Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:4330

2026-07-07 Civiel recht 12132489 \ CV EXPL 26-769
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-07-07
Publicatiedatum
2026-07-18
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12132489 \ CV EXPL 26-769
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Achterstand zorgpremie.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.126 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Zwolle



Zaaknummer: 12132489 \ CV EXPL 26-769




Vonnis van 7 juli 2026




in de zaak van




ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
te Leiden,
eisende partij,
hierna te noemen: Zilveren Kruis,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,



tegen





[gedaagde]
,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.






1De procedure


1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 februari 2026,- de conclusie van antwoord van 10 maart 2026,- de conclusie van repliek tevens houdende akte vermindering van eis van 3 april 2026,- de conclusie van dupliek van 7 juni 2026,




1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De beoordeling



Waar gaat deze zaak over?




2.1


[gedaagde] heeft een zorgverzekeringsovereenkomst met Achmea Zorgverzekeringen N.V. (hierna: Achmea). [gedaagde] heeft een achterstand van € 2.349,26 laten ontstaan in de betaling van de premies en zorgkostennota’s.
Vervolgens heeft Achmea haar vorderingen op [gedaagde] aan Zilveren Kruis in eigendom overgedragen. [gedaagde] heeft nadat Zilveren Kruis de vordering ter incasso uit handen heeft gegeven een bedrag van € 1.648,11 betaald. Zilveren Kruis heeft in deze procedure – na vermindering van eis - een bedrag van € 867,41 (€ 2.349,26 + € 117,86 rente + € 48,40 buitengerechtelijke incassokosten - € 1.648,11 betalingen) gevorderd. Daarnaast heeft Zilveren Kruis gevorderd om [gedaagde] te veroordelen in de proces- en nakosten.




Wat vinden partijen?





2.2

[gedaagde] heeft erkend dat zij een betalingsachterstand heeft. De betalingsachterstand is ontstaan doordat [gedaagde] keuzes moest maken in haar relatie met haar ex-partner. Hierdoor zijn meerdere schulden ontstaan. [gedaagde] doet haar best om alle schulden zelf af te lossen. [gedaagde] heeft een betalingsregeling gehad bij Syncasso. Zij heeft meerdere keren geprobeerd om een nieuwe betalingsregeling te krijgen, maar dat wordt geweigerd. [gedaagde] betaald nog wel maandelijks € 100,00. Volgens [gedaagde] hoeft zij de proceskosten niet te betalen, omdat zei sinds juni 2025 druk bezig is om alles weer op orde te krijgen. Als Syncasso in juni 2025 akkoord was gegaan met een betalingsregeling had de procedure voorkomen kunnen worden.



2.3

Volgens Zilveren Kruis is met [gedaagde] voor het eerst op 18 mei 2024 een betalingsregeling getroffen. Daarbij is de afspraak gemaakt dat [gedaagde] maandelijks de afgesproken aflossing doet, maar ook stipt de lopende premie en overige verschuldigde bedragen betaald. En dat, als dat niet gebeurt, de regeling dan komt te vervallen. [gedaagde] heeft echter de zorgkostennota van 11 juli 2024 niet voldaan, waardoor de regeling is vervallen. Hier is [gedaagde] over geïnformeerd bij brief van 29 augustus 2024.
Op 23 december 2024 is een tweede betalingsregeling met [gedaagde] getroffen onder dezelfde voorwaarden als hierboven genoemd. [gedaagde] heeft vervolgens de premie voor de maand januari 2025 en februari 2025 niet betaald. Zilveren Kruis heeft [gedaagde] echter tweemaal de kans geboden om met de betalingsregeling door te gaan, met dien verstande dat de nieuwe achterstand aan de regeling wordt toegevoegd. Hier is [gedaagde] over geïnformeerd bij brieven van 9 januari 2025 en 12 februari 2025. Toen [gedaagde] de premie voor de maand 2025 niet betaalde, heeft Zilveren Kruis de betalingsregeling bij brief van 11 maart 2025 beëindigd. Hierna is contact geweest over een nieuwe betalingsregeling, maar daarmee is Zilveren Kruis niet akkoord gegaan.




De beoordeling





De bijkomende (proces)kosten





2.4
Deze procedure gaat over de vraag of [gedaagde] de bijkomende (proces)kosten moet betalen. [gedaagde] heeft namelijk niet weersproken dat zij een betalingsachterstand heeft laten ontstaan en ook de hoogte daarvan heeft zij niet betwist.



2.5

[gedaagde] moet de bijkomende (proces)kosten betalen als zij in verzuim is met de betaling en Zilveren Kruis kosten heeft moeten maken om haar betaling te ontvangen. Daarbij is van belang dat de hoofdsom opeisbaar is en Zilveren Kruis voorafgaand aan de dagvaarding [gedaagde] voldoende in de gelegenheid heeft gesteld om de hoofdsom zonder bijkomende kosten te betalen.



2.6
De kantonrechter oordeelt als volgt.




2.7
Vast is komen te staan dat [gedaagde] de betalingsregeling niet is nagekomen. [gedaagde] heeft dit namelijk niet weersproken en zij heeft erkend dat zij in de periode 2023 tot en met 2025 niet of nauwelijks heeft betaald. Hierom mocht Zilveren Kruis de betalingsregelingen beëindigen. Daardoor werd de volledige betalingsachterstand ineens opeisbaar. Zilveren Kruis heeft voldoende met stukken onderbouwd dat zij [gedaagde] hiervan op de hoogte heeft gebracht. Ook was Zilveren Kruis, hoe vervelend de omstandigheden van [gedaagde] ook zijn, niet verplicht om de betalingsregeling voort te zetten of weer een nieuwe betalingsregeling af te spreken. De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen tot betaling van de bijkomende (proces)kosten, zoals hieronder beschreven.



Conclusie; wat moet [gedaagde] betalen?





2.8

[gedaagde] moest de verzekeringspremie iedere maand bij vooruitbetaling betalen. Zij heeft dit niet gedaan en is daardoor in verzuim geraakt. Dit betekent dat zij over de verzekeringspremies wettelijke rente moet betalen. Zilveren Kruis heeft € 117,86 aan wettelijke rente gevorderd, berekend vanaf de verzuimdatum tot 3 februari 2026. Zilveren Kruis vordert de verdere wettelijke rente over € 1.001,15 vanaf 24 januari 2026 tot de dag van betaling. Op deze wijze vordert Zilveren Kruis rente over rente. De verdere wettelijke rente over de reeds verschenen rente is niet toewijsbaar. Krachtens het bepaalde in artikel 6:119 BW is wettelijke rente over reeds verschenen rente namelijk eerst verschuldigd na verloop van een jaar. Zilveren Kruis heeft niet gesteld en evenmin is gebleken dat de thans gevorderde rente reeds over een vol jaar verschuldigd is. De kantonrechter zal de verdere wettelijke rente toewijzen over een bedrag van € 867,41 vanaf de datum van de dagvaarding, zijnde 3 februari 2026.



2.9
Zilveren Kruis maakt aanspraak op de vergoeding van € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Zilveren Kruis heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.



2.10

Zilveren Kruis heeft de betalingen van [gedaagde] op grond van artikel 6:44 BW eerst in mindering gebracht op de kosten, vervolgens op het bedrag aan verschenen rente, en ten slotte op de hoofdsom, zodat een vordering resteert van € 867,41 (€ 2.349,26 hoofdsom +
€ 117,86 rente + € 48,40 buitengerechtelijke incassokosten - € 1.648,11). De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen tot betaling van € 867,41, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 februari 2026.




De proceskosten





2.11

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Zilveren Kruis worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


153,77







- griffierecht


€


350,00







- salaris gemachtigde


€


288,00


(2 punten × € 144,00)




- nakosten


€


72,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


863,77.









Betalingsregeling




2.12
De wet biedt de kantonrechter geen mogelijkheid om partijen een betalingsregeling op te leggen. Als [gedaagde] na dit vonnis een betalingsregeling wil treffen, dan moet zij contact opnemen met Zilveren Kruis of haar gemachtigde. Zilveren Kruis heeft in haar conclusie van repliek al benoemd dat [gedaagde] na het vonnis contact kan opnemen met Syncasso om te bespreken of een nieuwe betalingsregeling kan worden afgesproken.





3De beslissing


De kantonrechter



3.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 867,41, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 3 februari 2026, tot de dag van volledige betaling,



3.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 863,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



3.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



3.4
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.