Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:4323

2026-07-07 Civiel recht 11951524 \ CV EXPL 25-3527
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-07-07
Publicatiedatum
2026-07-18
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11951524 \ CV EXPL 25-3527
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Terugbetaling borg toegewezen. Bewijsvermoeden.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (15.210 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Zwolle



Zaaknummer: 11951524 \ CV EXPL 25-3527




Vonnis van 7 juli 2026




in de zaak van





1
[eiser 1],

te [woonplaats 1],2. [eiser 2],
te [woonplaats 2],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: '[eiser 1]', '[eiser 2]' en gezamenlijk '[eisers]',
procederend in persoon,



tegen




CAMPING HEINO B.V.,
te Heino,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Camping Heino,
procederend in persoon.





1Samenvatting


1.1


[eisers] hebben in de periode november 2024 tot en met februari 2025 een woning gehuurd van Camping Heino Bij aanvang van de huur hebben [eisers] een waarborgsom betaald van € 1.000,00. Camping Heino heeft dit bij de beëindiging van de huur niet terugbetaald. Volgens Camping Heino hebben [eisers] schade aangebracht aan de gordijnen en de stoelen. Daarnaast hebben [eisers] de woning niet goed schoongemaakt. De schade en de schoonmaakkosten heeft Camping Heino verrekend met de waarborgsom. [eisers] vorderen in deze procedure terugbetaling van de waarborgsom. [eisers] erkennen de schade aan de gordijnen en de stoelen, maar willen niet betalen voor de schoonmaakkosten.
De kantonrechter is van oordeel dat Camping Heino de waarborgsom aan [eisers] moet terugbetalen en legt hierna uit waarom.






2De procedure


2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald.



2.2
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026. Ter zitting zijn [eiser 1] en [eiser 2] verschenen. Camping Heino was, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen en zonder enige kennisgeving aan de rechtbank, niet aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken.



2.3
Ten slotte is vonnis bepaald.





3De feiten


3.1

[eisers] hebben van november 2024 tot en met februari 2025 een woning gehuurd van Camping Heino , omdat de woning van [eisers] tijdelijk niet bewoonbaar was vanwege een brand. Bij aanvang van de huur hebben [eisers] een waarborgsom van € 1.000,00 aan Camping Heino betaald.



3.2
Tussen partijen is sprake van een mondelinge huurovereenkomst. Bij aanvang van de huur is geen beschrijving van het verhuurde opgemaakt.



3.3
Op 18 februari 2025 heeft Camping Heino over de eindcontrole het volgende aan [eisers] gemaild:



“Morgen om half 10 staat de eindcontrole gepland. Nu liepen vandaag door de woning en hebben het volgende geconstateerd:






Tot onze verbazing zagen we dat de gordijnen in de woonkamer hakkelig zijn afgeknipt. (…).




De schuifpui in de woonkamer is beschimmeld en niet schoongehouden, net als de ramen van de voordeur en tussendeur.




Er is kalkaanslag in de douche beneden aangetroffen.




De douchewand boven is niet schoon (tandpasta) de spiegel is niet schoon.




In de keukenkastjes liggen nog etensresten (kruimels), zo ook op de vloer bij het aanrecht.




De keukendeurtjes en bestekbak, het diepvriesvakje in de koelkast en de vensterbanken zijn niet schoon.






Al met al… er moet nog wel wat gebeuren om het volgens onze normen op te leveren. Het kan zijn dat wij te vroeg ons pre-onderzoek hebben gedaan, maar omdat u al 2 dagen niet bent geweest, zijn we vast gaan kijken, omdat dat ons tijd scheelt morgen.


Voor de gordijnen en het uurloon sturen wij u een rekening. Als de verdere schoonmaak niet conform onze normen zijn, dan zult u voor de door ons te maken schoonmaakkosten ook een rekening ontvangen.”





3.4
Op 19 februari 2025 heeft de eindcontrole plaatsgevonden en heeft [eisers] de woning opgeleverd. Hiervan is geen beschrijving opgemaakt.



3.5
Tussen partijen is discussie ontstaan over de extra kosten die Camping Heino heeft gemaakt vanwege de herstel- en schoonmaakwerkzaamheden. Camping Heino maakt in dat verband aanspraak op € 1.000,00 in verband met vervanging van de gordijnen en stoelen en de schoonmaakkosten.



3.6
Camping Heino heeft de waarborgsom niet aan [eisers] terugbetaald.





4Het geschil


4.1

[eisers] vorderen – samengevat – veroordeling van Camping Heino tot betaling van € 862,15, vermeerderd met rente en kosten.



4.2

[eisers] hebben aan hun vordering ten grondslag gelegd dat Camping Heino op grond van de huurovereenkomst gehouden is tot terugbetaling van de borg na correcte oplevering door hen van de woning.



4.3


[eisers] hebben de schade aan de gordijnen en de stoelen erkend. Camping Heino heeft op 6 maart 2025 per factuur voor de schade aan de gordijnen € 47,85 en voor de stoelen € 90,00 in rekening gebracht. [eisers] hebben deze bedragen in mindering gebracht op vordering. Voor het overige hebben zij aangevoerd dat de woning bij aanvang huur verre van schoon was en dat de inboedel oud en versleten is. [eiser 2] heeft gedurende de huurperiode zelfs nog meerdere gebreken aan afvoeren verholpen. [eiser 1] heeft gesteld dat zij de door Camping Heino op 18 februari 2025 geconstateerde punten heeft opgepakt en schoongemaakt. Bij de eindcontrole op 19 februari 2025 hebben [eisers] de woning doorlopen en heeft de schoonmaakster laten weten dat het zo goed was.
Tot slot hebben [eisers] gesteld dat zij na de oplevering geen bericht meer heeft ontvangen, noch de mogelijkheid hebben gekregen om de woning eventueel beter schoon te maken.




4.4
Camping Heino voert verweer. Camping Heino stelt zich op het standpunt dat zij de waarborgsom niet hoeft terug te betalen, omdat zij de kosten in verband met niet-correcte oplevering heeft verrekend. Zij voert hiertoe aan dat de woning op 27 oktober 2024 schoongemaakt. Voor de eindcontrole heeft Camping Heino [eisers] laten weten met zes punten die zij op het eerste oog zagen. [eisers] hadden de gehele dag de tijd om de woning volgens de normen van Camping Heino achter te laten. Ook is tijdens de oplevering aangegeven dat de woning niet netjes was opgeleverd. Camping Heino is begonnen met schoonmaken om ervoor te zorgen dat alles voor het seizoen klaar was voor het animatieteam.



4.5
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





5De beoordeling



De waarborgsom




5.1
Niet in geschil is dat [eisers] de herstelkosten voor de gordijnen en stoelen van in totaal € 137,85 moeten betalen. Voor de schoonmaakkosten, door Camping Heino begroot op € 862,15, geldt het volgende.



5.2
Uit artikel 7:224 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) volgt dat als bij aanvang van de huur géén beschrijving van het gehuurde wordt opgemaakt, de huurder wordt vermoed het gehuurde in de toestand te hebben ontvangen zoals deze is bij het einde van de huurovereenkomst. Verkeert het gehuurde bij het einde van de huurovereenkomst in beschadigde toestand, dan betekent dit dat de huurder wordt vermoed het gehuurde dus in beschadigde toestand te hebben ontvangen. De verhuurder zal dan moeten stellen en bewijzen dat de staat bij aanvang een andere is geweest dan de staat bij opleveren c.q. dat de schade zich tijdens de huurtijd heeft voorgedaan. Slaagt de verhuurder er in aan te tonen dat de schade tijdens de huurtijd is ontstaan, dan kan hij zich beroepen op het bewijsvermoeden van artikel 7:218 lid 2 BW. Dat bewijsvermoeden houdt in dat alle schade aan het gehuurde – behoudens een tweetal, hier niet van toepassing zijnde, uitzonderingen – wordt vermoed te zijn ontstaan door het tekortschieten van de huurder, die in de regel veel beter dan de verhuurder in staat is na te gaan door welke oorzaak de schade aan het gehuurde is ontstaan.



5.3
Vaststaat dat bij aanvang van de huur geen beschrijving is gemaakt in de zin van artikel 7:224 lid 2 BW. In dat geval worden [eisers] beschermd en wordt op grond van artikel 7:224 lid 2 BW in beginsel aangenomen dat [eisers] de woning in de staat hebben ontvangen zoals deze was bij het einde van de huurovereenkomst. Dat betekent dat, behoudens tegenbewijs door Camping Heino, wordt verondersteld dat de woning bij oplevering even schoon was als bij aanvang van de huurovereenkomst.



5.4
Gelet op deze bewijsregel kan niet worden aangenomen dat de kosten van schoonmaak voor rekening van [eisers] komen. Daarbij is van belang dat [eisers] gemotiveerd en onderbouwd hebben aangevoerd dat de woning voor oplevering conform de normen van Camping Heino is schoongemaakt, ook nog na de e-mail van Camping Heino van 18 februari 2026. Daarentegen heeft Camping Heino geen bewijs overgelegd over in welke staat de woning bij aanvang huur is opgeleverd en dat de woning niet in dezelfde staat is opgeleverd bij het einde van de huur. Ook heeft Camping Heino in haar verweerschrift het bewijs niet aangeboden en zij was niet aanwezig op de mondelinge behandeling om dit (alsnog) te doen. Camping Heino heeft hierdoor het wettelijk vermoeden niet kunnen ontzenuwen. Dat betekent dat [eisers] de schoonmaakkosten niet aan Camping Heino verschuldigd is en dat de vordering van [eisers] voor een bedrag van € 862,15 moet worden toegewezen.



De (proces)kosten





De wettelijke rente





5.5

[eisers] vorderen betaling van de hoofdsom vermeerderd met wettelijke (handels)rente over € 862,15 vanaf 7 maart 2025 tot de dag der algehele voldoening. Deze vordering is echter niet toewijsbaar. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW, zodat de gevorderde handelsrente niet toewijsbaar is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW worden toegewezen. De kantonrechter zal de wettelijke rente over de hoofdsom toewijzen vanaf de datum dagvaarding, omdat [eisers] niet voldoende specifiek heeft gesteld met ingang van welke datum Camping Heino met de betaling van de hoofdsom in verzuim is. De termijn van veertien dagen na beëindiging van de huurovereenkomst, genoemd in artikel 7:261b BW geldt hier niet, omdat het hier gaat om woonruimte die naar zijn aard slechts van korte duur is (artikel 7:232, lid 2 BW).




De buitengerechtelijke incassokosten





5.6

[eisers] vorderen vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 129,32 worden toegewezen.



De proceskosten





5.7
Camping Heino is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eisers] zonder hun gemachtigde ter zitting zijn verschenen zal de kantonrechter voor de mondelinge behandeling een forfaitair bedrag van € 50,00 ter zake reis-, verblijf- en verletkosten als bedoeld in artikel 238 lid 1 Rv toewijzen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


148,04







- griffierecht


€


226,00







- salaris gemachtigde


€


144,00


(1 punt × € 144,00)




- verletkosten


€


50,00







- nakosten


€


72,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


640,04.













6De beslissing


De kantonrechter



6.1
veroordeelt Camping Heino om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 862,15, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 28 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,



6.2
veroordeelt Camping Heino om [eisers] te betalen een bedrag van € 129,32 aan buitengerechtelijke kosten,



6.3
veroordeelt Camping Heino in de proceskosten van € 640,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Camping Heino niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



6.4
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



6.5
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026. (jjm)




Zie conclusie r.o. 4.3 e.v. (ECLI:NL:PHR:2023:315) bij HR 7 juli 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1059).