Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:3285

2026-04-09 Strafrecht 08.262368.25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-04-09
Publicatiedatum
2026-06-11
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
08.262368.25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vrijspraak aanranding minderjarige. Zeden. Onvoldoende steunbewijs.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.253 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer


Zittingsplaats Almelo



Parketnummer: 08.262368.25 (P)
Datum vonnis: 9 april 2026




Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:






[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] (Roemenië),
wonende aan de [woonplaats].





1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2026.



De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. S. Groothuismink, advocaat in Enschede, naar voren is gebracht.



Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de door [naam], moeder van [slachtoffer], voorgedragen slachtofferverklaring.





2De tenlastelegging


De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 6 mei 2025 in [plaats], de tienjarige [slachtoffer] (hierna ook: [slachtoffer]) heeft aangerand.



Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:



hij op of omstreeks 6 mei 2025 te [plaats], althans in Nederland,
met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer]
een of meer seksuele handelingen heeft verricht,
te weten
het die [slachtoffer] laten zien van haar onderbroek en/of
het die [slachtoffer] haar onderbroek naar beneden laten doen en/of
het zich op de wang laten kussen van die [slachtoffer] en/of
het op de wang kussen van die [slachtoffer].






3De bewijsmotivering


3.1

Het standpunt van de officier van justitie



De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.




3.2

Het standpunt van de verdediging



De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken.




3.3

Het oordeel van de rechtbank



De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.



- Juridisch kader

Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door het gegeven dat slechts twee personen aanwezig waren bij de ten laste gelegde ontuchtige handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Op grond van artikel 342, tweede lid, Sv kan het bewijs dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd niet uitsluitend worden aangenomen op grond van de verklaring van één getuige. Dat betekent dat de enkele verklaring van een aangever onvoldoende is. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, dient sprake te zijn van steunbewijs. Die ondersteuning hoeft niet te zien op alle onderdelen van de tenlastelegging. Het gaat erom dat de verklaring op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat die verklaring “niet op zichzelf staat”, maar als het ware is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron. De rechtbank benadrukt dat deze maatstaf omtrent het toereikend zijn van een verklaring dient te worden onderscheiden van de beoordeling of een verklaring betrouwbaar is. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.


- Verklaring [slachtoffer]

heeft verklaard dat zij op 6 mei 2025 aan het voetballen was op het schoolplein aan de [adres] in [plaats]. Verdachte was hier ook om met zijn neefjes te voetballen. [slachtoffer] en verdachte zijn het spelletje “doen, durf of waarheid” gaan spelen. Tijdens dit spelletje heeft verdachte gevraagd achter het schuurtje op het schoolplein te gaan staan. [slachtoffer] is hierop ingegaan omdat zij dan voetbalplaatjes zou krijgen. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij haar broek uit moest doen en verdachte een kusje op zijn wang moest geven. Zij heeft haar (boven)broek een stukje naar beneden gedaan waardoor de rand van haar onderbroek zichtbaar werd. Ook heeft [slachtoffer] verdachte twee (nep)kusjes gegeven op zijn wang.


- Verklaring verdachte

Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer] met dingen zat die zij verdachte niet op het voetbalveld wilde vertellen. Verdachte kreeg het idee dat het om ernstige dingen ging waarvoor [slachtoffer] niet bij een ander terecht kon. [slachtoffer] wilde dit niet in de buurt van de andere kinderen vertellen en liep van verdachte weg. Eerst achter het schuurtje en daarna verder de bosschage in. Op een gegeven moment had [slachtoffer] haar (boven)broek een beetje “halverwege”. Verdachte heeft verklaard dat hij hiervan is geschrokken. Dat [slachtoffer] hem kusjes op de wang heeft gegeven is volgens verdachte niet gebeurd.


- Bewijsoverweging

Het komt in deze zaak aan op de vraag of het dossier voldoende steunbewijs bevat dat de verklaring van [slachtoffer] kan ondersteunen. De rechtbank overweegt hierover als volgt. De aangifte van [naam] (de moeder van [slachtoffer]) is gebaseerd op de verklaring van [slachtoffer]. [slachtoffer] is zelf nader verhoord in een studioverhoor. De verklaringen zijn daarmee afkomstig uit dezelfde bron. Naast deze verklaringen zijn er geen andere bewijsmiddelen in het dossier die de verklaring van [slachtoffer] op essentiële onderdelen kunnen ondersteunen. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat niet is voldaan aan het vereiste bewijsminimum en spreekt verdachte vrij van hetgeen hem ten laste is gelegd.


- Aanvullende overweging

Het is aan de rechtbank een juridisch oordeel te vormen over het in het dossier aanwezige bewijs. Dat er naar het oordeel van de rechtbank in dit dossier onvoldoende steunbewijs aanwezig is, wil niet zeggen dat de gebeurtenis op 6 mei 2025 geen impact heeft gehad. Uit de voorgedragen slachtofferverklaring blijkt dat [slachtoffer] veel stress, angst en paniek ervaart. Zij krijgt hulp van een therapeut en traumatherapie. Verdachte is door de aangifte angstig, onzeker en schuw geworden. Hij mijdt plekken waar kinderen komen. Voor alle betrokkenen geldt dat zij deze voor hen impactvolle gebeurtenis een plek moeten geven.





4De beslissing


De rechtbank:




vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.



Dit vonnis is gewezen door mr. E.C de Bie, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en mr. M.A.H. Heijink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Bomans-Weekhout, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.