworden dat de auto 1,6 liter olie op 550 kilometer verbruikt. Van hoog olieverbruik wordt gesproken wanneer de auto ongeveer 1 liter op 1.000 kilometer verbruikt. De auto verbruikt omgerekend ongeveer 2,9 liter op 1.000 kilometer. Daarom is geen sprake van hoog, maar van overmatig olieverbruik, met als gevolg dat wanneer met de auto wordt gereden door gebrek aan olie schade aan de motor of katalysator kan ontstaan.
Het overmatig olieverbruik kon niet eenvoudig worden ontdekt
3.7
Het overmatig olieverbruik kon niet eenvoudig worden ontdekt. Tijdens het onderzoek naar het overmatig olieverbruik bleek dat geen sprake was van een lekkage.
Het overmatig olieverbruik kan niet eenvoudig worden hersteld
3.8
Het overmatig olieverbruik kan niet eenvoudig worden opgelost. Daarvoor is revisie van de motor nodig en dit kost, zo blijkt uit twee prijsopgaven, ongeveer € 5.000,00 - € 5.500,00. Dat is (bijna) gelijk aan het bedrag waarvoor de auto door [eiser] is gekocht. Dit betekent dat het overmatig olieverbruik niet zonder een kostbare reparatie kan worden verholpen.
Aan de gerechtvaardigde verwachting van [eiser] is niet voldaan
3.9
[eiser] mocht gerechtvaardigd verwachten dat hij een prima auto kocht waarmee hij nog veel kilometers kon rijden. Aan deze verwachting is niet voldaan omdat de auto overmatig olie verbruikt, met daardoor het risico op schade aan de motor en katalysator, dit niet eenvoudig kon worden ontdekt en alleen kan worden opgelost door een kostbare revisie van de motor. Omdat niet aan de gerechtvaardigde verwachting is voldaan, is sprake van een gebrek.
3.10
Niet wordt meegegaan in de stelling van [gedaagde] dat gewoon met de auto kan worden gereden omdat de auto APK is goedgekeurd en het bij normaal gebruik hoort dat [eiser] telkens bij het tanken de olie zou moeten controleren en zo nodig zou moeten bijvullen. Daargelaten dat [gedaagde] niet heeft gemotiveerd hoe het telkens bijvullen van de olie een oplossing voor het gebrek zou kunnen zijn, wordt ook niet gevolgd waarom onder die omstandigheden toch sprake is van een prima auto. Het gebrek is immers niet alleen dat meer dan gebruikelijk motorolie moet worden bijgevuld, maar ook dat door het overmatig olieverbruik schade aan de motor en katalysator kan ontstaan, waarbij de revisie van dat gebrek ongeveer net zoveel kost als het bedrag waarvoor door [eiser] de auto is gekocht. Daarbij kan [eiser] vanwege dat gebrek alleen aan het verkeer deelnemen door continu het oliepeil te controleren en veelvuldig de olie bij te vullen. Die te nemen maatregelen maken dat niet sprake is van een prima auto, terwijl dat wel zo door [gedaagde] is geadverteerd. Dat de auto na de koop APK is goedgekeurd maakt het oordeel niet anders. Het gebrek aan de auto is niet zozeer dat deze al dan niet technisch veilig kan deelnemen aan het verkeer, terwijl dat (onder andere) is wat tijdens de APK wordt beoordeeld.
[eiser] heeft zijn onderzoeksplicht niet geschonden
3.11
[eiser] heeft zijn onderzoeksplicht niet geschonden door geen onderzoek te doen naar het verhoogd olieverbruik. [eiser] mag zich dan ook beroepen op de non-conformiteit van de auto.
3.12
[gedaagde] stelt dat hij voorafgaand aan de koop schriftelijk – door middel van een opmerking op een factuur – en mondeling de mededeling heeft gedaan dat bij de auto sprake was van verhoogd olieverbruik en dat [eiser] zijn onderzoeksplicht heeft geschonden door vervolgens daarnaar geen onderzoek te doen. [eiser] zegt dat door [gedaagde] voorafgaand aan de koop geen mededeling is gedaan over het olieverbruik, of in ieder geval dat hij de inhoud van de mededeling niet heeft begrepen omdat hij de Nederlandse taal niet (goed) spreekt en kan lezen.
3.13
Aangezien partijen een andere lezing hebben van het verloop van hun contact, kan niet zonder meer worden vastgesteld of en zo ja, wanneer en op welke manier [gedaagde] aan [eiser] heeft medegedeeld dat sprake was van een verhoogd olieverbruik. In ieder geval staat wel vast dat op een factuur die [gedaagde] heeft opgesteld en [eiser] heeft ondertekend de mededeling is gedaan: “VERHOOGD OLIEVERBRUIK!”. Partijen zeggen alleen allebei iets anders over wanneer deze factuur is verstrekt, voor of (direct) na de koop van de auto, en of [eiser] vanwege die mededeling op de factuur wist of had moeten begrijpen dat de auto een verhoogd olieverbruik had.
3.14
Voor de beslissing in deze zaak maakt het niet uit wat het antwoord is op de vraag of door [gedaagde] (tijdig) de mededeling is gedaan dat sprake was van verhoogd olieverbruik en dit ook door [eiser] is begrepen. In het geval [gedaagde] niet voor de koop die mededeling had gedaan, dan mocht [eiser] verwachten dat van een gebrek in de zin van overmatig olieverbruik geen sprake was. Om die reden zou de auto dan non-conform zijn.In het geval dat [gedaagde] wel voor de koop die mededeling heeft gedaan, dan geldt dat deze mededeling onjuist is gebleken aangezien sprake is van overmatig olieverbruik in plaats van verhoogd olieverbruik. Het kan [eiser] niet worden verweten dat hij op grond van die onjuiste mededeling en na het maken van een proefrit geen nader onderzoek heeft gedaan naar het verhoogd olieverbruik, omdat die mededeling in relatie moet worden gezien tot de mededeling dat sprake was van een prima auto voor nog vele kilometers. Als [eiser] dus al tijdig was medegedeeld dat sprake was van verhoogd olieverbruik, dan had hij nog steeds mogen verwachten dat dit verhoogd olieverbruik niet in de weg stond van de verwachting dat sprake was van een prima auto voor nog vele kilometers. Juist aan die verwachting is niet voldaan. Het is dan ook niet duidelijk waarom [eiser] voorafgaand aan de koop nader onderzoek had moeten doen. [eiser] heeft zijn onderzoeksplicht dan ook niet geschonden.
3.15
Verder slaagt het verweer dat [eiser] zich niet aan zijn onderzoeksplicht heeft gehouden niet omdat, zoals [gedaagde] ter zitting heeft verteld, zij de auto’s die zij doorverkoopt alleen optisch nakijkt en niet aan een technische keuring onderwerpt. Aangezien [gedaagde] een professioneel handelend verkoper is, kan zij het [eiser] , een consument, die in goed vertrouwen een auto koopt, niet tegenwerpen dat hij geen technisch onderzoek heeft gedaan als zij dat zelf ook niet doet en zij tegelijkertijd onjuiste mededelingen doet over de auto.
De bepaling die garantie uitsluit gaat niet op
3.16
Het betoog van [gedaagde] dat [eiser] de auto heeft gekocht zonder garantie en dat alle gebreken bekend waren en daarom [eiser] het ongestoord verbruik niet behoefde te verwachten, wordt niet gevolgd. Zelfs al staat op de factuur: “bereden gezien en akkoord bevonden. Zo meenemen zonder een enkele vorm van garantie. Het betreft een schadevoertuig! Alle gebreken zijn bekend bij klant”. Ook in het geval dat vast zou komen te staan dat partijen dit zijn overeengekomen (wat door [eiser] wordt betwist omdat hij zegt de factuur pas na de koop te hebben gezien en de inhoud niet voor de koop is besproken), geldt dat [gedaagde] geen beroep kan doen op deze bepaling in de overeenkomst omdat het beding oneerlijk is.
3.17
Deze bepaling komt er op neer dat [gedaagde] door haar ingekochte auto’s ongezien en zonder garantie kan doorverkopen aan de consument-koper, en dat alle (risico’s van) eventuele gebreken, bijkomede kosten en onderhoud bij voorbaat op de consument-koper worden afgewenteld. Een dergelijke clausule is naar het oordeel van de kantonrechter niet alleen te algemeen geformuleerd, maar is in wezen een exoneratieclausule waarin [gedaagde] aansprakelijkheid voor verborgen gebreken uitsluit.
Het gebrek wordt verondersteld aanwezig te zijn op het moment van koop
3.18
Het gebrek heeft zich voorgedaan binnen een jaar na aflevering. [eiser] heeft zich bij [gedaagde] gemeld vanwege het gebrek op 9 mei 2025. Dat is binnen een jaar na de aflevering die plaatsvond op 27 september 2024. Daarom geldt als uitgangspunt het vermoeden dat het gebrek op het moment van koop aanwezig was. Door [gedaagde] is niet gezegd dat dit vermoeden niet klopt. Het staat daarmee vast dat het gebrek in de zin van overmatig olieverbruik aanwezig was op het moment van de koop.
De auto is non-conform
3.19
De conclusie is dat de auto niet voldoet aan wat [eiser] op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. Daarmee is de auto non-conform.
De koopovereenkomst wordt ontbonden
3.20
Omdat de auto non-conform is en [gedaagde] na de sommatie van de gemachtigde van [eiser] op 9 mei 2025 om de auto te herstellen niet binnen een redelijke termijn tot herstel van het gebrek is overgegaan, mocht [eiser] de koopovereenkomst op 8 juli 2025 buitengerechtelijk ontbinden. De gevorderde verklaring voor recht wordt dan ook toegewezen. Dit betekent dat vanaf 8 juli 2025 op beide partijen een verbintenis tot ongedaanmaking rust. Dit houdt in dat [eiser] de auto aan [gedaagde] moet teruggeven en dat [gedaagde] de auto terug moet nemen, [eiser] moet vrijwaren en de koopsom moet terugbetalen.
De door [eiser] gevorderde termijn waarbinnen [gedaagde] moet meewerken aan de vrijwaring zal worden teruggebracht tot twee werkdagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis.
[eiser] moet wel een gebruiksvergoeding betalen
3.21
[eiser] moet wel aan [gedaagde] een gebruiksvergoeding betalen omdat sprake is van genoten voordeel. Hij heeft namelijk sinds het moment van de koop, zo vertelde hij tijdens de mondelinge behandeling, (ongeveer) 13.000 kilometer met de auto gereden. Dat voordeel wordt in redelijkheid begroot op een bedrag van € 800,00. Bij deze begroting is ermee rekening gehouden dat [eiser] een aanzienlijk aantal kilometers in de auto heeft gereden maar gebruikelijke kosten met betrekking tot de auto (zoals belastingen en verzekeringen) zelf heeft betaald. De vergoeding van € 800,00 zal de kantonrechter in mindering brengen op de door [gedaagde] terug te betalen koopsom. [gedaagde] zal dus worden veroordeeld om (€ 5.500,00 - € 800,00 =) € 4.700,00 aan [eiser] te betalen.
Dwangsom
3.22
[eiser] heeft gevorderd dat [gedaagde] medewerking verleent aan overschrijving van het kenteken van de auto en daartoe een vrijwaringsbewijs zal overleggen op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 10.000,00. [gedaagde] vindt de maximale hoogte van de dwangsom te hoog. De kantonrechter zal de gevorderde dwangsom van € 250,00 per dag toewijzen, maar zal de maximaal te verbeuren dwangsom beperken tot een bedrag van € 4.000,00.
Buitengerechtelijke incassokosten
3.23
[eiser] vordert de buitengerechtelijke incassokosten van € 786,50. Deze vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal een bedrag van € 595,00 toewijzen. [eiser] heeft namelijk voldoende aangetoond dat hij kosten heeft gemaakt voor de buitengerechtelijke werkzaamheden die zijn verricht tot aan de dag van de dagvaarding.
Proceskosten
3.24
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
148,04
- griffierecht
€
257,00
- salaris gemachtigde
€
456,00
(2 punten × € 228,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.005,04
4De beslissing
De kantonrechter
4.1
verklaart voor recht dat de koopovereenkomst op 8 juli 2025 is ontbonden,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 4.700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van uitspraak (31 maart 2026) tot aan de dag der algehele voldoening,
4.3
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee werkdagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis mee te werken aan de overschrijving van het kenteken van de auto en het vrijwaringsbewijs aan [eiser] te overleggen, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 4.000,00,
4.4
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen de buitengerechtelijke incassokosten van € 595,00,
4.5
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.005,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.6
verklaart dit vonnis voor wat betreft de onder 4.2. t/m 4.5. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
4.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.N. Neumann en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.
Artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 7:18a lid 2 BW.
Artikel 7:22 BW.
Artikel 6:271 BW
Artikel 6:78 BW in samenhang met artikel 6:212 BW.
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11860465 \ CV EXPL 25-1532
Vonnis van 31 maart 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. M. Eshtehardi van Ejuristen,
tegen
[gedaagde] B.V., handelend onder de naam [bedrijf] ,
handelend in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: [gemachtigde] van nl.legal LLP.
1De procedure
1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken gelezen:
de dagvaarding (met producties 1 t/m 8);
de conclusie van antwoord (met producties 1 en 2).
1.2
Op 24 februari 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig [eiser] , bijgestaan door mr. M. Eshtehardi, en [naam] namens [gedaagde] , bijgestaan door [gemachtigde] . Door [eiser] zijn spreekaantekeningen overgelegd. De kantonrechter heeft de mondelinge behandeling gesloten en bepaald dat hij vonnis zal wijzen.
2Kern van het geschil
2.1
Op 27 september 2024 heeft [eiser] van [gedaagde] voor € 5.500,00 een tweedehands auto gekocht, een Peugeot 208 1.2. uit 2014 met een kilometerstand van 204.032. De auto verbruikt overmatig veel olie, 1,6 liter per 550 km. [eiser] mocht verwachten dat sprake was van “een prima auto voor nog vele kilometers.” Nu de auto overmatig veel olie verbruikt en daarmee de auto niet aan de gerechtvaardigde verwachting van [eiser] voldoet en dit gebrek niet eenvoudig kan worden hersteld, is de auto non-conform.
3De beoordeling
De auto is non-conform; hij voldeed niet aan de gerechtvaardigde verwachting
3.1
[gedaagde] moet het aankoopbedrag voor de auto (€ 5.500,00) verminderd met een gebruiksvergoeding (€ 800,00) aan [eiser] terugbetalen. De auto is non-conform en [eiser] mocht daarom de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbinden. Ook moet [gedaagde] meewerken aan overschrijving van het kenteken van de auto. De kantonrechter zal deze beslissingen hierna toelichten.
Sprake is van consumentenkoop
3.2
[eiser] heeft op 27 september 2024, als consument, van [gedaagde] , die handelde in het kader van haar bedrijfsactiviteit (in- en verkoop van personenauto’s), een auto gekocht. Daarom is sprake van een consumentenkoop. Omdat het gaat om consumentenkoop mag [eiser] de koopovereenkomst ontbinden als de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt en daarmee sprake is van een gebrek. De mogelijkheid om te ontbinden ontstaat pas als herstel en vervanging van dat gebrek onmogelijk is of van [gedaagde] niet kan worden verlangd om dat gebrek op te lossen, of wanneer [gedaagde] tekort is geschoten in haar verplichting om binnen een redelijke termijn op een goede manier na te komen.
3.3
Omdat hier sprake is van een consumentenkoop wordt vermoed dat de auto bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt wanneer het gebrek zich binnen één jaar na aflevering openbaart. Tijdens dit eerste jaar is het aan [gedaagde] om uit te leggen en zo nodig te bewijzen dat de auto bij aflevering wel voldeed aan de overeenkomst.
[eiser] mocht verwachten dat de auto prima was en geschikt voor nog vele kilometers
3.4
Het uitgangspunt is dat de auto aan de koopovereenkomst moet beantwoorden, dat wil zeggen aan de gerechtvaardigde verwachting van [eiser] moet voldoen. [eiser] mocht gerechtvaardigd verwachten dat auto de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik nodig zijn en dat hij niet hoefde te twijfelen of de auto die eigenschappen bezit. Wat [eiser] mocht verwachten wordt verder ingekleurd door de aard van het goed, in dit geval de auto, en de mededelingen die [gedaagde] daarover heeft gedaan.
3.5
Omdat het hier om een tweedehandsauto uit 2014 gaat met 204.032 kilometer op de teller, waarvan het niet de discussie is dat de auto is gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen, beantwoordt de auto in principe niet aan de overeenkomst als door een gebrek aan de auto (dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld) het gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren. Daarnaast mocht [eiser] van de auto verwachten dat het een prima auto was voor nog vele kilometers. Dit is de mededeling die door [gedaagde] is gedaan over de auto in een advertentie op Marktplaats.
De auto verbruikt overmatig olie
3.6
Uit onderzoek door een door [eiser] ingeschakelde garagist naar het olieverbruik van de auto is duidelijk geworden dat de auto 1,6 liter olie op 550 kilometer verbruikt. Van hoog olieverbruik wordt gesproken wanneer de auto ongeveer 1 liter op 1.000 kilometer verbruikt. De auto verbruikt omgerekend ongeveer 2,9 liter op 1.000 kilometer. Daarom is geen sprake van hoog, maar van overmatig olieverbruik, met als gevolg dat wanneer met de auto wordt gereden door gebrek aan olie schade aan de motor of katalysator kan ontstaan.
Het overmatig olieverbruik kon niet eenvoudig worden ontdekt
3.7
Het overmatig olieverbruik kon niet eenvoudig worden ontdekt. Tijdens het onderzoek naar het overmatig olieverbruik bleek dat geen sprake was van een lekkage.
Het overmatig olieverbruik kan niet eenvoudig worden hersteld
3.8
Het overmatig olieverbruik kan niet eenvoudig worden opgelost. Daarvoor is revisie van de motor nodig en dit kost, zo blijkt uit twee prijsopgaven, ongeveer € 5.000,00 - € 5.500,00. Dat is (bijna) gelijk aan het bedrag waarvoor de auto door [eiser] is gekocht. Dit betekent dat het overmatig olieverbruik niet zonder een kostbare reparatie kan worden verholpen.
Aan de gerechtvaardigde verwachting van [eiser] is niet voldaan
3.9
[eiser] mocht gerechtvaardigd verwachten dat hij een prima auto kocht waarmee hij nog veel kilometers kon rijden. Aan deze verwachting is niet voldaan omdat de auto overmatig olie verbruikt, met daardoor het risico op schade aan de motor en katalysator, dit niet eenvoudig kon worden ontdekt en alleen kan worden opgelost door een kostbare revisie van de motor. Omdat niet aan de gerechtvaardigde verwachting is voldaan, is sprake van een gebrek.
3.10
Niet wordt meegegaan in de stelling van [gedaagde] dat gewoon met de auto kan worden gereden omdat de auto APK is goedgekeurd en het bij normaal gebruik hoort dat [eiser] telkens bij het tanken de olie zou moeten controleren en zo nodig zou moeten bijvullen. Daargelaten dat [gedaagde] niet heeft gemotiveerd hoe het telkens bijvullen van de olie een oplossing voor het gebrek zou kunnen zijn, wordt ook niet gevolgd waarom onder die omstandigheden toch sprake is van een prima auto. Het gebrek is immers niet alleen dat meer dan gebruikelijk motorolie moet worden bijgevuld, maar ook dat door het overmatig olieverbruik schade aan de motor en katalysator kan ontstaan, waarbij de revisie van dat gebrek ongeveer net zoveel kost als het bedrag waarvoor door [eiser] de auto is gekocht. Daarbij kan [eiser] vanwege dat gebrek alleen aan het verkeer deelnemen door continu het oliepeil te controleren en veelvuldig de olie bij te vullen. Die te nemen maatregelen maken dat niet sprake is van een prima auto, terwijl dat wel zo door [gedaagde] is geadverteerd. Dat de auto na de koop APK is goedgekeurd maakt het oordeel niet anders. Het gebrek aan de auto is niet zozeer dat deze al dan niet technisch veilig kan deelnemen aan het verkeer, terwijl dat (onder andere) is wat tijdens de APK wordt beoordeeld.
[eiser] heeft zijn onderzoeksplicht niet geschonden
3.11
[eiser] heeft zijn onderzoeksplicht niet geschonden door geen onderzoek te doen naar het verhoogd olieverbruik. [eiser] mag zich dan ook beroepen op de non-conformiteit van de auto.
3.12
[gedaagde] stelt dat hij voorafgaand aan de koop schriftelijk – door middel van een opmerking op een factuur – en mondeling de mededeling heeft gedaan dat bij de auto sprake was van verhoogd olieverbruik en dat [eiser] zijn onderzoeksplicht heeft geschonden door vervolgens daarnaar geen onderzoek te doen. [eiser] zegt dat door [gedaagde] voorafgaand aan de koop geen mededeling is gedaan over het olieverbruik, of in ieder geval dat hij de inhoud van de mededeling niet heeft begrepen omdat hij de Nederlandse taal niet (goed) spreekt en kan lezen.
3.13
Aangezien partijen een andere lezing hebben van het verloop van hun contact, kan niet zonder meer worden vastgesteld of en zo ja, wanneer en op welke manier [gedaagde] aan [eiser] heeft medegedeeld dat sprake was van een verhoogd olieverbruik. In ieder geval staat wel vast dat op een factuur die [gedaagde] heeft opgesteld en [eiser] heeft ondertekend de mededeling is gedaan: “VERHOOGD OLIEVERBRUIK!”. Partijen zeggen alleen allebei iets anders over wanneer deze factuur is verstrekt, voor of (direct) na de koop van de auto, en of [eiser] vanwege die mededeling op de factuur wist of had moeten begrijpen dat de auto een verhoogd olieverbruik had.
3.14
Voor de beslissing in deze zaak maakt het niet uit wat het antwoord is op de vraag of door [gedaagde] (tijdig) de mededeling is gedaan dat sprake was van verhoogd olieverbruik en dit ook door [eiser] is begrepen. In het geval [gedaagde] niet voor de koop die mededeling had gedaan, dan mocht [eiser] verwachten dat van een gebrek in de zin van overmatig olieverbruik geen sprake was. Om die reden zou de auto dan non-conform zijn.In het geval dat [gedaagde] wel voor de koop die mededeling heeft gedaan, dan geldt dat deze mededeling onjuist is gebleken aangezien sprake is van overmatig olieverbruik in plaats van verhoogd olieverbruik. Het kan [eiser] niet worden verweten dat hij op grond van die onjuiste mededeling en na het maken van een proefrit geen nader onderzoek heeft gedaan naar het verhoogd olieverbruik, omdat die mededeling in relatie moet worden gezien tot de mededeling dat sprake was van een prima auto voor nog vele kilometers. Als [eiser] dus al tijdig was medegedeeld dat sprake was van verhoogd olieverbruik, dan had hij nog steeds mogen verwachten dat dit verhoogd olieverbruik niet in de weg stond van de verwachting dat sprake was van een prima auto voor nog vele kilometers. Juist aan die verwachting is niet voldaan. Het is dan ook niet duidelijk waarom [eiser] voorafgaand aan de koop nader onderzoek had moeten doen. [eiser] heeft zijn onderzoeksplicht dan ook niet geschonden.
3.15
Verder slaagt het verweer dat [eiser] zich niet aan zijn onderzoeksplicht heeft gehouden niet omdat, zoals [gedaagde] ter zitting heeft verteld, zij de auto’s die zij doorverkoopt alleen optisch nakijkt en niet aan een technische keuring onderwerpt. Aangezien [gedaagde] een professioneel handelend verkoper is, kan zij het [eiser] , een consument, die in goed vertrouwen een auto koopt, niet tegenwerpen dat hij geen technisch onderzoek heeft gedaan als zij dat zelf ook niet doet en zij tegelijkertijd onjuiste mededelingen doet over de auto.
De bepaling die garantie uitsluit gaat niet op
3.16
Het betoog van [gedaagde] dat [eiser] de auto heeft gekocht zonder garantie en dat alle gebreken bekend waren en daarom [eiser] het ongestoord verbruik niet behoefde te verwachten, wordt niet gevolgd. Zelfs al staat op de factuur: “bereden gezien en akkoord bevonden. Zo meenemen zonder een enkele vorm van garantie. Het betreft een schadevoertuig! Alle gebreken zijn bekend bij klant”. Ook in het geval dat vast zou komen te staan dat partijen dit zijn overeengekomen (wat door [eiser] wordt betwist omdat hij zegt de factuur pas na de koop te hebben gezien en de inhoud niet voor de koop is besproken), geldt dat [gedaagde] geen beroep kan doen op deze bepaling in de overeenkomst omdat het beding oneerlijk is.
3.17
Deze bepaling komt er op neer dat [gedaagde] door haar ingekochte auto’s ongezien en zonder garantie kan doorverkopen aan de consument-koper, en dat alle (risico’s van) eventuele gebreken, bijkomede kosten en onderhoud bij voorbaat op de consument-koper worden afgewenteld. Een dergelijke clausule is naar het oordeel van de kantonrechter niet alleen te algemeen geformuleerd, maar is in wezen een exoneratieclausule waarin [gedaagde] aansprakelijkheid voor verborgen gebreken uitsluit.
Het gebrek wordt verondersteld aanwezig te zijn op het moment van koop
3.18
Het gebrek heeft zich voorgedaan binnen een jaar na aflevering. [eiser] heeft zich bij [gedaagde] gemeld vanwege het gebrek op 9 mei 2025. Dat is binnen een jaar na de aflevering die plaatsvond op 27 september 2024. Daarom geldt als uitgangspunt het vermoeden dat het gebrek op het moment van koop aanwezig was. Door [gedaagde] is niet gezegd dat dit vermoeden niet klopt. Het staat daarmee vast dat het gebrek in de zin van overmatig olieverbruik aanwezig was op het moment van de koop.
De auto is non-conform
3.19
De conclusie is dat de auto niet voldoet aan wat [eiser] op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. Daarmee is de auto non-conform.
De koopovereenkomst wordt ontbonden
3.20
Omdat de auto non-conform is en [gedaagde] na de sommatie van de gemachtigde van [eiser] op 9 mei 2025 om de auto te herstellen niet binnen een redelijke termijn tot herstel van het gebrek is overgegaan, mocht [eiser] de koopovereenkomst op 8 juli 2025 buitengerechtelijk ontbinden. De gevorderde verklaring voor recht wordt dan ook toegewezen. Dit betekent dat vanaf 8 juli 2025 op beide partijen een verbintenis tot ongedaanmaking rust. Dit houdt in dat [eiser] de auto aan [gedaagde] moet teruggeven en dat [gedaagde] de auto terug moet nemen, [eiser] moet vrijwaren en de koopsom moet terugbetalen.
De door [eiser] gevorderde termijn waarbinnen [gedaagde] moet meewerken aan de vrijwaring zal worden teruggebracht tot twee werkdagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis.
[eiser] moet wel een gebruiksvergoeding betalen
3.21
[eiser] moet wel aan [gedaagde] een gebruiksvergoeding betalen omdat sprake is van genoten voordeel. Hij heeft namelijk sinds het moment van de koop, zo vertelde hij tijdens de mondelinge behandeling, (ongeveer) 13.000 kilometer met de auto gereden. Dat voordeel wordt in redelijkheid begroot op een bedrag van € 800,00. Bij deze begroting is ermee rekening gehouden dat [eiser] een aanzienlijk aantal kilometers in de auto heeft gereden maar gebruikelijke kosten met betrekking tot de auto (zoals belastingen en verzekeringen) zelf heeft betaald. De vergoeding van € 800,00 zal de kantonrechter in mindering brengen op de door [gedaagde] terug te betalen koopsom. [gedaagde] zal dus worden veroordeeld om (€ 5.500,00 - € 800,00 =) € 4.700,00 aan [eiser] te betalen.
Dwangsom
3.22
[eiser] heeft gevorderd dat [gedaagde] medewerking verleent aan overschrijving van het kenteken van de auto en daartoe een vrijwaringsbewijs zal overleggen op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 10.000,00. [gedaagde] vindt de maximale hoogte van de dwangsom te hoog. De kantonrechter zal de gevorderde dwangsom van € 250,00 per dag toewijzen, maar zal de maximaal te verbeuren dwangsom beperken tot een bedrag van € 4.000,00.
Buitengerechtelijke incassokosten
3.23
[eiser] vordert de buitengerechtelijke incassokosten van € 786,50. Deze vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal een bedrag van € 595,00 toewijzen. [eiser] heeft namelijk voldoende aangetoond dat hij kosten heeft gemaakt voor de buitengerechtelijke werkzaamheden die zijn verricht tot aan de dag van de dagvaarding.
Proceskosten
3.24
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
148,04
- griffierecht
€
257,00
- salaris gemachtigde
€
456,00
(2 punten × € 228,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.005,04
4De beslissing
De kantonrechter
4.1
verklaart voor recht dat de koopovereenkomst op 8 juli 2025 is ontbonden,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 4.700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van uitspraak (31 maart 2026) tot aan de dag der algehele voldoening,
4.3
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee werkdagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis mee te werken aan de overschrijving van het kenteken van de auto en het vrijwaringsbewijs aan [eiser] te overleggen, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 4.000,00,
4.4
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen de buitengerechtelijke incassokosten van € 595,00,
4.5
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.005,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.6
verklaart dit vonnis voor wat betreft de onder 4.2. t/m 4.5. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
4.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.N. Neumann en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.
Artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 7:18a lid 2 BW.
Artikel 7:22 BW.
Artikel 6:271 BW
Artikel 6:78 BW in samenhang met artikel 6:212 BW.