Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:1495

2026-03-18 Civiel recht 12075736 \ CV EXPL 26-310
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-03-18
Publicatiedatum
2026-03-19
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12075736 \ CV EXPL 26-310
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vordering ontruiming en betalen gebruiksvergoeding. Vorderingen worden toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.954 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Zwolle



Zaaknummer: 12075736 \ CV EXPL 26-310




Vonnis in kort geding van 18 maart 2026




in de zaak van



de besloten vennootschap [eiser] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,



tegen





[gedaagde] ,
wonende in [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.





1Waar deze zaak over gaat



[gedaagde] woont vanaf 1 februari 2025 in een woning die eigendom is van [eiser]. Volgens [eiser] woont [gedaagde] onrechtmatig in deze woning. [eiser] vordert daarom ontruiming en een gebruiksvergoeding vanaf 1 februari 2025 tot aan de datum van ontruiming. [gedaagde] verschijnt niet in de procedure, zodat de kantonrechter verstek verleend. De kantonrechter wijst de vorderingen gedeeltelijk toe.





2De procedure


2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, uitgebracht op 3 februari 2026,- de mondelinge behandeling van 4 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij [gedaagde] niet is verschenen,- het tegen [gedaagde] verleende verstek.






3De beoordeling


3.1.

[eiser] vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] om de woning aan de [adres] binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen, de ontruiming zo nodig te doen bewerkstelligen door een deurwaarder met behulp van de sterke arm van politie en justitie, betaling van een gebruiksvergoeding van € 1.012,25 per maand vanaf 1 februari 2025 tot aan ontruiming, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de vervaldatum van elke maand, en veroordeling in de proceskosten te vermeerderen met wettelijke rente.




[eiser] heeft een spoedeisend belang





3.2.
De vorderingen in kort geding kunnen alleen worden toegewezen als [eiser] een spoedeisend belang heeft. Het spoedeisend belang volgt naar het oordeel van de kantonrechter uit de aard van de ontruimingsvordering en de vordering tot betaling van de gebruiksvergoeding.



Beoordeling na verstek





3.3.
De bij dagvaarding voorgeschreven termijn en andere formaliteiten zijn in acht genomen.



3.4.
Vanwege het tegen [gedaagde] verleende verstek zullen de vorderingen worden toegewezen, tenzij de vorderingen de kantonrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De vorderingen komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, met uitzondering van het hierna bepaalde.



3.5.
De kantonrechter acht een ontruimingstermijn van veertien dagen na betekening van dit vonnis redelijk, omdat deze termijn [gedaagde] voldoende in staat stelt andere woonruimte te vinden. Een termijn van drie dagen is naar het oordeel van de kantonrechter hiervoor te kort.



3.6.
De gevorderde machtiging om de ontruiming te bewerkstelligen door een deurwaarder met behulp van de sterke arm zal worden afgewezen, omdat deze bevoegdheid reeds voortvloeit uit de artikelen 556 lid 1 jo. artikel 557 jo. artikel 444 Rv.



3.7.

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


127,08







- griffierecht


€


1.504,00







- salaris gemachtigde


€


577,00







- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


2.352,08











3.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.





4De beslissing


De kantonrechter



4.1.
veroordeelt [gedaagde] om de woning gelegen aan de [adres] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis volledig te ontruimen en ontruimd te houden met afgifte van alle bij de woning behorende sleutels aan [eiser],



4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.012,25 per maand, te rekenen vanaf 1 februari 2025 tot aan de datum waarop [gedaagde] de woning volledig heeft ontruimd en aan [eiser] heeft opgeleverd, waaronder begrepen de reeds vervallen termijnen als de termijnen die na datum van dit vonnis verschuldigd worden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de toegewezen maandelijkse bedragen vanaf de vervaldata van iedere maand tot de dag van volledige betaling,



4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.352,08, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



4.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026. (hg)