Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2025:955

2025-02-18 Civiel recht 11498571 \ CV EXPL 25-206
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2025-02-18
Publicatiedatum
2025-02-19
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11498571 \ CV EXPL 25-206
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt de gedaagde om de woning te ontruimen en te verlaten en om bedragen aan de eiser te betalen. Eiser vorderde om gedaagde te veroordelen de woning te ontruimen en te verlaten en om de huurachterstand te betalen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.039 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede


Zaaknummer : 11498571 \ CV EXPL 25-206




Vonnis in kort geding van 18 februari 2025




in de zaak van





[eiser]
,wonende te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. J.F. Vanhommerig,
advocaat te Enschede,



tegen





[gedaagde]
,wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen noch vertegenwoordigd.






1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:


1.1.
de namens [eiser] betekende dagvaarding van 3 februari 2025, waarbij [eiser] een vordering heeft ingesteld tot het treffen van een voorlopige voorziening en [gedaagde] heeft opgeroepen ter zitting in kort geding te verschijnen.



1.2.

De vordering is behandeld ter zitting van dinsdag 11 februari 2025.

[eiser] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. Vanhommerig.
Tegen de niet verschenen [gedaagde] is verstek verleend.




1.3.

[eiser] heeft zijn standpunt laten toelichten door zijn gemachtigde, die daarbij gebruik heeft gemaakt van pleitaantekeningen.



1.4.
Ten slotte is vonnis bepaald.








2De feiten

2.1.

[eiser] verhuurt aan [gedaagde] de woning, staande en gelegen te [plaats] aan de [adres], doch feitelijk c.q. plaatselijk bekend als [adres], laatstelijk tegen een huurprijs van € 724,73 per maand.



2.2.

[gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan van € 10.740,65, berekend tot en met de maand december 2024.






3Het geschil - de beoordeling

3.1.
Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen.



3.2.

[eiser] vordert - samengevat - dat [gedaagde] wordt veroordeeld de door hem gehuurde woning te ontruimen en te verlaten. [eiser] vordert voorts dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand van € 10.740,65, te vermeerderen met een bedrag van € 1.470,43 aan tot 15 januari 2025 verschenen wettelijke rente en een bedrag van € 879,97 aan buitengerechtelijke kosten.



3.3.
De vordering komt de kantonrechter voldoende spoedeisend voor en niet onrechtmatig of ongegrond en zal daarom worden toegewezen. Gelet op de hoogte van de huurachterstand is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst van partijen zal worden ontbonden en [gedaagde] zal worden veroordeeld tot ontruiming van de woning, onder gelijktijdige veroordeling tot betaling van de huurachterstand, vermeerderd met de hierover verschuldigde wettelijke rente. De termijn waarbinnen de woning door [gedaagde] zal moeten zijn ontruimd zal de kantonrechter vaststellen op 14 dagen na betekening van dit vonnis. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten van € 879,97 is in overeenstemming met de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en worden geacht redelijk te zijn.



3.4.
De kantonrechter acht geen grond aanwezig om ook de mede gevorderde machtiging aan [eiser] om de ontruiming zo nodig zelf, door het ministerie van een deurwaarder met behulp van Justitie en Politie uit te doen voeren, toe te wijzen, nu deze niet op de wet berust. Artikel 556 lid 1 Rv schrijft voor dat een gedwongen ontruiming geschiedt door een deurwaarder. De deurwaarder zelf heeft geen rechterlijke machtiging nodig om de hulp van de sterke arm in te roepen.



3.5.


[gedaagde] zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de (na)kosten van deze procedure worden veroordeeld, tot op heden aan de zijde van [eiser] vastgesteld op een bedrag van € 1.824,14, als volgt gespecificeerd:dagvaardingskosten € 146,14;
griffierecht € 732,00;
salaris gemachtigde € 812,00 (2 punten x € 406,00);
nakosten € 134,00;
totaal € 1.824,14‬.








4De beslissing in kort geding
De kantonrechter:


4.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de woning met aanhorigheden, staande en gelegen te [plaats] aan de [adres], doch feitelijk c.q. plaatselijk bekend als [adres] te Enschede, met al de zijnen en het zijne te ontruimen en te verlaten en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking aan [eiser] te stellen;



4.2.
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 13.091,05, vermeerderd met de wettelijke rente over € 10.740,65 vanaf 15 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening;



4.3.
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 724,73, voor iedere maand, te rekenen vanaf 1 januari 2025, zolang [gedaagde] in gebreke blijft met ontruiming van het gehuurde, een gedeelte van een maand te rekenen voor een hele.



4.4.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 1.824,14‬;



4.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.



4.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.




Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, op 18 februari 2025.