Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2016:4205

2016-11-02 Civiel recht; Insolventierecht 189978 / FT RK 16-984
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2016-11-02
Publicatiedatum
2016-11-02
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
189978 / FT RK 16-984
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | AR 2016/3162 | OR-Updates.nl 2017-0007 | INS-Updates.nl 2016-0409

Inhoudsindicatie

Faillissement van een reeds ontbonden vennootschap.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.116 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Toezicht - Faillissementen
zittingsplaats Almelo


zaaknummer 189978 / FT RK 16-984
uitspraakdatum 2 november 2016




Vonnis tot faillietverklaring





Rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken.



Gezien een verzoekschrift van





1 [verzoeker 1] ,
wonende te [woonplaats] ,




2de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid



[verzoeker 2] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,



advocaat mr. H.E. ter Horst, kantoorhoudende te Zwolle,



strekkende tot faillietverklaring van



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRAP EN CONSTRUCTIE WERKEN TWENTE B.V.,
ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 852770376,
gevestigd en kantoorhoudende te Hengevelde,
advocaat mr. N. Brands, kantoorhoudende te Almelo,




Het procesverloop




Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 12 oktober 2016 en ter zitting van 26 oktober 2016.




De motivering




De rechtbank overweegt:



Bij hun verzoekschrift hebben verzoekers onweersproken gesteld de volgende vorderingen te hebben op gerekwestreerde:



verzoeker sub 1 een vordering van € 4.623,97,


verzoeker sub 2 een vordering van € 7.587,43.


Gerekwestreerde laat genoemde vorderingen onbetaald en zij verkeert dan ook in de toestand van hebben opgehouden te betalen.


Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt echter dat gerekwestreerde is ontbonden op 23 juni 2016 en op 4 juli 2016 is uitgeschreven uit het handelsregister.



Zijdens gerekwestreerde is aangevoerd dat er geen baten aanwezig zijn, zodat haar faillissement niet kan worden uitgesproken.



Op grond van artikel 2:19 lid 4 BW houdt een rechtspersoon op te bestaan, indien er op het tijdstip van ontbinding geen baten meer aanwezig zijn. Wordt het faillissement van een ontbonden vennootschap aangevraagd, dan dient de rechtbank te beoordelen of summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van verzoekers en of er feiten en omstandigheden zijn, die voldoende aannemelijk maken dat er nog baten zijn zodat het faillissement kan worden uitgesproken.



Het vorderingsrecht van verzoekers is niet weersproken. Ten aanzien van het bestaan van mogelijke baten zijn verzoekers ter zitting van 12 oktober 2016 dan ook in de gelegenheid gesteld om aannemelijk te maken dat er wel baten aanwezig zijn in de ontbonden vennootschap. Verzoekers hebben hiertoe een verklaring van de heer [A] , gemachtigde van gerekwestreerde, overgelegd van 10 augustus 2016. De gemachtigde schrijft hierin:




“Mijn cliënt is geheel te goeder trouw. Hij is door niet betalende debiteuren in problemen geraakt. De aannemerswereld waarin hij opereert is in crisistijden niet betrouwbaar.”




Desgevraagd is ter zitting van 26 oktober 2016 namens gerekwestreerde aangevoerd
dat één debiteur, BAM, een vordering van circa € 32.000,00 weigerde te betalen,
waarna gerekwestreerde de kwestie in der minne heeft geregeld voor een bedrag van
circa € 3.000,00 à € 3.500,00. Hoewel gerekwestreerde enkel heeft gesproken over één debiteur, met wie een schikking is getroffen, spreekt de gemachtigde in zijn verklaring over de gehele “aannemerswereld” en over “debiteuren” in meervoud.



Bovendien hebben verzoekers aangetoond dat een half jaar voor de ontbinding van gerekwestreerde door de bestuurder van gerekwestreerde een nieuwe B.V. is opgericht die dezelfde activiteiten ontplooit als gerekwestreerde, terwijl voorts ook nog een eenmanszaak van de bestuurder bestaat, die zich ook bezighoudt met dezelfde activiteiten. Deze gang van zaken dient te worden onderzocht door een curator en het is niet onaannemelijk dat na onderzoek hieruit een vordering wegens actio pauliana of bestuurdersaansprakelijkheid ontstaat voor de boedel.



De rechtbank is dan ook van oordeel dat verzoekers voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat er in de ontbonden vennootschap baten aanwezig zijn, in de vorm van meerdere debiteuren.



Nu voldoende aannemelijk is dat in de ontbonden vennootschap voldoende baten aanwezig zijn en gerekwestreerde voorts de vorderingen van verzoekers onbetwist heeft gelaten en zodoende in de toestand verkeert van te hebben opgehouden te betalen, zal de rechtbank het faillissement van gerekwestreerde uitspreken.






De rechtbank overweegt voorts dat zij gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie bevoegd is deze hoofdprocedure te openen, aangezien het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenares in Nederland ligt.



Mede gelet op het bepaalde in de artikelen 1, 2, 4, 6 en 14 van de Faillissementswet alsmede gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie.






De beslissing




De rechtbank:


- verklaart Trap en Constructie Werken Twente B.V. voornoemd, in staat van faillissement;

- benoemt tot rechter-commissaris het lid van deze rechtbank mr. M.L.J. Koopmans en stelt aan tot curator mr. A.C. Blankestijn, advocaat te Hengelo (O);

- geeft last aan de curator tot het openen van aan de gefailleerde gerichte brieven.



Gewezen en uitgesproken te Almelo ter openbare terechtzitting van woensdag 2 november 2015 te 12:00 uur door mr. M.C. Bosch, lid van voormelde enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van G.V. Cassese, griffier.