Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2023:2424
2023-06-21
Civiel recht
C/08/289985 / HA ZA 22-452
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Eiser heeft Jekozijnen de opdracht gegeven voor het plaatsen van nieuwe kozijnen in zijn woning. De rechtbank oordeelt dat Jekozijnen tekortgekomen is in haar afspraken. De rechtbank verklaart voor recht dat de overeenkomst van partijen gedeeltelijk ontbonden is en dat Jekozijnen de eiser een schadevergoeding, de kosten van het deskundigeonderzoek, de incassokosten, en de proceskosten van totaal 18.203,43 euro betaald.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (37.704 tekens)
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/289985 / HA ZA 22-452
Vonnis van 21 juni 2023
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. A.F. Ammerlaan te Dordrecht,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JEKOZIJNEN B.V.,
gevestigd te Enschede,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Jekozijnen,
advocaat: mr. J. Velthoven te Tiel.
1De zaak in het kort
[eiser] heeft aan Jekozijnen opdracht gegeven om in zijn woning nieuwe kozijnen te plaatsen. [eiser] heeft na het plaatsen van de kozijnen gebreken en schade aan zijn woning geconstateerd en heeft Jekozijnen in gebreke gesteld en gesommeerd de gebreken te herstellen en de schade te vergoeden. Jekozijnen heeft de gebreken echter niet hersteld. De rechtbank oordeelt dat, gelet op de ernst van de gebreken, het door [eiser] gedane beroep op gedeeltelijke ontbinding slaagt. De gevorderde schadevergoeding wordt voor een deel toegekend. Dit oordeel zal hierna worden toegelicht.
2De procedure
2.1.
In de loop van de procedure zijn de volgende stukken gewisseld:
- de dagvaarding, - de conclusie van antwoord, - de brief van 8 februari 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
De mondelinge behandeling heeft op 9 mei 2023 plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken, de advocaat van [eiser] heeft een pleitnota overgelegd.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1.
Jekozijnen is een besloten vennootschap. De heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) is enig aandeelhouder en bestuurder. De bedrijfsactiviteiten bestaan uit het plaatsen en verkopen van (kunststof) kozijnen.
3.2.
[eiser] heeft Jekozijnen de opdracht gegeven voor het plaatsen van nieuwe kozijnen in zijn woning aan de [adres] (hierna: de woning).
3.3.
Partijen hebben op 3 maart 2021 een overeenkomst gesloten met als opschrift ‘koopovereenkomst’ voor het leveren en plaatsen van 8 kozijnen voor € 25.000,00.
[eiser] heeft dit bedrag in twee termijnen betaald.
3.4.
De werkzaamheden zijn op 25 mei 2021 aangevangen en op 28 mei 2021 geëindigd.
3.5.
Per WhatsAppbericht van 24 juni 2021 heeft [eiser] aan Jekozijnen gemeld dat hij klachten heeft over de uitvoering van de werkzaamheden. Hij heeft medegedeeld dat het plafond op de bovenverdieping is beschadigd, evenals de buitenmuur aan de voorzijde. Daarnaast heeft hij meegedeeld dat de achterdeur klemt en dat een ruit is gevallen waardoor er glasrommel in de woning en in de tuin is ontstaan.
3.6.
Op 28 juni 2021 heeft [eiser] per WhatsAppbericht melding gemaakt van nog andere klachten.
3.7.
Vanaf 27 augustus 2021 hebben partijen op diverse momenten via (voornamelijk) e-mailberichten met elkaar gecorrespondeerd over de klachten.
3.8.
[eiser] heeft TechnoConsult B.V. (hierna: TechnoConsult) ingeschakeld om een onderzoek naar de staat van de nieuwe kozijnen uit te voeren. Op 8 februari 2022 heeft er een inspectie plaatsgevonden en op 25 maart 2022 is de eerste rapportage uitgebracht. In het rapport staat, voor zover van belang, het navolgende.
(..) Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt het volgende geconcludeerd:
De kozijnen op zich verkeren in een goede staat en op de achterdeur na functioneren alle te openen delen naar behoren. Op de verdieping zijn de kozijnen aan de voor- en achterzijde dikker dan de gevel en hierdoor steken ze aan de buitenzijde uit. Kozijnprofiel is niet geschikt voor de dunnere wanden van de woning.
De kozijnen zijn erg slecht geplaatst. De afwerking is ook slecht uitgevoerd. Als gevolg hiervan is sprake van een slechte luchtdichting en ook waterkerende functie is niet goed.
Bij verschillende kozijnen is sprake van beweging wat laat zien dat ze niet goed bevestigd zijn.
De vuren stelkozijnen zijn niet gegrond en daardoor niet langdurig bestand tegen vocht. Op langere termijn gaat dit voor problemen zorgen.
3. De gebroken ruit moet vervangen worden.
4. Het schadebeeld en de en de locatie van de schades zijn dusdanig dat deze veroorzaakt kunnen zijn tijdens de uitgevoerde werkzaamheden.
TechnoConsult heeft de kosten van herstel geraamd op € 29.776,- inclusief btw, waaronder een bedrag van € 12.000,- exclusief btw voor het vervangen van een plafond.
3.9.
Op 20 april 2022 heeft de advocaat van [eiser] via een aangetekende brief Jekozijnen in gebreke gesteld en is aan Jekozijnen een laatste kans gegeven om de verplichtingen uit de overeenkomst na te komen, en wel binnen zes weken. Verder wordt er aanspraak gemaakt op een schadevergoeding.
3.10.
Per e-mailbericht van 2 mei 2022 heeft Jekozijnen hier op gereageerd. In dit bericht staat, voor zover van belang, het navolgende:
(..) Ikzelf ben bij uw cliënt geweest voor het verkoop gesprek. Hij kon het namelijk voor € 32.000 kopen bij een ander bedrijf. Doordat ik hem ook vanuit mijn privé ken zijn we overeengekomen dat hij € 25.000 ging betalen. Tijdens dat gesprek gaf uw cliënt aan dat hij ook achterthuis de tegels ging veranderen. Toen heb ik hem er al op gewezen dat hij beter kon wachten tot alles klaar was er kwam immers een beste renovatie aan. Hier heeft uw cliënt helemaal niets mee gedaan. Dit geldt overigens ook voor die paar bloemetjes in de voortuin.
(..) De laatste dag was ikzelf er ook bij en heb geen scheef woord van uw cliënt gehoord ook niet over krassen of scherven. Na afloop heb ik onder andere samen met uw cliënt op het terras gezeten in noordwijk bij eterij de beleving. Aan een ieder die aan hem vroeg hoe het thuis was geworden zei hij prachtig en dat hij zeer tevreden was. En dat ging niet om een persoon nee dit hebben meerdere mensen aan hem gevraagd. Kijk ik zou natuurlijk gek zijn om het (boukundige gedeelte van het rapport te negeren). Maar ik heb twee maal geprobeerd om een afspraak met uw cliënt te maken ook met het oog op die ruit die vervangen moet worden en die reeds bij hem staat.(..)
Kijk waar uw cliënt recht op heeft dat hoort hij ook te krijgen. Voor de tuin en de tegels was hij zeer duidelijk gewaarschuwd om nog even te wachten. Maar wat binnen in huis niet goed is dat moet wel degelijk kloppen. Maar ja daar moet je dan wel de kans voor krijgen. (..)
3.11.
Op 13 mei 2022 heeft de advocaat van Jekozijnen per e-mailbericht aan de advocaat van [eiser] bericht dat de herstelwerkzaamheden op 23 mei 2022 zullen plaatsvinden, waarmee niet gezegd is dat zij integraal instemt met de bevindingen in het expertiserapport. Op de schadeposten wordt nog niet ingegaan.
3.12.
Op 5 augustus 2022 heeft [eiser] de overeenkomst gedeeltelijk ontbonden en aanspraak gemaakt op een schadevergoeding.
3.13.
[eiser] heeft TechnoConsult weer verzocht een rapportage te maken. Het doel van het onderzoek was vast te stellen of de herstelwerkzaamheden correct zijn uitgevoerd en of er sprake is van deugdelijk herstel. Op 5 oktober 2022 heeft TechnoConsult de tweede rapportage uitgebracht. In het rapport staat, voor zover van belang, het navolgende:
(..)Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt geconcludeerd dat de uitgevoerde maatregelen voornamelijk van esthetische aard zijn. De bouwkundige gebreken zijn niet opgelost. De conclusies van het vorige onderzoek zijn dan ook nog steeds van toepassing. (..)
TechnoConsult heeft de kosten van herstel geraamd op € 31.898 inclusief btw, waaronder een bedrag van € 12.000,- exclusief btw voor het vervangen van een plafond.
3.14.
Op 11 november 2017 heeft de heer [naam 2] van TechnoConsult opgaaf gedaan van de geschatte waarde van de kozijnen die zijn geleverd door Jekozijnen. Het gaat om een bedrag van € 15.728,00 inclusief btw.
3.15.
Op 14 november 2022 heeft de advocaat van [eiser] de advocaat van Jekozijnen aangeschreven en Jekozijnen gesommeerd de vordering die [eiser] op Jekozijnen heeft te voldoen. De tweede rapportage en de opgaaf van de heer [naam 2] van de geschatte waarde van de kozijnen zijn meegestuurd.
3.16.
Op 29 november 2022 heeft [eiser] een verzoekschrift tot het leggen van conservatoir beslag ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam. Op 2 december 2022 is verlof verleend voor het leggen van de conservatoire beslagen.
4Het geschil
4.1.
[eiser] vordert - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair
I. voor recht verklaart dat de overeenkomst, een en ander zoals omschreven in de dagvaarding, gedeeltelijk ontbonden is bij brief van 5 augustus 2022;
subsidiair
II. de overeenkomst gedeeltelijk ontbindt;
zowel primair als subsidiair
III. Jekozijnen veroordeelt om te betalen het bedrag ad € 37.398,00, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van opeisbaarheid van de diverse bedragen, althans 5 augustus 2022, tot aan de dag der algehele voldoening;
IV. Jekozijnen veroordeelt om te betalen het bedrag ad € 2.526,40, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de data van opeisbaarheid van de diverse bedragen, tot aan de dag der algehele voldoening.
V. Jekozijnen veroordeelt om te betalen het bedrag ad € 1.390,27, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de data van de opeisbaarheid van de diverse bedragen, tot aan de dag der algehele voldoening;
VI. Jekozijnen veroordeelt in de kosten van de procedure, alsmede de beslagkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
[eiser] stelt daartoe dat hij met Jekozijnen een overeenkomst van aanneming van werk heeft gesloten. Jekozijnen is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. De werkzaamheden zijn niet correct uitgevoerd en het werk vertoont meerdere gebreken. Uit de rapportages van TechnoConsult blijkt dat de kozijnen erg slecht geplaatst zijn, dat de afwerking slecht is uitgevoerd, als gevolg waarvan er sprake is van een slechte luchtdichting en ook de waterkerende functie niet goed is, dat de vuren stelkozijnen niet gegrond zijn en daardoor niet langdurig tegen vocht bestand zijn en dat de gebroken ruit vervangen moet worden. [eiser] heeft Jekozijnen de kans gegeven de gebreken te herstellen.
De herstelwerkzaamheden zijn volgens [eiser] niet deugdelijk uitgevoerd. [eiser] heeft op 20 april 2022 een ingebrekestelling gestuurd en Jekozijnen heeft naar aanleiding daarvan de gebreken niet hersteld. Er is daarom sprake van verzuim. Vanwege de ernstige tekortkomingen heeft [eiser] de overeenkomst op 5 augustus 2022 ten dele ontbonden. Dit heeft tot gevolg dat partijen van de op hen rustende verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst worden bevrijd. De waarde die de door Jekozijnen geleverde prestatie heeft gehad, is € 15.728,00. De vordering tot ongedaanmaking is dan € 9.272,00 (€ 25.000,00 - € 15.728,00). Voorts maakt [eiser] aanspraak op schadevergoeding.
4.3.
Jekozijnen voert verweer. Jekozijnen concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] , dan wel tot afwijzing van zijn vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. In dat kader is onder meer het volgende aangevoerd.
Jekozijnen is van oordeel dat er geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming bij de uitvoering van de overeenkomst. Partijen hebben afgesproken dat Jekozijnen de kozijnen zou leveren en monteren. Partijen zijn niet overeengekomen dat Jekozijnen ook zou zorgen voor de afwerking. Op grond van de afspraak dat er slechts gemonteerd zou worden, is het volgens Jekozijnen logisch dat de vuren stelkozijnen niet zijn gegrond, dat er geen sprake is van een complete luchtdichting en dat de waterkerende functie niet geheel op orde is. [eiser] zou dit later nog moeten doen of laten doen. Dit behoort bij het afwerken en niet bij het monteren. Jekozijnen stelt dat zij louter de vervangende ruit nog moet plaatsen. Voorts betwist Jekozijnen dat er sprake is van verzuim. Jekozijnen heeft op juiste wijze uitvoering gegeven aan de overeenkomst. Er zijn kozijnen geleverd van een goede kwaliteit en ze zijn deugdelijk gemonteerd. Nu Jekozijnen de contractuele verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst op correcte wijze heeft uitgevoerd en zij niet in verzuim is, kan geen sprake zijn van een grond voor (gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst.
Verder stelt Jekozijnen zich op het standpunt dat zij op grond van de wet ook ontslagen is van de aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever, [eiser] , op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken. De klemmende achterdeur had direct op 28 mei 2021 kunnen worden ontdekt. Dit geldt ook voor de overige gestelde gebreken.
Ten slotte stelt Jekozijnen dat zij niet gehouden is een schadevergoeding aan [eiser] te betalen, omdat zij niet tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Daarbij worden de schadeposten door Jekozijnen betwist.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
De kwalificatie van de overeenkomst
5.1.
Om te kunnen vastststellen welke wettelijke bepalingen op de tussen [eiser] en Jekozijnen gesloten overeenkomst van toepassing zijn, zal de rechtbank eerst ingaan op de juridische kwalificatie van de overeenkomst.
5.2.
De overeenkomst voldoet volgens de rechtbank aan de omschrijving van twee door de wet geregelde bijzondere soorten van overeenkomsten, namelijk de consumentenkoop (de levering van de kozijnen) en de overeenkomst van aanneming van werk (het plaatsen van die kozijnen).
Dat betekent dat sprake is van een gemengde overeenkomst, zodat volgens artikel 6:215 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de bepalingen van zowel consumentenkoop als aanneming van werk naast elkaar op de overeenkomst van toepassing zijn, behoudens voor zover de bepalingen niet verenigbaar met elkaar zijn of de strekking daarvan in verband met de aard van de overeenkomst zich tegen toepassing verzet.
Wat hebben partijen afgesproken: monteren of afwerken?
5.3.
[eiser] stelt dat de werkzaamheden gebrekkig zijn uitgevoerd en dat hij om die reden de overeenkomst gedeeltelijk heeft ontbonden. Jekozijnen stelt dat partijen zijn overeengekomen dat zij de kozijnen zou leveren en monteren en dat Jekozijnen niet zou zorgen voor de afwerking. De gestelde gebrekkige uitvoering van de werkzaamheden ziet volgens Jekozijnen louter op de afwerking en daarvoor diende [eiser] zelf zorg te dragen.
5.4.
In de tussen partijen gesloten overeenkomst is niet vastgelegd wat onder monteren moet worden verstaan. Om daarachter te komen dient de overeenkomst te worden uitgelegd. Uitgangspunt is dat de vraag hoe in een overeenkomst de verhouding van partijen geregeld is, niet kan worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van die overeenkomst. Voor de beantwoording van die vraag komt het aan op de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en wat zij in dat verband redelijker-wijs van elkaar mochten verwachten (de Haviltex-maatstaf). De rechtbank acht de volgende omstandigheden van belang.
5.5.
Jekozijnen is een bedrijf gespecialiseerd in het leveren en plaatsen van kozijnen. [eiser] is een consument. De overeenkomst zegt niets over de aard en de omvang van de montagewerkzaamheden aan de kozijnen of de verdere oplevering van het werk.
[eiser] heeft € 25.000,- betaald en op de overeenkomst staat dat dit voor het leveren en monteren van 8 kozijnen is. [eiser] mag als consument in ieder geval verwachten dat als hij kozijnen koopt en laat plaatsen deze ook goed passen, goed geplaatst zijn en lucht- en waterdicht zijn. Als dit anders is, ligt het op de weg van Jekozijnen duidelijk te maken en bij voorkeur ook schriftelijk vast te leggen wat er dan voor rekening en risico van [eiser] nog moet gebeuren. Jekozijnen heeft gesteld dat [eiser] bepaalde werkzaamheden later nog zou moeten doen of laten doen omdat die behoren tot de afwerking en niet de montage. Jekozijnen heeft echter niet onderbouwd waar dit dan uit blijkt of waar [eiser] dit uit had kunnen afleiden. De enkele stelling van Jekozijnen dat deze wijze van monteren het prijsverschil met de andere offerte kan verklaren is onvoldoende. Jekozijnen heeft in dat kader onder meer gesteld dat [naam 1] [eiser] privé kende en dat er daarom een scherpe aanbieding is gedaan. Hieruit blijkt niet (zonder meer) dat partijen zijn overeengekomen dat [eiser] zelf zou zorgen voor de afwerking. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Jekozijnen desgevraagd ook niet of althans onvoldoende kunnen uitleggen wat het exacte verschil is tussen monteren en afwerken. Voorts heeft Jekozijnen de gestelde gebrekkige werkzaamheden uit de eerste rapportage niet of althans onvoldoende weersproken.
Nu Jekozijnen onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat de afspraak was dat [eiser] zelf nog werkzaamheden zou moeten doen of laten doen, wordt het door Jekozijnen in dit kader gedane bewijsaanbod gepasseerd.
5.6.
Uit het voorgaande vloeit voort dat [eiser] erop mocht vertrouwen dat de kozijnen goed zouden passen, goed geplaatst zouden worden en lucht- en waterdicht zouden zijn. Omdat dit in de praktijk niet het geval is, is er sprake van een tekortkoming.
Klachtplicht
5.7.
De rechtbank volgt Jekozijnen niet in haar stelling dat [eiser] niet tijdig heeft geklaagd. De laatste dag van het plaatsen van de kozijnen was op 28 mei 2021. [eiser] heeft met een WhatsAppbericht van 24 juni 2021 bij Jekozijnen gemeld dat hij klachten heeft over de uitvoering van de werkzaamheden. Daarmee heeft [eiser] Jekozijnen binnen een maand in kennis gesteld van zijn klachten. Voor consumentenkoop is in de wet vastgelegd dat een klacht tijdig is als zij wordt ingediend binnen twee maanden na ontdekking van de onjuiste nakoming. Overigens onderbouwt Jekozijnen ook niet waarom de verstreken periode te lang zou zijn en geeft niet aan in welke zin zij door het verstrijken van deze termijn in haar belangen zou zijn geschaad.
Oplevering
5.8.
Jekozijnen stelt zich voorts op het standpunt dat zij als aannemer ontslagen is van aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van de oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken. De rechtbank stelt voorop dat het aan Jekozijnen is om de feiten te stellen waaruit blijkt dat [eiser] de door hem gestelde gebreken bij de oplevering had moeten zien. Door [eiser] is onbetwist gesteld dat partijen na het afronden van de werkzaamheden geen rondje door het huis hebben gelopen om de werkzaamheden te controleren. Er is ook geen opleverbon getekend. Jekozijnen verwijst naar een foto waar [eiser] op afgebeeld staat met zijn duim omhoog. Voor zover Jekozijnen hiermee heeft bedoeld dat [eiser] akkoord is gegaan met de door Jekozijnen geleverde en gemonteerde kunststof kozijnen kan de rechtbank Jekozijnen daarin niet volgen. Er heeft geen oplevering plaatsgevonden. De klachten over de werkzaamheden kunnen dan ook niet worden aangemerkt als geaccepteerd bij oplevering en [eiser] heeft zijn rechten ter zake dan ook niet verwerkt.
Ontbinding
5.9.
Het gaat in deze zaak om de vraag of [eiser] een beroep kan doen op de ontbinding van de overeenkomst die hij met Jekozijnen is aangegaan. Artikel 6:265 lid 1 BW bepaalt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Op grond van lid 2 ontstaat, voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, de bevoegdheid tot ontbinding pas wanneer de schuldenaar in verzuim is.
Deskundigenrapport
5.10.
[eiser] heeft twee rapportages van TechnoConsult in het geding gebracht. Voor de conclusies van TechnoConsult verwijst de rechtbank 3.10. en 3.13.
Jekozijnen is uitgenodigd om bij het eerste onderzoek van TechnoConsult aanwezig te zijn, maar heeft hier geen gebruik van gemaakt.
Verder heeft Jekozijnen de bevindingen van TechnoConsult niet of althans onvoldoende gemotiveerd betwist. Nu Jekozijnen niet heeft gesteld, laat staan onderbouwd waar uit kan blijken dat de bevindingen van TechnoConsult onjuist zijn, is de rechtbank van oordeel dat Jekozijnen de bevindingen van deze deskundige onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Bij gebreke hiervan geldt dat de in het rapport van TechnoConsult geconstateerde gebreken niet voldoende gemotiveerd zijn betwist. Daarmee staat de aanwezigheid van die gebreken vast. Die gebreken zijn dusdanig van aard en omvang dat van [eiser] niet mag worden verwacht dat hij deze accepteert.
Verzuim
5.11.
Met deze vaststelling is het recht van [eiser] om de overeenkomst te ontbinden nog niet gegeven. Voor zover de nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding immers pas wanneer Jekozijnen in verzuim is.
5.12.
[eiser] heeft op 20 april 2022 een ingebrekestelling verstuurd waarin aan Jekozijnen een laatste mogelijkheid is gegeven om haar verplichtingen uit de overeenkomst na te komen door de herstelwerkzaamheden binnen zes weken uit te voeren. Jekozijnen heeft hiervan gebruik gemaakt. Uit het tweede rapport van TechnoConsult blijkt echter dat de herstelwerkzaamheden niet deugdelijk zijn uitgevoerd. Daardoor is Jekozijnen in verzuim geraakt. Dat [eiser] na de ingebrekestelling correspondentie heeft gevoerd met Jekozijnen over het herstel doet daar niet aan af.
Gedeeltelijke ontbinding?
5.13.
De vraag is dan of de tekortkoming de gedeeltelijke ontbinding met haar gevolgen rechtvaardigt. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. De stelling van Jekozijnen dat er slechts sprake is van afwerkingspunten is onvoldoende, nu de rechtbank van oordeel is dat [eiser] op grond van de overeenkomst met Jekozijnen (ook) mocht verwachten dat na plaatsing van de kozijnen verdere afwerking zou plaatsvinden. De tekortkomingen aan de uitgevoerde werkzaamheden zoals vastgesteld door TechnoConsult in de eerste en tweede rapportage geven [eiser] het recht de overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden. Deze tekortkomingen zijn van voldoende gewicht en rechtvaardigen daarom de gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst. Jekozijnen heeft de bevindingen uit de rapportages ook niet of althans onvoldoende bestreden. Daarbij komt nog dat TechnoConsult in het tweede rapport heeft vastgesteld dat de door Jekozijnen uitgevoerde herstelmaatregelen met name van esthetische aard zijn en dat de bouwkundige gebreken niet zijn opgelost. Van een geringe betekenis van de tekortkoming is dus geen sprake. [eiser] is dan ook terecht overgegaan tot gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst per brief van 5 augustus 2022.
5.14.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de rechtbank voor recht verklaren dat de overeenkomst gedeeltelijk is ontbonden bij brief van 5 augustus 2022.
Wat is het gevolg van de gedeeltelijke ontbinding?
5.15.
Een ontbinding bevrijdt partijen van de daardoor getroffen verbintenissen. Voor zover deze al zijn nagekomen, blijft de rechtsgrond voor deze nakoming in stand, maar ontstaat voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de al door hen ontvangen prestaties.
Dat is anders als de aard van een prestatie uitsluit dat zij ongedaan gemaakt wordt. In dat geval treedt voor de ongedaanmaking een vergoeding in de plaats ter hoogte van de waarde ten tijde van de ontvangst.
5.16.
[eiser] stelt dat de waarde die de door Jekozijnen geleverde prestatie van de gedeeltelijk ontbonden overeenkomst heeft gehad € 15.728,00 is. Dit is volgens [eiser] het bedrag van de geschatte waarde van de kozijnen die zijn geleverd. Dit heeft [eiser] ook onderbouwd met een opgaaf van de heer [naam 2] . De vordering tot ongedaanmaking van [eiser] is € 9.272,00 (€ 25.000,00 - € 15.728,00). Jekozijnen stelt dat slechts de plaatsing van de ruit in mindering zou moeten komen op de afgesproken aanneemsom van € 25.000,00. Jekozijnen heeft niet gemotiveerd betwist dat de waarde van de kozijnen € 15.728,00 is. Voorts heeft Jekozijnen niet onderbouwd welke waarde de prestatie van de werkzaamheden dan wel had. Uit het rapport van TechnoConsult volgt dat de kosten voor het herstel o.a. bestaan uit het opbouwen van een steiger aan de voor- en achterzijde, het demonteren en monteren van de overkapping en het verwijderen en herplaatsen van de kozijnen. Hieruit leidt de rechtbank af dat de prestatie van Jekozijnen voor [eiser] , anders dan de waarde van de kozijnen zelf en de waarde van de ruit (€ 175,00), die nog bij [eiser] ligt, geen waarde had, zodat [eiser] daarvoor geen vergoeding aan Jekozijnen verschuldigd is.
5.17.
De rechtbank zal gelet op hetgeen hiervoor is overwogen Jekozijnen dan ook veroordelen tot betaling van € 9.097,00.
Schadevergoeding
5.18.
Als een overeenkomst gedeeltelijk wordt ontbonden dan is de partij wiens handelen of nalaten tot de tekortkoming heeft geleid, verplicht haar wederpartij de schade te vergoeden die deze lijdt doordat geen wederzijdse nakoming maar ontbinding plaatsvindt.
5.19.
De rechtbank stelt voorop dat in geval van ontbinding er geen verbintenis (meer) is die omgezet kan worden in vervangende schadevergoeding. Wel is het mogelijk om naast ontbinding aanvullende schadevergoeding te vorderen als schade is geleden als gevolg van een toerekenbare tekortkoming. Uitgangspunt is dat de wederpartij de ander door de schade te vergoeden in de positie brengt waarin die zich zou bevinden wanneer de overeenkomst correct zou zijn uitgevoerd. Dat betekent dat naast de terugbetalingsverplichting van Jekozijnen slechts schadevergoeding kan worden toegewezen voor zover de schade is geleden als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van Jekozijnen.
5.20.
[eiser] vordert onder verwijzing naar de kostenraming zoals opgemaakt in het tweede rapport van TechnoConsult een schadevergoeding voor herstel en schade. De kosten voor herstel zijn volgens dit rapport € 11.000,- (de nieuwe ruit staat reeds bij [eiser] , zodat de kosten daarvan niet worden meegerekend). De kozijnen moeten gedemonteerd en opnieuw geplaatst worden. Zoals in 5.16. is overwogen is de vordering tot ongedaanmaking een bedrag van € 9.097,00. Dit is het bedrag dat [eiser] van Jekozijnen krijgt (zie 5.17.). Met dat bedrag kan hij een derde inschakelen om het herstel te laten verrichten.
Voor zover [eiser] met dit bedrag die derde niet kan betalen, dan kan hij het meerdere als schadevergoeding vorderen. Dit betekent dat € 1.903,- (€ 11.000 - € 9.097,-) zal worden toegewezen voor de kosten van herstel.
Schade aan het plafond
5.21.
[eiser] stelt Jekozijnen bij de werkzaamheden het plafond van de woning heeft beschadigd en vordert een schadevergoeding van € 12.000,- ex btw. Jekozijnen voert terecht aan dat in de kostenraming van TechnoConsult geen rekening is gehouden met afschrijving en leeftijd van het huidige plafond. Voorts volgt de rechtbank Jekozijnen in haar stelling dat [eiser] op geen enkele wijze informatie heeft gegeven over de ouderdom van het plafond en de nieuwprijs. In het rapport van TechnoConsult wordt geconcludeerd dat het schadebeeld en de locaties van de schade dusdanig zijn dat deze veroorzaakt kunnen zijn tijdens de uitgevoerde werkzaamheden. Verder staat in het rapport dat volgens de bewoner het plafondsysteem niet meer in de juiste kleur leverbaar is en dat daarom het gehele plafond vervangen moet worden. De rechtbank overweegt dat het plafond nog functioneel is en dat het plafond louter esthetisch beschadigd is. Voor zover de schade al aan Jekozijnen kan worden toegerekend, rechtvaardigt dit nog niet het plaatsen van een geheel nieuw plafond op kosten van Jekozijnen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] de schade aan het plafond dus onvoldoende onderbouwd. Deze vordering zal daarom worden afgewezen.
Overige schadeposten
5.22.
[eiser] maakt daarnaast aanspraak op een schadevergoeding vanwege verlies aan warmte, schade aan de tuin, schoonmaakkosten, bestrijdingsmiddelen en reiniging van tegels. [eiser] heeft louter voor de schade aan de tuin een factuur van [bedrijf] in het geding gebracht. Uit deze factuur kan niet worden opgemaakt dat [eiser] deze kosten daadwerkelijk heeft moeten maken als gevolg van de werkzaamheden zoals die zijn uitgevoerd door Jekozijnen. De overige schadeposten zijn niet onderbouwd. Deze vorderingen kunnen niet worden toegewezen.
5.23.
Concluderend dient [eiser] aan Jekozijnen een bedrag van € 1.903,- aan aanvullende schadevergoeding te betalen.
Conclusie
5.24.
Uit het voorgaande volgt dat aan hoofdsom toewijsbaar is een bedrag van € 11.000,- inclusief btw. De wettelijke rente over dit bedrag is verschuldigd vanaf de dag waarop de overeenkomst gedeeltelijk buitengerechtelijk is ontbonden, 5 augustus 2022, tot de dag van volledige betaling.
De kosten voor de deskundige
5.25.
[eiser] vordert vergoeding voor de kosten van het deskundigenonderzoek van € 2.526,40 . De rechtbank stelt vast dat Jekozijnen hiertegen geen verweer heeft gevoerd. Verder zijn deze kosten redelijk. Gelet op het bepaalde in artikel 6:96 lid 2 BW komen deze kosten voor vergoeding in aanmerking, zodat dit deel van de vordering wordt toegewezen. De gevorderde rente over de deskundigenkosten is ook toewijsbaar, met dien verstande dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, omdat uit de stukken niet blijkt wanneer deze kosten zijn voldaan, maar [eiser] in elk geval vanaf die datum daarop aanspraak kan maken..
Buitengerechtelijke incassokosten
5.26.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Uit de overgelegde stukken blijkt voldoende dat aan de zijde van [eiser] buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Voor de berekening van de hoogte van de kosten zal de rechtbank uitgaan van het toewijsbare deel van de hoofdsom. Dat is het bedrag van € 11.000,-. Op basis van de staffel uit het ‘Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten’ is dan een bedrag van € 885,-00 voor incassokosten toewijsbaar. Over dit bedrag is wettelijke rente toewijsbaar gerekend vanaf de dag van dagvaarding (15 december 2022).
Proceskosten
5.27.
Jekozijnen is de partij die grotendeels ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
€
125,03
- griffierecht
€
1.301,00
- salaris advocaat
€
2.366,00
(2,00 punten × € 1.183,00)
totaal
€
3.792,03
5.28.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zijn toewijsbaar zoals hierna bij de beslissing bepaald. Aangezien de proceskostenveroordeling ook een executoriale titel oplevert voor de nakosten en de wettelijke rente daarover, hoeft er geen aparte veroordeling in de nakosten plaats te vinden
Beslagkosten
5.29.
De door [eiser] gevorderde beslagkosten zullen worden afgewezen. Uit de stukken die door [eiser] zijn overgelegd, blijkt niet dat hij binnen acht dagen na het instellen van de eis in de hoofdzaak een afschrift van de dagvaarding aan de betreffende derde heeft betekend, wat op grond van artikel 721 Rv op straffe van nietigheid is voorgeschreven. Nu [eiser] heeft verzuimd de beslagstukken volledig in het geding te brengen, zal deze vordering als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.
6De beslissing
De rechtbank
6.1.
verklaart voor recht dat de overeenkomst van partijen gedeeltelijk ontbonden is bij brief van 5 augustus 2022 van de advocaat van [eiser] ;
6.2.
veroordeelt Jekozijnen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 11.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 5 augustus 2022 tot de dag van volledige betaling;
6.3.
veroordeelt Jekozijnen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.526,40, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 15 december 2022 tot de dag van volledige betaling;
6.4.
veroordeelt Jekozijnen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 885,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 15 december 2022 tot de dag van volledige betaling;
6.5.
veroordeelt Jekozijnen in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis vastgesteld op € 3.792,03, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,
6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Haarhuis en in het openbaar uitgesproken op
21 juni 2023.
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/289985 / HA ZA 22-452
Vonnis van 21 juni 2023
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. A.F. Ammerlaan te Dordrecht,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JEKOZIJNEN B.V.,
gevestigd te Enschede,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Jekozijnen,
advocaat: mr. J. Velthoven te Tiel.
1De zaak in het kort
[eiser] heeft aan Jekozijnen opdracht gegeven om in zijn woning nieuwe kozijnen te plaatsen. [eiser] heeft na het plaatsen van de kozijnen gebreken en schade aan zijn woning geconstateerd en heeft Jekozijnen in gebreke gesteld en gesommeerd de gebreken te herstellen en de schade te vergoeden. Jekozijnen heeft de gebreken echter niet hersteld. De rechtbank oordeelt dat, gelet op de ernst van de gebreken, het door [eiser] gedane beroep op gedeeltelijke ontbinding slaagt. De gevorderde schadevergoeding wordt voor een deel toegekend. Dit oordeel zal hierna worden toegelicht.
2De procedure
2.1.
In de loop van de procedure zijn de volgende stukken gewisseld:
- de dagvaarding, - de conclusie van antwoord, - de brief van 8 februari 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
De mondelinge behandeling heeft op 9 mei 2023 plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken, de advocaat van [eiser] heeft een pleitnota overgelegd.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1.
Jekozijnen is een besloten vennootschap. De heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) is enig aandeelhouder en bestuurder. De bedrijfsactiviteiten bestaan uit het plaatsen en verkopen van (kunststof) kozijnen.
3.2.
[eiser] heeft Jekozijnen de opdracht gegeven voor het plaatsen van nieuwe kozijnen in zijn woning aan de [adres] (hierna: de woning).
3.3.
Partijen hebben op 3 maart 2021 een overeenkomst gesloten met als opschrift ‘koopovereenkomst’ voor het leveren en plaatsen van 8 kozijnen voor € 25.000,00.
[eiser] heeft dit bedrag in twee termijnen betaald.
3.4.
De werkzaamheden zijn op 25 mei 2021 aangevangen en op 28 mei 2021 geëindigd.
3.5.
Per WhatsAppbericht van 24 juni 2021 heeft [eiser] aan Jekozijnen gemeld dat hij klachten heeft over de uitvoering van de werkzaamheden. Hij heeft medegedeeld dat het plafond op de bovenverdieping is beschadigd, evenals de buitenmuur aan de voorzijde. Daarnaast heeft hij meegedeeld dat de achterdeur klemt en dat een ruit is gevallen waardoor er glasrommel in de woning en in de tuin is ontstaan.
3.6.
Op 28 juni 2021 heeft [eiser] per WhatsAppbericht melding gemaakt van nog andere klachten.
3.7.
Vanaf 27 augustus 2021 hebben partijen op diverse momenten via (voornamelijk) e-mailberichten met elkaar gecorrespondeerd over de klachten.
3.8.
[eiser] heeft TechnoConsult B.V. (hierna: TechnoConsult) ingeschakeld om een onderzoek naar de staat van de nieuwe kozijnen uit te voeren. Op 8 februari 2022 heeft er een inspectie plaatsgevonden en op 25 maart 2022 is de eerste rapportage uitgebracht. In het rapport staat, voor zover van belang, het navolgende.
(..) Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt het volgende geconcludeerd:
De kozijnen op zich verkeren in een goede staat en op de achterdeur na functioneren alle te openen delen naar behoren. Op de verdieping zijn de kozijnen aan de voor- en achterzijde dikker dan de gevel en hierdoor steken ze aan de buitenzijde uit. Kozijnprofiel is niet geschikt voor de dunnere wanden van de woning.
De kozijnen zijn erg slecht geplaatst. De afwerking is ook slecht uitgevoerd. Als gevolg hiervan is sprake van een slechte luchtdichting en ook waterkerende functie is niet goed.
Bij verschillende kozijnen is sprake van beweging wat laat zien dat ze niet goed bevestigd zijn.
De vuren stelkozijnen zijn niet gegrond en daardoor niet langdurig bestand tegen vocht. Op langere termijn gaat dit voor problemen zorgen.
3. De gebroken ruit moet vervangen worden.
4. Het schadebeeld en de en de locatie van de schades zijn dusdanig dat deze veroorzaakt kunnen zijn tijdens de uitgevoerde werkzaamheden.
TechnoConsult heeft de kosten van herstel geraamd op € 29.776,- inclusief btw, waaronder een bedrag van € 12.000,- exclusief btw voor het vervangen van een plafond.
3.9.
Op 20 april 2022 heeft de advocaat van [eiser] via een aangetekende brief Jekozijnen in gebreke gesteld en is aan Jekozijnen een laatste kans gegeven om de verplichtingen uit de overeenkomst na te komen, en wel binnen zes weken. Verder wordt er aanspraak gemaakt op een schadevergoeding.
3.10.
Per e-mailbericht van 2 mei 2022 heeft Jekozijnen hier op gereageerd. In dit bericht staat, voor zover van belang, het navolgende:
(..) Ikzelf ben bij uw cliënt geweest voor het verkoop gesprek. Hij kon het namelijk voor € 32.000 kopen bij een ander bedrijf. Doordat ik hem ook vanuit mijn privé ken zijn we overeengekomen dat hij € 25.000 ging betalen. Tijdens dat gesprek gaf uw cliënt aan dat hij ook achterthuis de tegels ging veranderen. Toen heb ik hem er al op gewezen dat hij beter kon wachten tot alles klaar was er kwam immers een beste renovatie aan. Hier heeft uw cliënt helemaal niets mee gedaan. Dit geldt overigens ook voor die paar bloemetjes in de voortuin.
(..) De laatste dag was ikzelf er ook bij en heb geen scheef woord van uw cliënt gehoord ook niet over krassen of scherven. Na afloop heb ik onder andere samen met uw cliënt op het terras gezeten in noordwijk bij eterij de beleving. Aan een ieder die aan hem vroeg hoe het thuis was geworden zei hij prachtig en dat hij zeer tevreden was. En dat ging niet om een persoon nee dit hebben meerdere mensen aan hem gevraagd. Kijk ik zou natuurlijk gek zijn om het (boukundige gedeelte van het rapport te negeren). Maar ik heb twee maal geprobeerd om een afspraak met uw cliënt te maken ook met het oog op die ruit die vervangen moet worden en die reeds bij hem staat.(..)
Kijk waar uw cliënt recht op heeft dat hoort hij ook te krijgen. Voor de tuin en de tegels was hij zeer duidelijk gewaarschuwd om nog even te wachten. Maar wat binnen in huis niet goed is dat moet wel degelijk kloppen. Maar ja daar moet je dan wel de kans voor krijgen. (..)
3.11.
Op 13 mei 2022 heeft de advocaat van Jekozijnen per e-mailbericht aan de advocaat van [eiser] bericht dat de herstelwerkzaamheden op 23 mei 2022 zullen plaatsvinden, waarmee niet gezegd is dat zij integraal instemt met de bevindingen in het expertiserapport. Op de schadeposten wordt nog niet ingegaan.
3.12.
Op 5 augustus 2022 heeft [eiser] de overeenkomst gedeeltelijk ontbonden en aanspraak gemaakt op een schadevergoeding.
3.13.
[eiser] heeft TechnoConsult weer verzocht een rapportage te maken. Het doel van het onderzoek was vast te stellen of de herstelwerkzaamheden correct zijn uitgevoerd en of er sprake is van deugdelijk herstel. Op 5 oktober 2022 heeft TechnoConsult de tweede rapportage uitgebracht. In het rapport staat, voor zover van belang, het navolgende:
(..)Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt geconcludeerd dat de uitgevoerde maatregelen voornamelijk van esthetische aard zijn. De bouwkundige gebreken zijn niet opgelost. De conclusies van het vorige onderzoek zijn dan ook nog steeds van toepassing. (..)
TechnoConsult heeft de kosten van herstel geraamd op € 31.898 inclusief btw, waaronder een bedrag van € 12.000,- exclusief btw voor het vervangen van een plafond.
3.14.
Op 11 november 2017 heeft de heer [naam 2] van TechnoConsult opgaaf gedaan van de geschatte waarde van de kozijnen die zijn geleverd door Jekozijnen. Het gaat om een bedrag van € 15.728,00 inclusief btw.
3.15.
Op 14 november 2022 heeft de advocaat van [eiser] de advocaat van Jekozijnen aangeschreven en Jekozijnen gesommeerd de vordering die [eiser] op Jekozijnen heeft te voldoen. De tweede rapportage en de opgaaf van de heer [naam 2] van de geschatte waarde van de kozijnen zijn meegestuurd.
3.16.
Op 29 november 2022 heeft [eiser] een verzoekschrift tot het leggen van conservatoir beslag ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam. Op 2 december 2022 is verlof verleend voor het leggen van de conservatoire beslagen.
4Het geschil
4.1.
[eiser] vordert - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair
I. voor recht verklaart dat de overeenkomst, een en ander zoals omschreven in de dagvaarding, gedeeltelijk ontbonden is bij brief van 5 augustus 2022;
subsidiair
II. de overeenkomst gedeeltelijk ontbindt;
zowel primair als subsidiair
III. Jekozijnen veroordeelt om te betalen het bedrag ad € 37.398,00, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van opeisbaarheid van de diverse bedragen, althans 5 augustus 2022, tot aan de dag der algehele voldoening;
IV. Jekozijnen veroordeelt om te betalen het bedrag ad € 2.526,40, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de data van opeisbaarheid van de diverse bedragen, tot aan de dag der algehele voldoening.
V. Jekozijnen veroordeelt om te betalen het bedrag ad € 1.390,27, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de data van de opeisbaarheid van de diverse bedragen, tot aan de dag der algehele voldoening;
VI. Jekozijnen veroordeelt in de kosten van de procedure, alsmede de beslagkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
[eiser] stelt daartoe dat hij met Jekozijnen een overeenkomst van aanneming van werk heeft gesloten. Jekozijnen is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. De werkzaamheden zijn niet correct uitgevoerd en het werk vertoont meerdere gebreken. Uit de rapportages van TechnoConsult blijkt dat de kozijnen erg slecht geplaatst zijn, dat de afwerking slecht is uitgevoerd, als gevolg waarvan er sprake is van een slechte luchtdichting en ook de waterkerende functie niet goed is, dat de vuren stelkozijnen niet gegrond zijn en daardoor niet langdurig tegen vocht bestand zijn en dat de gebroken ruit vervangen moet worden. [eiser] heeft Jekozijnen de kans gegeven de gebreken te herstellen.
De herstelwerkzaamheden zijn volgens [eiser] niet deugdelijk uitgevoerd. [eiser] heeft op 20 april 2022 een ingebrekestelling gestuurd en Jekozijnen heeft naar aanleiding daarvan de gebreken niet hersteld. Er is daarom sprake van verzuim. Vanwege de ernstige tekortkomingen heeft [eiser] de overeenkomst op 5 augustus 2022 ten dele ontbonden. Dit heeft tot gevolg dat partijen van de op hen rustende verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst worden bevrijd. De waarde die de door Jekozijnen geleverde prestatie heeft gehad, is € 15.728,00. De vordering tot ongedaanmaking is dan € 9.272,00 (€ 25.000,00 - € 15.728,00). Voorts maakt [eiser] aanspraak op schadevergoeding.
4.3.
Jekozijnen voert verweer. Jekozijnen concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] , dan wel tot afwijzing van zijn vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. In dat kader is onder meer het volgende aangevoerd.
Jekozijnen is van oordeel dat er geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming bij de uitvoering van de overeenkomst. Partijen hebben afgesproken dat Jekozijnen de kozijnen zou leveren en monteren. Partijen zijn niet overeengekomen dat Jekozijnen ook zou zorgen voor de afwerking. Op grond van de afspraak dat er slechts gemonteerd zou worden, is het volgens Jekozijnen logisch dat de vuren stelkozijnen niet zijn gegrond, dat er geen sprake is van een complete luchtdichting en dat de waterkerende functie niet geheel op orde is. [eiser] zou dit later nog moeten doen of laten doen. Dit behoort bij het afwerken en niet bij het monteren. Jekozijnen stelt dat zij louter de vervangende ruit nog moet plaatsen. Voorts betwist Jekozijnen dat er sprake is van verzuim. Jekozijnen heeft op juiste wijze uitvoering gegeven aan de overeenkomst. Er zijn kozijnen geleverd van een goede kwaliteit en ze zijn deugdelijk gemonteerd. Nu Jekozijnen de contractuele verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst op correcte wijze heeft uitgevoerd en zij niet in verzuim is, kan geen sprake zijn van een grond voor (gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst.
Verder stelt Jekozijnen zich op het standpunt dat zij op grond van de wet ook ontslagen is van de aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever, [eiser] , op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken. De klemmende achterdeur had direct op 28 mei 2021 kunnen worden ontdekt. Dit geldt ook voor de overige gestelde gebreken.
Ten slotte stelt Jekozijnen dat zij niet gehouden is een schadevergoeding aan [eiser] te betalen, omdat zij niet tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Daarbij worden de schadeposten door Jekozijnen betwist.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
De kwalificatie van de overeenkomst
5.1.
Om te kunnen vastststellen welke wettelijke bepalingen op de tussen [eiser] en Jekozijnen gesloten overeenkomst van toepassing zijn, zal de rechtbank eerst ingaan op de juridische kwalificatie van de overeenkomst.
5.2.
De overeenkomst voldoet volgens de rechtbank aan de omschrijving van twee door de wet geregelde bijzondere soorten van overeenkomsten, namelijk de consumentenkoop (de levering van de kozijnen) en de overeenkomst van aanneming van werk (het plaatsen van die kozijnen).
Dat betekent dat sprake is van een gemengde overeenkomst, zodat volgens artikel 6:215 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de bepalingen van zowel consumentenkoop als aanneming van werk naast elkaar op de overeenkomst van toepassing zijn, behoudens voor zover de bepalingen niet verenigbaar met elkaar zijn of de strekking daarvan in verband met de aard van de overeenkomst zich tegen toepassing verzet.
Wat hebben partijen afgesproken: monteren of afwerken?
5.3.
[eiser] stelt dat de werkzaamheden gebrekkig zijn uitgevoerd en dat hij om die reden de overeenkomst gedeeltelijk heeft ontbonden. Jekozijnen stelt dat partijen zijn overeengekomen dat zij de kozijnen zou leveren en monteren en dat Jekozijnen niet zou zorgen voor de afwerking. De gestelde gebrekkige uitvoering van de werkzaamheden ziet volgens Jekozijnen louter op de afwerking en daarvoor diende [eiser] zelf zorg te dragen.
5.4.
In de tussen partijen gesloten overeenkomst is niet vastgelegd wat onder monteren moet worden verstaan. Om daarachter te komen dient de overeenkomst te worden uitgelegd. Uitgangspunt is dat de vraag hoe in een overeenkomst de verhouding van partijen geregeld is, niet kan worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van die overeenkomst. Voor de beantwoording van die vraag komt het aan op de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en wat zij in dat verband redelijker-wijs van elkaar mochten verwachten (de Haviltex-maatstaf). De rechtbank acht de volgende omstandigheden van belang.
5.5.
Jekozijnen is een bedrijf gespecialiseerd in het leveren en plaatsen van kozijnen. [eiser] is een consument. De overeenkomst zegt niets over de aard en de omvang van de montagewerkzaamheden aan de kozijnen of de verdere oplevering van het werk.
[eiser] heeft € 25.000,- betaald en op de overeenkomst staat dat dit voor het leveren en monteren van 8 kozijnen is. [eiser] mag als consument in ieder geval verwachten dat als hij kozijnen koopt en laat plaatsen deze ook goed passen, goed geplaatst zijn en lucht- en waterdicht zijn. Als dit anders is, ligt het op de weg van Jekozijnen duidelijk te maken en bij voorkeur ook schriftelijk vast te leggen wat er dan voor rekening en risico van [eiser] nog moet gebeuren. Jekozijnen heeft gesteld dat [eiser] bepaalde werkzaamheden later nog zou moeten doen of laten doen omdat die behoren tot de afwerking en niet de montage. Jekozijnen heeft echter niet onderbouwd waar dit dan uit blijkt of waar [eiser] dit uit had kunnen afleiden. De enkele stelling van Jekozijnen dat deze wijze van monteren het prijsverschil met de andere offerte kan verklaren is onvoldoende. Jekozijnen heeft in dat kader onder meer gesteld dat [naam 1] [eiser] privé kende en dat er daarom een scherpe aanbieding is gedaan. Hieruit blijkt niet (zonder meer) dat partijen zijn overeengekomen dat [eiser] zelf zou zorgen voor de afwerking. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Jekozijnen desgevraagd ook niet of althans onvoldoende kunnen uitleggen wat het exacte verschil is tussen monteren en afwerken. Voorts heeft Jekozijnen de gestelde gebrekkige werkzaamheden uit de eerste rapportage niet of althans onvoldoende weersproken.
Nu Jekozijnen onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat de afspraak was dat [eiser] zelf nog werkzaamheden zou moeten doen of laten doen, wordt het door Jekozijnen in dit kader gedane bewijsaanbod gepasseerd.
5.6.
Uit het voorgaande vloeit voort dat [eiser] erop mocht vertrouwen dat de kozijnen goed zouden passen, goed geplaatst zouden worden en lucht- en waterdicht zouden zijn. Omdat dit in de praktijk niet het geval is, is er sprake van een tekortkoming.
Klachtplicht
5.7.
De rechtbank volgt Jekozijnen niet in haar stelling dat [eiser] niet tijdig heeft geklaagd. De laatste dag van het plaatsen van de kozijnen was op 28 mei 2021. [eiser] heeft met een WhatsAppbericht van 24 juni 2021 bij Jekozijnen gemeld dat hij klachten heeft over de uitvoering van de werkzaamheden. Daarmee heeft [eiser] Jekozijnen binnen een maand in kennis gesteld van zijn klachten. Voor consumentenkoop is in de wet vastgelegd dat een klacht tijdig is als zij wordt ingediend binnen twee maanden na ontdekking van de onjuiste nakoming. Overigens onderbouwt Jekozijnen ook niet waarom de verstreken periode te lang zou zijn en geeft niet aan in welke zin zij door het verstrijken van deze termijn in haar belangen zou zijn geschaad.
Oplevering
5.8.
Jekozijnen stelt zich voorts op het standpunt dat zij als aannemer ontslagen is van aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van de oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken. De rechtbank stelt voorop dat het aan Jekozijnen is om de feiten te stellen waaruit blijkt dat [eiser] de door hem gestelde gebreken bij de oplevering had moeten zien. Door [eiser] is onbetwist gesteld dat partijen na het afronden van de werkzaamheden geen rondje door het huis hebben gelopen om de werkzaamheden te controleren. Er is ook geen opleverbon getekend. Jekozijnen verwijst naar een foto waar [eiser] op afgebeeld staat met zijn duim omhoog. Voor zover Jekozijnen hiermee heeft bedoeld dat [eiser] akkoord is gegaan met de door Jekozijnen geleverde en gemonteerde kunststof kozijnen kan de rechtbank Jekozijnen daarin niet volgen. Er heeft geen oplevering plaatsgevonden. De klachten over de werkzaamheden kunnen dan ook niet worden aangemerkt als geaccepteerd bij oplevering en [eiser] heeft zijn rechten ter zake dan ook niet verwerkt.
Ontbinding
5.9.
Het gaat in deze zaak om de vraag of [eiser] een beroep kan doen op de ontbinding van de overeenkomst die hij met Jekozijnen is aangegaan. Artikel 6:265 lid 1 BW bepaalt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Op grond van lid 2 ontstaat, voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, de bevoegdheid tot ontbinding pas wanneer de schuldenaar in verzuim is.
Deskundigenrapport
5.10.
[eiser] heeft twee rapportages van TechnoConsult in het geding gebracht. Voor de conclusies van TechnoConsult verwijst de rechtbank 3.10. en 3.13.
Jekozijnen is uitgenodigd om bij het eerste onderzoek van TechnoConsult aanwezig te zijn, maar heeft hier geen gebruik van gemaakt.
Verder heeft Jekozijnen de bevindingen van TechnoConsult niet of althans onvoldoende gemotiveerd betwist. Nu Jekozijnen niet heeft gesteld, laat staan onderbouwd waar uit kan blijken dat de bevindingen van TechnoConsult onjuist zijn, is de rechtbank van oordeel dat Jekozijnen de bevindingen van deze deskundige onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Bij gebreke hiervan geldt dat de in het rapport van TechnoConsult geconstateerde gebreken niet voldoende gemotiveerd zijn betwist. Daarmee staat de aanwezigheid van die gebreken vast. Die gebreken zijn dusdanig van aard en omvang dat van [eiser] niet mag worden verwacht dat hij deze accepteert.
Verzuim
5.11.
Met deze vaststelling is het recht van [eiser] om de overeenkomst te ontbinden nog niet gegeven. Voor zover de nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding immers pas wanneer Jekozijnen in verzuim is.
5.12.
[eiser] heeft op 20 april 2022 een ingebrekestelling verstuurd waarin aan Jekozijnen een laatste mogelijkheid is gegeven om haar verplichtingen uit de overeenkomst na te komen door de herstelwerkzaamheden binnen zes weken uit te voeren. Jekozijnen heeft hiervan gebruik gemaakt. Uit het tweede rapport van TechnoConsult blijkt echter dat de herstelwerkzaamheden niet deugdelijk zijn uitgevoerd. Daardoor is Jekozijnen in verzuim geraakt. Dat [eiser] na de ingebrekestelling correspondentie heeft gevoerd met Jekozijnen over het herstel doet daar niet aan af.
Gedeeltelijke ontbinding?
5.13.
De vraag is dan of de tekortkoming de gedeeltelijke ontbinding met haar gevolgen rechtvaardigt. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. De stelling van Jekozijnen dat er slechts sprake is van afwerkingspunten is onvoldoende, nu de rechtbank van oordeel is dat [eiser] op grond van de overeenkomst met Jekozijnen (ook) mocht verwachten dat na plaatsing van de kozijnen verdere afwerking zou plaatsvinden. De tekortkomingen aan de uitgevoerde werkzaamheden zoals vastgesteld door TechnoConsult in de eerste en tweede rapportage geven [eiser] het recht de overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden. Deze tekortkomingen zijn van voldoende gewicht en rechtvaardigen daarom de gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst. Jekozijnen heeft de bevindingen uit de rapportages ook niet of althans onvoldoende bestreden. Daarbij komt nog dat TechnoConsult in het tweede rapport heeft vastgesteld dat de door Jekozijnen uitgevoerde herstelmaatregelen met name van esthetische aard zijn en dat de bouwkundige gebreken niet zijn opgelost. Van een geringe betekenis van de tekortkoming is dus geen sprake. [eiser] is dan ook terecht overgegaan tot gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst per brief van 5 augustus 2022.
5.14.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de rechtbank voor recht verklaren dat de overeenkomst gedeeltelijk is ontbonden bij brief van 5 augustus 2022.
Wat is het gevolg van de gedeeltelijke ontbinding?
5.15.
Een ontbinding bevrijdt partijen van de daardoor getroffen verbintenissen. Voor zover deze al zijn nagekomen, blijft de rechtsgrond voor deze nakoming in stand, maar ontstaat voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de al door hen ontvangen prestaties.
Dat is anders als de aard van een prestatie uitsluit dat zij ongedaan gemaakt wordt. In dat geval treedt voor de ongedaanmaking een vergoeding in de plaats ter hoogte van de waarde ten tijde van de ontvangst.
5.16.
[eiser] stelt dat de waarde die de door Jekozijnen geleverde prestatie van de gedeeltelijk ontbonden overeenkomst heeft gehad € 15.728,00 is. Dit is volgens [eiser] het bedrag van de geschatte waarde van de kozijnen die zijn geleverd. Dit heeft [eiser] ook onderbouwd met een opgaaf van de heer [naam 2] . De vordering tot ongedaanmaking van [eiser] is € 9.272,00 (€ 25.000,00 - € 15.728,00). Jekozijnen stelt dat slechts de plaatsing van de ruit in mindering zou moeten komen op de afgesproken aanneemsom van € 25.000,00. Jekozijnen heeft niet gemotiveerd betwist dat de waarde van de kozijnen € 15.728,00 is. Voorts heeft Jekozijnen niet onderbouwd welke waarde de prestatie van de werkzaamheden dan wel had. Uit het rapport van TechnoConsult volgt dat de kosten voor het herstel o.a. bestaan uit het opbouwen van een steiger aan de voor- en achterzijde, het demonteren en monteren van de overkapping en het verwijderen en herplaatsen van de kozijnen. Hieruit leidt de rechtbank af dat de prestatie van Jekozijnen voor [eiser] , anders dan de waarde van de kozijnen zelf en de waarde van de ruit (€ 175,00), die nog bij [eiser] ligt, geen waarde had, zodat [eiser] daarvoor geen vergoeding aan Jekozijnen verschuldigd is.
5.17.
De rechtbank zal gelet op hetgeen hiervoor is overwogen Jekozijnen dan ook veroordelen tot betaling van € 9.097,00.
Schadevergoeding
5.18.
Als een overeenkomst gedeeltelijk wordt ontbonden dan is de partij wiens handelen of nalaten tot de tekortkoming heeft geleid, verplicht haar wederpartij de schade te vergoeden die deze lijdt doordat geen wederzijdse nakoming maar ontbinding plaatsvindt.
5.19.
De rechtbank stelt voorop dat in geval van ontbinding er geen verbintenis (meer) is die omgezet kan worden in vervangende schadevergoeding. Wel is het mogelijk om naast ontbinding aanvullende schadevergoeding te vorderen als schade is geleden als gevolg van een toerekenbare tekortkoming. Uitgangspunt is dat de wederpartij de ander door de schade te vergoeden in de positie brengt waarin die zich zou bevinden wanneer de overeenkomst correct zou zijn uitgevoerd. Dat betekent dat naast de terugbetalingsverplichting van Jekozijnen slechts schadevergoeding kan worden toegewezen voor zover de schade is geleden als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van Jekozijnen.
5.20.
[eiser] vordert onder verwijzing naar de kostenraming zoals opgemaakt in het tweede rapport van TechnoConsult een schadevergoeding voor herstel en schade. De kosten voor herstel zijn volgens dit rapport € 11.000,- (de nieuwe ruit staat reeds bij [eiser] , zodat de kosten daarvan niet worden meegerekend). De kozijnen moeten gedemonteerd en opnieuw geplaatst worden. Zoals in 5.16. is overwogen is de vordering tot ongedaanmaking een bedrag van € 9.097,00. Dit is het bedrag dat [eiser] van Jekozijnen krijgt (zie 5.17.). Met dat bedrag kan hij een derde inschakelen om het herstel te laten verrichten.
Voor zover [eiser] met dit bedrag die derde niet kan betalen, dan kan hij het meerdere als schadevergoeding vorderen. Dit betekent dat € 1.903,- (€ 11.000 - € 9.097,-) zal worden toegewezen voor de kosten van herstel.
Schade aan het plafond
5.21.
[eiser] stelt Jekozijnen bij de werkzaamheden het plafond van de woning heeft beschadigd en vordert een schadevergoeding van € 12.000,- ex btw. Jekozijnen voert terecht aan dat in de kostenraming van TechnoConsult geen rekening is gehouden met afschrijving en leeftijd van het huidige plafond. Voorts volgt de rechtbank Jekozijnen in haar stelling dat [eiser] op geen enkele wijze informatie heeft gegeven over de ouderdom van het plafond en de nieuwprijs. In het rapport van TechnoConsult wordt geconcludeerd dat het schadebeeld en de locaties van de schade dusdanig zijn dat deze veroorzaakt kunnen zijn tijdens de uitgevoerde werkzaamheden. Verder staat in het rapport dat volgens de bewoner het plafondsysteem niet meer in de juiste kleur leverbaar is en dat daarom het gehele plafond vervangen moet worden. De rechtbank overweegt dat het plafond nog functioneel is en dat het plafond louter esthetisch beschadigd is. Voor zover de schade al aan Jekozijnen kan worden toegerekend, rechtvaardigt dit nog niet het plaatsen van een geheel nieuw plafond op kosten van Jekozijnen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] de schade aan het plafond dus onvoldoende onderbouwd. Deze vordering zal daarom worden afgewezen.
Overige schadeposten
5.22.
[eiser] maakt daarnaast aanspraak op een schadevergoeding vanwege verlies aan warmte, schade aan de tuin, schoonmaakkosten, bestrijdingsmiddelen en reiniging van tegels. [eiser] heeft louter voor de schade aan de tuin een factuur van [bedrijf] in het geding gebracht. Uit deze factuur kan niet worden opgemaakt dat [eiser] deze kosten daadwerkelijk heeft moeten maken als gevolg van de werkzaamheden zoals die zijn uitgevoerd door Jekozijnen. De overige schadeposten zijn niet onderbouwd. Deze vorderingen kunnen niet worden toegewezen.
5.23.
Concluderend dient [eiser] aan Jekozijnen een bedrag van € 1.903,- aan aanvullende schadevergoeding te betalen.
Conclusie
5.24.
Uit het voorgaande volgt dat aan hoofdsom toewijsbaar is een bedrag van € 11.000,- inclusief btw. De wettelijke rente over dit bedrag is verschuldigd vanaf de dag waarop de overeenkomst gedeeltelijk buitengerechtelijk is ontbonden, 5 augustus 2022, tot de dag van volledige betaling.
De kosten voor de deskundige
5.25.
[eiser] vordert vergoeding voor de kosten van het deskundigenonderzoek van € 2.526,40 . De rechtbank stelt vast dat Jekozijnen hiertegen geen verweer heeft gevoerd. Verder zijn deze kosten redelijk. Gelet op het bepaalde in artikel 6:96 lid 2 BW komen deze kosten voor vergoeding in aanmerking, zodat dit deel van de vordering wordt toegewezen. De gevorderde rente over de deskundigenkosten is ook toewijsbaar, met dien verstande dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, omdat uit de stukken niet blijkt wanneer deze kosten zijn voldaan, maar [eiser] in elk geval vanaf die datum daarop aanspraak kan maken..
Buitengerechtelijke incassokosten
5.26.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Uit de overgelegde stukken blijkt voldoende dat aan de zijde van [eiser] buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Voor de berekening van de hoogte van de kosten zal de rechtbank uitgaan van het toewijsbare deel van de hoofdsom. Dat is het bedrag van € 11.000,-. Op basis van de staffel uit het ‘Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten’ is dan een bedrag van € 885,-00 voor incassokosten toewijsbaar. Over dit bedrag is wettelijke rente toewijsbaar gerekend vanaf de dag van dagvaarding (15 december 2022).
Proceskosten
5.27.
Jekozijnen is de partij die grotendeels ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
€
125,03
- griffierecht
€
1.301,00
- salaris advocaat
€
2.366,00
(2,00 punten × € 1.183,00)
totaal
€
3.792,03
5.28.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zijn toewijsbaar zoals hierna bij de beslissing bepaald. Aangezien de proceskostenveroordeling ook een executoriale titel oplevert voor de nakosten en de wettelijke rente daarover, hoeft er geen aparte veroordeling in de nakosten plaats te vinden
Beslagkosten
5.29.
De door [eiser] gevorderde beslagkosten zullen worden afgewezen. Uit de stukken die door [eiser] zijn overgelegd, blijkt niet dat hij binnen acht dagen na het instellen van de eis in de hoofdzaak een afschrift van de dagvaarding aan de betreffende derde heeft betekend, wat op grond van artikel 721 Rv op straffe van nietigheid is voorgeschreven. Nu [eiser] heeft verzuimd de beslagstukken volledig in het geding te brengen, zal deze vordering als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.
6De beslissing
De rechtbank
6.1.
verklaart voor recht dat de overeenkomst van partijen gedeeltelijk ontbonden is bij brief van 5 augustus 2022 van de advocaat van [eiser] ;
6.2.
veroordeelt Jekozijnen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 11.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 5 augustus 2022 tot de dag van volledige betaling;
6.3.
veroordeelt Jekozijnen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.526,40, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 15 december 2022 tot de dag van volledige betaling;
6.4.
veroordeelt Jekozijnen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 885,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 15 december 2022 tot de dag van volledige betaling;
6.5.
veroordeelt Jekozijnen in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis vastgesteld op € 3.792,03, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,
6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Haarhuis en in het openbaar uitgesproken op
21 juni 2023.