Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2021:1664

2021-04-20 Civiel recht 8985190 \ CV EXPL 21-361
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2021-04-20
Publicatiedatum
2021-04-22
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
8985190 \ CV EXPL 21-361
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | AR-Updates.nl 2021-0502 | VAAN-AR-Updates.nl 2021-0502

Inhoudsindicatie

Vonnis in incident. CNV wordt toegestaan zich te voegen aan de zijde van FNV.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.337 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle


Zaaknummer : 8985190 \ CV EXPL 21-361




Vonnis in incident van 20 april 2021




in de zaak van



de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING (FNV),gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,
eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident,
hierna te noemen FNV,
gemachtigde: mr. J. van Overdam,



tegen



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCANIA PRODUCTION ZWOLLE B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,
gedaagde partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident,
hierna te noemen Scania,
gemachtigde: mr. A.C. Beijderwellen-Wittekoek



en



de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

CNV VAKMENSEN.NL,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen CNV,
gemachtigde: mr. A.T. Chinnoe.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 11 januari 2021;
- de incidentele conclusie tot voeging ex. artikel 217 Rv;
- de incidentele conclusie van antwoord van FNV;
- de incidentele conclusie van antwoord van Scania.



1.2.
Ten slotte is bepaald dat in het incident vonnis zal worden gewezen.







2Het geschil



in de hoofdzaak




2.1.
FNV vordert – samengevat – dat de kantonrechter bepaalt dat Scania met het (verlengde) COVID19-convenant in strijd met de CAO-Metalelektro en artikel 7:628 BW handelt, dat artikel 3.7.2. sub e CAO-Metalelektro niet voorziet in de mogelijkheid om met de ondernemingsraad afspraken te maken over een urenbankregeling en de daarbij in acht te nemen maatregelen en arbeidsvoorwaarden, dat Scania het loon over de meeruren moet betalen en dat Scania het COVID19-convenant niet langer toe mag passen en de gevolgen van de toepassing daarvan ongedaan maakt of compenseert.



in het incident





2.2.
CNV vordert dat haar wordt toegestaan zich in de hoofdzaak te mogen voegen aan de zijde van FNV. CNV stelt dat zij belang heeft bij voeging in de hoofdzaak, omdat CNV partij is bij de CAO Metalelektro en dat CNV in die hoedanigheid wenst toe te zien op een correcte uitleg daarvan, namelijk die uitleg die FNV daaraan geeft. De uitkomst van deze zaak is niet alleen van belang voor FNV en Scania, maar ook voor CNV, haar leden en alle ondernemingen op wie de CAO-Metalelektro van toepassing is. Ook bij die andere ondernemingen werken leden van CNV, waarvan CNV de belangen behartigt. Daarmee is ook voor CNV een juiste uitleg van de CAO-Metalelektro van groot belang.



2.3.
FNV meent dat CNV dient te worden toegestaan zich te voegen in de hoofdzaak. Scania refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.






3De beoordeling



in het incident




3.1.
De vordering tot voeging dient beoordeeld te worden aan de hand van artikel 217 Rv, op grond waarvan een ieder die een belang heeft bij een tussen partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen. Voor het aannemen van een belang tot voeging is voldoende dat een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde de derde zich voegt, de rechtspositie van de derde nadelig kan beïnvloeden (ECLI:NL:HR:2008:BC6692). De kantonrechter is van oordeel dat de incidentele vordering tot voeging van CNV moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en tevens niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.



3.2.
CNV zal worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van FNV en Scania worden begroot op nihil, nu zij in het incident geen verweer hebben gevoerd.



in de hoofdzaak





3.3.
De kantonrechter zal bepalen dat de zaak weer op de rol zal komen van dinsdag 18 mei 2021 voor het nemen van een conclusie door CNV. Daarna zal de zaak op de rol komen voor conclusie van antwoord aan de zijde van Scania.






4De beslissing


De kantonrechter




in het incident




4.1.
staat CNV toe zich in de hoofdzaak aan de zijde van FNV te voegen;



4.2.
veroordeelt CNV in de proceskosten van dit incident, aan de zijde van FNV en Scania begroot op nihil;



in de hoofdzaak





4.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van dinsdag 18 mei 2021 voor het nemen van een conclusie door CNV;



4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.



Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021.