Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:3313
2026-02-20
Civiel recht
12032151 \ EJ VERZ 25-255
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Ontbinding arbeidsovereenkomst vanwege verwijtbaar handelen door werknemer. Geen transitievergoeding.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.907 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer / rekestnummer: 12032151 \ EJ VERZ 25-255
Beschikking van 20 februari 2026
in de zaak van
[verzoekster] B.V.,
te [vestigingsplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster],
gemachtigde: mr. S.R.P. Winkels,
tegen
[verweerder]
,
te [woonplaats],
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder],
niet verschenen.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 27 december 2025 met bijlagen;
- de brief van [verzoekster] van 8 februari 2026 met aanvullende bijlagen, waaronder het exploot van oproeping van 2 februari 2026;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 februari 2026.
2De feiten
2.1
[verweerder] (16 maart 1983) werkt sinds 25 april 2022 bij [verzoekster]. Sinds 1 januari 2023 is hij in dienst voor onbepaalde tijd. De laatste functie van [verweerder] is Logistics Employee MI. Het bruto maandloon bedraagt € 2.855,00, exclusief toeslagen en emolumenten.
2.2
[verweerder] genoot vakantie van 3 juli 2025 tot 18 augustus 2025. Op 13 augustus bevestigde hij desgevraagd per WhatsApp dat hij op 18 augustus 2025 weer zou komen werken. Op 18 augustus verscheen hij niet. Op een WhatsApp-bericht van diezelfde dag is door hem niet gereageerd. Tussen 19 augustus 2025 en 26 augustus 2025 heeft [verzoekster] per post, e-mail en Whatsapp meerdere vergeefse pogingen gedaan om met [verweerder] in contact te komen. Per 18 augustus 2025 zijn de loondoorbetalingen opgeschort.
2.3
Op 27 augustus 2025 heeft [verzoekster] bij de politie melding gedaan van het feit dat het niet lukte om in contact te komen met [verweerder]. Het is ook de politie niet gelukt om contact te leggen met [verweerder]. De politie heeft een nieuw adres van [verweerder] gedeeld met [verzoekster]. [verzoekster] heeft op 27 augustus en op 30 september 2025 geprobeerd [verweerder] op dat nieuwe adres te treffen. Hij is daar niet aangetroffen.
2.4
Op 7 oktober en 5 november 2025 volgden brieven aan het nieuwe adres van [verweerder], waarmee [verweerder] werd gesommeerd contact op te nemen. Met diezelfde brieven werd [verweerder] meegedeeld dat verdere rechtsmaatregelen, zoals een ontslag, niet werden uitgesloten als hij geen contact zou opnemen. [verweerder] heeft op de brieven niet gereageerd. Per 10 oktober 2025 is een loonstop opgelegd. Ook daarop heeft [verweerder] niet gereageerd.
3Het verzoek
3.1
[verzoekster] verzoekt de arbeidsovereenkomst tegen de eerst mogelijke dag te ontbinden, zonder toekenning van de transitievergoeding, primair vanwege verwijtbaar handelen, subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. Samengevat heeft [verzoekster] heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat [verweerder] ongeoorloofd afwezig is en dat het onmogelijk is contact met hem te leggen.
3.2
[verweerder] heeft geen verweer gevoerd.
4De beoordeling
4.1
De kantonrechter stelt vast dat [verweerder] per deurwaardersexploot is opgeroepen om te verschijnen op de mondelinge behandeling. [verweerder] is desondanks niet verschenen en hij heeft geen verweer gevoerd. Dit betekent dat hij de door [verzoekster] gestelde feiten niet heeft weersproken. De kantonrechter gaat daarom uit van de feiten zoals door [verzoekster] in de procedure naar voren gebracht.
4.2
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is (artikel 7:669 lid 3). Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt (artikel 7:669 lid 1 BW).
4.3
De kantonrechter oordeelt dat er een redelijke grond is voor ontbinding, omdat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub e BW. De kantonrechter motiveert dat oordeel als volgt. [verweerder] is niet komen werken. Hij heeft daarvoor geen goede reden gegeven. [verzoekster] heeft meerdere serieuze pogingen gedaan om in contact te komen met [verweerder]. [verweerder] is daarbij gewaarschuwd voor de mogelijke gevolgen van het niet reageren en het niet komen werken. Op deze pogingen heeft [verweerder] niet gereageerd. Ook de door [verzoekster] opgelegde loonstop heeft daarin geen verandering gebracht. Van [verzoekster] kan daarom niet worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
4.4
Omdat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten, hoeft de kantonrechter niet te beoordelen of herplaatsing mogelijk is (artikel 7:669 lid 1 BW).
4.5
Naar het oordeel van de kantonrechter maken de hierboven besproken feiten ook dat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen in de zin van de artikelen 7:671b lid 9 sub b BW en 7:673 lid 7 sub c BW. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst daarom per vandaag, zonder rekening te houden met de opzegtermijn, en zonder toekenning van de transitievergoeding.
4.6
Deze procedure gaat uitsluitend over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter laat zich daarom niet uit over de geldigheid van de loonopschorting en de loonstop.
4.7
[verweerder] wordt in de proceskosten veroordeeld, omdat [verzoekster] in het gelijk wordt gesteld en er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van [verweerder]. De proceskosten van [verzoekster] worden begroot op € 712,00 (€ 135,00 aan griffierecht en € 577,00 aan salaris gemachtigde), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van vandaag,
5.2
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 712,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.B. de Hek en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer / rekestnummer: 12032151 \ EJ VERZ 25-255
Beschikking van 20 februari 2026
in de zaak van
[verzoekster] B.V.,
te [vestigingsplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster],
gemachtigde: mr. S.R.P. Winkels,
tegen
[verweerder]
,
te [woonplaats],
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder],
niet verschenen.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 27 december 2025 met bijlagen;
- de brief van [verzoekster] van 8 februari 2026 met aanvullende bijlagen, waaronder het exploot van oproeping van 2 februari 2026;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 februari 2026.
2De feiten
2.1
[verweerder] (16 maart 1983) werkt sinds 25 april 2022 bij [verzoekster]. Sinds 1 januari 2023 is hij in dienst voor onbepaalde tijd. De laatste functie van [verweerder] is Logistics Employee MI. Het bruto maandloon bedraagt € 2.855,00, exclusief toeslagen en emolumenten.
2.2
[verweerder] genoot vakantie van 3 juli 2025 tot 18 augustus 2025. Op 13 augustus bevestigde hij desgevraagd per WhatsApp dat hij op 18 augustus 2025 weer zou komen werken. Op 18 augustus verscheen hij niet. Op een WhatsApp-bericht van diezelfde dag is door hem niet gereageerd. Tussen 19 augustus 2025 en 26 augustus 2025 heeft [verzoekster] per post, e-mail en Whatsapp meerdere vergeefse pogingen gedaan om met [verweerder] in contact te komen. Per 18 augustus 2025 zijn de loondoorbetalingen opgeschort.
2.3
Op 27 augustus 2025 heeft [verzoekster] bij de politie melding gedaan van het feit dat het niet lukte om in contact te komen met [verweerder]. Het is ook de politie niet gelukt om contact te leggen met [verweerder]. De politie heeft een nieuw adres van [verweerder] gedeeld met [verzoekster]. [verzoekster] heeft op 27 augustus en op 30 september 2025 geprobeerd [verweerder] op dat nieuwe adres te treffen. Hij is daar niet aangetroffen.
2.4
Op 7 oktober en 5 november 2025 volgden brieven aan het nieuwe adres van [verweerder], waarmee [verweerder] werd gesommeerd contact op te nemen. Met diezelfde brieven werd [verweerder] meegedeeld dat verdere rechtsmaatregelen, zoals een ontslag, niet werden uitgesloten als hij geen contact zou opnemen. [verweerder] heeft op de brieven niet gereageerd. Per 10 oktober 2025 is een loonstop opgelegd. Ook daarop heeft [verweerder] niet gereageerd.
3Het verzoek
3.1
[verzoekster] verzoekt de arbeidsovereenkomst tegen de eerst mogelijke dag te ontbinden, zonder toekenning van de transitievergoeding, primair vanwege verwijtbaar handelen, subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. Samengevat heeft [verzoekster] heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat [verweerder] ongeoorloofd afwezig is en dat het onmogelijk is contact met hem te leggen.
3.2
[verweerder] heeft geen verweer gevoerd.
4De beoordeling
4.1
De kantonrechter stelt vast dat [verweerder] per deurwaardersexploot is opgeroepen om te verschijnen op de mondelinge behandeling. [verweerder] is desondanks niet verschenen en hij heeft geen verweer gevoerd. Dit betekent dat hij de door [verzoekster] gestelde feiten niet heeft weersproken. De kantonrechter gaat daarom uit van de feiten zoals door [verzoekster] in de procedure naar voren gebracht.
4.2
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is (artikel 7:669 lid 3). Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt (artikel 7:669 lid 1 BW).
4.3
De kantonrechter oordeelt dat er een redelijke grond is voor ontbinding, omdat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub e BW. De kantonrechter motiveert dat oordeel als volgt. [verweerder] is niet komen werken. Hij heeft daarvoor geen goede reden gegeven. [verzoekster] heeft meerdere serieuze pogingen gedaan om in contact te komen met [verweerder]. [verweerder] is daarbij gewaarschuwd voor de mogelijke gevolgen van het niet reageren en het niet komen werken. Op deze pogingen heeft [verweerder] niet gereageerd. Ook de door [verzoekster] opgelegde loonstop heeft daarin geen verandering gebracht. Van [verzoekster] kan daarom niet worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
4.4
Omdat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten, hoeft de kantonrechter niet te beoordelen of herplaatsing mogelijk is (artikel 7:669 lid 1 BW).
4.5
Naar het oordeel van de kantonrechter maken de hierboven besproken feiten ook dat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen in de zin van de artikelen 7:671b lid 9 sub b BW en 7:673 lid 7 sub c BW. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst daarom per vandaag, zonder rekening te houden met de opzegtermijn, en zonder toekenning van de transitievergoeding.
4.6
Deze procedure gaat uitsluitend over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter laat zich daarom niet uit over de geldigheid van de loonopschorting en de loonstop.
4.7
[verweerder] wordt in de proceskosten veroordeeld, omdat [verzoekster] in het gelijk wordt gesteld en er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van [verweerder]. De proceskosten van [verzoekster] worden begroot op € 712,00 (€ 135,00 aan griffierecht en € 577,00 aan salaris gemachtigde), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van vandaag,
5.2
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 712,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.B. de Hek en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.