Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:2654

2026-05-13 Civiel recht C/08/345545 / KG ZA 26-52
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-05-13
Publicatiedatum
2026-05-19
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/08/345545 / KG ZA 26-52
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ontruiming woning en overige onroerende zaken met dwangmiddelen op vordering van de vereffenaar ihkv afwikkeling van de nalatenschap van overleden echtgenote van gedaagde. Verstek. Geen zuivering.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.190 tekens)
RECHTBANK Overijssel


Civiel recht



Zittingsplaats Almelo



Zaaknummer: C/08/345545 / KG ZA 26-52




Vonnis in kort geding van 13 mei 2026




in de zaak van





[eiser] Q.Q.,
In haar hoedanigheid van vereffenaar in de ontbonden huwelijksgemeenschap van wijlen mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2],
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: de vereffenaar,
advocaat: mr. J.Th.M. Diks,



tegen





[gedaagde]
,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.






1De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding met producties


de mondelinge behandeling van 9 april 2026, ter gelegenheid waarvan [gedaagde] niet is


verschenen en tegen [gedaagde] verstek is verleend
- de brief van 10 april 2026 van [gedaagde], die de rechtbank heeft aangemerkt als een verzoek
tot zuivering van het verstek


de reactie daarop van 15 april 2026 van de vereffenaar


de door de griffier van deze rechtbank bij partijen opgevraagde verhinderdata voor een


voortgezette mondelinge behandeling
- het bericht van 22 april 2026 van de vereffenaar met verhinderdata voor een voortgezette
mondelinge behandeling
- de voortgezette mondelinge behandeling van 13 mei 2026, die de vereffenaar en haar
advocaat, mr. M. Filemon, kantoorgenoot van mr. Diks, digitaal hebben bijgewoond en ter gelegenheid waarvan [gedaagde] wederom niet is verschenen.



1.2.
Het vonnis is bepaald op vandaag. De voorzieningenrechter heeft mondeling uitspraak gedaan.





2De beoordeling

2.1.
De vereffenaar heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.



2.2.

De voorzieningenrechter heeft verstek verleend tegen [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling van 9 april 2024. [gedaagde] was niet verschenen en aan alle wettelijke termijnen en formaliteiten voor oproeping van [gedaagde] was voldaan. De op 10 april 2026 ontvangen brief van [gedaagde] heeft de rechtbank aangemerkt als een verzoek tot zuivering.
Er is, nadat beide partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun verhinderdata op te geven, een voortgezette mondelinge behandeling gepland op 13 mei 2026. [gedaagde] is wederom niet verschenen. Dat betekent dat het verstek niet wordt gezuiverd.




2.3.
De vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen.



2.4.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de vereffenaar worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


153,02







- griffierecht


€


341,00







- salaris advocaat


€


760,00







- nakosten


€


189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.443,02











2.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten (inclusief nakosten) wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.






3De beslissing
De voorzieningenrechter


3.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, de navolgende onroerende zaken te verlaten met al het zijne en de zijnen, te ontruimen en ontruimd te houden, de onroerende zaken en de sleutels ter vrije en algehele beschikking te
stellen van de vereffenaar, zijnde de onroerende zaken:

- De voormalige echtelijke woning geleden aan de [adres 1];
- Een perceel bos gelegen naast de voormalige echtelijke woning met de kadastrale aanduiding [locatie];
- Een perceel gelegen aan de [adres 2]
,



3.2.

veroordeelt [gedaagde] om zich binnen veertien dagen na het verlaten en ontruimen
van de hiervoor genoemde onroerende zaken uit te schrijven uit de Basisregistratie
Personen van de gemeente Enschede van voornoemde onroerende zaken, op straffe
van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag(deel) dat hij hiermee in gebreke
blijft met een maximum van € 25.000,00,




3.3.
veroordeelt [gedaagde], voor het geval hij niet vrijwillig tot ontruiming overgaat en de vereffenaar de ontruiming ex artikel 556 Rv door een gerechtsdeurwaarder moet laten uitvoeren, om aan de vereffenaar te betalen de kosten die hiermee gemoeid zijn en uit het proces-verbaal van de ontruiming zullen blijken,



3.4.

veroordeelt [gedaagde] om medewerking te verlenen aan alle handelingen die voor
de vereffening noodzakelijk zijn, althans tot het gehengen en gedogen van deze
handelingen en de vereffenaar daartoe ook toegang te verlenen tot de onroerende
zaken als hiervoor genoemd, binnen 14 dagen na betekening van het vonnis in kort
geding, waaronder, doch niet beperkt tot:

- Het toelaten van de vereffenaar tot de onroerende zaken die tot de huwelijksgemeenschap behoren;
- Het toelaten van door de vereffenaar aan te wijzen derden die in het kader van de vereffening toegang tot de woning nodig hebben, zoals een taxateur, makelaar, evt. onderhoudsdienst/ reparateur, medewerkers van een nutsvoorzieningsbedrijf etc.;
- Het afgeven van een sleutelset aan de vereffenaar, dan wel een door hem aan te wijzen hulppersoon zoals bijvoorbeeld een makelaar;
- Het gehengen en gedogen van een “te koop” bord in en bij de onroerende zaken, deze te laten staan en/of hangen;
- Het plegen van door de vereffenaar en/of de nog aan te wijzen makelaar aan te wijzen
onderhoud aan de onroerende zaken;
- Het tot genoegen van de vereffenaar en of de nog aan te wijzen makelaar opruimen en opgeruimd houden van de onroerende zaken ten behoeve van het maken van foto’s en het houden van bezichtigingen;
- Het toelaten van bezichtigingen;
- Het niet aanwezig zijn in/ rondom de onroerende zaken tijdens de bezichtigingen;
- Het opvolgen van de aanwijzingen van de makelaar in verband met bespoediging van de verkoop;
- Het beschikbaar zijn voor overleg met de vereffenaar op haar verzoek;
- Bij de overdracht de onroerende zaken leeg en veegschoon op te leveren,



3.5.

machtigt de vereffenaar overeenkomstig artikel 3:299 BW om zelf datgene te
bewerken waartoe [gedaagde] is gehouden als hiervoor onder 3.4. bepaald, doch waar [gedaagde] niet binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan heeft voldaan, en veroordeelt [gedaagde] om de vereffenaar daartoe telkens wanneer nodig toegang te verschaffen tot de onroerende zaken en veroordeelt [gedaagde] daarbij om de kosten die noodzakelijk zijn voor uitvoering van de machtiging te betalen, op vertoon facturen van partijen die de vereffenaar heeft moeten inschakelen ter uitvoering van de machtiging,




3.6.

veroordeelt [gedaagde] overeenkomstig het bepaalde in artikel 558 Rv, tot de
gedeeltelijke en/of tijdelijke ontruiming van de onder 3.1. genoemde onroerende zaken
teneinde de vereffenaar in staat te stellen datgene te bewerken waarvoor op grond van
artikel 3:299 BW machtiging werd verleend en hetgeen [gedaagde] aldus dient te
gehengen en gedogen,




3.7.

veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis, de
volgende informatie aan de vereffenaar te verstrekken:

a. een antwoord op de vraag of er juridische procedures lopen die de belangen van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap betreffen en bij een bevestigend antwoord op deze vraag alle onderliggende stukken betreffende deze procedures;
b. een opgave van de goederen en de schulden van de heer [gedaagde] en erflaatster per
10 januari 2025 met toezending van alle onderliggende stukken;
c. de (digitale en papieren) administratie van de ontbonden huwelijksgemeenschap,
waaronder relevante notariële akten, hypotheekopgaven, bankafschriften, IB aangiften en bijbehorende aanslagen over de jaren 2023 en 2024;
d. een opgave van lopende abonnementen (internet, televisie etc.);
e. veroordeelt [gedaagde] alsmede om rekening verantwoording af te leggen over het beheer dat hij gevoerd heeft over de goederen van de huwelijksgemeenschap over de periode

10 januari 2025 tot en met heden, althans de datum van benoeming van de vereffenaar,
het voorgaande op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of
dagdeel dat [gedaagde] hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 25.000,00,




3.8.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.443,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



3.9.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten, zoals hiervoor onder 3.8. genoemd, als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



3.10.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op
13 mei 2026.