Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:1809

2026-02-09 Civiel recht; Insolventierecht NL:TZ:2501882:R-RK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-02-09
Publicatiedatum
2026-04-07
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL:TZ:2501882:R-RK
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Toewijzing verzoek Wsnp en afwijzing verzoek eerdere ingangsdatum.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.066 tekens)
RECHTBANK Overijssel


Team Insolventie



Zittingsplaats Zwolle



Rekestnummer: NL:TZ:2501882:R-RK




Vonnis van maandag 9 februari 2026




op het verzoek van





[verzoekster]
,
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1]
verzoekster, hierna te noemen [verzoekster],



tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.




Samenvatting





[verzoekster] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.



De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af.







1De procedure

1.1.

De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van maandag 26 januari 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoekster];
- [naam 1], namens Gemeente Zwolle;
- [naam 2] namens BB & F Salland B.V., beschermingsbewindvoerder;
- [naam 3], persoonlijk begeleidster Meesterwerk.




1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.






2Het verzoek


2.1.

[verzoekster] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij zij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoekster] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.






3De beoordeling


3.1.
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).



3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoekster] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden, onder controle heeft gekregen. Ook heeft [verzoekster] voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen.


3.3.

[verzoekster] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling in het verzoekschrift te bepalen op 24 juni 2025, het moment waarop het minnelijk traject is gestart.



3.4.
Op 20 december 2024 heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2024:1913) prejudiciële vragen beantwoord over het bepalen van een eerder aanvangsmoment van het Wsnp-traject. De Hoge Raad heeft onder andere bepaald dat een aflossing aan één of enkele schuldeisers uit hoofde van een ten laste van een schuldenaar gelegd beslag ook als eerste aflossing kan worden aangemerkt. Bij de beoordeling van een eerder aanvangsmoment is echter ook van belang of de wijze waarop de schuldenaar zich tijdens het minnelijke voortraject heeft ingespannen ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers, een eerder aanvangsmoment rechtvaardigt. Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Tijdens het minnelijk voortraject geldt onder meer de verplichting dat een schuldenaar geen nieuwe schulden mag maken.



3.5
Uit het verzoekschrift blijkt dat in de drie jaar voorafgaand aan het indienen ervan een aantal schulden niet te goeder trouw is ontstaan. Zo is [verzoekster] op 12 februari 2025 veroordeeld wegens rijden zonder rijbewijs op 27 april 2024. De rechtbank is van oordeel dat het laten ontstaan van nieuwe schulden die niet te goeder trouw zijn en waarvoor een beroep op de hardheidsclausule noodzakelijk is, een omstandigheid is die maakt dat het bepalen van een eerdere ingangsdatum niet gerechtvaardigd is. De rechtbank wijst het verzoek om een eerdere ingangsdatum af.






4De beslissing


De rechtbank:



4.1.

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster], geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1];




4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf maandag 9 februari 2026;


4.3.
wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af;



4.4.
benoemt tot rechter-commissaris mr. S.J.S. Groeneveld;



4.5.
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];



4.6.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoekster] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;



4.7.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;



4.8.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.



Gewezen te Zwolle door mr. D. van den Berg, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.






Hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er en degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.