Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:3283

2026-06-11 Strafrecht 08.384554.24 (P)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-06-11
Publicatiedatum
2026-06-11
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
08.384554.24 (P)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 6 jaren en legt hem contactverboden op met de slachtoffers. De verdachte is schuldig bevonden aan het seksueel mishandelen van de slachtoffers, terwijl zij beneden de leeftijd van twaalf jaren en zestien jaren waren, en daarbij misbruik makende van zijn rol als stiefvader.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (71.412 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer


Zittingsplaats Almelo



Parketnummer: 08.384554.24 (P)
Datum vonnis: 11 juni 2026





Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:






[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1983 in [geboorteplaats 1] (Togo),
wonende aan de [woonplaats] .






1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 mei 2026.



De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. J. Klomp, advocaat in [plaats] , naar voren is gebracht.



Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de door [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) en namens [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) voorgedragen slachtofferverklaringen en van wat door mr. E.W. Baan is aangevoerd namens de benadeelde partij [slachtoffer 2] en van wat door
mr. A.P. Drosten namens de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ) is aangevoerd.





2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 19 april 2011 tot en met 18 april 2013 bij zijn stiefdochter [slachtoffer 3] seksueel is binnengedrongen door zijn vinger in haar vagina te brengen terwijl zij nog geen 12 jaar was;

feit 2: in de periode van 19 april 2013 tot en met 18 april 2015 bij zijn stiefdochter [slachtoffer 3] seksueel is binnengedrongen door zijn penis in haar vagina te brengen, terwijl zij nog geen zestien jaar was;

feit 3: in de periode van 19 april 2011 tot en met 18 april 2015 bij zijn stiefdochter [slachtoffer 3] ontuchtige handelingen heeft gepleegd, terwijl zij nog geen zestien jaar was;

feit 4: in de periode van 10 februari 2014 tot en met 9 februari 2019 bij zijn stiefdochter [slachtoffer 1] ontuchtige handelingen heeft gepleegd, terwijl zij nog geen zestien jaar was;

feit 5: in de periode van 14 juli 2014 tot en met 13 juli 2020 bij zijn stiefdochter [slachtoffer 2] ontuchtige handelingen heeft gepleegd, terwijl zij nog geen zestien jaar was.



Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:


1hij in of omstreeks de periode van 19 april 2011 tot en met 18 april 2013 te [plaats] ,
(telkens) met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2001, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, en zijnde een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin en/of aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten - het brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) in haar vagina;

2hij in of omstreeks de periode van 19 april 2013 tot en met 18 april 2015 te [plaats] , (telkens) met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2001, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, en zijnde een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin en/of aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten- het brengen van zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s) in haar vagina;

3hij in of omstreeks de periode van 19 april 2011 tot en met 18 april 2015 te [plaats] , (telkens) met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2001, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en zijnde een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin en/of aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, en zijnde een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin en/of aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten - het betasten van en/of wrijven over haar vagina en/of billen en/of- het betasten van, wrijven over en/of zuigen aan haar borst(en);

4hij in of omstreeks de periode van 10 februari 2014 tot en met 9 februari 2019 te [plaats] , (telkens) met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2005, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en zijnde een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin en/of aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten- het betasten van en/of wrijven over haar vagina en/of borsten;

5hij in of omstreeks de periode van 14 juli 2014 tot en met 13 juli 2020 te [plaats] , (telkens) met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 4] 2006, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en zijnde een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin en/of aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten - betasten van en/of wrijven over haar vagina en/of borsten en/of- met haar zoenen en/of brengen van zijn, verdachtes, tong in haar mond.




3De bewijsmotivering


3.1

Inleiding




[naam 1] (ook wel [naam 1] genoemd) [naam 1] is de moeder van onder andere [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Zij heeft sinds 2011 een relatie met verdachte. [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben aangifte gedaan van seksueel misbruik door hun stiefvader. Verdachte ontkent dat hij hen seksueel heeft misbruikt.




3.2

Het standpunt van de officier van justitie



De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de belastende verklaring van [slachtoffer 3] betrouwbaar is en dat haar verklaring voldoende steun vindt in overige bewijsmiddelen. Ook de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] acht de officier van justitie betrouwbaar. In samenhang bezien versterken de verklaringen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] elkaar en zijn zij over en weer redengevend, omdat de wijze waarop de feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt. Er is dus voldoende steun- en schakelbewijs voor alle drie de belastende verklaringen.




3.3

Het standpunt van de verdediging



De raadsvrouw van verdachte heeft verzocht om verdachte vrij te spreken van alle tenlastegelegde feiten. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] onbetrouwbaar zijn. Mocht de rechtbank hun verklaringen wel betrouwbaar achten, dan is er geen steunbewijs die deze verklaringen ondersteunen. Ook is er naar de mening van de raadsvrouw geen sprake van schakelbewijs, nu de belastende verklaringen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] onvoldoende gedetailleerd zijn om als schakelbewijs te kunnen worden gebruikt.




3.4

Het oordeel van de rechtbank



3.4.1

De beoordeling van bewijs in zedenzaken



Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door de omstandigheid dat slechts twee personen aanwezig waren bij de tenlastegelegde handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Bij een ontkennende verdachte, zoals in deze zaak het geval is, brengt dit in veel gevallen met zich dat de verklaring van het vermeende slachtoffer als belangrijkste bewijsmiddel voorhanden is. De eerste vraag die de rechtbank in zo’n geval moet beantwoorden, is of de belastende verklaring van het vermeende slachtoffer voldoende betrouwbaar is om als uitgangspunt te kunnen dienen voor het bewijs.



Vervolgens geldt op grond van artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) dat het bewijs dat een verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan niet uitsluitend kan worden aangenomen op grond van de verklaring van het vermeende slachtoffer. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, moet er steunbewijs zijn uit een andere bron dan het vermeende slachtoffer. Die ondersteuning hoeft niet te zien op alle onderdelen van de tenlastelegging. Het gaat erom dat de verklaring op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat die verklaring “niet op zichzelf staat”, maar als het ware is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron. De vraag of aan dit zogenaamde bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.




3.4.2

De bewijsoverwegingen



De verklaringen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en de verklaring van verdachte over of er seksueel misbruik heeft plaatsgevonden, lopen uiteen.




De verklaring van verdachte




Verdachte ontkent dat hij ooit seksuele handelingen heeft verricht bij [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Hij heeft bij de politie en ter zitting verklaard dat hij al lange tijd een relatie heeft met [naam 1] en dat hij haar dochters [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] als zijn eigen kinderen zag. Als hij in hun woning sliep stond hij vroeg op, rond 5.00 uur, en maakte iedereen wakker. Dat deed hij door de kinderen te roepen vanaf de trap of overloop. Volgens verdachte kwam hij nooit op de slaapkamers van de kinderen. Toen [naam 1] eens naar Curaçao was, heeft hij voor [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gezorgd. [slachtoffer 2] heeft ook een keer in zijn woning geslapen. Zij sliep toen met zijn zoon [naam 2] op een slaapkamer.




De verklaringen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]




De verklaringen van [slachtoffer 3] zijn op verschillende momenten afgelegd. Op 9 november 2015 heeft een informatief gesprek zeden plaatsgevonden met [slachtoffer 3] , die toen veertien jaar oud was. Ze vertelde toen dat zij vier jaar lang, vanaf haar tiende tot ongeveer drie maanden voor het gesprek, seksueel is misbruikt door de (toen) ex-vriend van haar moeder. Op 5 juli 2021 heeft mevrouw [naam 3] van Veilig Thuis Twente verklaard dat zij een aantal weken daarvoor [slachtoffer 3] in kennis heeft gesteld van het seksueel misbruik van haar zusjes [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] door verdachte. Op 3 augustus 2021 heeft [slachtoffer 3] opnieuw een informatief gesprek met de politie gehad en op 17 augustus 2021 heeft [slachtoffer 3] aangifte gedaan. Op 16 oktober 2025 is [slachtoffer 3] door de rechter-commissaris als getuige gehoord. Zij heeft toen verklaard dat zij in haar eerdere verklaringen eerlijk haar verhaal heeft verteld en dat zij nergens op wil terugkomen.




[slachtoffer 3] heeft samenvattend verklaard dat het misbruik begon doordat verdachte haar probeerde te zoenen of een kusje probeerde te geven als er niemand bij was. [slachtoffer 3] sliep alleen op een slaapkamer en verdachte stond altijd vroeg op. Hij kwam dan naar haar kamer en betastte haar. Hij voelde aan haar billen, borsten en vagina. Ze deed alsof ze sliep. Verdachte kwam naast het bed staan of ging op haar bed zitten. Hij ging dan met zijn handen onder haar pyjama. Hij voelde dan aan haar borsten of hij zoog met zijn mond aan haar borsten. Hij voelde aan haar billen of hij vingerde haar. Bij het vingeren opende hij een deksel, smeerde iets op zijn handen en dat gebruikte hij bij het vingeren. [slachtoffer 3] denkt dat het de structuur van vaseline had. Het misbruik vond soms één keer per week, soms vijf keer per week plaats. Het gebeurde gewoon wanneer hij er was.
Toen haar moeder naar Curaçao was omdat haar oma was gestorven, paste verdachte op haar en de andere kinderen. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat verdachte in die periode seks met haar had in de nacht. Ze lag op bed en deed alsof zij sliep. Hij had haar kleren uitgedaan. Hij betastte haar zoals hij altijd deed. Ook had hij zijn kleren uitgedaan. [slachtoffer 3] verklaarde dat verdachte seks met haar heeft gehad door zijn geslachtsdeel in haar vagina te brengen. Hij gebruikte hierbij geen voorbehoedsmiddel. Ze was toen ongeveer dertien jaar oud en had nooit eerder seks gehad. Hij ging heen en weer. Het duurde een paar minuten en toen stopte hij. Het deed pijn, maar ze bloedde niet. Ze was bang dat ze zwanger was, maar durfde niets te zeggen.



Toen haar moeder en verdachte uit elkaar gingen, heeft [slachtoffer 3] aan [getuige] , een vriendin van haar moeder, verteld dat ze werd misbruikt door verdachte. [getuige] is toen met haar naar de politie gegaan. Haar moeder heeft daarna geen aangifte gedaan, omdat zij [slachtoffer 3] niet geloofde.



Op 9 april 2021 heeft [slachtoffer 1] een gesprek met haar wijkcoach, mevrouw [naam 4] , gehad. Op 5 juli 2021 heeft mevrouw [naam 3] , namens Veilig Thuis Twente, aangifte gedaan. Op 1 september 2022 heeft [slachtoffer 1] een verklaring afgelegd bij de politie en op 16 oktober 2025 bij de rechter-commissaris. Zij heeft samenvattend verklaard dat verdachte haar seksueel heeft misbruikt. Zij was negen jaar toen het misbruik begon. Zij verklaarde dat haar moeder nog sliep wanneer zij en haar zusjes uit bed moesten om naar school te aan. Verdachte kwam dan bij haar op de slaapkamer om haar wakker te maken. Hij deed dat door met zijn handen over haar hele lichaam te gaan. Hij ging dan met zijn hand van boven onder haar shirt en wreef over haar borsten. Ook ging hij met zijn hand in haar onderbroek en wreef over haar vagina. Het gebeurde vaak. Hij maakte haar altijd wakker als hij er was. [slachtoffer 1] deed dan altijd of zij sliep. Hij ging door totdat ze wakker was. Ook sloeg hij haar vaak op haar billen. Bij het spelen ging verdachte bovenop haar zitten, raakte haar overal aan en pakte haar bij de borsten. Het misbruik stopte toen zij twaalf of dertien jaar oud was.



Op 15 april 2021 heeft mevrouw Van der Veen van Trias Jeugdhulp een verslag opgemaakt van een gesprek met [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] huilde en benoemde dat haar stiefvader, die ze ‘papa’ noemde, aan haar had gezeten. Zij is door de politie gehoord op 5 september 2022 en bij de rechter-commissaris op 16 oktober 2025. [slachtoffer 2] heeft samenvattend verklaard dat zij acht jaar oud was toen het misbruik begon. Verdachte heeft aan haar borsten gezeten, onder meer in de keuken. Het betasten van de borsten gebeurde ook in haar eigen slaapkamer. Ze duwde hem altijd een beetje weg en probeerde hem te ontwijken en te voorkomen dat zij alleen met hem was. Toen zij ongeveer tien jaar was, heeft verdachte één keer over haar broekje over haar vagina gewreven. Zij lag toen te slapen in zijn huis in de logeerkamer. Zijn zoon [naam 2] sliep naast haar op een matras op de grond. Ze werd wakker toen verdachte dat deed. Ook heeft hij haar gezoend op haar lippen en daarbij zijn tong in haar mond gestopt. Dit is twee à drie keer gebeurd. Dit was in de keuken. Ze vond het vies en het duurde ongeveer tien seconden. Ze duwde hem dan weg.




Betrouwbaarheid belastende verklaringen




De rechtbank zal eerst de vraag beantwoorden of de verklaringen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] betrouwbaar zijn en als (uitgangspunt) voor het bewijs kunnen worden gebruikt.



De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 3] op essentiële onderdelen, zowel als het gaat over de handelingen als over de omstandigheden, met elkaar overeen komen. Zij beschrijft in alle gesprekken met de politie consistent en gedetailleerd dezelfde handelingen.
Verdachte kwam op haar kamer, betastte haar en voelde aan haar borsten, billen en haar vagina. Ze deed alsof ze sliep en wist dat het fout was, maar durfde niets te doen. Ze denkt dat ze bang was voor de reactie van haar moeder. Ze verklaart spontaan over haar gevoelens, gedachten en emoties en noemt ook specifieke details, zoals dat verdachte bij het vingeren een deksel opende, iets op zijn handen smeerde en dat gebruikte bij het vingeren. Ze denkt dat het de structuur van vaseline had. Zij verklaart gedetailleerd over specifieke handelingen. De rechtbank acht haar verklaring betrouwbaar.



De rechtbank is van oordeel dat ook de verklaringen van [slachtoffer 1] consistent en gedetailleerd zijn. Ze spreekt over specifieke handelingen. Verdachte kwam haar wakker maken. Hij deed dat door met zijn handen over haar hele lichaam te gaan. Hij ging dan met zijn hand van boven onder haar shirt en wreef over haar borsten. Ook ging hij met zijn hand in haar onderbroek en wreef over haar vagina. Het feit dat [slachtoffer 1] eerst heeft verklaard dat verdachte niet met zijn vingers in haar vagina ging en dat later nuanceert door te zeggen dat zij bedoelde dat hij niet in het gaatje ging, maar wel tussen haar schaamlippen, maakt haar verklaringen niet direct onbetrouwbaar.

[slachtoffer 1] verklaart op de vraag of er nog andere dingen zijn gebeurd dan aanraken aan de borsten en vagina, dat toen zij een kind was verdachte bij het spelen bovenop haar ging zitten en haar dan overal aanraakte met zijn handen, ook bij haar borsten. Toen dacht ze dat het normaal was, maar nu zij in een andere levensfase zit, begrijpt zij dat het fout was. De rechtbank is van oordeel dat deze verklaring authentiek overkomt, nu kinderen op die leeftijd doorgaans nog niet weten wat wel en niet normaal is en hun eigen familie als referentiekader hebben. Wat er is gebeurd, was destijds voor [slachtoffer 1] normaal. Het maakt haar verklaring logisch en betrouwbaar.



De rechtbank is van oordeel dat ook de verklaring van [slachtoffer 2] betrouwbaar is. Zij verklaart consistent en gedetailleerd. Zij beschrijft dat verdachte aan haar borsten zat in de keuken en in haar slaapkamer. Ook heeft hij haar gezoend, door zijn tong in haar mond te stoppen. Ze vond dit vies en het duurde ongeveer 10 seconden. Ze duwde hem dan weg. Ze verklaart spontaan over haar gevoelens, gedachten en emoties. Ook heeft zij verklaard dat toen zij in het huis van verdachte sliep in de logeerkamer en [naam 2] op de matras naast haar lag, verdachte aan haar vagina heeft gezeten over haar broekje. Zij verklaart dat dit maar één keer heeft plaatsgevonden en maakt het gebeuren dus niet groter of zwaarder. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat het klopt dat [slachtoffer 2] een keer bij hem heeft geslapen en dat [naam 2] bij haar op de kamer sliep. De rechtbank acht haar verklaring authentiek en betrouwbaar.



De rechtbank acht de verklaringen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dus betrouwbaar en geloofwaardig. De verklaring van [naam 1] kan naar het oordeel van de rechtbank als aanvullend bewijsmateriaal worden aangemerkt ter onderbouwing van de betrouwbaarheid van de verklaringen van de zussen. [naam 1] heeft namelijk verklaard dat verdachte heel vroeg wakker was, rond 5.00 à 6.00 uur, dat hij de kinderen wakker maakte en dat zij verdachte een keer op de slaapkamer van [slachtoffer 3] heeft gezien en dat ze allebei schrokken. De rechtbank is van oordeel dat deze verklaring de authenticiteit van de verklaringen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ondersteunt.



De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] onbetrouwbaar zijn, omdat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] elkaar hebben verteld wat hen is overkomen waardoor zij elkaar mogelijk hebben beïnvloed.
Tussen [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft blijkens het dossier inderdaad onderling contact plaatsgevonden. Maar het enkele feit dat er onderlinge gesprekken hebben plaatsgevonden over wat hen is overkomen, maakt niet direct dat afstemming van de inhoud van verklaringen heeft plaatsgevonden. [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben bovendien steeds verklaard dat zij elkaar geen details hebben verteld. Het valt dan ook op dat hun verklaringen weliswaar op onderdelen overeenkomen, maar ook belangrijke verschillen bevatten. [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] beschrijven alle drie handelingen en situaties die alleen zijzelf hebben meegemaakt en die niet terugkomen in de verklaring van de ander. Naar het oordeel van de rechtbank duidt dat er juist op dat er geen onderlinge afstemming heeft plaatsgevonden en dat [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ieder authentieke verklaringen hebben afgelegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting en het dossier zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden op grond waarvan de betrouwbaarheid van de afgelegde verklaringen door eventuele onderlinge inhoudelijke afstemming zouden zijn beïnvloed. De rechtbank verwerpt het verweer.



Voorts heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] onbetrouwbaar zijn, omdat zij niet uit zichzelf over het misbruik zijn begonnen. Daardoor zijn hun verklaringen niet spontaan tot stand gekomen. Uit de gespreksverslagen blijkt dat [slachtoffer 2] wel degelijk uit zichzelf heeft benoemd dat haar stiefvader aan haar heeft gezeten. Met [slachtoffer 1] wordt vervolgens een gesprek gevoerd nadat [slachtoffer 2] op de groep heeft verteld dat zij is misbruikt. [slachtoffer 1] verklaart dan dat zij eerst op de groep heeft verteld wat er is gebeurd en dat ze daarna naar [slachtoffer 2] zijn gegaan. De rechtbank is van oordeel dat beide verklaringen spontaan tot stand zijn gekomen. De rechtbank verwerpt dan ook dit verweer.




Tussenconclusie




De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] betrouwbaar en geloofwaardig zijn en voor het bewijs kunnen worden gebruikt.




Steunbewijs uit andere bron




In het onderhavige geval is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de tot het bewijs gebezigde verklaringen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] voldoende steun vinden in de overige verklaringen. In de zaak van [slachtoffer 3] zijn verklaringen afgelegd door [naam 1] , [getuige] en de partner van [slachtoffer 3] . Zij hebben onder andere verklaard over de emotionele toestand waarin [slachtoffer 3] verkeerde op moment dat zij hen vertelde over het seksueel misbruik. De inhoud van deze verklaringen geven naar het oordeel van de rechtbank in het licht van artikel 342, tweede lid, Sv onvoldoende steun aan de door [slachtoffer 3] gereleveerde feiten en omstandigheden, omdat deze verklaringen niet (mede) zelfstandige, eigen waarnemingen inhouden ten aanzien van de emotionele of fysieke toestand van [slachtoffer 3] op het moment dat het strafbare feit plaatsvond, of vlak daarna. Volgens de rechtbank is sprake van een te ver verwijderd verband. In die zin leveren deze verklaringen onvoldoende steunbewijs aan de tot het bewijs gebezigde verklaringen van [slachtoffer 3] . In de zaken van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn er geen verklaringen afgelegd door anderen en is er geen steunbewijs voorhanden.




Schakelbewijs




Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het gebruik van aan andere, soortgelijke feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen als steunbewijs (in de vorm van zogenaamd schakelbewijs) onder omstandigheden is toegelaten. Voor de bewezenverklaring van een feit wordt in dat geval mede redengevend geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal ten aanzien van die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten of kenmerkende gelijkenissen vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit en dat duidt op een herkenbaar en gelijksoortig patroon in de handelingen van verdachte, ofwel de modus operandi. Het is niet vereist dat de seksuele handelingen volledige gelijkenissen vertonen.



Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een overeenkomende modus operandi kunnen betrokken worden de feitelijke gang van zaken ten aanzien van de betreffende feiten, waaronder begrepen de context waarbinnen zij zich hebben toegedragen, de omstandigheden waarmee zij zijn omgeven en het desbetreffende handelen van verdachte alsmede de verklaringen die verdachte daarover heeft afgelegd. De opvatting dat voor een bewijsvoering met gebruik van schakelbewijs moet worden vastgesteld dat tot de bewezenverklaring van in elk geval één van de feiten kan worden gekomen zonder dat daarvoor mede bewijsmiddelen worden gebezigd die betrekking hebben op een ander feit, vindt geen steun in het recht. Met andere woorden: het bewijs in elk van de zaken kan over en weer redengevend worden geacht, zelfs als geen enkel feit afzonderlijk – dus los van de schakelbewijsconstructie – wettig en overtuigend bewezen kan worden.



Alle drie de zussen verklaren dat de seksuele handelingen door verdachte plaatsvonden buiten het zicht van hun moeder. Het gebeurde als verdachte de gelegenheid kreeg en zij alleen met hem waren. Het seksueel misbruik startte bij [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] telkens toen zij in de leeftijdscategorie acht tot tien jaar waren. Bij alle drie kwam verdachte hen ’s ochtends vroeg wakker maken en betastte hen dan. Hij zat daarbij aan hun billen, borsten en vagina in hun slaapkamer. In alle gevallen gebeurde het stiekem en wekte verdachte de zussen op deze specifieke manier. Voor alle drie geldt dat hij hun stiefvader was. Door die rol aan te nemen, kon hij fysiek dichtbij hen komen. Het misbruik stopte bij [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] telkens toen zij dertien tot veertien jaar oud waren. Deze specifieke handelwijze, het wekken van de kinderen, het betasten wanneer de gelegenheid zich voordeed en de leeftijd waarop het misbruik begon en eindigde, laat een herkenbaar en gelijksoortig patroon zien in de handelingen van verdachte.



In samenhang bezien versterken de belastende verklaringen elkaar en zijn de verklaringen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] over en weer te gebruiken als steunbewijs voor de ten laste gelegde feiten. Van beïnvloeding door elkaar is de rechtbank op geen enkele wijze gebleken.
Daarnaast heeft de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat de feiten zijn gepleegd zoals deze aan verdachte worden verweten.
Dit betekent dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor alle ten laste gelegde feiten.




Verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin




De rechtbank is van oordeel dat verdachte [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin. Verdachte heeft immers verklaard dat hij al jarenlang een relatie heeft met hun moeder en dat hij [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in de ten laste gelegde periode als zijn eigen kinderen beschouwde.

Conclusie




Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan.





3.5

De bewezenverklaring



De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:


1.hij in de periode van 19 april 2011 tot en met 18 april 2013 te [plaats] met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2001, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, en zijnde een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 3] , te weten - het brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) in haar vagina;

2.hij in de periode van 19 april 2013 tot en met 18 april 2015 te [plaats] , met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2001, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, en zijnde een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 3] , te weten- het brengen van zijn, verdachtes, penis en vinger(s) in haar vagina;

3.hij in de periode van 19 april 2011 tot en met 18 april 2015 te [plaats] , met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2001, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en zijnde een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten - het betasten van en wrijven over haar vagina en billen en- het betasten van, wrijven over en zuigen aan haar borsten;

4.hij in de periode van 10 februari 2014 tot en met 9 februari 2019 te [plaats] , met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2005, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en zijnde een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten- het betasten van en wrijven over haar vagina en borsten;

5.hij in de periode van 14 juli 2014 tot en met 13 juli 2020 te [plaats] , met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 4] 2006, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en zijnde een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten - betasten van en wrijven over haar vagina en borsten en- met haar zoenen en brengen van zijn, verdachtes, tong in haar mond.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.



De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.






4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 244 (oud), 245 (oud), 247 (oud) en 248 (oud) van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:




feit 1

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd;




feit 2

het misdrijf: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd;




feiten 3, 4 en 5

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd.





5De strafbaarheid van verdachte


Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.





6De op te leggen straf of maatregel


6.1

De vordering van de officier van justitie



De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht een maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr aan verdachte op te leggen, bestaande uit een contactverbod met [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] voor de duur van vijf jaar. Voor elke overtreding van het contactverbod zou twee weken vervangende hechtenis moeten volgen, met een maximum van zes maanden. De officier van justitie heeft verzocht de 38v Sr maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.






6.2

Het standpunt van de verdediging



De raadsvrouw heeft gelet op de bepleite vrijspraak geen strafmaatverweer gevoerd.




6.3

De gronden voor een straf of maatregel



Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.


- De aard en ernst van de feiten


Verdachte heeft gedurende een zeer lange periode zich herhaaldelijk schuldig gemaakt aan het seksueel misbruiken van zijn stiefdochters [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Zij waren jonger dan twaalf jaar toen het seksueel misbruik begon. Dit terwijl verdachte [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] beschouwde als zijn eigen kinderen. Hij heeft ernstig misbruik gemaakt van zijn rol als stiefvader. Hij heeft gebruik gemaakt van de onwetendheid en onervarenheid van zijn stiefdochters, alsmede van zijn overwicht als volwassen man. Het misbruik vond thuis plaats, onder andere in de slaapkamer van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , terwijl zij zich juist daar veilig en geborgen hadden moeten kunnen voelen. Verdachte heeft bovendien onbeschermde seks gehad met [slachtoffer 3] , wetende dat hij hiv-positief getest was. Zij is door verdachte ontmaagd, was bang voor een zwangerschap en daarnaast heeft verdachte haar blootgesteld aan een risico op een hiv-besmetting.



Verdachte heeft de (seksuele) ontwikkeling van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op grove wijze doorkruist. Verdachte heeft zich laten leiden door zijn eigen behoeften en op die wijze zijn plicht als stiefvader om [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in hun kwetsbare positie de juiste zorg te bieden op ernstige wijze geschonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van feiten als deze daarvan gedurende lange tijd nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. Ook bij [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is dat het geval. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben dat op indringende wijze naar voren gebracht via de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaringen.



Wat de rechtbank verdachte ook zwaar aanrekent, is dat nadat [slachtoffer 3] in 2015 al melding heeft gemaakt van seksueel misbruik door verdachte, verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aan vergelijkbare handelingen heeft blootgesteld. Aan [slachtoffer 3] is daarmee extra leed toegebracht. De situatie waarin de zussen terecht zijn gekomen heeft ertoe geleid dat de relatie tussen hen en hun moeder ernstig is verstoord. Verdachte heeft nog altijd een relatie met hun moeder en heeft het seksueel misbruik stelselmatig ontkend en daarbij aangegeven dat hun motief zou zijn de relatie tussen verdachte en hun moeder te dwarsbomen. [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] werden door hun moeder niet geloofd. Verdachte heeft daarmee niet alleen geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn strafbare handelen, maar ook een heel gezin ontwricht. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.


- De persoon van verdachte


De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 30 april 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.



De rechtbank heeft kennisgenomen van de door de reclassering op 24 september 2025 en
18 mei 2026 opgemaakte adviezen. Deze houden in, voor zover relevant, dat
verdachte nog altijd een relatie heeft met de moeder van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . De reclassering ziet deze relatie, de beperkte intellectuele capaciteiten en de houding van verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde als zorgelijke factoren.
Ondanks dat de reclassering hulpverlening geïndiceerd vindt, ziet de reclassering geen mogelijkheden om verdachte in het kader van een toezicht te begeleiden, met name vanwege de taalbarrière. De reclassering adviseert om bij een bewezenverklaring aan verdachte een straf zonder bijzondere voorwaarden en om een contactverbod met de slachtoffers voor de duur van vijf jaar als vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr op te leggen.


- De op te leggen straf en maatregel


Gezien de aard en ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank vindt, mede gelet op straffen die in (min of meer) vergelijkbare zaken zijn opgelegd, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes jaren passend en geboden en zal die straf aan verdachte opleggen.



Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.



Overeenkomstig de vordering van de officier van justitie en het advies van de reclassering zal de rechtbank op grond van artikel 38v Sr aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten. Verdachte zal worden bevolen zich gedurende vijf jaar te onthouden van contact, op welke wijze dan ook met [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .



De rechtbank is van oordeel dat de op grond van artikel 38v Sr opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar moet zijn, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen. De nog steeds aan de orde zijnde relatie tussen verdachte en [naam 1] is voor deze beslissing in belangrijke mate redengevend.






7De schade van benadeelden


7.1

De vorderingen van de benadeelde partijen




[slachtoffer 3] [slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 20.000,--, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.




[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 10.000,--, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.




[slachtoffer 2] [slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 8.635,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- toekomstige reiskosten € 250,--
- toekomstige therapiekosten € 385,--.
Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 8.000,-- gevorderd.



7.2

Het standpunt van de officier van justitie



De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in zijn geheel kunnen worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.




7.3

Het standpunt van de verdediging



De raadsvrouw heeft gelet op de bepleite vrijspraak verzocht de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen.




7.4

Het oordeel van de rechtbank



7.4.1

Materiële schade




- [slachtoffer 2]

vordert vergoeding van toekomstige kosten. Toewijzing van toekomstige schade is mogelijk op grond van artikel 6:105 van het Burgerlijk Wetboek (BW), als voldoende concreet is onderbouwd dat deze schade daadwerkelijk zal worden geleden. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval onvoldoende concreet is onderbouwd dat de opgevoerde reis- en therapiekosten daadwerkelijk zullen worden gemaakt. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in dit deel van de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.




7.4.2

Immateriële schade



Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 aanhef en sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in haar eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in haar persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vorderingen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op deze laatste grondslag zijn gebaseerd.



Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.



- [slachtoffer 3]

Ten aanzien van [slachtoffer 3] is de rechtbank van oordeel dat, gelet op het geestelijk letsel en de gevolgen daarvan voor [slachtoffer 3] , de benadeelde door het strafbare feit ‘op andere wijze’ in haar persoon is aangetast. De benadeelde partij heeft voldoende concrete gegevens overgelegd waaruit zowel het geestelijk letsel als de ernst van de gevolgen blijkt. Zo is bij de benadeelde sprake van een PTSS, waarvoor behandeling nodig is.


Gelet op schadevergoedingen die zijn toegekend in soortgelijke zaken en de bedragen genoemd in ‘de Rotterdamse Schaal’ (hoofdstuk 15.2, categorie a, hoofdstuk 15.3, categorie a) is de rechtbank van oordeel dat vergoeding van de gevorderde € 20.000,-- voor [slachtoffer 3] billijk is. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2015.



- [slachtoffer 1]

Ten aanzien van [slachtoffer 1] is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor [slachtoffer 1] , de benadeelde door het strafbare feit ‘op andere wijze’ in haar persoon is aangetast. De benadeelde partij heeft voldoende concrete gegevens overgelegd waaruit de ernst van de gevolgen blijkt. Zo is bij de benadeelde sprake van angstklachten, boosheid en slaapproblemen, waarvoor zij langdurig contact heeft gehad met een praktijkondersteuner GGZ.


Gelet op schadevergoedingen die zijn toegekend in soortgelijke zaken en de bedragen genoemd in ‘de Rotterdamse Schaal’ (hoofdstuk 15.3, categorie a) is de rechtbank van oordeel dat vergoeding van de gevorderde € 10.000,-- voor [slachtoffer 1] billijk is. De rechtbank zal dit deel van de vordering daarom toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2019.



- [slachtoffer 2]

Ten aanzien van [slachtoffer 2] is de rechtbank van oordeel dat, gelet op het geestelijk letsel en de gevolgen daarvan voor [slachtoffer 2] , de benadeelde door het strafbare feit ‘op andere wijze’ in haar persoon is aangetast. De benadeelde partij heeft voldoende concrete gegevens overgelegd waaruit zowel het geestelijk letsel als de ernst van de gevolgen blijkt. Zo is bij de benadeelde sprake van angstklachten en boosheid, waarvoor zij een behandeling dient te volgen.


Gelet op schadevergoedingen die zijn toegekend in soortgelijke zaken en de bedragen genoemd in ‘de Rotterdamse Schaal’ (hoofdstuk 15.3, categorie a) is de rechtbank van oordeel dat vergoeding van de gevorderde € 8.000,-- voor [slachtoffer 2] billijk is. De rechtbank zal dit deel van de vordering daarom toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2020.




7.4.3

Proceskosten



De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partijen kosten hebben gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.






7.4.4

De schadevergoedingsmaatregel



De rechtbank legt ten behoeve van alle benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat de benadeelde partijen de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeven te incasseren, maar dat de Staat dit voor hen doet. Als verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van verdachte) worden toegepast, zoals hieronder onder 9 weergegeven. Verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partijen. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.







8De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 38w en 57 Sr.





9De beslissing


De rechtbank:




bewezenverklaring


- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;



strafbaarheid feiten


- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:



feit 1

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd;




feit 2

het misdrijf: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd;




feiten 3, 4 en 5:

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd;




strafbaarheid verdachte


- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde;





straf


- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;



maatregel


- legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid als
bedoeld in artikel 38v Sr voor de duur van vijf jaren;
- beveelt dat de verdachte gedurende vijf jaren op geen enkele wijze – direct of

indirect – contact op zal nemen, zoeken of hebben met:
[slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2001 te [geboorteplaats 2] ;
[slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2005 te [geboorteplaats 3] en
[slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 4] 2006 te [geboorteplaats 4] ;

- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel per overtreding wordt vervangen door 14 (veertien) dagen hechtenis en bepaalt daarbij dat de maximale hechtenis zes maanden bedraagt;
- beveelt dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is, omdat er ernstig rekening mee moet

worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich
belastend zal gedragen jegens voornoemde personen;

- toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;



schadevergoeding






[slachtoffer 3]



- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van
€ 20.000,--, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] [slachtoffer 1] (feiten 1, 2 en 3): van een bedrag van € 20.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2015;
- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 20.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2015 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 125 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;




[slachtoffer 1]



- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van
€ 10.000,--, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 4): van een bedrag van € 10.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2019;
- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 10.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 75 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;




[slachtoffer 2]



- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van
€ 8.000,--, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] [slachtoffer 1] (feit 5): van een bedrag van € 8.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2020;
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 8.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2015 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 65 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.


Dit vonnis is gewezen door mr. R.G.J. Gehring, voorzitter, mr. P.A.M. Miltenburg en
mr. P. de Mos, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Diepenmaat, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026.




Buiten staat

Mrs. Gehring en Miltenburg zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.




Bijlage bewijsmiddelen





Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.



Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummers PL0600-2021197809 en PLO600-2021315583. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


Het proces-verbaal van de terechtzitting van 28 mei 2026, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:


Ik heb al jarenlang een relatie met [naam 1] , de moeder van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Zij woonden al die tijd in [plaats] . Ik zie [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] als mijn eigen kinderen. Ik maakte de kinderen, als ik in hun woning sliep, meestal wakker. Ik ben een keer op de kamer van [slachtoffer 3] geweest. Toen [naam 1] naar Curaçao was, heb ik voor de kinderen gezorgd. [naam 1] vertelde mij dat zij ook eens samen met [slachtoffer 2] in mijn woning heeft geslapen. Ik sliep toen met [naam 1] in een kamer. [slachtoffer 2] sliep met mijn zoon [naam 2] op een kamer.


Het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden van 3 augustus 2021, pagina’s 24 – 26, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, als verklaring de op [geboortedatum 2] 2001 geboren aangeefster [slachtoffer 3] :



[slachtoffer 3] geeft aan dat zij vroeger is misbruikt door de vriend van haar moeder. Zij heeft dit al eerder tegen haar moeder gezegd maar haar moeder geloofde haar niet. [slachtoffer 3] geeft aan dat zij ook bij de politie is geweest en haar verhaal heeft gedaan. Omdat haar moeder haar niet geloofde is dit toen niet doorgezet. [slachtoffer 3] geeft aan: "De vriend van mijn moeder, de man die mij seksueel heeft misbruikt, is [verdachte] ". Ik noem hem [verdachte] ." [slachtoffer 3] geeft aan dat het tijdje uit is geweest tussen de [verdachte] en haar moeder maar dat zij nu weer een relatie hebben. [slachtoffer 3] geeft aan dat het misbruik begon toen zij 10 jaar oud was. Zij woonde toen aan de [adres 1] . Zeven jaar geleden is [slachtoffer 3] verhuist naar de [adres 2] . Hij kwam dan bij haar op de kamer en betaste haar borsten en billen. [slachtoffer 3] geeft aan dat het misbruik tot haar veertiende duurde. [slachtoffer 3] geeft aan dat [verdachte] haar ook gevingerd heeft en met zijn mond aan haar borsten heeft gezogen. [slachtoffer 3] geeft aan dat zij seks met [verdachte] heeft gehad. [verdachte] is met zijn geslachtsdeel in haar vagina gegaan. Dat was in 2013 of 2014. Een tijdje later heeft zij het tegen de vriendin van haar moeder verteld. Dat is [getuige] . [slachtoffer 3] is toen samen met [getuige] naar de politie gegaan. [slachtoffer 3] heeft met haar zusje van 16 gesproken en zij heeft het misbruik bevestigd.


Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2001, van 17 augustus 2021, pagina’s 27-38, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:


Ik wil aangifte doen tegen [verdachte] , zijn echte naam is [verdachte] . Hij is de vriend van mijn moeder. Ik wil aangifte doen van seksueel misbruik. [verdachte] heeft mij betast aan mijn billen, borsten en vagina. Het begon toen ik tien jaar oud was. Dit was in de woning aan de [adres 3] in [plaats] . Hij kwam dan altijd bij mij op mijn kamer als hij wakker was. Hij betastte mij. Hij zat dan aan mijn billen, vingerde mij of zat aan mijn borsten. Het gebeurde in mijn slaapkamer. Ik sliep alleen. Ik weet niet precies de eerste keer. Ik weet wel hoe het begon. Als niemand er bij was dan probeerde hij mij te zoenen of een kusje te geven. Of hij sloeg mij op mijn kont. Daarna kwam hij in de ochtend in mijn kamer. Ik was toen 10 of 11 jaar oud. Dat was in de woning aan de [adres 3] in [plaats] . Aan de [adres 3] heeft hij mij gevingerd en mijn borsten aangeraakt. Ik lag gewoon in bed en dan stond hij naast het bed of ging op bed zitten. Dan ging hij met zijn handen onder mijn pyjama. Hij voelde aan mijn borsten of aan mijn kont of hij ging met zijn vinger in mijn vagina. Hij gebruikte vaseline als hij mij ging vingeren. Hij voelde aan mijn borsten en hij ging met zijn mond eraan zuigen. Ook voelde hij en raakte hij mijn billen aan. Ik deed alsof ik sliep. Toen ik 12 was verhuisde ik naar de [adres 1] . We hebben twee jaar aan de [adres 1] gewoond. Het misbruik gebeurde soms één keer per week. Soms vijf keer per week. Gewoon wanneer hij er was. Daarna verhuisden wij naar de [adres 2] . Het misbruik stopte toen wij naar de [adres 2] gingen verhuizen. Mijn moeder en [verdachte] gingen toen uit elkaar. Toen heb ik het verteld aan een vriendin van mijn moeder, [getuige] . Ik heb haar verteld wat er tussen [verdachte] en mij was gebeurd. [getuige] heeft mij toen meegenomen naar het politiebureau om dit aan te geven. Er is toen geen aangifte gedaan omdat mijn moeder dacht dat ik loog. Het ging toen slecht met mij. Eén keer is er seks geweest. Mijn moeder was toen in Curaçao omdat mijn oma was overleden. Hij was alleen met ons thuis. Hij ging toen met zijn geslachtsdeel in de mijne. Ik was volgens mij toen 13 jaar. Ik had nog nooit eerder seks gehad. Dit duurde een paar minuten en toen stopte hij. Hij heeft geen voorbehoedsmiddel gebruikt. Ik weet wel over de seks dat het pijn deed. Ik was bang dat ik zwanger was. Hij zei bijvoorbeeld dat hij mijn moeder niet wilde en dat hij alleen maar thuis kwam voor mij. [naam 5] heeft mij verteld over het seksueel misbruik van mijn zusjes, maar geen details. Ik heb met [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ) gesproken over het misbruik. Ze weten van mij dat het is gebeurd, maar niet in details.


Het proces-verbaal informatief gesprek zeden van 11 november 2015, pagina’s 24 – 26, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de op [geboortedatum 2] 2001 geboren aangeefster [slachtoffer 3] :



[slachtoffer 3] is na schooltijd naar de vriendin van haar moeder gegaan, [getuige] . [slachtoffer 3] had haar verteld dat ze seksueel is misbruikt door de ex-vriend van moeder genaamd [verdachte] . [getuige] is vervolgens met [slachtoffer 3] naar het politiebureau in [plaats] gegaan. [slachtoffer 3] was erg emotioneel. Ze heeft tijdens het gesprek constant gehuild. Ze vertelde het volgende:
Het zou vier jaar geleden zijn begonnen tot ongeveer 3 maanden geleden. Diegene die
het gedaan had was [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte [verdachte] ) en hij was inmiddels de ex-vriend van haar moeder. Als [verdachte] bij hen sliep kwam hij in de ochtend heel vroeg rond 5 uur in haar slaapkamer en dan werd [slachtoffer 3] wakker. Hij ging dan dingen doen bij [slachtoffer 3] . Hij ging dingen zeggen als: "Doe het voor mij" en "ik ben hier altijd voor jou". Hij ging dan met zijn handen aan [slachtoffer 3] zitten en deed haar broek uit. Hij ging met zijn handen aan haar borsten en kont zitten en met zijn hand ging hij naar haar vagina. Dan vingerde hij [slachtoffer 3] , hij ging dan met zijn vinger in haar vagina. Daarna heeft hij seks met haar gehad door zijn piemel in haar vagina te brengen. Er zijn geen voorbehoedsmiddelen zoals een condoom gebruikt. Soms gebeurde het één keer per week maar soms ook drie keer per week.



Het proces-verbaal informatief gesprek zeden van 4 maart 2016, pagina’s 46 – 50, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [naam 1] , moeder van [slachtoffer 3] :


Moeder vertelde:

- [slachtoffer 3] boven een eigen slaapkamer heeft;
- dat [verdachte] vanaf begin 2012 bij haar thuis sliep. Dat verschilde van 1 à 2 à 3 keer per week;
- dat [verdachte] heel vroeg wakker is, soms om 5.00 à 6.00 uur;
- dat hij de kinderen wakker maakte;
- dat zij hem een keer op de slaapkamer van [slachtoffer 3] heeft gezien. [slachtoffer 3] zat op bed. Hij stond in de kamer. Ze schrokken allebei;
- dat ze gevraagd heeft: ”heeft hij je gepenetreerd of alleen aan je gezeten? “Allebei" had [slachtoffer 3] gezegd;
- dat het gebeurde als hij [slachtoffer 3] wakker maakte;
- dat haar moeder (oma in Curaçao) was overleden in augustus 2014. Zij was vervolgens 14 dagen weg;


Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2005, van
1 september 2022, pagina’s 77 - 83, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:




[slachtoffer 2] en ik zijn uit huis zijn geplaatst. We woonden toen in Zwolle bij de [adres 4] . Ik heb bij de [adres 4] verteld dat mijn stiefvader [verdachte] mij aanraakte op plekken. Hij maakte ons wakker. Hij zat aan mij. Hij was vroeg wakker en hij sliep ook veel bij ons. Hij maakte mij wakker zodat mijn moeder kon blijven slapen. Hij raakte mij aan met zijn handen, bij mijn borsten en mijn vagina. Hij ging gewoon langs mijn kleding. Hij ging van boven in mijn hemdje en ook van boven in mijn onderbroek. Zijn hand was dan op mijn blote huid. Hij maakte wrijvende bewegingen met zijn hand over mijn borsten. Bij mijn vagina wreef hij er met zijn hand tegenaan. Hij is niet in mijn vagina gegaan. Vroeger tilde hij mij wel eens op en dan ging hij wel eens bovenop mij zitten. En dan raakte hij mij overal aan met zijn handen, ook bij mijn borsten. Ook sloeg hij ons vaak op de kont als wij langsliepen. [verdachte] kwam elke dag langs. Hij bleef twee keer in de week slapen. Ik was negen toen het begon. Dat was op de [adres 1] . Het gebeurde elke week. Het gebeurde in de slaapkamer. Ik sliep met mijn zusjes [slachtoffer 2] en [naam 6] op één kamer. Ik had een eigen bed. Omdat het elke dag gebeurde met [verdachte] ben ik gaan denken dat het normaal was. De laatste keer dat het gebeurde was ik denk ik 12 of 13.


Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , van 18 december 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:


Ik heb bij de politie de waarheid verklaard. Hij maakte ons wakker voor school. Hij raakte dan alles aan. Hij raakte mijn hele lichaam aan, mijn borsten, billen, vagina alles. Het gebeurde ook bij het spelen. Dan ging hij bovenop mij zitten en pakte mij bij mijn borsten. Hij wreef en kneep met zijn vingers bij mijn vagina. Hij ging eroverheen en erin. Hij zat met zijn vingers tussen mijn schaamlippen, maar niet in mijn vagina, maar wel er langsheen. Ik heb van mijn zus gehoord dat hij heeft gezegd dat wij boos op hem zijn omdat hij met mijn moeder is en wij dat niet willen. Maar dat is niet zo. Ik had boven de grootste kamer, samen met mijn zusjes [slachtoffer 2] en [naam 7] . [slachtoffer 3] had een eigen kamer.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 4] 2006, van 5 september 2022, pagina’s 84 – 94, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:


Ik was 8 toen [verdachte] aan mijn borsten en vagina zat. Hij deed dat met zijn handen. Het gebeurde in mijn kamer, de keuken en de woonkamer. Het gebeurde met mijn kleding aan, maar ook onder mijn kleding. Hij zat onder mijn kleding aan mijn borsten in de keuken. Ik sliep in de logeerkamer in het huis van [verdachte] . Toen ik lag te slapen heeft hij met zijn hand over mijn ding gewreven (getuige wijst naar haar geslachtsdeel). In die kamer lag ook zijn zoon, [naam 2] , te slapen. Hij wreef op mijn broekje. Ik was toen 10. In mijn slaapkamer zat hij aan mijn borsten. Hij deed dat altijd als ik alleen was. Hij heeft mij een paar keer gezoend. Hij ging dan met zijn tong in mijn mond, dit was in de keuken. Dit is twee, drie keer gebeurd. [verdachte] was vier keer in de week bij ons en bleef twee keer in de week slapen. Hij maakte ons wakker als hij bleef slapen. De laatste keer dat het gebeurde was ik 13 of 14.


Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] , van 16 oktober 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:


Ik ben eerlijk geweest bij de politie. Het wrijven over de vagina is één keer gebeurd. Het wrijven was over de vagina. Hij heeft aan mijn borsten gezeten en hij heeft mij één keer getongzoend. Ik ben in therapie gegaan, ik heb last van wat mij is overkomen. Mijn moeder geloofde mij niet. Dat was moeilijk. Ik had [slachtoffer 1] ook verteld wat hij had gedaan bij mij en ik herinner me dat zij zei dat het bij haar gebeurde als ze wakker werd gemaakt in het stapelbed.
Dat wrijven over de vagina was in zijn huis, in de logeerkamer. In de slaapkamer waar ik sliep. Ik was daar met mijn moeder en zijn zoontje [naam 2] . In de keuken in de woning aan de [adres 2] heeft hij aan mijn borsten gezeten in de keuken. Het zoenen was ook in de keuken.



[naam 1] heeft verklaard dat haar moeder in augustus 2014 is gestorven.


HR 14 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU5496, NJ 2007/345, rov. 6.3.2 en HR 12 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3118, NJ 2018/84.


vgl. HR 12 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3118, NJ 2018/84, rov. 2.4.