Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2023:4772

2023-11-21 Civiel recht 10468069 \ CV EXPL 23-1591
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2023-11-21
Publicatiedatum
2023-11-24
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
10468069 \ CV EXPL 23-1591
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt de gedaagde om het bedrag aan eiser te betalen. Eiser was slachtoffer van WhatsApp fraude en had onverschuldigd geld overgemaakt naar de rekening van gedaagde, en vordert nu terugbetaling van dat bedrag.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.665 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Zwolle



Zaaknummer: 10468069 \ CV EXPL 23-1591




Vonnis van 21 november 2023




in de zaak van





[eiser]
,
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. J. van Andel,



tegen





[gedaagde]
,
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. H. Hulshof.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 1 augustus 2023,
- de akte van [eiser] met producties,
- de mondelinge behandeling van 19 oktober 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
Op 2 oktober 2019 ontvangt [eiser] WhatsAppberichten van iemand die zich voordoet als zijn zus [naam]. In het gesprek geeft “[naam]” aan dat haar andere toestel per ongeluk in de wasmachine is beland en dat dit haar nieuwe nummer is. “[naam]” appt dat zij betalingen moet verrichten, maar haar bestanden kwijt is en vraagt [eiser] om hulp. [eiser] maakt naar aanleiding daarvan in totaal € 2.989,29 over naar de bankrekening van [gedaagde].



2.2.
Al snel komt aan het licht dat [eiser] slachtoffer is geworden van WhatsAppfraude: het telefoonnummer blijkt niet van de zus van [eiser] te zijn. [eiser] doet op 4 oktober 2019 aangifte van oplichting.


2.3.
Op 15 februari 2021 heeft de meervoudige strafkamer [gedaagde] veroordeeld wegens medeplichtigheid aan witwassen door zijn bankrekening en bankpas (met bijbehorende pincode) ter beschikking te stellen aan een ander.





3Het geschil


3.1.

[eiser] vordert betaling van [gedaagde] van € 2.989,29, vermeerderd met rente en kosten.



3.2.

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat sprake is van een onrechtmatige daad dan wel een onverschuldigde betaling.



3.3.

[gedaagde] betwist de door [eiser] aangevoerde grondslagen.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



Onverschuldigde betaling




4.1.
In artikel 6:203, eerste lid, BW staat dat degene die een ander zonder rechtsgrond een goed heeft gegeven, gerechtigd is dit van de ontvanger als onverschuldigd betaald terug te vorderen. Als de onverschuldigde betaling een geldsom betreft, bepaalt artikel 6:203, tweede lid, BW dat de vordering tot teruggave van een gelijk bedrag strekt.



4.2.
Partijen zijn het erover eens dat [eiser] het bedrag van € 2.989,29 aan [gedaagde] heeft betaald, door dit bedrag over te maken op zijn bankrekening. Tussen [eiser] en [gedaagde] bestaat geen afspraak of andere verbintenis waaruit volgt dat hij dit bedrag moest betalen, zodat de betaling onverschuldigd is gedaan. Omdat het geld is overgemaakt op een rekening die op naam van [gedaagde] staat, had hij de beschikking over het overgemaakte geld en is hij ook degene die het geld moet terugbetalen. Dat hij feitelijk het geld niet in handen heeft gekregen, maakt dat niet anders, omdat dat geen vereiste is voor onverschuldigde betaling in de zin van artikel 6:203, eerste lid, BW. Het betekent hooguit dat hij het geld terug kan (proberen te) halen bij degene die het van de rekening heeft gehaald.



4.3.
De vordering zal dus worden toegewezen. Ook zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen, vanaf 9 september 2022 (de datum waarop [gedaagde] voor het eerst is aangemaand tot terugbetaling). Vanwege deze toewijzende beslissing hoeft de kantonrechter niet meer in te gaan op de onrechtmatige daad die [eiser] alternatief ten grondslag heeft gelegd aan zijn vordering. Daar heeft hij geen belang meer bij.



Buitengerechtelijke incassokosten





4.4.

[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Allereerst moet beoordeeld worden of [eiser] zijn vordering voldoende heeft onderbouwd. Daartoe moet gesteld worden dat (i) er daadwerkelijk buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt en (ii) de kosten waarvan vergoeding wordt gevorderd als buitengerechtelijke kosten beschouwd moeten worden. De gemaakte kosten moeten betrekking hebben op verrichtingen die méér omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning. Dat is hier, zoals [gedaagde] terecht heeft aangekaart, niet het geval. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal daarom worden afgewezen.



Proceskosten





4.5.

[gedaagde] is de partij die grotendeels ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] als volgt vastgesteld:









- kosten van de dagvaarding


€


130,49







- griffierecht


€


244,00







- salaris gemachtigde


€


464,00


(2,00 punten × € 232,00)




Totaal


€


838,49













5De beslissing


De kantonrechter



5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.989,29, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van
9 september 2022, tot de dag van volledige betaling,




5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis vastgesteld op € 838,49,



5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. W.R.H. Lutjes en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2023. (ED)