Rechtbank Oost-Brabant
ECLI:NL:RBOBR:2026:6630
2026-09-16
Civiel recht
C/01/428815 / HA ZA 26-451
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verstek, oneerlijk beding rente, geen grond voor administratiekosten en andere vergoedingen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.429 tekens)
RECHTBANK Oost-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/428815 / HA ZA 26-451
Vonnis van 16 september 2026
in de zaak van
[eiser]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: Zekerhedenagent,
advocaat: mr. A. Bijnevelt,
tegen
[gedaagde]
,
verblijvende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De beoordeling
2.1.
Zekerhedenagent heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
De vorderingen van Zekerhedenagent zien op een zakelijke borgtocht met betrekking tot leningsovereenkomst 1 en een leningsovereenkomst 2.
Leningsovereenkomst 2
2.3.
[gedaagde] moet ten aanzien van de vordering die ziet op leningsovereenkomst 2 worden gezien als consument. In de dagvaarding wordt namelijk gesteld dat [gedaagde] in privé handelde.
2.4.
Zekerhedenagent beroept zich ten aanzien van de contractuele rente van leningsovereenkomst 2 op een beding dat is opgesteld om in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen. De rechtbank dient daarom ambtshalve te toetsen of sprake is van een oneerlijk beding als bedoeld in Richtlijn 93/13 van de EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. De contractuele rente ligt ruim boven de wettelijke rente van artikel 6:119 BW. Zekerhedenagent heeft geen omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat het beding niet onredelijk bezwarend is, zodat dit beding geacht wordt onredelijk bezwarend te zijn. Het wordt daarom, gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU en de Hoge Raad, buiten toepassing gelaten. De gevorderde contractuele rente wordt daarom afgewezen.
2.5.
Zekerhedenagent maakt ten aanzien van leningsovereenkomst 2 aanspraak op vergoeding van administratiekosten. Deze vorderingen zijn niet afzonderlijk toewijsbaar omdat deze kosten behoren tot de ook gevorderde buitengerechtelijke kosten. Voor zover Zekerhedenagent niet het oog heeft op buitengerechtelijke kosten maar op nakosten, moet de vordering worden afgewezen, omdat een vergoeding voor nakosten onderdeel uitmaakt van de proceskostenveroordeling.
2.6.
Zekerhedenagent maakt ten aanzien van leningsovereenkomst 2 aanspraak op “vergoeding investeerders inzake opeisingsgrond” en “vergoeding [eiser] Crowdfund inzake opeisingsgrond”. Er wordt in de dagvaarding in het geheel niet toegelicht, althans onvoldoende waarom [gedaagde] deze kosten aan Zekerhedenagent is verschuldigd. Deze vorderingen zullen daarom als ongegrond worden afgewezen.
2.7.
Zekerhedenagent vordert ten aanzien van leningsovereenkomst 2 vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [gedaagde] is een consument. Daarom moet de rechtbank controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Zekerhedenagent heeft aan [gedaagde] een aanmaning verstuurd die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. In de aanmaning is namelijk geen betalingstermijn van veertien dagen gegeven die ingaat op de dag na ontvangst van de aanmaning door [gedaagde] . Dit is wel vereist op grond van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen.
Zakelijke borgtocht
2.8.
Zekerhedenagent maakt ook ten aanzien van de zakelijke borgtocht aanspraak op “vergoeding investeerders inzake opeisingsgrond” en “vergoeding [eiser] Crowdfund inzake opeisingsgrond”. Er wordt in de dagvaarding in het geheel niet toegelicht, althans onvoldoende waarom [gedaagde] deze kosten aan Zekerhedenagent is verschuldigd. Deze vorderingen zullen daarom als ongegrond worden afgewezen.
2.9.
Zekerhedenagent vordert ook ten aanzien van de zakelijke borgtocht vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het gaat om een bedrag van € 1.040,66. Daarnaast vordert Zekerhedenagent onder 3 een bedrag van € 6.775,00. De vorderingen moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De vordering van in totaal € 7.815,66 als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief van € 2.875,00 bij € 220.000,00 in hoofdsom. De rechtbank wijst daarom € 2.875,00 toe. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
2.10.
Zekerhedenagent vordert primair contractuele rente ten aanzien van de zakelijke borgtocht vanaf 16 juni 2026. Zekerhedenagent heeft echter de leningsovereenkomst opgezegd op 29 april 2026. In de dagvaarding wordt niet toegelicht waarom na die datum [gedaagde] contractuele rente zou zijn verschuldigd. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen.
Beslagkosten
2.11.
Zekerhedenagent vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 432,65 voor kosten deurwaardersexploten, € 735,00 voor griffierecht en € 4.631,00 voor salaris advocaat (1,0 punt(en) × € 4.631,00), totaal € 5.798,65.
Overige opmerkingen en proceskosten
2.12.
De vordering komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.13.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Zekerhedenagent worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
126,46
- griffierecht
€
7.062,00
- salaris advocaat
€
4.631,00
(1 punt × € 4.631,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
12.008,46
2.14.
De gevorderde btw over de kosten van de dagvaarding wordt afgewezen, omdat niet gesteld of gebleken is dat eisende partij de btw niet kan verrekenen.
2.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3De beslissing
De rechtbank
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om ten aanzien van leningsovereenkomst 2 aan Zekerhedenagent te betalen een bedrag van € 680.000,00,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Zekerhedenagent te betalen een bedrag van € 220.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 16 juni 2026, tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Zekerhedenagent te betalen een bedrag van € 2.875,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis, tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 5.798,65, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis, tot de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 12.008,46, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.6.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Schollen-den Besten en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/428815 / HA ZA 26-451
Vonnis van 16 september 2026
in de zaak van
[eiser]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: Zekerhedenagent,
advocaat: mr. A. Bijnevelt,
tegen
[gedaagde]
,
verblijvende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De beoordeling
2.1.
Zekerhedenagent heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
De vorderingen van Zekerhedenagent zien op een zakelijke borgtocht met betrekking tot leningsovereenkomst 1 en een leningsovereenkomst 2.
Leningsovereenkomst 2
2.3.
[gedaagde] moet ten aanzien van de vordering die ziet op leningsovereenkomst 2 worden gezien als consument. In de dagvaarding wordt namelijk gesteld dat [gedaagde] in privé handelde.
2.4.
Zekerhedenagent beroept zich ten aanzien van de contractuele rente van leningsovereenkomst 2 op een beding dat is opgesteld om in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen. De rechtbank dient daarom ambtshalve te toetsen of sprake is van een oneerlijk beding als bedoeld in Richtlijn 93/13 van de EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. De contractuele rente ligt ruim boven de wettelijke rente van artikel 6:119 BW. Zekerhedenagent heeft geen omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat het beding niet onredelijk bezwarend is, zodat dit beding geacht wordt onredelijk bezwarend te zijn. Het wordt daarom, gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU en de Hoge Raad, buiten toepassing gelaten. De gevorderde contractuele rente wordt daarom afgewezen.
2.5.
Zekerhedenagent maakt ten aanzien van leningsovereenkomst 2 aanspraak op vergoeding van administratiekosten. Deze vorderingen zijn niet afzonderlijk toewijsbaar omdat deze kosten behoren tot de ook gevorderde buitengerechtelijke kosten. Voor zover Zekerhedenagent niet het oog heeft op buitengerechtelijke kosten maar op nakosten, moet de vordering worden afgewezen, omdat een vergoeding voor nakosten onderdeel uitmaakt van de proceskostenveroordeling.
2.6.
Zekerhedenagent maakt ten aanzien van leningsovereenkomst 2 aanspraak op “vergoeding investeerders inzake opeisingsgrond” en “vergoeding [eiser] Crowdfund inzake opeisingsgrond”. Er wordt in de dagvaarding in het geheel niet toegelicht, althans onvoldoende waarom [gedaagde] deze kosten aan Zekerhedenagent is verschuldigd. Deze vorderingen zullen daarom als ongegrond worden afgewezen.
2.7.
Zekerhedenagent vordert ten aanzien van leningsovereenkomst 2 vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [gedaagde] is een consument. Daarom moet de rechtbank controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Zekerhedenagent heeft aan [gedaagde] een aanmaning verstuurd die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. In de aanmaning is namelijk geen betalingstermijn van veertien dagen gegeven die ingaat op de dag na ontvangst van de aanmaning door [gedaagde] . Dit is wel vereist op grond van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen.
Zakelijke borgtocht
2.8.
Zekerhedenagent maakt ook ten aanzien van de zakelijke borgtocht aanspraak op “vergoeding investeerders inzake opeisingsgrond” en “vergoeding [eiser] Crowdfund inzake opeisingsgrond”. Er wordt in de dagvaarding in het geheel niet toegelicht, althans onvoldoende waarom [gedaagde] deze kosten aan Zekerhedenagent is verschuldigd. Deze vorderingen zullen daarom als ongegrond worden afgewezen.
2.9.
Zekerhedenagent vordert ook ten aanzien van de zakelijke borgtocht vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het gaat om een bedrag van € 1.040,66. Daarnaast vordert Zekerhedenagent onder 3 een bedrag van € 6.775,00. De vorderingen moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De vordering van in totaal € 7.815,66 als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief van € 2.875,00 bij € 220.000,00 in hoofdsom. De rechtbank wijst daarom € 2.875,00 toe. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
2.10.
Zekerhedenagent vordert primair contractuele rente ten aanzien van de zakelijke borgtocht vanaf 16 juni 2026. Zekerhedenagent heeft echter de leningsovereenkomst opgezegd op 29 april 2026. In de dagvaarding wordt niet toegelicht waarom na die datum [gedaagde] contractuele rente zou zijn verschuldigd. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen.
Beslagkosten
2.11.
Zekerhedenagent vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 432,65 voor kosten deurwaardersexploten, € 735,00 voor griffierecht en € 4.631,00 voor salaris advocaat (1,0 punt(en) × € 4.631,00), totaal € 5.798,65.
Overige opmerkingen en proceskosten
2.12.
De vordering komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.13.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Zekerhedenagent worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
126,46
- griffierecht
€
7.062,00
- salaris advocaat
€
4.631,00
(1 punt × € 4.631,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
12.008,46
2.14.
De gevorderde btw over de kosten van de dagvaarding wordt afgewezen, omdat niet gesteld of gebleken is dat eisende partij de btw niet kan verrekenen.
2.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3De beslissing
De rechtbank
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om ten aanzien van leningsovereenkomst 2 aan Zekerhedenagent te betalen een bedrag van € 680.000,00,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Zekerhedenagent te betalen een bedrag van € 220.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 16 juni 2026, tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Zekerhedenagent te betalen een bedrag van € 2.875,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis, tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 5.798,65, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis, tot de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 12.008,46, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.6.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Schollen-den Besten en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026