Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2023:4833

2023-11-28 Civiel recht 10660753 \ CV EXPL 23-1827
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2023-11-28
Publicatiedatum
2023-11-29
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
10660753 \ CV EXPL 23-1827
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt de gedaagde om het bedrag aan de eiser te betalen. Eiser vorderde betaling van onbetaalde zorgkosten.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.429 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo


Zaaknummer : 10660753 \ CV EXPL 23-1827




Vonnis van 28 november 2023




in de zaak van



de naamloze vennootschap ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,rechtsopvolgster van Agis Zorgverzekeringen N.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,
eisende partij, hierna te noemen Zilveren Kruis,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,



tegen





[gedaagde]
,wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
gemachtigde: de heer E. Kroesen, partner.





1De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 4 augustus 2023,
- de conclusie van antwoord van 5 september 2023,
- de conclusie van repliek van 3 oktober 2023.



1.2.

[gedaagde] heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.



1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2Het geschil
Waar gaat de zaak over?


2.1.

Zilveren Kruis is met [gedaagde] een zorgverzekeringsovereenkomst aangegaan. Op grond van deze overeenkomst is [gedaagde] eigen risico verschuldigd. [gedaagde] laat volgens Zilveren Kruis een bedrag van € 1.938,53 aan zorgkostennota’s (eigen risico 2019 tot en met 2023) onbetaald. Zilveren Kruis vordert bij dagvaarding [gedaagde] te veroordelen tot betaling van dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast vraagt Zilveren Kruis veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. [gedaagde] heeft al vanaf de ingangsdatum van de verzekering op
11 oktober 2006 op eigen verzoek een vrijwillig eigen risico van € 100,00, naast het wettelijk eigen risico. Zilveren Kruis verwijst naar de door haar overgelegde polisbladen. Als gevolg van het vrijwillig eigen risico heeft [gedaagde] ook een korting ontvangen op haar premie.
Op 13 april 2022 hebben partijen een betalingsregeling afgesproken, maar dat deze is beëindigd omdat [gedaagde] die niet is nagekomen.




2.2.

[gedaagde] is het niet eens met de hoogte van de vordering. Volgens [gedaagde] klopt de hoogte van het eigen risico van € 485,00 niet. Zij wilde dat wijzigen maar dat is door toedoen van de organisatie die (destijds) de betalingen inde niet gelukt. Ten slotte heeft [gedaagde] nog gesteld dat zij een betalingsregeling wil treffen, maar dat Zilveren Kruis hiermee niet akkoord gaat. [gedaagde] is niet in staat om de vordering in één keer te betalen.





3De beoordeling
Hoofdsom


3.1.

De kantonrechter oordeelt als volgt. [gedaagde] heeft niet meer gereageerd op de reactie van Zilveren Kruis. Als onweersproken kan worden vastgesteld dat partijen in 2006 zijn overeengekomen dat [gedaagde] naast het wettelijk eigen risico van € 385,00, een vrijwillig eigen risico van € 100,00 heeft afgesproken en dat het eigen risico van in totaal
€ 485,00 nadien ook niet is gewijzigd. [gedaagde] heeft gesteld dat het niet is gelukt om het vrijwillige eigen risico te verlagen. Dat [gedaagde] heeft geprobeerd om het eigen risico te verlagen heeft [gedaagde] echter niet met stukken onderbouwd zodat het niet kan worden vastgesteld. Nu vaststaat dat het eigen risico een bedrag van € 485,00 is en [gedaagde] geen nader verweer heeft gevoerd tegen de hoogte van de vordering, zal de kantonrechter de hoofdsom van € 1.938,53 toewijzen.




Bijkomende kosten





3.2.
Vaststaat dat [gedaagde] het eigen risico niet op tijd heeft betaald en hierdoor in verzuim is geraakt. De daarna in rekening gebrachte wettelijke rente moet [gedaagde] daarom ook betalen.



3.3.

Verder vordert Zilveren Kruis een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten. Zilveren Kruis heeft [gedaagde] bij brief van 4 juli 2023 een termijn van 15 dagen gegeven om zonder bijkomende kosten de openstaande premie te voldoen. Vast staat dat [gedaagde] het bedrag niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan. Bovendien voldoet de aanmaning aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. [gedaagde] heeft de ontvangst van deze brief van Zilveren Kruis ook niet betwist. Zilveren Kruis heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en daarom moeten Brouwer ook deze kosten betalen.

Wat betekent dit voor [gedaagde]?





3.4.

[gedaagde] moet aan Zilveren Kruis betalen het bedrag van in totaal € 2.400,36 (aan hoofdsom € 1.938,53 + aan wettelijke rente € 109,99 + aan buitengerechtelijke incassokosten € 351,84 (incl. BTW)) te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.938,53 vanaf 29 juli 2023 tot dag waarop alles is betaald.



Proceskosten





3.5.

[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom ook in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Zilveren Kruis worden begroot op:
- dagvaarding € 130,49
- griffierecht € 365,00
- salaris gemachtigde € 398,00 (2 punt x tarief € 199,00)
- nakosten € 99,50
Totaal € 992,99.



Ten overvloede





3.6.
Ten slotte merkt de kantonrechter nog het volgende op. [gedaagde] vraagt om een betalingsregeling. De kantonrechter komt niet de bevoegdheid toe een regeling op te leggen. Voor het treffen van een betalingsregeling moet [gedaagde] zich wenden tot (de gemachtigde van) Zilveren Kruis. Opgemerkt wordt dat (de gemachtigde van) Zilveren Kruis niet verplicht kan worden met [gedaagde] een betalingsregeling te treffen, maar Zilveren Kruis heeft in haar conclusie van repliek al naar voren gebracht dat [gedaagde] contact kan op nemen om alsnog over het treffen van een betalingsregeling te spreken.





4De beslissing
De kantonrechter


4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis tegen bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.400,36, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 1.938,53 vanaf 29 juli 2023 tot en met de dag van volledige betaling;



4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van Zilveren Kruis begroot op € 992,99, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;



4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2023.