Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2023:4125
2023-10-17
Civiel recht
10582878 \ CV EXPL 23-2567
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
betalingsachterstand zorgverzekeraar. Gedaagde heeft een zorgverzekering afgesloten bij Univé en een betalingsachterstand laten ontstaan. De kantonrechter veroordeelt gedaagde de betalingsachterstand, de buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten in de na dit vonnis ontstane kosten te betalen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.680 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 10582878 \ CV EXPL 23-2567
Vonnis van 17 oktober 2023
in de zaak van
de naamloze vennootschap
N.V. UNIVÉ ZORG BETREFFENDE ZEKUR ,
te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: Univé,
gemachtigden: M. Schuitema en L. Vrijdag,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 juli 2023
- de mondelinge behandeling van 11 oktober 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[gedaagde] heeft een zorgverzekering afgesloten bij Univé.
2.2.
[gedaagde] heeft vanaf januari 2017 tegenover Univé een betalingsachterstand ter hoogte van € 3.353,97 laten ontstaan. Hij heeft Univé in maart 2023 eenmalig € 602,10 betaald.
3Het geschil
3.1.
Univé vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 3.314,26, vermeerderd met rente en kosten. Dit bedrag bestaat uit € 3.353,97 aan achterstallige premies, € 545,45 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 16,44 aan wettelijke rente tot 25 juni 2023, waarop vervolgens de deelbetaling van € 602,10 in mindering is gebracht.
3.2.
Univé legt aan haar vordering ten grondslag dat partijen een overeenkomst zijn aangegaan en dat [gedaagde] , ook nadat hij bij herhaling tot betaling is gesommeerd, zijn betalingsverplichtingen niet is nagekomen.
3.3.
[gedaagde] erkent dat hij een betalingsachterstand bij Univé heeft, maar is het niet eens met de buitengerechtelijke incassokosten.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
De kantonrechter overweegt het volgende. Univé heeft gesteld dat [gedaagde] een betalingsachterstand heeft van € 2.751,87 (= 3.353,97 - 602,10). Zij heeft dat onderbouwd met een overzicht. [gedaagde] heeft erkend dat hij dat bedrag aan Univé verschuldigd is. Daarmee is vast komen te staan dat de vordering van Univé aan achterstallige premies op [gedaagde] kan worden toegewezen. De kantonrechter zal de gevorderde wettelijke rente over dat bedrag slechts toewijzen vanaf de datum van de dagvaarding, omdat de renteberekening niet is onderbouwd. De gemachtigde van Univé heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de wettelijke rente vermoedelijk vanaf de datum dat het dossier is aangemaakt, te weten 18 april 2023, is berekend. Maar het is de kantonrechter, ook na nadere bestudering van het dossier, niet duidelijk geworden waarom [gedaagde] vanaf die datum wettelijke rente verschuldigd zou zijn.
4.2.
Univé vordert daarnaast vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, inclusief btw. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is van toepassing. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten (artikel 6:96 leden 5 en 6 BW). Univé heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, inclusief btw, is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom zal het gevorderde bedrag van € 545,45 worden toegewezen.
4.3.
[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Univé als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
€
130,48
- griffierecht
€
487,00
- salaris gemachtigde
€
464,00
(twee punten × € 232,00)
Totaal
€
1.081,48
4.4.
Verder worden de nakosten, begroot op € 116,00, toegewezen (dit is een halve punt van het liquidatietarief).
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Univé te betalen een bedrag van € 2.751,87, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van
27 juni 2023, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Univé te betalen € 545,45 aan buitengerechtelijke incassokosten,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Univé tot dit vonnis vastgesteld op € 1.081,48,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 116,00 aan salaris gemachtigde,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2023. (ED)
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 10582878 \ CV EXPL 23-2567
Vonnis van 17 oktober 2023
in de zaak van
de naamloze vennootschap
N.V. UNIVÉ ZORG BETREFFENDE ZEKUR ,
te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: Univé,
gemachtigden: M. Schuitema en L. Vrijdag,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 juli 2023
- de mondelinge behandeling van 11 oktober 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[gedaagde] heeft een zorgverzekering afgesloten bij Univé.
2.2.
[gedaagde] heeft vanaf januari 2017 tegenover Univé een betalingsachterstand ter hoogte van € 3.353,97 laten ontstaan. Hij heeft Univé in maart 2023 eenmalig € 602,10 betaald.
3Het geschil
3.1.
Univé vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 3.314,26, vermeerderd met rente en kosten. Dit bedrag bestaat uit € 3.353,97 aan achterstallige premies, € 545,45 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 16,44 aan wettelijke rente tot 25 juni 2023, waarop vervolgens de deelbetaling van € 602,10 in mindering is gebracht.
3.2.
Univé legt aan haar vordering ten grondslag dat partijen een overeenkomst zijn aangegaan en dat [gedaagde] , ook nadat hij bij herhaling tot betaling is gesommeerd, zijn betalingsverplichtingen niet is nagekomen.
3.3.
[gedaagde] erkent dat hij een betalingsachterstand bij Univé heeft, maar is het niet eens met de buitengerechtelijke incassokosten.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
De kantonrechter overweegt het volgende. Univé heeft gesteld dat [gedaagde] een betalingsachterstand heeft van € 2.751,87 (= 3.353,97 - 602,10). Zij heeft dat onderbouwd met een overzicht. [gedaagde] heeft erkend dat hij dat bedrag aan Univé verschuldigd is. Daarmee is vast komen te staan dat de vordering van Univé aan achterstallige premies op [gedaagde] kan worden toegewezen. De kantonrechter zal de gevorderde wettelijke rente over dat bedrag slechts toewijzen vanaf de datum van de dagvaarding, omdat de renteberekening niet is onderbouwd. De gemachtigde van Univé heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de wettelijke rente vermoedelijk vanaf de datum dat het dossier is aangemaakt, te weten 18 april 2023, is berekend. Maar het is de kantonrechter, ook na nadere bestudering van het dossier, niet duidelijk geworden waarom [gedaagde] vanaf die datum wettelijke rente verschuldigd zou zijn.
4.2.
Univé vordert daarnaast vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, inclusief btw. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is van toepassing. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten (artikel 6:96 leden 5 en 6 BW). Univé heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, inclusief btw, is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom zal het gevorderde bedrag van € 545,45 worden toegewezen.
4.3.
[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Univé als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
€
130,48
- griffierecht
€
487,00
- salaris gemachtigde
€
464,00
(twee punten × € 232,00)
Totaal
€
1.081,48
4.4.
Verder worden de nakosten, begroot op € 116,00, toegewezen (dit is een halve punt van het liquidatietarief).
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Univé te betalen een bedrag van € 2.751,87, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van
27 juni 2023, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Univé te betalen € 545,45 aan buitengerechtelijke incassokosten,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Univé tot dit vonnis vastgesteld op € 1.081,48,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 116,00 aan salaris gemachtigde,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2023. (ED)