Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:3462
2026-06-15
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
AK_26_1559
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
JW. Voorlopige voorziening toegewezen. Tijdens de zitting is besproken dat het stappenplan van de CRvB niet juist is doorlopen. Een te beperkte opvatting van de hulpvraag door het college. Nog niet vastgesteld of er sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en zo ja, welke. De geboden hulp is mogelijk niet goed bepaald. Bestreden besluit zal geen stand kunnen houden.
Citeert (1)
- ECLI:NL:CRVB:2017:1477 Centrale Raad van Beroep 01-05-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.306 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 26/1559
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], te [woonplaats], verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van Wierden, verweerder
gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2].
Procesverloop
Bij besluit van 29 april 2026 (het primaire besluit) heeft verweerder een voorziening op het gebied van jeugdhulp getroffen voor [naam].
Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juni 2026. Verzoekster is verschenen.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- treft een voorlopige voorziening inhoudende:
o dat het college een door het college aan te wijzen, gecontracteerde psycholoog opdraagt een onderzoek te doen naar de vraag of het gedrag van [naam] veroorzaakt wordt door een autismespectrumstoornis dan wel of het gedrag kan worden toegeschreven aan een andere oorzaak;
o dat het college zich inspant om ervoor te zorgen dat [naam] ook na 18 augustus 2026, al dan niet via een maatwerkconstructie, bij de Klup begeleid wordt middels een aanpak passend bij een autismespectrumstoornis;
deze voorlopige voorziening geldt tot zes weken nadat het college op het bezwaar van verzoekster heeft beslist;
draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 54,-- aan verzoekster te vergoeden.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. Tijdens de zitting is besproken dat het onderzoek dat het college naar aanleiding van het verzoek om jeugdhulp heeft uitgevoerd niet voldoet aan het stappenplan dat door de Centrale Raad van Beroep is bepaald. Volgens het college is de hulpvraag dat moeder graag een veilige en goede plek wil die [naam] opvang kan bieden. Dat lijkt echter een te beperkte invulling van wat de hulpvraag eigenlijk is. Vervolgens heeft het college niet vastgesteld of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn. Dit terwijl de hulp die [naam] kreeg via de Klup begeleiding betrof alsof het een kind met een autismespectrumstoornis betrof en de hulp die is ingezet daar niet direct op lijkt te zijn gericht. Door niet te onderzoeken of in dit geval een autismespectrumstoornis aan het gedrag van [naam] ten grondslag ligt, is vervolgens mogelijk niet de juiste aard en omvang van de in zijn totaliteit benodigde hulp vastgesteld. Daardoor is de geboden hulp (mogelijk) niet goed bepaald. Dat houdt in dat het bestreden besluit in bezwaar niet in stand zal blijven. Het college zal in het besluit op bezwaar deze gebreken kunnen herstellen als een onderzoek wordt gedaan overeenkomstig het stappenplan.
4. Het college heeft in het besluit hulp toegekend in de vorm van begeleiding groep intensief via de Twentse Zorgcentra. Volgens het college kan de hulp via de Klup niet worden voortgezet omdat daar geen plaats meer zou zijn. Wellicht is het mogelijk om met een maatwerkconstructie toch een plek te vrij te krijgen na 18 augustus 2026 (de einddatum van de huidige indicatie). Het college heeft toegezegd om zich in te spannen om dat voor elkaar te krijgen.
5. Daarnaast heeft het college toegezegd een door het college gecontracteerde psycholoog opdracht te geven te onderzoeken of het gedrag van [naam] veroorzaakt wordt door een autismespectrumstoornis dan wel of het gedrag kan worden toegeschreven aan een andere oorzaak. De moeder heeft met die opdrachtformulering ingestemd en toestemming gegeven dat dit onderzoek wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de uitkomst van dit onderzoek zal het college vervolgens een besluit op het bezwaar nemen.
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening als hiervoor genoemd.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Wel dient het college het griffierecht dat verzoekster heeft betaald aan haar te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.M.B. Elferink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.G.M. ten Kate, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Centrale Raad van Beroep 1 mei 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1477.
Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 26/1559
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], te [woonplaats], verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van Wierden, verweerder
gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2].
Procesverloop
Bij besluit van 29 april 2026 (het primaire besluit) heeft verweerder een voorziening op het gebied van jeugdhulp getroffen voor [naam].
Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juni 2026. Verzoekster is verschenen.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- treft een voorlopige voorziening inhoudende:
o dat het college een door het college aan te wijzen, gecontracteerde psycholoog opdraagt een onderzoek te doen naar de vraag of het gedrag van [naam] veroorzaakt wordt door een autismespectrumstoornis dan wel of het gedrag kan worden toegeschreven aan een andere oorzaak;
o dat het college zich inspant om ervoor te zorgen dat [naam] ook na 18 augustus 2026, al dan niet via een maatwerkconstructie, bij de Klup begeleid wordt middels een aanpak passend bij een autismespectrumstoornis;
deze voorlopige voorziening geldt tot zes weken nadat het college op het bezwaar van verzoekster heeft beslist;
draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 54,-- aan verzoekster te vergoeden.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. Tijdens de zitting is besproken dat het onderzoek dat het college naar aanleiding van het verzoek om jeugdhulp heeft uitgevoerd niet voldoet aan het stappenplan dat door de Centrale Raad van Beroep is bepaald. Volgens het college is de hulpvraag dat moeder graag een veilige en goede plek wil die [naam] opvang kan bieden. Dat lijkt echter een te beperkte invulling van wat de hulpvraag eigenlijk is. Vervolgens heeft het college niet vastgesteld of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn. Dit terwijl de hulp die [naam] kreeg via de Klup begeleiding betrof alsof het een kind met een autismespectrumstoornis betrof en de hulp die is ingezet daar niet direct op lijkt te zijn gericht. Door niet te onderzoeken of in dit geval een autismespectrumstoornis aan het gedrag van [naam] ten grondslag ligt, is vervolgens mogelijk niet de juiste aard en omvang van de in zijn totaliteit benodigde hulp vastgesteld. Daardoor is de geboden hulp (mogelijk) niet goed bepaald. Dat houdt in dat het bestreden besluit in bezwaar niet in stand zal blijven. Het college zal in het besluit op bezwaar deze gebreken kunnen herstellen als een onderzoek wordt gedaan overeenkomstig het stappenplan.
4. Het college heeft in het besluit hulp toegekend in de vorm van begeleiding groep intensief via de Twentse Zorgcentra. Volgens het college kan de hulp via de Klup niet worden voortgezet omdat daar geen plaats meer zou zijn. Wellicht is het mogelijk om met een maatwerkconstructie toch een plek te vrij te krijgen na 18 augustus 2026 (de einddatum van de huidige indicatie). Het college heeft toegezegd om zich in te spannen om dat voor elkaar te krijgen.
5. Daarnaast heeft het college toegezegd een door het college gecontracteerde psycholoog opdracht te geven te onderzoeken of het gedrag van [naam] veroorzaakt wordt door een autismespectrumstoornis dan wel of het gedrag kan worden toegeschreven aan een andere oorzaak. De moeder heeft met die opdrachtformulering ingestemd en toestemming gegeven dat dit onderzoek wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de uitkomst van dit onderzoek zal het college vervolgens een besluit op het bezwaar nemen.
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening als hiervoor genoemd.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Wel dient het college het griffierecht dat verzoekster heeft betaald aan haar te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.M.B. Elferink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.G.M. ten Kate, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Centrale Raad van Beroep 1 mei 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1477.