Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2017:4248

2017-10-25 Civiel recht C/08/202987 / HA ZA 17-279
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2017-10-25
Publicatiedatum
2017-11-15
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/08/202987 / HA ZA 17-279
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | AR 2017/6048 | NJF 2018/10 | RBP 2018/16 | JBPr 2018/40 met annotatie van Mr. P.M. Vos

Inhoudsindicatie

Artikel 96 RV, bevoegdheidsincident. Afwijzing vordering. Indien vooraf in de algemene voorwaarden, of - zoals in het onderhavige geval volgens gedaagde in de hoofdzaak - in de aandeelhoudersovereenkomst is bepaald dat een geschil ingevolge artikel 96 Rv wordt voorgelegd aan de kantonrechter van de woonplaats van eiser, dan wordt aldus geen bevoegdheid gecreëerd. De gedaagde zal uitdrukkelijk ermee moeten instemmen dat de zaak is voorgelegd aan die kantonrechter nadat het geschil is ontstaan. Partijen hebben zich niet, nadat het geschil tussen partijen reeds was ontstaan, gezamenlijk tot een kantonrechter van hun keuze gewend om ex artikel 96 Rv zijn beslissing in te roepen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.786 tekens)
vonnis
RECHTBANK OVERIJSSEL


Team kanton en handelsrecht



Zittingsplaats Almelo



zaaknummer / rolnummer: C/08/202987 / HA ZA 17-279




Vonnis in incident van 25 oktober 2017




in de zaak van



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

L.C.F. BEHEER B.V.,
gevestigd te Hengelo,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. J.F. Heerze te Hengelo Ov,



tegen



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


[X]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. M.M.A. Bakker te Enschede.




Partijen zullen hierna L.C.F. Beheer en [X] genoemd worden.





1De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding


de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring


de incidentele conclusie van antwoord.





1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.





2De beoordeling in het incident

2.1.


[X] vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Daaraan legt zij ten grondslag dat de bij de inleidende dagvaarding in het geding gebrachte aandeelhoudersovereenkomst “Membrane Systems Europe B.V.” van 22 december 2011 de volgende clausule bevat:

“Alle geschillen welke mochten ontstaan naar aanleiding van deze overeenkomst, dan wel van nadere overeenkomsten, die daarvan het gevolg mochten zijn, zullen worden beslist door de kantonrechter in eerste en hoogste instantie, tenzij partijen een andere wijze van beslechting overeenkomen”.


[X] begrijpt de contractuele geschillenregeling aldus, dat is gekozen voor een artikel 96 Rv-procedure bij de kantonrechter.




2.2.
L.C.F. Beheer voert verweer. Zij erkent dat de kantonrechter bevoegd is het onderhavige geschil te beslissen, maar bestrijdt dat partijen hebben gekozen voor de artikel 96 Rv-procedure bij de kantonrechter. Partijen hebben er volgens L.C.F. Beheer uitsluitend voor gekozen om de kantonrechter absolute bevoegdheid te verlenen om geschillen die mochten ontstaan naar aanleiding van de aandeelhoudersovereenkomst te beslissen.



2.3.
De rechtbank onderschrijft de visie van L.C.F. Beheer dat alleen een reeds gerezen geschil in zaken betreffende rechtsgevolgen die ter vrije bepaling van partijen staan, met wederzijds goedvinden aan de kantonrechter kan worden voorgelegd. Dit volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 20 juni 1919, W. 10446. Indien vooraf in de algemene voorwaarden, of - zoals in het onderhavige geval volgens [X] - in de aandeelhoudersovereenkomst is bepaald dat een geschil ingevolge artikel 96 Rv wordt voorgelegd aan de kantonrechter van de woonplaats van eiser, dan wordt aldus geen bevoegdheid gecreëerd. De gedaagde zal uitdrukkelijk ermee moeten instemmen dat de zaak is voorgelegd aan die kantonrechter nadat het geschil is ontstaan.



2.4.
Hoewel partijen beiden van mening zijn dat het onderhavige geschil ter beoordeling aan de kantonrechter voorgelegd dient te worden, zal de rechtbank niet tot verwijzing naar de kantonrechter overgaan. De reden daarvoor is dat partijen zich niet, nadat het geschil tussen partijen reeds was ontstaan, gezamenlijk tot een kantonrechter van hun keuze hebben gewend om ex artikel 96 Rv zijn beslissing in te roepen. De vordering van [X] zal dan ook worden afgewezen.



2.5.

[X] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.






3De beslissing
De rechtbank



in het incident



3.1.
wijst het gevorderde af,



3.2.
veroordeelt [X] in de kosten van het incident, aan de zijde van L.C.F. Beheer tot op heden begroot op € 452,00,



3.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,




in de hoofdzaak




3.4.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 6 december 2017 voor conclusie van antwoord.



Dit vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2017.




type:
coll: