Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:3811

2026-07-03 Civiel recht; Personen- en familierecht C/08/344956 / FA RK 26-392
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-07-03
Publicatiedatum
2026-07-06
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/08/344956 / FA RK 26-392
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ouders vragen om verbetering/aanvulling van de geboorteakten van hun kinderen. In strijd met de bedoeling van de ouders hebben de kinderen niet vanaf de geboorte de geslachtsnaam van de vader, maar pas vanaf de enkele dagen later gedane geboorteaangifte, waarbij de vader de kinderen heeft erkend. De rechtbank wijst de verzoeken af. De registers van de burgerlijke stand zijn er om rechtsfeiten te registreren. Daarin is geen ruimte om aan de bedoeling van partijen tegemoet te komen. Geen sprake van een van overheidswege veroorzaakte rechtsdwaling.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (17.956 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
locatie Almelo


team familie- en jeugdrecht



zaaknummer: C/08/344956 / FA RK 26-392




beschikking van 3 juli 2026




inzake





[de vrouw]


verder te noemen: de vrouw



en





[de man]


verder te noemen: de man,
beiden wonende te [woonplaats]
advocaat: mr. J.S. van der Landen,
verzoekers, tezamen ook te noemen: de ouders.



Als belanghebbende wordt aangemerkt:




De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente],
zetelend te [gemeente],
hierna als ABS aangeduid.






1Het procesverloop


1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoek van de ouders van 13 februari 2026 met bijlagen.



1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 16 juni 2026 plaatsgevonden. Hierbij zijn verschenen:
- de ouders, bijgestaan door hun advocaat;
- [naam 1] en [naam 2] , beiden ABS.





2De feiten


2.1.
De man en de vrouw hebben een relatie.



2.2.
Uit de relatie van de ouders is op [geboortedatum 1] 2022 geboren: [kind 1]. De man heeft [kind 1] als ongeboren vrucht met toestemming van de vrouw erkend, waarbij zij gezamenlijk hebben gekozen voor de geslachtsnaam: [geslachtsnaam van de man] .



2.2.

Op [geboortedatum 2] 2024 zijn in de gemeente [gemeente] geboren:- [kind 2]
- [kind 3]




2.3.
De man heeft op 3 juni 2024 aangifte van geboorte gedaan bij de ABS en ter gelegenheid hiervan deze beide kinderen erkend met toestemming van de moeder. Uit de latere vermelding betreffende erkenning die aan de geboorteakten van beide kinderen is gehecht blijkt dat zij de geslachtsnaam [geslachtsnaam van de man] dragen.



2.4.
De man en de vrouw hebben het gezamenlijk gezag over de kinderen





3Het verzoek


3.1.

De ouders verzoeken de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:I. te bepalen dat de geboorteakten van de minderjarigen [kind 3] en [kind 2] [geslachtsnaam van de man] ,
opgemaakt op 3 juni 2024 in de registers van de burgerlijke stand van de Gemeente

[gemeente], worden gecorrigeerd in die zin dat daarin vanaf de geboorte als geslachtsnaam
“ [geslachtsnaam van de man] ” wordt vermeld;
II. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de Gemeente [gemeente] te bevelen de onder
I bedoelde correctie in de registers door te voeren door doorhaling van de huidige
geslachtsnaam “ [geslachtsnaam van de vrouw] ” en vermelding van de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam van de man] ” op de
geboorteakten zelf, met verwijdering van de huidige geslachtsnaam “ [geslachtsnaam van de vrouw] ” en
de bijlage waarop de eerdere wijziging is doorgevoerd.




3.2.
Ter onderbouwing van hun verzoek stellen de ouders dat de oudste dochter van partijen erkend is tijdens de zwangerschap. Hierdoor heeft zij vanaf de geboorte de door de ouders gekozen geslachtsnaam van de man: [geslachtsnaam van de man] . Tijdens de zwangerschap van de tweeling hebben partijen informatie ingewonnen over de regels met betrekking tot erkenning en naamgeving. Zij hebben daarbij kennisgenomen van de informatie die op de website van de gemeente [gemeente] staat, waarin wordt vermeld dat opvolgende kinderen van dezelfde ouders automatisch dezelfde achternaam krijgen als het eerste kind dat door de vader is erkend. Op basis van deze informatie gingen partijen ervan uit dat [kind 3] en [kind 2] vanaf hun geboorte automatisch de achternaam [geslachtsnaam van de man] zouden krijgen. De ouders hebben de erkenning van hun tweeling gepland bij de geboorteaangifte op 3 juni 2024 bij de gemeente [gemeente]. Bij het opmaken van de geboorteakten bleek echter dat hierin de geslachtsnaam van de vrouw was opgenomen als geslachtsnaam van de kinderen. Pas vanaf het moment van de erkenning, enkele dagen na de geboorte, kregen de kinderen de geslachtsnaam [geslachtsnaam van de man] , zo blijkt ook uit de latere vermeldingen die aan de geboorteakten zijn gehecht. Voor de ouders was dit een onverwachte, onbegrijpelijke maar bovenal verdrietige uitkomst, die in strijd was met hun voortdurende bedoeling. Zij hebben onmiddellijk verzocht om aanpassing van de geboorteakte maar kregen te horen dat dit niet mogelijk was door de ambtenaar van de burgerlijke stand en dat hiervoor een procedure bij de rechtbank noodzakelijk is. Partijen stellen dat de huidige registratie, waarin [kind 3] en [kind 2] niet op hun geboorteakte zelf, maar in de daarbij horende latere vermelding de geslachtsnaam [geslachtsnaam van de man] dragen, terwijl zij biologisch, sociaal en feitelijk vanaf (de aankondiging van) hun geboorte deel uitmaken van het gezin [geslachtsnaam van de man] , een onjuiste weergave van hun persoonlijke en familiale werkelijkheid is. Daarmee dreigt de continuïteit van hun identiteit aangetast te worden.



3.3.
Primair wordt gesteld dat de geboorteakten van [kind 3] en [kind 2] niet de werkelijk door partijen bedoelde geslachtsnaam weergeven. Deze onjuistheid is het directe gevolg van de verstrekte informatie door de gemeente [gemeente] die een onjuiste dan wel een misleidende voorstelling gaf van het toepasselijke naamrecht. Artikel 1:25 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) biedt de mogelijkheid tot een correctie indien een essentieel gegeven ontbreekt. Hiervan is sprake omdat de bedoelde familienaam ontbreekt, terwijl partijen deze wel voor ogen hadden. Subsidiair geldt dat de geboorteakten op grond van artikel 1:24 BW voor verbetering in aanmerking komen wegens een misslag. De door de overheid gewekte rechtsopvatting, over het automatisch verkrijgen van de achternaam, bleek onjuist, maar was afkomstig van de daartoe bevoegde instantie en mocht daarom door partijen als betrouwbaar worden beschouwd. De daaruit voortvloeiende onjuiste naamvermelding is derhalve niet het gevolg van een bewuste keuze van partijen, maar van een door overheidsinformatie veroorzaakte rechtsdwaling, hetgeen een misslag in de zin van artikel 1:24 BW oplevert. Tot slot ontstaat door de huidige naamvoering binnen hetzelfde gezin een kunstmatig en niet gerechtvaardigd onderscheid tussen de drie zussen. Waar [kind 1] op haar geboorteakte de geslachtsnaam van haar vader draagt, wordt bij [kind 3] en [kind 2] een breuk in de familieband gesuggereerd die in werkelijkheid niet bestaat. Dit doet afbreuk aan hun recht op een consistente en ondeelbare familiale identiteit. Herstel van de geboorteakten, zodat daarin vanaf de geboorte de geslachtsnaam [geslachtsnaam van de man] wordt vermeld, is noodzakelijk om de juridische werkelijkheid in overeenstemming te brengen met de feitelijke en familiale realiteit en dient zowel het belang van de kinderen als de eenheid van het gezin.





4Het standpunt van de ABS


De ABS stelt dat de geboorteakten conform de wettelijke voorschriften zijn opgemaakt. Partijen zijn niet onjuist geïnformeerd over de wettelijke bepalingen, maar hebben deze informatie zelf niet goed begrepen. Voor hetgeen de partijen beogen, namelijk de huidige geboorteakte doorhalen en vervangen door een nieuwe akte, bestaat geen wettelijke grondslag. De andere optie, wijziging van de gegevens in de akte, voor zover dat juridisch al mogelijk zou zijn, bereikt niet het door de partijen gewenste effect, nu hierdoor nog een extra latere vermelding aan de geboorteakte zou moeten worden toegevoegd. Daarmee zouden de ouders nog meer moeten uitleggen aan hun kinderen over hoe een en ander is gelopen, hetgeen zij nu juist niet willen.





5De beoordeling


5.1.
Op grond van artikel 1:24, eerste lid, van het BW kan de rechtbank op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie de aanvulling gelasten van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling gelasten van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering gelasten van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat.



5.2.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat de kinderen [kind 3] en [kind 2] op

[geboortedatum 2] 2024 te [geboorteplaats] zijn geboren. Van deze geboorten is op 3 juni 2024 aangifte gedaan bij de ABS, ter gelegenheid waarvan zij door de vader zijn erkend, met toestemming van de moeder.




5.3.
Deze rechtsfeiten zijn door de ABS vastgelegd conform de daarvoor geldende wettelijke voorschriften, hetgeen resulteert in geboorteakten waarin de kinderen bij geboorte uitsluitend een moeder hebben en ingevolge artikel 1:5 lid 1 BW haar geslachtsnaam dragen. Van de erkenning is een latere vermelding opgemaakt en aan de geboorteakten gehecht. Vanaf het moment van erkenning komen de kinderen in familierechtelijke betrekking tot de vader te staan. Ingevolge artikel 1: 5 lid 8 BW hebben kinderen van dezelfde ouders dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind, zodat ter gelegenheid van deze erkenning geen naamskeuze meer kon plaatsvinden. Bij de erkenning van het oudste kind van partijen was immers al gekozen voor de geslachtsnaam [geslachtsnaam van de man] . Feitelijk resulteert dit erin dat de jongste twee kinderen van partijen gedurende de eerste paar dagen van hun leven [geslachtsnaam van de vrouw] hebben geheten en vanaf de dag van erkenning [geslachtsnaam van de man] . Een en ander is terug te zien in hun geboorteakten, maar ook in de persoonslijst die van hen is opgenomen in de Basisregistratie Personen (BRP). Indien de ouders, net als bij hun oudste kind, zouden hebben gekozen voor een erkenning ongeboren vrucht (tijdens de zwangerschap) zou de familierechtelijke betrekking direct vanaf de geboorte zijn gevestigd en zouden de kinderen ook meteen de geslachtsnaam [geslachtsnaam van de man] hebben gedragen vanaf de geboorte.



5.4.
De ouders vragen de rechtbank om de registers van de burgerlijke stand zodanig aan te passen, dat dit overeenkomt met hun oorspronkelijke en consistente bedoeling, namelijk dat de kinderen net als hun oudere zus vanaf de geboorte direct de naam van hun vader, [geslachtsnaam van de man] , zullen dragen.



5.5.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank uitvoerig gevraagd naar de formulering van het petitum, omdat niet duidelijk is wat hiermee wordt beoogd. Enerzijds zou dit op te vatten zijn als een verzoek tot doorhaling van de akten en opmaking van compleet nieuwe geboorteakten. Anderzijds kan hierin ook een verzoek tot wijziging van de bestaande akten worden gelezen, hetgeen bij toewijzing zou resulteren in het opmaken van een tweede latere vermelding bij de geboorteakten. Uit de ter zitting door de advocaat gegeven toelichting is de rechtbank echter niet duidelijk geworden welke van de opties wordt beoogd. Om die reden zal de rechtbank op beide opties ingaan.



Doorhaling akte en opmaking nieuwe akte




5.6.
Voor zover de ouders hebben bedoeld te verzoeken dat de bestaande geboorteakten moeten worden doorgehaald en vervangen door nieuwe akten zal de rechtbank dit verzoek afwijzen. Zoals hierboven onder 5.1. is vermeld, kan doorhaling van een akte slechts plaatsvinden indien het een ten onrechte opgemaakte akte betreft. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als de geboorteaangifte in de verkeerde gemeente is gedaan. In casu kan niet worden gesproken van een ten onrechte opgemaakte akte. Immers: de in deze akte opgenomen gegevens zijn juist en correct conform de geldende wettelijke voorschriften opgenomen. Daarmee ontbreekt de wettelijke grondslag voor een dergelijk verzoek.



5.7.
Zoals ook tijdens de mondelinge behandeling is besproken zou het opmaken van een nieuwe akte bovendien niet kunnen leiden tot opname van de gegevens zoals door de ouders gewenst. Feit is immers dat de vader de kinderen eerst op 3 juni 2024 heeft erkend, zodat pas vanaf dat moment de familierechtelijke betrekkingen zijn gevestigd en de kinderen aan hem hun geslachtsnaam kunnen ontlenen. Het opnemen van de vadergegevens in de akte van geboorte, zonder dat daar een erkenning aan vooraf is gegaan, zou neerkomen op het willens en wetens opnemen van onjuiste gegevens. Reeds om die reden kan het verzoek van de ouders nimmer tot toewijzing leiden. De registers van de burgerlijke stand zijn er om rechtsfeiten te registreren. Die rechtsfeiten doen zich op bepaalde data voor en daarin zit geen ruimte om aan een bedoeling tegemoet te komen.



5.8.
Eveneens is tijdens de mondelinge behandeling besproken dat de wens om de -door ouders mondeling erkende- fout ‘weg te poetsen’ op geen enkele wijze het gewenste resultaat kan krijgen. Elke wijziging van de burgerlijke stand wordt automatisch doorgevoerd naar de persoonslijst in de BRP, niet alleen van de kinderen, maar ook van de ouders, waarop de historie van gebeurtenissen altijd zichtbaar blijft indien deze historische gegevens worden opgevraagd.



Wijziging van de gegevens in de geboorteakten




5.9.

Indien de ouders hebben bedoeld te verzoeken dat de huidige geboorteakten in stand kunnen blijven, maar dat hieraan een latere vermelding dient te worden toegevoegd, waaruit blijkt dat zij vanaf de geboorte de naam [geslachtsnaam van de man] dragen, zal dit verzoek eveneens worden afgewezen. Voor zover ouders zich beroepen op het bepaalde in artikel 1:24 BW merkt de rechtbank op dat wijziging kan plaatsvinden, indien blijkt dat de akte onvolledig is of een misslag bevat. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien de vadergegevens ontbreken, maar later blijkt dat de ouders gehuwd waren op het moment van geboorte, zodat de vadergegevens moeten worden aangevuld. Van een misslag is bijvoorbeeld sprake indien een naam of geboorteplaats onjuist is gespeld. De ouders stellen dat er sprake is van door overheidsinformatie veroorzaakte rechtsdwaling, hetgeen een misslag zou opleveren. De rechtbank merkt hierover op dat de door de ouders op de website van de gemeente [gemeente] gelezen informatie, staat vermeld onder het kopje Voor de geboorte en luidt:“Als u bij de erkenning voor uw achternaam kiest, heeft het kind deze naam vanaf de geboorte. De kinderen die u beiden hierna krijgt, hebben automatisch dezelfde achternaam, als ze door dezelfde vader of duomoeder worden erkend.” Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit duidelijk dat de geslachtsnaam van de vader pas vanaf de erkenning aan de kinderen wordt gegeven en dat deze erkenning voor de geboorte dient plaats te vinden om ervoor te zorgen dat de kinderen deze naam vanaf de geboorte dragen. Er is derhalve geen sprake van een door de overheid veroorzaakte rechtsdwaling. Op de ouders rust daarnaast ook een eigen informatieplicht. Zij hadden eenvoudig vooraf kunnen navragen of hun aanname correct was, juist wanneer dit blijkbaar voor hen van eminent belang is, zoals blijkt uit hun verzoekschrift en de ter gelegenheid van de mondelinge behandeling gegeven toelichting.
De rechtbank merkt op dat, zelfs al zouden de ouders op dit punt in hun stellingen worden gevolgd, dit niet tot wijziging van de geboorteakten zou kunnen leiden om dezelfde redenen als hierboven onder 5.7. staan vermeld.




5.10.
Waar de ouders in hun verzoekschrift hebben verwezen naar artikel 1:25 BW merkt de rechtbank op dat dit geen grondslag kan vormen voor hun verzoek, nu dit artikel ziet op de inschrijving van buitenlandse akten in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage. Hiervan is geen sprake.



5.11.
De conclusie luidt dat de rechtbank de verzoeken van de ouders, op welke wijze deze dan ook moeten worden begrepen, zullen worden afgewezen.





6De beslissing


De rechtbank:



wijst de verzoeken van de ouders af.











Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. van der Lecq, in tegenwoordigheid van
M. Esmeijer, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.















































Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:


a. a) door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b) door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden.