Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2025:1054

2025-02-24 Strafrecht 84.223684.21
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2025-02-24
Publicatiedatum
2025-02-24
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
84.223684.21
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JM 2025/77 met annotatie van S. Pieters

Inhoudsindicatie

De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 76.736,-- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De veroordeelde heeft wederrechtelijk verkregen voordeel genoten in de handel in beschermde vogelsoorten.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.995 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle



Parketnummer: 84.223684.21
Datum vonnis: 24 februari 2025




Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige economische kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:






[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .






1De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 76.763,--.





2De procedure


De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 13 januari 2025. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. A. Kilinç, advocaat in Amsterdam, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord.
Op de terechtzitting heeft de officier van justitie de vordering gehandhaafd.



De raadsman heeft zakelijk weergegeven het volgende aangevoerd. Het aantal vogels dat de veroordeelde zou hebben verkocht is te hoog ingeschat. De kosten van het voer zijn te laag ingeschat. De kosten voor het abonnement bij [bedrijf 1] en de pootringen zijn ten onrechte niet in mindering gebracht op de vordering. De totale kosten overstegen de opbrengsten. De raadsman heeft verzocht het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil te schatten.





3De beoordeling van de vordering


3.1

Veroordeling



De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 27 januari 2025 veroordeeld, voor zover van belang, voor de strafbare feiten:




feit 1

het misdrijf: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 3.37, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, opzettelijk en meermalen begaan;
en
het misdrijf: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 3.37, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, opzettelijk en meermalen begaan;
en
het misdrijf: het medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 3.38, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, opzettelijk en meermalen begaan;




feit 3

het misdrijf: overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 3.2, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, opzettelijk en meermalen begaan;
en
het misdrijf: overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 3.2, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, opzettelijk en meermalen begaan.




3.2

De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel



De rechtbank heeft kennisgenomen van het met deze vordering samenhangende strafdossier en het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel.



De veroordeelde is onder meer veroordeeld voor het, in strijd met de CITES-basisverordening en de Vogelrichtlijn, verkopen van vogels. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft een berekening gemaakt van het voordeel dat de veroordeelde daarvan heeft genoten in de periode van 1 januari 2018 tot en met 25 oktober 2021.




Aantal vogels




Op basis van het onderzoek wordt het aantal door de veroordeelde in de onderzoeksperiode verkochte vogels geschat op 1.368:
CITES-vogels: 145
Vogelrichtlijn-vogels: 122
Overige vogels: 1.101



De verdediging heeft aangevoerd dat bij de berekening van het aantal verkochte vogels is uitgegaan van een te hoge omloopsnelheid. Uit de tapgesprekken, observaties en WhatsApp-berichten blijkt niet dat de veroordeelde in de dagen voor 25 oktober 2021 ruim 450 vogels heeft gekocht of geplaatst.



De rechtbank overweegt daarover als volgt. De veroordeelde heeft in de periode van
5 januari 2020 tot en met 11 oktober 2021 in totaal 157 advertenties op Marktplaats geplaatst waarin (vaak meerdere) vogels te koop werden aangeboden.
De woning van de veroordeelde is in de periode van 23 augustus 2021 tot en met 20 november 2021 geobserveerd. In die periode zijn 56 klanten langs geweest bij de veroordeelde. Ook is gebleken dat verdachte over een groot aantal vogels beschikte, die in het kader van dit onderzoek in beslag zijn genomen.
Verder heeft de veroordeelde in juli 2020 3.600 pootringen besteld.



Het totale aantal van 1.368 vogels komt neer op de verkoop van ongeveer 30 vogels per maand in de gehele onderzoeksperiode. Gelet op het aantal door verdachte geplaatste advertenties, afspraken met klanten en het aantal bestelde pootringen, acht de rechtbank aannemelijk dat de veroordeelde gemiddeld 30 vogels per maand verkocht, en dat hij in de gehele onderzoeksperiode 1.368 vogels heeft verkocht.




Brutowinst




In aangetroffen agenda’s, tap- en WhatsAppgesprekken is melding gemaakt van inkoop- en verkoopprijzen van diverse vogels. Op basis daarvan is berekend dat de veroordeelde gemiddeld per vogel een brutowinst maakte van:
CITES-vogels € 108,48
Vogelrichtlijn-vogels € 86,85
Overige vogels € 112,99



De totale brutowinst wordt daarmee geschat op € 78.651,--.




Kosten




De rechtbank acht aannemelijk dat de veroordeelde kosten heeft gemaakt voor de dagelijkse verzorging van de vogels. De veroordeelde heeft geen inzicht gegeven in de hoogte van de voerkosten of de duur van het verblijf van de vogels bij de veroordeelde. De rechtbank sluit daarom aan bij de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 13 november 2018 waarin de kosten van het voer voor grote vogels worden geschat op € 0,20 per vogel per dag, de kosten van het voer voor kleine vogels op € 0,10 per vogel per dag, en een gemiddeld verblijf van twee weken per vogel.
Omdat de veroordeelde voornamelijk kleine vogels hield, rekent de rechtbank met de prijs voor kleine vogels.



CITES-vogels 145 * € 0,10 * 14 dagen = € 203,--
Vogelrichtlijn-vogels 122 * € 0,10 * 14 dagen = € 171,--
Overige vogels 1.101 * € 0,10 * 14 dagen = € 1.541,--



Totale voerkosten € 1.915,--.



De verdediging heeft betoogd dat de kosten van € 1.491,76 voor de pootringen in mindering moeten worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank is van oordeel dat kosten slechts voor aftrek in aanmerking komen, voor zover die door de veroordeelde zijn voldaan. De veroordeelde heeft verklaard dat hij de rekening van de pootringen nog niet heeft betaald. Deze rekening komt naar het oordeel van de rechtbank daarom niet voor aftrek in aanmerking.




Conclusie




Bovenstaande levert de volgende berekening op:



Brutowinst € 78.651,--
Kosten € 1.915,--

Wederrechtelijk verkregen voordeel € 76.736,--




De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 76.736,--.




3.3

De vaststelling van de betalingsverplichting



De rechtbank is van oordeel dat aan de veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 76.736,--.






4De wettelijke voorschriften


De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.





5De beslissing


De rechtbank:


- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 76.736,--;


legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 76.736,-- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;


bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.




Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. van Campen, voorzitter, mr. H. Stam en mr. D. ten Boer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2025.






Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (FA/307, 2020-163221), p. 18 (tabel) en
p. 20, eerste alinea.


Het relaasproces-verbaal zaak 9 (AMB-00042), p. 183.


Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (FA/307, 2020-163221) pag. 7; FA/307-008 Camera Analyse woning [veroordeelde] en [medeveroordeelde] ; FA/307-009 Camera Analyse [plaats] ([bedrijf 2])


Een geschrift, te weten een e-mail van [naam] aan verdachte van 16 juli 2020 (DOC-00168),
p. 1503.


Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (FA/307, 2020-163221), p. 15, tabel.


Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (FA/307, 2020-163221), p. 18, tabel.


ECLI:NL:RBMNE:2018:5538.