Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Oost-Brabant

ECLI:NL:RBOBR:2026:6021

2026-08-11 Civiel recht; Personen- en familierecht NL:TZ:0000323428:B001
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Uitspraakdatum
2026-08-11
Publicatiedatum
2026-08-24
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
NL:TZ:0000323428:B001
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoeker vraagt de grond van het bewind te wijzigen in ‘lichamelijke of geestelijke toestand’ en het bewind te verlengen voor onbepaalde tijd.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.830 tekens)
RECHTBANK OOST-BRABANT



Zittingsplaats 's-Hertogenbosch









zaaknummer


:


NL:TZ:0000323428:B001




dossiernummer


:



[beschikkingsnummer]





datum


:


11 augustus 2026






[griffier]



beschikking op een verzoek tot wijziging van de grondslag van de onderbewindstelling en tot verlenging van het bewind voor onbepaalde tijd


op verzoek van:


Almass Bewindvoering B.V,Postbus 173, 5430 AD Cuijk,Kamer van Koophandel-nummer 55819125,
hierna te noemen: verzoeker, tevens bewindvoerder,

met betrekking tot:



[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] ,wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,hierna te noemen: betrokkene.



procedure


De kantonrechter heeft kennisgenomen van:- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 25 juni 2026;
- het bericht van de bewindvoerder (met bijlage), ontvangen op 27 juli 2026.



Het verzoek is mondeling behandeld op 4 augustus 2026. Hierbij zijn betrokkene, zijn echtgenote, zijn ambulant begeleider en de bewindvoerder verschenen.




beoordeling


Bij beschikking van de kantonrechter d.d. 1 september 2021 zijn de goederen die (zullen) toebehoren aan de betrokkene (en zijn echtgenote) onder bewind gesteld als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden tot 17 augustus 2026. Verzoeker stelt dat daarvan geen sprake meer is, maar dat bewind nog wel nodig is. Verzoeker vraagt de grond van het bewind te wijzigen in ‘lichamelijke of geestelijke toestand’ en het bewind te verlengen voor onbepaalde tijd.



Verzoeker voert aan dat betrokkene niets begrijpt van het Nederlandse betaalsysteem en de geldende wet- en regelgeving. Daarnaast lukt het betrokkene niet te budgetteren en openen hij en zijn echtgenote nog steeds geen post. Betrokkene ontvangt ambulante begeleiding van [naam begeleiding] . Volgens de ambulant begeleider van betrokkene is het noodzakelijk dat het bewind blijft doorlopen en is budgetbeheer veel te vrijblijvend voor betrokkene (en zijn echtgenote).



Op de zitting heeft verzoeker nog aangegeven met de echtgenote van betrokkene wel goed afspraken te kunnen maken, maar met betrokkene niet. Met betrokkene is afgesproken dat hij een eigen bedrag van € 70,- per week aan leefgeld ontvangt en dat hij dit zelf vrij kan besteden. Het is verzoeker niet geheel duidelijk waaraan betrokkene dit leefgeld besteedt. Betrokkene zou financieel verder niet bijdragen aan de voor het huishouden of het gezin noodzakelijke kosten, zoals de boodschappen. Bij betrokkene is volgens verzoeker geprobeerd hem aan een baan te krijgen, maar hierbij was geen ontwikkeling te zien. Betrokkene kan volgens verzoeker niet financieel zelfredzaam worden en zonder bewind zouden zo weer nieuwe schulden ontstaan. Ook de ambulant begeleider van betrokkene heeft op de zitting beaamd dat betrokkene lager niveau van begrijpen heeft en niet alleen de Nederlandse taal niet begrijpt, maar ook andere zaken niet. Overigens is het volgens de bewindvoerder niet mogelijk om het bewind voor de echtgenote van betrokkene voort te zetten, als het bewind ten aanzien van betrokkene wordt opgeheven.



De echtgenote van betrokkene heeft ter zitting aangegeven bewind voor haarzelf en betrokkene wel noodzakelijk te vinden en graag bij de huidige bewindvoerder te willen blijven.



Ter zitting heeft betrokkene te kennen gegeven geen bewindvoerder nodig te hebben en van mening te zijn dat de hoogte van zijn wekelijkse leefgeld te laag is.



De kantonrechter overweegt als volgt.



Voor een belangrijk deel staan de beperkte beheersing van de Nederlandse taal en het beperkte begrip van het betalingssysteem in Nederland in de weg aan een behoorlijke behartiging van de eigen vermogensrechtelijke belangen door betrokkene. Dat zijn echter geen factoren die mee kunnen wegen bij de vaststelling van een lichamelijk of geestelijke toestand. Betrokkene lijkt evenwel ook los daarvan niet te begrijpen, dat de opheffing van het bewind niet kan bijdragen aan een toename van zijn bestedingsruimte, althans niet zonder opnieuw schulden te creëren. De verklaring van de ambulante begeleiding over betrokkene, en de ervaringen van de bewindvoerder met het zelfredzaamheidstraject, bevestigt dit beeld. Ook is gebleken dat betrokkene (in het verleden) in meer of mindere mate heeft gegokt met geld dat voor het huishouden nodig was.



Alles overwegende komt de kantonrechter, ondanks het ontbreken van medische documentatie, tot de vaststelling dat betrokkene als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is om zijn vermogensrechtelijke belangen naar behoren te behartigen. De kantonrechter zal het verzoek toewijzen.



De kantonrechter zal tevens bepalen dat de inschrijving van het bewind in het register zoals bedoeld in artikel 1:391 BW (Centraal curatele- en bewindregister) gehandhaafd blijft.




beslissing


De kantonrechter:


- wijzigt de grondslag van het bij beschikking van 1 september 2021 ingestelde
bewind naar een lichamelijke of geestelijke toestand;

- verlengt met ingang van 17 augustus 2026 het bewind over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene] voor onbepaalde tijd, met behoud van Almass Bewindvoering B.V, Kvkno. 55819125, Postbus 173, 5430 AD Cuijk, als bewindvoerder;

- bepaalt dat de inschrijving van het bewind in het register zoals bedoeld in artikel 1:391 BW (Centraal curatele- en bewindregister) gehandhaafd blijft.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.F.N. van Schaijk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026.




Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:



door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.