Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2020:907

2020-02-10 Civiel recht C/08/243410 / FA RK 20-216
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2020-02-10
Publicatiedatum
2020-03-02
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/08/243410 / FA RK 20-216
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat de ambtenaar van de burgerlijke stand geen belanghebbende in de zin van artikel 1:24 BW is.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.649 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Familie- en Jeugdrecht


Zittingsplaats Zwolle



zaaknummer: C/08/243410 / FA RK 20-216




Beschikking van 10 februari 2020




inzake




De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Deventer,
zetelend te Deventer,
verder te noemen de ambtenaar van de burgerlijke stand,



en





1 [X] ,

(de man),
wonende te [plaats] ,



en





2 [Y] ,

(de vrouw),
wonende te [plaats] ,
belanghebbenden.




Het procesverloop




Op 03 februari 2020 is ter griffie van deze rechtbank een verzoek met bijlagen ingekomen van de ambtenaar van de burgerlijke stand, ertoe strekkende de verbetering van diverse akten van de burgerlijke stand te gelasten.



De beschikking is bepaald op heden.




De beoordeling

De rechtbank zal de ambtenaar van de burgerlijke stand niet-ontvankelijk verklaren in het verzoek. In artikel 1:24 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat weliswaar dat naast het openbaar ministerie ook een belanghebbende een dergelijk verzoek kan doen, echter naar het oordeel van de rechtbank is de ambtenaar van de burgerlijke stand niet de in dat artikel bedoelde belanghebbende. De rechtbank vindt steun voor deze opvatting in de systematiek van Titel 4 van Boek 1 van het BW en de daarin op verschillende onderdelen gegeven bevoegdheden aan een belanghebbende, de ambtenaar van de burgerlijke stand en/of de officier van justitie. Artikel 1:24a BW geeft bijvoorbeeld een ambtshalve bevoegdheid aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Ook in artikel 1:25a BW wordt aan de ambtenaar van de burgerlijke stand de bevoegdheid gegeven om, ook zonder toestemming van de officier van justitie, kennelijke schrijf- en spelfouten in de daar bedoelde akten te verbeteren. In artikel 1:25c BW wordt zowel aan een belanghebbende als aan het openbaar ministerie als aan de ambtenaar van de burgerlijke stand de bevoegdheid gegeven om een verzoek als daar bedoeld aan de rechtbank Den Haag voor te leggen. De rechtbank stelt vast dat de in artikel 1:25c BW bedoelde bevoegdheid met zoveel woorden wordt verleend aan een belanghebbende, de ambtenaar van de burgerlijke stand en de officier van justitie. De ambtenaar van de burgerlijke stand wordt echter niet genoemd in artikel 1:24 BW. De rechtbank leidt hieruit af dat de in artikel 1:24 BW gegeven bevoegdheid om de rechtbank het daar bedoelde verzoek te doen niet toekomt aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Het voorgaande laat onverlet dat de ambtenaar van de burgerlijke stand ten aanzien van verzoeken die zouden kunnen leiden tot mutaties in de onder hem berustende registers door de rechtbank wordt aangemerkt als belanghebbende en om die reden in kennis wordt gesteld van een bij de rechtbank voorliggend verzoek in zaken die gerelateerd zijn aan de registers van de burgerlijke stand.

De beslissing




De rechtbank:



verklaart de ambtenaar van de burgerlijke stand niet-ontvankelijk in het door hem verzochte.











Deze beschikking is gegeven door mr. A.L. Smit, in tegenwoordigheid van C. van Leeuwen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2020.















































Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:


a. a) door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b) door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden.