Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Oost-Brabant

ECLI:NL:RBOBR:2026:6068

2026-08-26 Civiel recht C/01/419296 / HA ZA 25-584
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Uitspraakdatum
2026-08-26
Publicatiedatum
2026-08-26
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/01/419296 / HA ZA 25-584
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Weens Koop Verdrag. Non-conformiteit. Wezenlijke tekortkoming. Bewijsopdracht.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (30.444 tekens)
RECHTBANK Oost-Brabant


Civiel recht



Zittingsplaats 's-Hertogenbosch



Zaaknummer: C/01/419296 / HA ZA 25-584




Vonnis van 26 augustus 2026




in de zaak van



de rechtspersoon naar buitenlands recht


[eiser]
,
gevestigd in [plaats] ( [land] ),
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. J. Driessen,



tegen




VAEX TRUCK TRADING B.V.,
gevestigd in Reek en kantoorhoudend in Ravenstein,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Vaex,
advocaat: mr. H.J. School.






1De zaak in het kort


1.1.
Vaex heeft een Scania aan [eiser] verkocht. Volgens [eiser] voldoet de Scania niet aan wat zij daarvan op grond van de overeenkomst mocht verwachten, zodat sprake is van een wezenlijke tekortkoming (zoals bedoeld in het WKV). Zij stelt zich daarom op het standpunt dat zij de koopovereenkomst mocht ontbinden. Partijen houdt onder meer verdeeld welke motorinhoud [eiser] mocht verwachten.



1.2.
De rechtbank zal [eiser] in de gelegenheid stellen bewijs te leveren van haar stelling dat tijdens de bezichtiging door [A] (van Vaex) tegen [B] is gezegd dat de motor in de Scania 580 pk heeft. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.





2De procedure


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,- de conclusie van antwoord tevens inhoudende eis in reconventie, met producties,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de conclusie van antwoord in reconventie,- de oproeping voor de mondelinge behandeling,
- de akte overlegging productie van [eiser] , met productie 20,- de akte aanvullende producties van Vaex, met producties 13, 14 en 15,
- de mondelinge behandeling van 14 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Mr. Driessen heeft tijdens de zitting spreekaantekeningen in de procedure gebracht en voorgelezen. Deze spreekaantekeningen zijn aan het procesdossier toegevoegd.



2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





3De feiten


3.1.
Vaex is gespecialiseerd in de in- en verkoop van trekkers in Europa.



3.2.

[eiser] is een familiebedrijf en is gespecialiseerd in bosbeheer.



3.3.

[eiser] zocht een originele Scania T164 voor een van haar werknemers, [B] (hierna te noemen: [B] ). Een dergelijk Scania model wordt ook wel ‘Torpedo’ genoemd (met kenmerkende lange neus, en de motor is voor de chauffeurscabine geplaatst).



3.4.

[B] heeft bij Vaex – in het bijzijn van zijn zoon [C] – twee Scania’s bezichtigd. De eerste Scania voldeed niet aan de wensen van [B] , omdat het niet een originele Torpedo was. Met de tweede Scania die wel een originele Torpedo was heeft [B] een dag later een proefrit gemaakt. Het gaat om de Scania zoals te zien is op de foto’s in productie 2 van [eiser] (hierna te noemen: de Scania). Met deze Scania had Vaex ook geadverteerd (productie 5 bij dagvaarding). Productie 5 toont maar een deel van de advertentie. Daarop stonden ook de technische gegevens van de Scania, waaronder het motorvermogen.



3.5.
Op 18 maart 2024 hebben partijen een schriftelijke koopovereenkomst gesloten, waarbij [eiser] de Scania van Vaex heeft gekocht. De koopovereenkomst vermeldt het volgende (productie 3 van [eiser] ):








3.6.
Nadien heeft Vaex op dezelfde dag, ook op 18 maart 2024, aan [eiser] een ‘pro forma order conformation’ gezonden. Daarop is vermeld dat de algemene voorwaarden van Vaex van toepassing zijn op de koopovereenkomst (productie 3 van Vaex). Volgens de verklaring van Vaex ter zitting is dit niet een orderbevestiging maar een pro forma factuur. Deze vermeldt een koopprijs van € 105.000,00, net als de factuur van 19 maart 2024 die [eiser] als productie 4 bij dagvaarding heeft overgelegd. Ook daarop is verwezen naar de algemene voorwaarden van Vaex.



3.7.
Op 19 maart 2024 heeft [eiser] de Nederlandse kentekenpapieren van de Scania ontvangen van Vaex (productie 6 van [eiser] en productie 6 van Vaex). Op de kentekenpapieren is onder D.3 vermeld dat de handelsbenaming van de Scania ‘T580’ is. In de aanvraag van het kentekenbewijs, die niet door Vaex is gedaan, is vermeld dat de handelsbenaming ‘T164 GB6X2NA 480’ is.



3.8.
Op 29 maart 2024 is de Scania geleverd bij [B] in [land] .



3.9.
Op 13 mei 2024 is de Scania naar [D] (hierna te noemen: [D] ) gebracht om gekeurd te worden.



3.10.
Op 27 mei 2024 is opdracht gegeven aan PWE GmbH (hierna te noemen: PWE) om de Scania in [land] technisch te laten keuren. PWE heeft de fabriekspapieren opgevraagd bij Scania [land] . Deze keuring was noodzakelijk om de Scania in [land] te kunnen registreren en in gebruik te nemen.



3.11.
Op 10 juni 2024 ontdekte PWE dat de Scania was aangepast. In de fabriekspapieren is namelijk vermeld dat de Scania is geproduceerd met twee assen en er later een as aan de wagen is toegevoegd. Door de toevoeging van een extra as, was een extra technisch onderzoek noodzakelijk.



3.12.
Op 13 juni 2024 heeft [eiser] contact opgenomen met Vaex en medegedeeld dat de Scania niet kon worden aangemeld bij het Strassenverhehrsamt omdat het chassis niet overeenkomt met het chassisnummer (productie 9 van [eiser] ). Partijen hebben op dat moment, voor zover van belang, de volgende berichten gewisseld:



[eiser] :




“Was ist das für ein truck du hast gesagt 6x2 original 580 Rob sagte 3 Achse nachgebaut scania in Schweden sagte Motor 480”




Vaex:




“1st originale hauber 100%


Die achse weib ich nicht


Steht wie 6x2 auf kenzeichen





Was ist das problem?”





[eiser] :




“Ein ingenieur von scania Schweden hat bestatigt das Chassis mit der Chassis nr stimmt nicht und der Motor mit der nr istganz sicher 480 und ich bekomme den nicht In [land] und [land] angemeldet ich glaube das ist Problem genug”




Vaex:




“ok, dast ist 100% eine originale torpedo wie ich gesagt haben...


und steht auch auf kezeichen das es ein T ist...”





3.13.
Op 18 juni 2024 heeft PME haar bevindingen met [eiser] gedeeld (productie 7 van [eiser] ).



“(…) In der niederlandischen Zulassungsbescheinigung ist der Handelsname T580 angegeben. Es ist aber eine T480. (…)”





3.14.
Op 11 juni 2024 heeft [eiser] kenbaar gemaakt dat zij de Scania aan Vaex wilde teruggeven, omdat het voertuig geen origineel is.



3.15.
Op 30 september 2024 heeft [D] kenbaar gemaakt dat de Scania een T480 is (productie 10 van [eiser] ).



3.16.
Op 9 oktober 2024 heeft (de advocaat van) [eiser] contact opgenomen met Vaex.



3.17.
Op 30 oktober 2024 heeft Vaex een factuur opgemaakt voor werkzaamheden door haar verricht voor hulp bij registratie van de Scania (productie 10 van Vaex).



3.18.
Op 11 december 2024 heeft (de advocaat van) [eiser] de koopovereenkomst tussen partijen ontbonden en verzocht de koopprijs terug te betalen (productie 11 van [eiser] ).



3.19.
Op 19 december 2024 heeft Vaex, voor zover van belang, het volgende kenbaar gemaakt aan mr. Driessen (productie 12 van [eiser] ):



“(…) Deze heren kwamen eerst voor een andere Scania kijken, en daar deze geen originele


T was, heb ik ze deze laten zien.


Heren zijn tot 2 x terug geweest bij ons, om de auto van top tot teen te bekijken, van


onder boven links en rechts. Proef gereden en daarna gekocht zoals gezien.


Tevens hebben ze de copie papieren ontvangen om zelf te controleren wat de history van dit voertuig is.


De auto is bij ons vertrokken met een T580 moter erin conform afspraak en zoals gezien.


Wij hebben nog een rekening openstaan voor het keuren van het voertuig, waar wij


deze mensen mee geholpen hebben. Deze is ook nog niet afgewerkt.


Verder is er van alles aan de auto verbouwd, dus waarschijnlijk ook de moter. Hiervan


foto's aanwezig in mijn whats app..


Dus ik voel geen enkel verantwoordelijkheid om dit bedrag terug te betalen, de enige


compensatie is dat ik de gemaakt kosten voor mijn rekening neem, betreft keuren van


het voertuig. (…)”





3.20.
Na ontbinding van de koopovereenkomst heeft [eiser] kosten (€ 753,00) gemaakt voor een TÜV-keuring (productie 13 van [eiser] ) en verzekeringspremies voor de Scana betaald (€ 952,77 voor de periode van 10 juni 2025 tot en met 2026; productie 14 van [eiser] ).





4Het geschil



in conventie (de vorderingen van [eiser] )




4.1.


[eiser] vordert – samengevat – het volgende:
I. Vaex te veroordelen om een bedrag van € 112.137,93, te vermeerderen wettelijke rente, en een bedrag van € 1.875,00 (wegens vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten), aan haar te betalen,
II. Vaex te veroordelen om een bedrag van € 953,77 aan haar te betalen voor elke periode van een half jaar vanaf 1 januari 2026 dat [eiser] de Scania T164 onder zich moet houden,
III. Vaex te veroordelen om de Scania T164 binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis op te halen op haar adres in [land] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of dagdeel dat Vaex in gebreke zou blijven, met een maximum van € 150.000,00,
IV. Vaex te veroordelen in de kosten van deze procedure (inclusief nakosten), te vermeerderen met de wettelijke rente.

[eiser] vordert dat deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.




4.2.
Vaex voert verweer. Vaex concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van haar vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.



in reconventie (de tegenvorderingen van Vaex)





4.3.

Vaex vordert – samengevat – het volgende:
I. [eiser] te veroordelen een bedrag van primair € 3.592,26, subsidiair € 3.334,71 aan haar te betalen, te vermeerderen met wettelijke rente,
II. [eiser] te veroordelen een bedrag van primair € 450,00, subsidiair € 425,00 aan haar te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente;
III. [eiser] te veroordelen in de kosten van deze procedure (inclusief nakosten), te vermeerderen met wettelijke rente.
Vaex vordert dat deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.




4.4.

[eiser] voert verweer. [eiser] concludeert primair tot afwijzing van de tegenvorderingen van Vaex, subsidiair (mocht de rechtbank enig recht op vergoeding zien) de vordering van Vaex te matigen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.



in conventie en in reconventie





4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





5De beoordeling



Bevoegdheid



5.1.
Partijen zijn gevestigd in het grondgebied van verschillende lidstaten van de Europese Unie. Daarom moet eerst worden beoordeeld of de rechtbank bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Deze vraag moet beantwoord worden aan de hand van de Verordening (EG) nr. 1215/2012, hierna: Brussels I-bis.



5.2.
Op grond van artikel 4 lid 1 Brussel I-bis moet een gedaagde worden opgeroepen voor het gerecht van die lidstaat. Aangezien Vaex is gevestigd in Nederland (Reek, gemeente Maashorst) is de rechtbank Oost-Brabant dus bevoegd (artikel 99 Rv).



5.3.
Op grond van artikel 8 lid 3 Brussel I-bis is de rechtbank ook bevoegd om van de tegenvordering van Vaex kennis te nemen, omdat deze vordering voortvloeit uit de eis van [eiser] in conventie.



Toepasselijk recht




5.4.
In dit geval gaat het om een koopovereenkomst betreffende een roerende zaak tussen partijen die in Nederland en [land] zijn gevestigd. Dat zijn Verdragsluitende Staten van het Weens Koopverdrag (WKV) Op grond van artikel 1, lid 1, aanhef en onder sub a WKV leidt deze omstandigheid als uitgangspunt tot toepasselijkheid van het WKV.



5.5.
Dat is slechts anders in het geval partijen toepasselijkheid van het WKV hebben uitgesloten. Vaex beroept zich op toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden. In artikel XX lid 1 van die algemene voorwaarden is de toepasselijkheid van het WKV uitdrukkelijk uitgesloten. De rechtbank oordeelt dat de algemene voorwaarden van Vaex niet van toepassing zijn op de tussen partijen tot stand gekomen koopovereenkomst. De volgende overwegingen leiden tot dit oordeel.



5.6.
De vraag of [eiser] toestemming heeft verleend tot de toepasselijkheid van de door Vaex gebruikt algemene voorwaarden wordt beheerst door de daarop betrekking hebbende regeling van het WKV (HR 28 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4837). Het WKV bevat geen bijzondere bepalingen over de toepasselijkheid van algemene voorwaarden. De vraag of deze van toepassing zijn op de koopovereenkomst moet worden beantwoord aan de hand van de algemene bepalingen over de totstandkoming en uitleg van overeenkomst zoals artikel 8 en artikel 14 en verder van het WKV.



5.7.
Algemene voorwaarden maken slechts dan onderdeel uit van een koopovereenkomst als partijen, uitdrukkelijk of stilzwijgend, tijdens of voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst zijn overeengekomen deze voorwaarden op te nemen en de andere partij een redelijke mogelijkheid had om kennis te nemen van deze voorwaarden (artikel 8 WKV, gelezen in samenhang met de regels 2 en 3 van de door de Adviesraad van het Weens Koopverdrag op 20 januari 2013 afgegeven Opinion No. 13 (WKV-AC Opinion No. 13, Inclusion of Standard Terms under the WKV). Dit betekent dat de (toepasselijkheid van) algemene voorwaarden voorafgaand of bij het sluiten van de koopovereenkomst moet zijn aanvaard door, in dit geval, [eiser] .



5.8.
In dit geval zijn partijen het erover eens dat het handgeschreven document (rov. 3.5) geldt als de tussen hen (op 18 maart 2024) gesloten koopovereenkomst. Pas daarna is op de pro forma factuur en de factuur in het Nederlands verwezen naar de algemene voorwaarden van Vaex. Dat leidt tot de conclusie dat de algemene voorwaarden van Vaex niet tijdens of voorafgaande aan de totstandkoming van de koopovereenkomst zijn overeengekomen tussen partijen, nog daargelaten de vraag of er een redelijke mogelijkheid is geboden aan [eiser] om van die voorwaarden kennis te nemen.



5.9.
Ook wanneer er vanuit zou worden gegaan dat de algemene voorwaarden van Vaex wel op de juiste wijze en tijdig aan [eiser] ter hand zouden zijn gesteld, geldt dat die voorwaarden in een voor [eiser] onvoldoende bekende taal, te weten het Nederlands, zijn geschreven. Ook dat element staat aan toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Vaex in de weg.



5.10.
Dit alles leidt tot de conclusie dat het WKV van toepassing is. Dat betekent dat de bepalingen uit het WKV voorrang hebben op bepalingen van nationaal recht, zodat nationaal Nederlands recht slechts van toepassing is voor onderwerpen die niet door het WKV worden bestreken. De verweren van Vaex die gebaseerd zijn op haar algemene voorwaarden gaan niet op.



in conventie





Non-conformiteit volgens het WKV – is sprake van een wezenlijke tekortkoming?




5.11.


[eiser] stelt dat de door Vaex aan haar geleverde Scania non-conform is en dat de koopovereenkomst kon worden ontbonden vanwege een wezenlijke tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. [eiser] voert daarvoor, samengevat, het volgende aan.
Zij mocht verwachten dat zij een originele ‘Scania T164-580 V8 Torpedo Hauber Top Line’ kocht van Vaex. Voorafgaande aan de koop heeft zij haar wens om een T580 te kopen uitdrukkelijk besproken met Vaex. Na onderzoek is echter gebleken dat het niet om een origineel model ging, maar om een omgebouwde T480 met een extra as en een T580 type-aanduiding. Het model T580 is uniek en daarvan zijn er maar weinig geproduceerd. Het model heeft daarom een speciale waarde als collectors item. Herstel is daarom onmogelijk. Uit de door haar betaalde prijs, mocht zij ook afleiden dat het om een originele T580 ging. Vaex had eenvoudig kunnen controleren of het voertuig een originele T580 was. Vaex kon ook voorzien dat [eiser] , mede in het licht van de geringere waarde, niet akkoord zou gaan met een omgebouwd T480 model. Ook levert de motor 100pk minder vermogen dan een T580.




5.12.

Vaex voert aan dat geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst. Daartoe stelt zij, samengevat, het volgende.
Partijen hebben geen overeenkomst gesloten voor de koop van een originele T580. [eiser] mocht geen originele T580 verwachten gelet op de benamingen; een kenner weet dat. Vaex heeft alleen medegedeeld dat het een originele T betrof, wat ziet op de bouwvorm, niet op het vermogen van het voertuig. Er is geen informatie achtergehouden. Nergens in de stukken staat dat het om een originele ‘T164-580 V8 Torpedo Hauber Top Line’ ging. Niet is aangetoond dat [eiser] in aanmerkelijk mate is beroofd van de voordelen van de overeenkomst. De Scania is niet ongeschikt voor gebruik. Ook was niet redelijkerwijs te voorzien dat [eiser] dit verschil in model als een wezenlijke tekortkoming zou aanmerken. De vordering strandt gelet op artikel 35 lid 3 WVK omdat [eiser] met de eigenschappen (bouwjaar 2002) bekend was. Een T580 werd namelijk nog niet gebouwd in 2002.




5.13.
De rechtbank dient te beoordelen of de Scania voldoet aan de in de koopovereenkomst gestelde eisen.



5.14.
Op grond van artikel 35 WKV is de verkoper verplicht tot aflevering van zaken die aan de overeenkomst beantwoorden. De verkoper moet volgens deze bepaling de zaken afleveren waarvan de hoeveelheid, de kwaliteit en de omschrijving voldoet aan de in de overeenkomst gestelde eisen. De verkoper is niet aansprakelijk voor non-conformiteit van een zaak, als de koper ten tijde van het sluiten van de overeenkomst wist of had behoren te weten dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordde. Op grond van artikel 49 WKV kan de koper de overeenkomst vervolgens ontbinden, als sprake is van een wezenlijke tekortkoming in de nakoming aan de zijde van de verkoper. Van een wezenlijke tekortkoming is volgens artikel 25 WKV sprake wanneer de schade voor de koper zodanig is dat hem in aanmerkelijke mate wordt onthouden wat hij uit hoofde van de overeenkomst mocht verwachten, tenzij deze schade voor de verkoper redelijkerwijs niet was te voorzien. De ontbinding moet plaatsvinden binnen een redelijke termijn nadat de koper de tekortkoming heeft ontdekt of had behoren te ontdekken. Dat volgt uit artikel 49 lid 2 sub b, onder (i) WKV.



5.15.
De vraag is daarom of de tekortkoming die [eiser] stelt wezenlijk is. Daarvan is sprake als de tekortkoming leidt tot zodanige schade voor de andere partij, dat haar in aanmerkelijke mate wordt onthouden wat zij uit hoofde van de overeenkomst mag verwachten.



5.16.
Tijdens de zitting is naar voren gekomen dat partijen het erover eens zijn dat de Scania een originele Torpedo-neus heeft. De eerste door [B] bezichtigde Scania viel vanwege het ontbreken van die originele Torpedo-neus af. De rechtbank stelt vast dat de Scania waar het hier om gaat, uit het jaar 2002, dus wel de voor [B] zo gewenste Torpedo-neus heeft, maar een T164-480 betreft die qua uiterlijk dus is aangepast naar het uiterlijk van een T580-model. Dat wil zeggen: een Scania-model dat enkel in het jaar 2004-2005 is geproduceerd (zie productie 16 van [eiser] , laatste pagina). Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de T164 die alleen in de jaren 2000-2004 is geproduceerd, volgens Vaex met een 480 pk of 580 pk motor en het model T580 die pas in 2004/2005 op de markt is gekomen. [eiser] stelt dat zij ervan uitging dat er in de Scania een 580 pk motor zat door mededelingen die Vaex daarover heeft gedaan.



5.17.
De rechtbank constateert dat op het kentekenbewijs het bouwjaar staat, de “handelsbenaming” T580, en een vermogen van 353 kW, het equivalent van ongeveer 480 pk. De koopovereenkomst vermeldt dat de eerste registratie plaatsvond in 2002 en daarin wordt het voertuig aangeduid als een Scania T580. Aangezien het model T580 eerst in 2004/2005 is geproduceerd en [B] kennelijk bekend was met de Scania modellen mocht [eiser] er niet vanuit gaan dat zij een T580 kocht. Dat is ook niet haar stelling, omdat zij aanvoert dat zij ervan mocht uitgaan dat zij een T164-580 had gekocht, dus een T164 model met een 580 pk motor.



5.18.

[B] heeft tijdens de zitting toegelicht en verklaard dat op de tweede pagina van de advertentie van Vaex betreffende de gekochte Scania de specificaties daarvan stonden en dat daar ook stond 580 pk en 6 x 2. Verder is volgens zijn verklaring uitdrukkelijk tussen partijen (dat wil zeggen: tussen hem en [A] van Vaex) gesproken over het aantal pk’s dat de Scania aan motorinhoud zou hebben. Volgens hem is door [A] gezegd dat de motor in de Scania 580 pk heeft en 6 x 2 assen, dat hij zelf in deze Scania heeft gereden gedurende een periode van twee jaar, waarna het voertuig is verkocht naar Zweden of Noorwegen. Hij mocht daarom een 580 pk motor verwachten.



5.19.

Vaex weerspreekt deze gang van zaken. Volgens haar was er inderdaad een tweede pagina van de advertentie waarop de technische specificaties van de Scania stonden. Volgens de verklaring van [A] ter zitting voert Vaex normaal gesproken bij een advertentie een voertuig in in het invoersysteem van de advertentiesite en komt dan de
typeaanduiding in het systeem te staan. Dat wat op het kentekenbewijs staat, wordt
dan automatisch overgenomen in de advertentie. Volgens hem is er een redelijke kans dat hij die tweede pagina nog kan achterhalen. Volgens Vaex is een en ander helemaal niet op de door [B] omschreven manier tussen partijen besproken. Volgens Vaex is juist besproken dat het ging om een T164-model met een 480 pk motor. Dat zij op 19 december 2024 heeft geschreven dat de ‘auto (…) bij ons [rb: is] vertrokken met een T580 moter erin conform afspraak en zoals gezien’, betekent volgens Vaex niet dat er ook een 580 pk motor in de Scania ligt. Tijdens de zitting heeft Vaex toegelicht dat is gesproken over de Scania die er stond, dat wil zeggen: een T580 met een 480 motor.




- bewijsopdracht




5.20.
Partijen zijn het er dus over eens dat het voorwerp van de overeenkomst een T164 model uit 2002 betrof. Dat staat ook in de koopovereenkomst. Verder staat vast dat de Scania een T580 uiterlijk had gekregen, maar daarop richten de bezwaren van [eiser] zich niet. Zij stelt dat zij er vanuit mocht gaan dat het ging om een 580 pk motor. De rechtbank acht het verschil in vermogen tussen een 580 pk en 480 pk motor wezenlijk. Maar dat [eiser] bij de totstandkoming van de koopovereenkomst mocht verwachten dat er een 580 pk motor in de Scania zat kan nog niet voldoende worden opgemaakt uit de aanduiding ‘T580’, omdat die eveneens op de uiterlijke verschijningsvorm van dit model Scania kan slaan. Dat geldt ook voor het schildje op het front van de Scania. Het kentekenbewijs heeft [eiser] pas na het sluiten van de overeenkomst ontvangen en daarop staat weliswaar de aanduiding T580, maar ook het juiste motorvermogen.



5.21.
Het is voor de rechtbank op dit moment nog onvoldoende duidelijk wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst precies hebben besproken en wat [eiser] – op basis van door Vaex gedane mededelingen – mocht verwachten. Weliswaar duidt de mail van 19 december 2024 op het eerste gezicht op het gelijk van [eiser] , maar deze mail spreekt over een T580 motor ‘conform afspraak en zoals gezien’ en kan daarom het bewijs nog niet voldoende verschaffen. De rechtbank ziet hierin aanleiding om een bewijsopdracht te geven. In dit geval draagt [eiser] de stelplicht en bewijslast van haar stelling dat [A] (van Vaex) tijdens de bezichtiging tegen [B] heeft gezegd dat de motor in de Scania 580 pk heeft. De rechtbank zal [eiser] daarom in de gelegenheid stellen haar stelling – dat [A] tijdens de bezichtiging tegen [B] heeft gezegd dat de motor in de Scania 580 pk heeft – te bewijzen.



- nadere inlichtingen




5.22.
Daarnaast vindt de rechtbank het in het kader van de bewijslevering van belang dat zij beschikt over de volledige inhoud van de (door Vaex destijds geplaatste) advertentie van de Scania. Partijen zijn het erover eens dat deze advertentie online stond op het moment dat de koopovereenkomst tussen partijen werd gesloten. Ook wat betreft de inhoud van deze advertentie verschillen partijen van mening over de vraag of daarin al dan niet was vermeld dat het ging om een Scania met een 580 pk motor. Op de voet van artikel 22 Rv wordt Vaex daarom in de gelegenheid gesteld om – voor zover deze advertentie nog door haar kan worden achterhaald – de betreffende advertentie voorafgaand aan de bewijslevering bij akte over te leggen.



- uitlaten partijen renteregeling in het WKV




5.23.
Voor wat betreft de rentevordering is artikel 78 WKV leidend. Zoals afgesproken met partijen laten zij zich nog uit over het rentepercentage dat toepasselijk is volgens het WKV dan wel kiezen zij gezamenlijk voor de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW. Hierover dienen zij zich na bewijslevering uit te laten.



5.24.
De rechtbank constateert dat [eiser] de kennelijk gewenste vermeerdering van de grondslag van de eis niet bij akte of conclusie heeft gedaan, zodat daarop geen acht kan worden geslagen. Overigens geldt dat het beroep op dwaling voorwaardelijk is gedaan, voor zover het WKV niet van toepassing zou zijn. Dus komt de rechtbank hoe dan ook niet toe aan het beroep op dwaling.



5.25.
Iedere verdere beslissing – waaronder de beslissingen op de nevenvorderingen van [eiser] – wordt aangehouden.



in reconventie





5.26.
Ook in reconventie wordt iedere verdere beslissing aangehouden.





6De beslissing


De rechtbank




in conventie




6.1.
laat [eiser] toe te bewijzen dat [A] tijdens de bezichtiging tegen [B] heeft gezegd dat de motor in de Scania 580 pk heeft,



6.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 14 oktober 2026 voor uitlating door [eiser] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel, en om Vaex in staat te stellen de hiervoor genoemde advertentie geheel in het geding te brengen,



6.3.
bepaalt dat, als [eiser] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,



6.4.
bepaalt dat, als [eiser] getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden november (2026) tot en met maart (2027) dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,



6.5.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. J.A. Bik, in het paleis van justitie te ’s-Hertogenbosch, Leeghwaterlaan 8,



6.6.
bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,



6.7.
houdt iedere verdere beslissing aan,



in reconventie





6.8.
houdt iedere verdere beslissing aan.


Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Bik en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.