Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2020:4667

2020-12-14 Civiel recht 258350 KG RK 20-525
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2020-12-14
Publicatiedatum
2021-06-21
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
258350 KG RK 20-525
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking af.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.873 tekens)
beslissing
RECHTBANK OVERIJSSEL


Wrakingskamer




zaaknummer: 258350 KG RK 20-525





Beslissing van 14 december 2020




in de zaak van




[verzoekster] B.V.,
gevestigd te Rotterdam
verzoekster tot wraking,
vertegenwoordiger: [vertegenwoordiger] .






1De procedure

1.1.

Op 2 december 2020 heeft verzoekster het verzoek tot wraking gedaan van
mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, kantonrechter in deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de zaak die is geregistreerd onder 8745080 CV 20-3655.






2Het wrakingsverzoek

2.1.
Verzoekster heeft op 2 december 2020 een e-mail gestuurd naar de griffie van het team kanton- en handelsrecht van deze rechtbank, waarin zij – in antwoord op een bericht van de griffie over de voortgang van de procedure – haar ongenoegen uit over de behandelend rechter, de wijze waarop haar zaak wordt behandeld en over haar wederpartij.





3De beoordeling

3.1.

Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. De vrees dat dit het geval zal zijn, dient objectief gerechtvaardigd te zijn. Dat betekent dat sprake moet zijn van concrete feiten en omstandigheden waaruit objectief de vrees voor partijdigheid van de rechter kan worden afgeleid.




3.2.
De wrakingskamer ziet aanleiding het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting af te wijzen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid als bedoeld in artikel 9.1, aanhef en onder b, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank. Het verzoek bevat namelijk geen concrete feiten en omstandigheden waaruit de rechtbank vooringenomenheid van mr. Groeneveld-Koekkoek of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden. Het verzoek is slechts vergezeld van beledigende termen als “domme rechters” “kutrechters” en “waardeloze rechters”, alsmede beledigende termen richting de wederpartij. Naast het feit dat de wrakingskamer deze termen onacceptabel vindt, kan hierin geen enkele motivering van het wrakingsverzoek worden gevonden.



3.3.
Daarnaast leidt de aard van het verzoek de wrakingskamer tot de conclusie dat verzoekster het middel van wraking gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren. Naar het oordeel van de wrakingskamer is er dan ook sprake van misbruik. De wrakingskamer zal daarom op de voet van artikel 39, vierde lid, Rv bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.





4De beslissing
De wrakingskamer:
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.


Deze beslissing is gegeven door de mrs. U. van Houten, M.M. Verhoeven en S. Taalman, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.D. Moeke en in het openbaar uitgesproken op
14 december 2020.




de griffier de voorzitter



de griffier is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen.







Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.