Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2025:7774
2025-12-02
Civiel recht
11975812 BM VERZ 25-2775
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Ontslag bewindvoerder op eigen verzoek vanwege overname cliëntenportefeuille door medewerker. De kantonrechter kent geen beloning toe voor het opmaken van de eindrekening en -verantwoording. Afspraak over vergoeding van 30% voor de aanvangswerkzaamheden.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHSHE:2022:577 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24-02-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (9.454 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer : 11975812 BM VERZ 25-2775
dossiernummer : BM 22672datum : 2 december 2025
beschikking op een verzoek tot ontslag van de bewindvoerder en benoeming van een opvolgend bewindvoerder
op verzoek van:
[verzoeker] h.o.d.n. [verzoeker] t.h.o.d.n. [bedrijf]
Kvkno. [nummer 1],
[postcode],
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats], Turkije op [geboortedatum] 1962,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: betrokkene.
De procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het voornemen tot het ontslagverzoek van verzoeker en benoeming van een opvolgend bewindvoerder, ontvangen op 22 juli 2025;
de e-mail van verzoeker van 25 september 2025;
de e-mail van de voorgestelde opvolgend bewindvoerder van 25 september 2025;
het verzoek tot ontslag (met bijlagen), ontvangen op 21 oktober 2025;
de bereidverklaring van de voorgestelde opvolgend bewindvoerder;
de akkoordverklaring van betrokkene.
De zaak is ter zitting behandeld op 18 september 2025. Daarbij waren verzoeker, [verzoeker], en de voorgestelde opvolgend bewindvoerder, [bewindvoerder], aanwezig. Op 28 en 30 oktober 2025 heeft de kantonrechter verzoeker telefonisch gehoord over de kosten die gepaard gaan met de wijziging van bewindvoerder.
De beoordeling
1. Bij beschikking is het vermogen van betrokkene onder bewind gesteld tot en met 23 januari 2028. De grondslag van het bewind is verkwisting of het hebben van problematische schulden. Het bewind is ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van het Burgerlijk Wetboek.
2. Verzoeker vraagt om zijn ontslag als bewindvoerder en benoeming van [bewindvoerder] h.o.d.n. [bedrijf], Kvkno. [nummer 2], [postcode], tot opvolgend bewindvoerder.
Het verzoek ziet op een overname van de gehele cliëntenportefeuille van verzoeker door [bewindvoerder]. [bewindvoerder] is de dochter van verzoeker. Zij is sinds 1 september 2020 door het Landelijk Kwaliteitsbureau (hierna te noemen: het LKB) toegelaten als assistent-beschermingsbewindvoerder en is sindsdien werkzaam voor verzoeker. Zij is een eigen onderneming gestart en is sinds 23 oktober 2024 door het LKB toegelaten als professioneel beschermingsbewindvoerder en mentor. De kantonrechter zal verzoeker het verzochte ontslag verlenen en de voorgestelde opvolgend bewindvoerder benoemen, omdat daartegen geen bezwaar is gebleken. [verzoeker] zal vervolgens als medewerker bij de onderneming van zijn dochter in dienst treden.
Beloning voor de aanvangswerkzaamheden
3. [bewindvoerder] heeft in haar e-mailbericht van 25 september 2025 aan het bewindsbureau een voorstel gedaan om 30% van de vastgestelde vergoeding voor aanvangswerkzaamheden in rekening te brengen, onder de voorwaarde dat zij geen nieuwe (aanvullende) plannen van aanpak en samenvattingen hoeft te maken. Zij stelt dat er dan sprake is van tijdswinst, ook omdat zij geen nieuwe budgetplannen hoeft te maken. Wel stelt zij dat betrokken partijen moeten worden aangeschreven, bijzondere bijstand moet worden aangevraagd en eventuele bijkomende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. De kantonrechter gaat akkoord met dit voorstel en stelt de kosten voor de aanvangswerkzaamheden vast op 30% van het vastgestelde tarief zoals is opgenomen in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna te noemen de Regeling).
Beloning voor het opmaken van de eindrekening en -verantwoording
4. Naast de jaarbeloning kan de kantonrechter op grond van de Regeling een separate beloning toekennen voor het opmaken van een eindrekening en -verantwoording. In de Regeling is benadrukt dat dit niet ziet op de jaarlijkse rekening en verantwoording. Omdat het in onderhavige zaak gaat om een overname van het dossier en verzoeker aanspraak wil maken op deze beloning, is aan verzoeker gevraagd nader toe te lichten welke werkzaamheden hij dient te verrichten in het kader van het opstellen van de eindrekening en -verantwoording.
Daarover heeft verzoeker in zijn e-mailbericht van 25 september 2025 het volgende opgemerkt:
[…]. M.b.t. de overdracht en de op te stellen eindrekeningen en verantwoordingen lijkt het mij redelijk om daarvoor het volledige tarief te rekenen. Zoals ook tijdens de zitting uitgelegd, is t.a.v. deze werkzaamheden geen tijdswinst te behalen. Het gaat hier om het afsluiten van een bepaalde periode (tot 01-01-2026) waarvoor ik verantwoordelijk ben in mijn eigen hoedanigheid en vervolgens zal na de overname de nieuwe periode ingaan (vanaf 01-01-2026), waarvoor t.z.t. weer rekening en verantwoording dient te worden afgelegd door de nieuwe bewindvoerder. Tevens krijg ik te maken met verrekening/aanslag door de Belastingdienst i.v.m. de beëindiging van mijn bedrijf en verplaatsing van de zakelijke auto en een gedeelte van het pand naar privé.
Het is niet aan de kantonrechter om de werkzaamheden voor het opmaken van de eindrekening en -verantwoording in volle omvang te toetsen. Wel moet van enige werkzaamheden blijken die maken dat toekenning van deze beloning is gerechtvaardigd. Het mag daarbij niet gaan om een beloning voor bedrijfsvoeringskosten, zie in dat verband de uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 24 februari 2022 (ECLI:NL:GHSHE:2022:577). De kosten die verzoeker stelt, zoals een verrekening of aanslag door de Belastingdienst in verband met het beëindigen van een onderneming, zijn aan te merken als bedrijfsvoeringskosten en niet als kosten voor verrichte werkzaamheden die ten behoeve van de betrokkene zijn gemaakt. Door verzoeker zijn evenwel geen andere werkzaamheden gesteld in het kader van de overdracht van het dossier, ook niet nadat hij hiertoe in de gelegenheid is gesteld bij brief van 22 oktober 2025 van het bewindsbureau of tijdens de telefoongesprekken met de kantonrechter op 28 en 30 oktober 2025.
Van belang is dat de eindrekening en -verantwoording die verzoeker nu moet afleggen in het geheel niet afwijkt van de regulier jaarlijks af te leggen rekening en verantwoording. Ook deze moet worden afgelegd aan betrokkene en beslaat een boekjaar, namelijk tot 1 januari 2026. In de onderhavige zaak vallen de te verrichten werkzaamheden in verband met de overdracht van het dossier volledig samen met de regulier te verrichten werkzaamheden. Er is dus geen sprake van extra werkzaamheden voor verzoeker. Voor deze werkzaamheden is verzoeker middels de reguliere beloning, waarin de kosten voor het opmaken van de jaarlijkse rekening en verantwoording zijn verdisconteerd, al beloond. Ook zonder bedrijfsbeëindiging had verzoeker dezelfde werkzaamheden moeten verrichten, zonder dat daar een extra beloning tegenover staat.
De kantonrechter overweegt dat, nu in het geheel geen werkzaamheden zijn gesteld of gebleken die een beloning voor het opmaken van de eindrekening en -verantwoording rechtvaardigen, er geen beloning voor het opmaken van een
eindrekening en -verantwoording zal worden toegekend.
De beslissing
De kantonrechter:
- ontslaat met ingang van 1 januari 2026 als bewindvoerder [verzoeker] h.o.d.n. [verzoeker] t.h.o.d.n. [bedrijf], Kvkno. [nummer 1], [postcode];
- benoemt met ingang van 1 januari 2026 tot bewindvoerder [bewindvoerder] h.o.d.n. [bedrijf], Kvkno. [nummer 2], [postcode];
- stelt vast dat de opvolgend bewindvoerder maximaal 30% van het vastgestelde tarief zoals is opgenomen in de Regeling voor de aanvangswerkzaamheden in rekening mag brengen ten laste van het vermogen van betrokkene;
- bepaalt dat de opvolgend bewindvoerder voor haar overige werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen;
- kent geen beloning toe voor het opmaken van een eindrekening en -verantwoording.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P. van Eerde, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer : 11975812 BM VERZ 25-2775
dossiernummer : BM 22672datum : 2 december 2025
beschikking op een verzoek tot ontslag van de bewindvoerder en benoeming van een opvolgend bewindvoerder
op verzoek van:
[verzoeker] h.o.d.n. [verzoeker] t.h.o.d.n. [bedrijf]
Kvkno. [nummer 1],
[postcode],
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats], Turkije op [geboortedatum] 1962,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: betrokkene.
De procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het voornemen tot het ontslagverzoek van verzoeker en benoeming van een opvolgend bewindvoerder, ontvangen op 22 juli 2025;
de e-mail van verzoeker van 25 september 2025;
de e-mail van de voorgestelde opvolgend bewindvoerder van 25 september 2025;
het verzoek tot ontslag (met bijlagen), ontvangen op 21 oktober 2025;
de bereidverklaring van de voorgestelde opvolgend bewindvoerder;
de akkoordverklaring van betrokkene.
De zaak is ter zitting behandeld op 18 september 2025. Daarbij waren verzoeker, [verzoeker], en de voorgestelde opvolgend bewindvoerder, [bewindvoerder], aanwezig. Op 28 en 30 oktober 2025 heeft de kantonrechter verzoeker telefonisch gehoord over de kosten die gepaard gaan met de wijziging van bewindvoerder.
De beoordeling
1. Bij beschikking is het vermogen van betrokkene onder bewind gesteld tot en met 23 januari 2028. De grondslag van het bewind is verkwisting of het hebben van problematische schulden. Het bewind is ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van het Burgerlijk Wetboek.
2. Verzoeker vraagt om zijn ontslag als bewindvoerder en benoeming van [bewindvoerder] h.o.d.n. [bedrijf], Kvkno. [nummer 2], [postcode], tot opvolgend bewindvoerder.
Het verzoek ziet op een overname van de gehele cliëntenportefeuille van verzoeker door [bewindvoerder]. [bewindvoerder] is de dochter van verzoeker. Zij is sinds 1 september 2020 door het Landelijk Kwaliteitsbureau (hierna te noemen: het LKB) toegelaten als assistent-beschermingsbewindvoerder en is sindsdien werkzaam voor verzoeker. Zij is een eigen onderneming gestart en is sinds 23 oktober 2024 door het LKB toegelaten als professioneel beschermingsbewindvoerder en mentor. De kantonrechter zal verzoeker het verzochte ontslag verlenen en de voorgestelde opvolgend bewindvoerder benoemen, omdat daartegen geen bezwaar is gebleken. [verzoeker] zal vervolgens als medewerker bij de onderneming van zijn dochter in dienst treden.
Beloning voor de aanvangswerkzaamheden
3. [bewindvoerder] heeft in haar e-mailbericht van 25 september 2025 aan het bewindsbureau een voorstel gedaan om 30% van de vastgestelde vergoeding voor aanvangswerkzaamheden in rekening te brengen, onder de voorwaarde dat zij geen nieuwe (aanvullende) plannen van aanpak en samenvattingen hoeft te maken. Zij stelt dat er dan sprake is van tijdswinst, ook omdat zij geen nieuwe budgetplannen hoeft te maken. Wel stelt zij dat betrokken partijen moeten worden aangeschreven, bijzondere bijstand moet worden aangevraagd en eventuele bijkomende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. De kantonrechter gaat akkoord met dit voorstel en stelt de kosten voor de aanvangswerkzaamheden vast op 30% van het vastgestelde tarief zoals is opgenomen in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna te noemen de Regeling).
Beloning voor het opmaken van de eindrekening en -verantwoording
4. Naast de jaarbeloning kan de kantonrechter op grond van de Regeling een separate beloning toekennen voor het opmaken van een eindrekening en -verantwoording. In de Regeling is benadrukt dat dit niet ziet op de jaarlijkse rekening en verantwoording. Omdat het in onderhavige zaak gaat om een overname van het dossier en verzoeker aanspraak wil maken op deze beloning, is aan verzoeker gevraagd nader toe te lichten welke werkzaamheden hij dient te verrichten in het kader van het opstellen van de eindrekening en -verantwoording.
Daarover heeft verzoeker in zijn e-mailbericht van 25 september 2025 het volgende opgemerkt:
[…]. M.b.t. de overdracht en de op te stellen eindrekeningen en verantwoordingen lijkt het mij redelijk om daarvoor het volledige tarief te rekenen. Zoals ook tijdens de zitting uitgelegd, is t.a.v. deze werkzaamheden geen tijdswinst te behalen. Het gaat hier om het afsluiten van een bepaalde periode (tot 01-01-2026) waarvoor ik verantwoordelijk ben in mijn eigen hoedanigheid en vervolgens zal na de overname de nieuwe periode ingaan (vanaf 01-01-2026), waarvoor t.z.t. weer rekening en verantwoording dient te worden afgelegd door de nieuwe bewindvoerder. Tevens krijg ik te maken met verrekening/aanslag door de Belastingdienst i.v.m. de beëindiging van mijn bedrijf en verplaatsing van de zakelijke auto en een gedeelte van het pand naar privé.
Het is niet aan de kantonrechter om de werkzaamheden voor het opmaken van de eindrekening en -verantwoording in volle omvang te toetsen. Wel moet van enige werkzaamheden blijken die maken dat toekenning van deze beloning is gerechtvaardigd. Het mag daarbij niet gaan om een beloning voor bedrijfsvoeringskosten, zie in dat verband de uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 24 februari 2022 (ECLI:NL:GHSHE:2022:577). De kosten die verzoeker stelt, zoals een verrekening of aanslag door de Belastingdienst in verband met het beëindigen van een onderneming, zijn aan te merken als bedrijfsvoeringskosten en niet als kosten voor verrichte werkzaamheden die ten behoeve van de betrokkene zijn gemaakt. Door verzoeker zijn evenwel geen andere werkzaamheden gesteld in het kader van de overdracht van het dossier, ook niet nadat hij hiertoe in de gelegenheid is gesteld bij brief van 22 oktober 2025 van het bewindsbureau of tijdens de telefoongesprekken met de kantonrechter op 28 en 30 oktober 2025.
Van belang is dat de eindrekening en -verantwoording die verzoeker nu moet afleggen in het geheel niet afwijkt van de regulier jaarlijks af te leggen rekening en verantwoording. Ook deze moet worden afgelegd aan betrokkene en beslaat een boekjaar, namelijk tot 1 januari 2026. In de onderhavige zaak vallen de te verrichten werkzaamheden in verband met de overdracht van het dossier volledig samen met de regulier te verrichten werkzaamheden. Er is dus geen sprake van extra werkzaamheden voor verzoeker. Voor deze werkzaamheden is verzoeker middels de reguliere beloning, waarin de kosten voor het opmaken van de jaarlijkse rekening en verantwoording zijn verdisconteerd, al beloond. Ook zonder bedrijfsbeëindiging had verzoeker dezelfde werkzaamheden moeten verrichten, zonder dat daar een extra beloning tegenover staat.
De kantonrechter overweegt dat, nu in het geheel geen werkzaamheden zijn gesteld of gebleken die een beloning voor het opmaken van de eindrekening en -verantwoording rechtvaardigen, er geen beloning voor het opmaken van een
eindrekening en -verantwoording zal worden toegekend.
De beslissing
De kantonrechter:
- ontslaat met ingang van 1 januari 2026 als bewindvoerder [verzoeker] h.o.d.n. [verzoeker] t.h.o.d.n. [bedrijf], Kvkno. [nummer 1], [postcode];
- benoemt met ingang van 1 januari 2026 tot bewindvoerder [bewindvoerder] h.o.d.n. [bedrijf], Kvkno. [nummer 2], [postcode];
- stelt vast dat de opvolgend bewindvoerder maximaal 30% van het vastgestelde tarief zoals is opgenomen in de Regeling voor de aanvangswerkzaamheden in rekening mag brengen ten laste van het vermogen van betrokkene;
- bepaalt dat de opvolgend bewindvoerder voor haar overige werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen;
- kent geen beloning toe voor het opmaken van een eindrekening en -verantwoording.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P. van Eerde, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.