Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:4324

2026-07-07 Civiel recht C/08/344297 / HA RK 26-11
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-07-07
Publicatiedatum
2026-07-18
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/08/344297 / HA RK 26-11
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Toewijzing verzoek om voorlopig getuigenverhoor. Toewijsbaarheid van mogelijk in te stellen vorderingen ligt niet ter toetsing voor. Geen sprake van één van de uitzonderingen uit artikel 196 lid 2.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.225 tekens)
RECHTBANK Overijssel


Civiel recht



Zittingsplaats Zwolle



Zaaknummer / rekestnummer: C/08/344297 / HA RK 26-11




Beschikking van 7 juli 2026




in de zaak van





[verzoekster]
,
te [woonplaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
advocaat: mr. F.M. Schmitz,



tegen





[verweerder]
,
te [woonplaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
advocaat: mr. M.F.H. van Delft.






1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling van 15 april 2026, waarbij mr. Schmitz spreekaantekeningen heeft voorgedragen en de griffier aantekeningen heeft gemaakt van wat verder is besproken.



1.2
De beschikking is bepaald op vandaag.





2Het verzoek en het verweer


2.1

[verzoekster] heeft de rechtbank verzocht om een getuigenverhoor te bevelen.



2.2
Aan het verzoek heeft [verzoekster] het volgende ten grondslag gelegd. [verzoekster] heeft met [verweerder] drie overeenkomsten gesloten. [verweerder] komt deze overeenkomsten niet na. [verzoekster] is voornemens een procedure te starten. [verzoekster] zal in de door haar beoogde procedure moeten bewijzen dat omstreeks juli 2020 een overeenkomst van schenking tot stand is gekomen, inhoudende dat [verweerder] voor [verzoekster] een woning zou kopen van € 450.000,00 althans een dergelijk bedrag ter beschikking zou stellen aan [verzoekster] voor de aankoop van een woning, onder de opschortende voorwaarde dat de affectieve relatie tussen [verzoekster] en [verweerder] om welke reden dan ook zou eindigen. Verder zal [verzoekster] in de door haar beoogde procedure moeten bewijzen dat partijen zijn overeengekomen dat [verweerder] de spaarrekeningen van [verzoekster] steeds zal aanvullen tot een bedrag van € 97.000,02, ongeacht de aard van de uitgaven waarvoor [verweerder] haar spaarrekeningen moet aanspreken. Tot slot zal [verzoekster] in de door haar beoogde procedure moeten bewijzen dat een overeenkomst van schenking tot stand is gekomen tussen [verweerder] enerzijds en [verzoekster] en de zoon van [verzoekster] [naam] anderszijds, inhoudende dat [verweerder] de volledige kosten van de studie van [naam] aan de [onderwijsinstelling] zal voldoen en dat [verweerder] maandelijks aan [naam] een bedrag zal betalen van € 200,00 als bijdrage in de huur van de kamer van [naam] . Deze overeenkomsten zijn niet schriftelijk vastgelegd. Daarom wenst [verzoekster] getuigen horen, teneinde de door haar gestelde feiten te bewijzen.



2.3

[verweerder] verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe het volgende aan. [verzoekster] heeft onvoldoende belang bij een voorlopig getuigenverhoor, omdat het bewijs voor de voorgenomen vorderingen niet kan worden geleverd door de gevraagde getuigen. Ook is de verlangde informatie niet relevant voor de in te stellen vorderingen. [verweerder] voert aan dat [verzoekster] moet bewijzen dat – voor zover de gestelde overeenkomsten al vast komen te staan – deze niet door misbruik van omstandigheden tot stand zijn gekomen. [verweerder] heeft namelijk een beroep gedaan op vernietigbaarheid van de gestelde overeenkomsten (artikel 7:176 BW). Bovendien is het zeer de vraag of eventuele toezeggingen die binnen een affectieve relatie zijn gedaan rechtens afdwingbaar zijn. Om die redenen is eveneens sprake van strijd met de goede procesorde, omdat toewijzing niet kan leiden tot bewijs waaruit een vorderingsrecht voortvloeit. Om voornoemde redenen is ook sprake van misbruik van bevoegdheid door [verzoekster] . Verder zijn er andere gewichtige redenen die zich verzetten tegen het voorlopig getuigenverhoor, omdat [verweerder] door [verzoekster] wordt belasterd en hem dit in zijn zakelijke contacten beperkt. Tot slot ontbreekt elk recht en belang bij toekenning van het verzoek inzake hetgeen te bewijzen valt ten aanzien van [naam] , omdat [verzoekster] kennelijk procedeert voor haar meerderjarige zoon die ook zelfstandig kan procederen.





3De beoordeling



De formele vereisten




3.1
Het verzoekschrift voorlopige bewijsverrichtingen moet op grond van artikel 197 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) inhouden:
a. een kernachtige omschrijving van het geschil of de gebeurtenis waarop het verzoek betrekking heeft en de gronden van het verzoek
b. de aard en het beloop van de vordering
c. de naam en woonplaats van de wederpartij of de redenen waarom de wederpartij onbekend is.
Verder moet het verzoekschrift vermelden de namen en woonplaatsen van de personen die de verzoekende partij als getuigen wil horen.



3.2
De rechtbank stelt vast dat [verzoekster] , nadat zij haar verzoekschrift heeft aangevuld met de woonplaatsen van de partijen die zij als getuigen wil horen, aan de formele vereisten van het verzoekschrift heeft voldaan.



Kader





3.3
Het verzoek voldoet aan de eisen van de wet en zal worden toegewezen, tenzij de rechtbank van oordeel is:
- dat de informatie die wordt verlangd, niet voldoende is bepaald
- er onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat
- het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde
- er sprake is van misbruik van bevoegdheid of
- als er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.



3.4
De rechtbank stelt voorop dat de toewijsbaarheid van de mogelijk door [verzoekster] in te stellen vorderingen niet ter toetsing voorligt bij dit verzoek om een voorlopig getuigenverhoor. De vorderingen en de waardering van het te leveren bewijs zullen onderwerp zijn van een eventuele inhoudelijke behandeling van het geschil. Dit geldt evenzeer voor het beroep van [verweerder] op artikel 7:176 BW en de eventuele consequenties daarvan. Daarom zal de rechtbank de argumenten van [verweerder] dat [verzoekster] haar voorgenomen vorderingen niet zal kunnen bewijzen middels het horen van de gevraagde getuigen en dat de verlangde informatie niet relevant is voor de in te stellen vorderingen, niet in haar beoordeling van dit verzoek betrekken.



3.5
Ook voor zover het verzoek ziet op bewijslevering voor de totstandkoming van een overeenkomst van schenking tussen [verweerder] enerzijds en [verzoekster] en [naam] anderszijds, is de rechtbank van oordeel dat [verzoekster] voldoende belang heeft bij de voorlopige bewijsverrichting. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoekster] gesteld dat zij, en niet [naam] zelf, de overeenkomst met [verweerder] heeft gesloten. Onder de door haar geschetste omstandigheden zou sprake zijn van de situatie dat zij zelf ook partij is bij de gestelde overeenkomst. [verzoekster] heeft daarom zelf ook voldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting.



3.6
De rechtbank gaat eveneens voorbij aan het verweer dat er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting. [verweerder] heeft onvoldoende toegelicht waarom hij bij het toewijzen van het verzoek in zijn zakelijke contacten wordt beperkt.



3.7
Het verzoek zal, gelet op het voorgaande, worden toegewezen.



Het getuigenverhoor





3.8
Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld ten minste 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen moeten ten minste tien dagen voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank worden opgegeven.



3.9
De rechtbank wijst [verzoekster] erop dat de rechtbank voor het verhoor in beginsel maximaal 60 minuten in totaal per getuige zal reserveren. Als [verzoekster] van mening is dat meer tijd noodzakelijk is, moet zij dit – binnen 14 dagen na dagtekening van deze beschikking – gemotiveerd aan de rechter verzoeken.



3.10
Omdat [verweerder] al in het bezit is van het verzoekschrift en een afschrift van deze beschikking ontvangt, is [verzoekster] niet gehouden [verweerder] een afschrift van deze stukken te verstrekken.



3.11
Partijen moeten erop voorbereid zijn dat de rechtbank na afloop van een of meer voorlopige bewijsverrichtingen op verzoek van partijen of een van hen of ambtshalve een (nieuwe) mondelinge behandeling kan bevelen om een schikking te beproeven of tot het geven van inlichtingen aan de rechtbank. Tijdens deze mondelinge behandeling kan de rechtbank ook de verdere behandeling van geschillen over de vordering met partijen bespreken.





4De beslissing


De rechtbank



4.1
beveelt een voorlopig getuigenverhoor,



4.2
het getuigenverhoor zal worden gehouden door mr. M.W. Eshuis,



4.3
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden in het gerechtsgebouw te Zwolle, Schuurmanstraat 2,



4.4
bepaalt dat [verzoekster] binnen twee weken na de datum van deze beschikking schriftelijk aan de rechtbank - ter attentie van de afdeling Kanton en Handel - de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden augustus tot en met december 2026 moet opgeven waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald.


Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Eshuis en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.