Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:4333
2026-07-07
Civiel recht
12134363 \ CV EXPL 26-351
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Consumentenkoop, verjaring
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.453 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12134363 \ CV EXPL 26-351
Vonnis van 30 juni 2026
in de zaak van
RIVERTY GMBH,
te Verl (Duitsland),
eisende partij,
hierna te noemen: Riverty,
gemachtigde: AGIN Timmermans,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 februari 2026;- de (mondelinge) conclusie van antwoord van 7 april 2026; - de conclusie van repliek van Riverty van 12 mei 2026.
1.2
[gedaagde] heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
1.3
Ten slotte is vonnis bepaald.
2Het geschil
Waar gaat deze zaak over?
2.1
[gedaagde] heeft op 16 januari 2023 een bestelling gedaan in de webwinkel van [internetsite], voor een bedrag van € 331,95. Hij heeft gekozen voor achteraf betalen via Riverty.
2.2
[gedaagde] heeft het aankoopbedrag van € 331,95 niet betaald. Hij zegt dat hij in overleg met zijn toenmalige bewindvoerder de artikelen heeft besteld. Volgens hem zou zijn bewindvoerder voor de betaling zorgen. [gedaagde] wist niet dat de artikelen niet zijn betaald. Volgens [gedaagde] heeft hij vanaf januari 2023 tot de dagvaarding heeft niets gehoord en hij is dan ook verbaasd dat hij na al die tijd nog wordt aangesproken voor deze vordering.
2.3
Riverty heeft in reactie op het verweer, kort samengevat, naar voren gebracht dat zij niet heeft kunnen vaststellen dat er sprake was van bewind bij [gedaagde] ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. Zo hier wel sprake van was, dan staat volgens Riverty vast dat de overeenkomst tussen partijen met tussenkomst van deze bewindvoerder tot stand is gekomen. Riverty begrijpt dat een vervelende situatie ontstaat wanneer een bewindvoerder niet voldoet aan de betalingsverplichting, maar deze tekortkoming kan niet voor haar rekening komen, aldus Riverty. Riverty heeft sommaties naar het opgegeven woonadres van [gedaagde] gestuurd en [gedaagde] had zijn bewindvoerder op de hoogte moeten brengen van deze sommaties, aldus Riverty.
3De beoordeling
De vordering is verjaard
3.1
De kantonrechter leest in het hierboven weergegeven verweer van [gedaagde] een beroep op verjaring van het vorderingsrecht van Riverty. Dit beroep slaagt. In artikel 7:28 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de rechtsvordering tot betaling van de koopprijs bij een consumentenkoop verjaart door verloop van twee jaren. Die termijn gaat lopen vanaf de factuurdatum. De verjaring kan worden gestuit door een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin de schuldeiser (Riverty) zich ondubbelzinnig het recht op nakoming (betaling) voorbehoudt. Dit staat in artikel 3:317 lid 1 BW. Riverty heeft bij dagvaarding een aantal betalingsherinneringen overgelegd uit 2023. De laatste daarvan is op 30 mei 2023 verstuurd. Niet gesteld en/of gebleken is dat Riverty daarna [gedaagde] nog heeft aangemaand. De dagvaarding is meer dan twee jaren later, op 6 februari 2026, uitgebracht.
3.2
Omdat het vorderingsrecht van Riverty is verjaard, wordt haar vordering afgewezen.
3.3
De proceskosten komen voor rekening van Riverty, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). Aangezien [gedaagde] in persoon procedeert, zal een bedrag van € 50,00 aan verletkosten worden toegewezen.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1
wijst de vordering af;
4.2
veroordeelt Riverty in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op
30 juni 2026.
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12134363 \ CV EXPL 26-351
Vonnis van 30 juni 2026
in de zaak van
RIVERTY GMBH,
te Verl (Duitsland),
eisende partij,
hierna te noemen: Riverty,
gemachtigde: AGIN Timmermans,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 februari 2026;- de (mondelinge) conclusie van antwoord van 7 april 2026; - de conclusie van repliek van Riverty van 12 mei 2026.
1.2
[gedaagde] heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
1.3
Ten slotte is vonnis bepaald.
2Het geschil
Waar gaat deze zaak over?
2.1
[gedaagde] heeft op 16 januari 2023 een bestelling gedaan in de webwinkel van [internetsite], voor een bedrag van € 331,95. Hij heeft gekozen voor achteraf betalen via Riverty.
2.2
[gedaagde] heeft het aankoopbedrag van € 331,95 niet betaald. Hij zegt dat hij in overleg met zijn toenmalige bewindvoerder de artikelen heeft besteld. Volgens hem zou zijn bewindvoerder voor de betaling zorgen. [gedaagde] wist niet dat de artikelen niet zijn betaald. Volgens [gedaagde] heeft hij vanaf januari 2023 tot de dagvaarding heeft niets gehoord en hij is dan ook verbaasd dat hij na al die tijd nog wordt aangesproken voor deze vordering.
2.3
Riverty heeft in reactie op het verweer, kort samengevat, naar voren gebracht dat zij niet heeft kunnen vaststellen dat er sprake was van bewind bij [gedaagde] ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. Zo hier wel sprake van was, dan staat volgens Riverty vast dat de overeenkomst tussen partijen met tussenkomst van deze bewindvoerder tot stand is gekomen. Riverty begrijpt dat een vervelende situatie ontstaat wanneer een bewindvoerder niet voldoet aan de betalingsverplichting, maar deze tekortkoming kan niet voor haar rekening komen, aldus Riverty. Riverty heeft sommaties naar het opgegeven woonadres van [gedaagde] gestuurd en [gedaagde] had zijn bewindvoerder op de hoogte moeten brengen van deze sommaties, aldus Riverty.
3De beoordeling
De vordering is verjaard
3.1
De kantonrechter leest in het hierboven weergegeven verweer van [gedaagde] een beroep op verjaring van het vorderingsrecht van Riverty. Dit beroep slaagt. In artikel 7:28 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de rechtsvordering tot betaling van de koopprijs bij een consumentenkoop verjaart door verloop van twee jaren. Die termijn gaat lopen vanaf de factuurdatum. De verjaring kan worden gestuit door een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin de schuldeiser (Riverty) zich ondubbelzinnig het recht op nakoming (betaling) voorbehoudt. Dit staat in artikel 3:317 lid 1 BW. Riverty heeft bij dagvaarding een aantal betalingsherinneringen overgelegd uit 2023. De laatste daarvan is op 30 mei 2023 verstuurd. Niet gesteld en/of gebleken is dat Riverty daarna [gedaagde] nog heeft aangemaand. De dagvaarding is meer dan twee jaren later, op 6 februari 2026, uitgebracht.
3.2
Omdat het vorderingsrecht van Riverty is verjaard, wordt haar vordering afgewezen.
3.3
De proceskosten komen voor rekening van Riverty, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). Aangezien [gedaagde] in persoon procedeert, zal een bedrag van € 50,00 aan verletkosten worden toegewezen.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1
wijst de vordering af;
4.2
veroordeelt Riverty in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op
30 juni 2026.